Een niet-bestaande, gemanipuleerde tulp, opvallend efficiënte schildertechnieken en piepkleine schubbetjes: er valt veel te ontdekken tussen de weelderige 17de-eeuwse bloemboeketten van The Phoebus Foundation, nu te zien in De Lakenhal. Hoofdrestaurator Sven Van Dorst bloeit er helemaal van op.
schrijft voor de Volkskrant over tentoonstellingen, musea, kunst en geschiedenis.
Er was iets vreemds aan de hand met die vleugeltjes. Het leek wel alsof de vlinders op het bloemstuk van Nicolaes van Verendael, die boven het boeket door de lucht fladderden of zojuist op een blaadje waren neergestreken, met de eeuwen een beetje waren verbrokkeld.
Een blik door de microscoop bood opheldering. Daaronder zag Sven Van Dorst, toevertrouwd met de restauratie van dit schilderij, in de verf héél kleine schubbetjes steken. En daar viel het kwartje: deze vleugels behoorden ooit, ergens eind 17de eeuw, toe aan daadwerkelijke vlinders.
Ontdekkingen als deze, die een onverwachts inkijkje bieden in de technieken van de kunstenaar of de tijd waarin hij leefde, doet Van Dorst wel vaker, als hoofdrestaurator van de Antwerpse kunststichting The Phoebus Foundation. Jarenlang deed hij materiaaltechnisch onderzoek naar de bloemenschilderijen uit die collectie, waarvan een heel aantal nu te zien is in De Lakenhal in Leiden, en bracht in zijn boek Zeven anjers, zeven rozen zijn opmerkelijkste resultaten bijeen.
Prioriteit voor een restaurator is het verbeteren van de conditie van een kunstwerk, verduidelijkt Van Dorst in Leiden. Maar om iets goed te kunnen restaureren, is het belangrijk om te snappen hoe het ooit in elkaar is gezet. En zulk onderzoek, naar de lagen waaruit een kunstwerk bestaat, levert vaak ook nieuwe historische kennis op.
In het geval van de vlindervleugels: inzicht in hoe een opvallende schildertechniek zich moet hebben verspreid. ‘Een specifiek groepje kunstenaars in Amsterdam experimenteerde met het gebruik van echte vlindervleugels in schilderijen’, zegt Van Dorst. ‘Als één van hen, Elias van den Broeck, terug naar Antwerpen verhuist, gaat ook Van Verendael hiermee aan de slag.’
Het was een tijdrovende techniek: de vleugel werd in halfdroge verf gedrukt, waar het met een gewichtje bovenop een tijdje moest blijven zitten. Was alles droog, dan werd het membraan verwijderd en konden het lijfje en de kleuren worden bijgeschilderd. Het was sneller om gewoon een vlinder na te schilderen. Waarom dan toch zoveel moeite doen? ‘In de 17de eeuw werd de microscoop toegankelijker, wat een enorme fascinatie teweegbracht. Men ontdekte voor het eerst dat insecten een anatomie hadden. Dit soort schilderijen waren bedoeld als conversationpiece.’
De meeste schubbetjes op schilderijen hebben de tand des tijds niet overleefd. ‘Vooral omdat eerdere restauratoren ze per ongeluk hebben weggewreven bij het afhalen van vernis’, zegt Van Dorst. Maar op het doek van Van Verendael was gelukkig nog niets kapot. ‘Ik zeg altijd: het beste wat een schilderij kan overkomen, is verwaarlozing.’
Bloemenschilderijen waren geen specifieke interesse van de restaurator, tot hij zo’n vijftien jaar geleden, hij deed toen een fellowship aan de Universiteit van Cambridge, een kunstwerk van Daniël Seghers onder ogen kwam. Een koperplaatje met roze en rode bollen, groene en witte vlekken; ‘een vreemde, abstracte compositie’.
Het bleek een onafgewerkt kunstwerk. ‘Boven op een felgekleurde onderlaag als deze schilderde Seghers de belangrijkste bloemen van een boeket. Daardoor kon hij op een snelle manier dat schitterende effect bereiken. We denken vaak dat het kunstenaars maanden kostte om een bloemstuk af te hebben, maar door zijn efficiënte methode was Seghers binnen een week klaar.’
Na inspectie van onder meer röntgenfoto’s en infraroodscans van talloze andere bloemenschilderijen uit Antwerpen, concludeerde Van Dorst: nadat Seghers zijn methode in de jaren 1620-1630 had ontwikkeld, verspreidde deze zich razendsnel door de stad. Dus toen Jan Davidsz. De Heem, nu ook te zien op de tentoonstelling in De Lakenhal, in de jaren zestig naar Antwerpen kwam, werkten daar ‘eigenlijk alle goede bloemschilders’ allang op die manier. En ja hoor, ook de Nederlandse kunstenaar pikte de methode binnen een mum van tijd op.
Pionier van die bloeiende bloemenkunst in Antwerpen was Jan Brueghel de Oude. Na een periode aan het Praagse hof van Rudolph II, keizer van het Heilige Roomse Rijk, begint hij terug in Antwerpen te experimenteren met het genre. Daar schildert hij Bloemenvaas met varkensbrood en edelstenen (ca. 1605-1607), een van de topstukken van de Leidse tentoonstelling.
Met die voorstelling is iets onnatuurlijks aan de hand. Niet alleen omdat alle afgebeelde bloemen nooit tegelijkertijd hadden kunnen bloeien – en overigens ook nooit samen in die ene vaas hadden gepast –, maar ook omdat één bloem, helemaal bovenaan in het boeket, in de natuur niet eens bestaat. Een gele tulp met roze randen en een curieuze blauwe kern.
Een experimentje toonde Van Dorst hoe deze bloem zijn kleur moest hebben gekregen. Hij kocht een geel-roze tulp, maakte een sneetje in de stengel en zette deze in een glas met blauwe kleurstof. Ongeveer drie uur later leek de bloem precies op die van Brueghel.
Waarschijnlijk had de kunstenaar de tulp gezien in Praag. ‘Rudolph II had tuinen met allerlei bloemen en planten, en een wonderkamer met daarin dingen waarvan we nu weten dat die niet echt zijn, zoals een opgezette draak en eenhoornhorens. De blauwe tulp past in dat rijtje thuis.
‘De vraag is alleen: wíst men aan het hof dat deze bloem was gemanipuleerd? Als iemand zo slim was geweest dat hij zo’n blauwe tulp had kunnen maken en deze zelfs aan de keizer had weten te verpatsen, dan hield hij die wetenschap misschien wel liever voor zichzelf.’
Gelukkig lijken de kunstenaars van die tijd nooit zo aan geheimhouding te hebben gedaan. Die wisselden hun kennis met alle liefde uit.
Sven Van Dorst: Zeven anjers, zeven rozen – De kunst van bloemschilderen in de Lage Landen (1600-1700). Hannibal Books; 400 pagina’s; € 60.
Tuin der lusten – De zeventiende eeuw in bloei, De Lakenhal, Leiden, t/m 29/3/27.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant