De Europese Unie heeft een eigen Veiligheidsraad nodig die bij dreigingen snel kan reageren en gezamenlijke militaire capaciteit kan inzetten. Zo blijft er een geloofwaardige afschrikking tegenover Rusland in stand, ook als de Verenigde Staten het laten afweten.
Commissievoorzitter Ursula von der Leyen kondigde half september in de jaarlijkse Staat van de Unie een nieuwe ‘Europese Veiligheidsraad’ aan. Onmiddellijk barstte het Europese publieke debat los. Sommige politici noemden het een ‘doodgeboren idee’. Anderen noemden het een ‘aanval op de Navo die Poetin helpt’. Niets is minder waar. Zo’n veiligheidsraad kan de hoeksteen van onze toekomstige Europese defensie worden én tegelijkertijd de Navo versterken. Dat valt of staat bij de invulling: hoe voorkomen we dat dit het zoveelste praatclubje wordt?
Politieke discussies over defensie beginnen de laatste jaren vaak met de verkeerde vragen. Bijvoorbeeld bij de Navo-toppen: in plaats van te beginnen bij wat we nodig hebben om onszelf te kunnen verdedigen of hoe we onze defensie-industrie opschalen, stond een percentage centraal. Hoeveel gaan we uitgeven?
Maar percentages schrikken Rusland niet af. Militaire capaciteiten én de reële mogelijkheid dat die snel en gezamenlijk worden ingezet, wel. De vraag die we nu moeten beantwoorden is: als diplomatieke inspanningen onverhoopt geen uitkomst bieden, hoe verdedigen we dan wat we liefhebben als de VS ons niet komen helpen?
Over de auteur
Reinier van Lanschot is Europarlementariër namens Volt en lid van de defensiecommissie.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
In woord en daad laat Rusland zien geen vrede te willen. Rusland escaleert met ‘hybride’ aanvallen op Europees grondgebied. Experts stellen dat Rusland dit niet slechts doet om onze steun aan Oekraïne te ondermijnen, maar ook als voorbereidende activiteiten op een toekomstige directe aanval op een EU-lidstaat. Sommige inlichtingendiensten waarschuwen dat Poetin de beslissing om dat te doen al heeft genomen en dat de tijdlijn is verschoven van jaren naar maanden.
Poetins grip op de macht, en daarmee zijn eigen voortbestaan, wankelt. Door de gigantische aantallen Russische soldaten die zinloos sterven aan het front, westerse sancties en steeds succesvollere Oekraïense aanvallen op energievoorzieningen. Ten slotte is ‘escaleren om te de-escaleren’ onderdeel van de Russische militaire doctrine. Door gebrek aan Europese reacties op hybride aanvallen is het mogelijk dat Poetin denkt dat hij met een snelle aanval op een Europese lidstaat stevige concessies kan afdwingen.
Of de VS het beste met ons voor hebben, is op zijn zachtst gezegd discutabel. Feit is dat in hun veiligheidsstrategie het doel is beschreven om verzet te kweken tegen de huidige koers van Europa door nationalistische politieke partijen te steunen. Daarnaast is door Trump twijfel gezaaid over artikel 5 van de Navo.
Dat, gecombineerd met de terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Europese landen en de trage opschaling van de Europese vervanging van Amerikaanse capaciteiten, creëert belangrijke gaten in de geloofwaardigheid van onze gezamenlijke afschrikking. Op het moment dat een sterke Amerikaanse reactie bij een aanval op Europees grondgebied twijfelachtig is, wordt de kans groter dat Poetin toeslaat. Als Trump besluit ons niet te hulp te schieten en Europa zich op dat moment niet zelfstandig kan verdedigen, zijn we weerloos.
We moeten voorkomen dat Rusland dat ooit in zijn hoofd haalt, of dat wij, in het ergste geval, zo’n aanval niet snel af kunnen weren. Met een Europese defensie-unie kan Europa zelfstandig opereren. De bouwstenen voor een Europese defensie-unie zijn permanente militaire capaciteiten, zoals een commandostructuur, strategische wapensystemen en een Europese snelle reactiemacht. Dit bestaat allemaal al op zeer kleine schaal (zoals het Nederlands-Duitse legerkorps en de multinationale tank- en transportvliegtuigen in Eindhoven), maar moet veel groter.
De Europese Veiligheidsraad, een soort ‘machinekamer’, is de plek waar de politiek het mandaat geeft om op te schalen en aan te sturen. Om effectief te kunnen zijn, moet die machinekamer met meerderheid bindende besluiten kunnen nemen over de militaire capaciteiten van de Europese defensie-unie. Die capaciteiten kunnen aanvankelijk geleverd worden door de lidstaten en op termijn, via soldaten die zich daar vrijwillig voor melden, direct door de Europese defensie-unie zelf.
De Veiligheidsraad moet in ieder geval bestaan uit de EU-landen met de sterkste legers, zoals Frankrijk, Duitsland, Polen en Italië, maar ook uit de belangrijkste bondgenoten, zoals het Verenigd Koninkrijk en Oekraïne. Nederland moet zich daarbij aansluiten.
Zo’n Europese Veiligheidsraad kan bovendien naadloos passen in de bestaande Navo-commandostructuur. In het beste geval bundelt het de Europese bijdrage aan de Navo in één stevige boom in plaats van tientallen ‘bonsai legertjes’. Dan valt die onder de Supreme Allied Commander Europe (Saceur), de Amerikaanse opperbevelhebber van de Navo, en wordt de opperbevelhebber van de Europese defensie-unie de plaatsvervangende Saceur. Zo ontstaat een systeem dat ‘separable, but not separate’ is.
Voor een geloofwaardige afschrikking, die het risico op oorlog verkleint, moeten we de Europese veiligheidsarchitectuur opnieuw inrichten. Een Europese veiligheidsraad is daar cruciaal voor. In het verleden is een poging tot het oprichten van zo’n veiligheidsraad stukgelopen op politici die ‘soevereiniteit’ wilden beschermen, maar zonder collectieve zelfverdediging is die soevereiniteit een illusie.
Europeanen begrijpen dit. Negen van de tien willen dat Europa zich verenigt. Zij begrijpen dat we ons beter nu kunnen verenigen om oorlog te voorkomen, dan wachten tot een oorlog ons verenigt.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant