Home

Achter het vrolijke carnavalsicoon Corry Vermeer (1927-2026) ging een dramatisch levensverhaal schuil

Tot op hoge leeftijd liep ‘prinses’ Corry Vermeer mee in de carnavalsoptocht in Geleen. ‘De mensen langs de kant keken uit naar haar komst.’

Bij haar verhuizing naar het woonzorgcentrum in Geleen bleek de beschikbare kamer nummer 111 te hebben. Dat was een opsteker voor Corry Vermeer, die tot op hoge leeftijd onder precies dat nummer had meegelopen in de carnavalsoptocht in haar woonplaats. ‘Het was haar nummer’, vertelt Bert Lemmens van Sjtadsvastelaovesvereniging De Flaarisse. ‘Corry was nummer 111 en niemand anders.’

De Volkskrant profileert regelmatig bekende en onbekende, kleurrijke Nederlanders die onlangs zijn overleden. Wilt u iemand aanmelden? postuum@volkskrant.nl

Vermeer, bij velen bekend als ‘prinses Corry’, gold als een Vastelaovend-icoon. Tientallen jaren was ze een vertrouwde en geliefde verschijning in De Grote Waereldsjtadoptoch, zoals het hoogtepunt van het carnaval in Geleen wordt genoemd. Lemmens: ‘De mensen langs de kant keken uit naar haar komst. Ze liep mee als einzelgänger, maar was in haar eentje tussen de praalwagens een opvallende verschijning met haar twinkelende ogen, hoge hakken en felrood gestifte lippen.’

Het carnavalsfeest sloot naadloos aan op het belang dat Vermeer hechtte aan verbinding, vertelt zoon Nicol. ‘Mijn moeder had een groot hart en keek naar anderen om. Ze was bijvoorbeeld beschermvrouwe van de vereniging van jeugdprinsen. Die had ze zelf opgericht om te voorkomen dat de ­kinderen in een zwart gat vallen zodra ze eenmaal geen prins meer zijn en alle aandacht is verdwenen.’

Jongste van zeven kinderen

Vermeer groeide op in het Noord-Brabantse Waspik van voor de oorlog, als jongste van zeven kinderen. Ze werd verliefd op een boerenzoon uit Tilburg en ging, eenmaal getrouwd, bij zijn ouders op de boerderij wonen en werken. ‘Maar het boerenleven was niets voor mijn moeder’, vertelt Nicol. ‘Toen de boerderij in vlammen opging, maakten mijn ouders de overstap naar de horeca.’

Het echtpaar kocht midden jaren vijftig een hotel in Fijnaart. Daar sloeg na tien jaar het noodlot wederom toe in de vorm van een verwoestende brand. Nicol: ‘Een jeugdvriend van mijn moeder was karmeliet. Hij zat op het noviciaat in Geleen en wist dat daar een hotel te koop stond. Zo maakten mijn ouders per trein de wereldreis naar Zuid-Limburg, zoals mijn moeder het later graag omschreef.’

Het gerenommeerde hotel Riche raakte zijn oude glans kwijt, met vijftien kamers en één badkamer. Corry en haar man sloegen na enkele jaren aan het rekenen en lieten een nieuw hotel bouwen. ‘Mijn moeder stortte zich op de inrichting’, vertelt Nicol. ‘Ze reisde naar Milaan om meubels uit te zoeken en naar Wenen voor de juiste kroonluchters. Ze wist precies wat ze wilde.’

Het nieuwe vijfsterrenhotel Riche maakte een vliegende start, toen het noodlot opnieuw toesloeg. Enkele weken na de opening kwam een van haar drie dochters om het leven, toen zij vanuit het niets werd neergestoken door de nachtportier die net aan zijn dienst was begonnen. Een andere dochter raakte zwaargewond bij de aanval door de medewerker, die na zijn daad ook een einde aan zijn leven maakte.

Gitzwarte bladzijde

Een gitzwarte bladzijde in het leven van het gezin, vat zoon Nicol 45 jaar later samen. ‘Het drama werd nog groter doordat er lang geen gasten meer kwamen. Het hotel was een plaats delict geworden. Mijn moeder heeft in die moeilijke periode veel steun gekregen van De Flaarisse. Die mensen bleven komen om mijn ouders de aandacht en warmte te geven die zij nodig hadden.’

De hoteliers wisten het persoonlijke en zakelijke drama te boven te komen. Nicol: ‘Uiteindelijk is het hotel aan een keten verkocht. Dat gaf mijn moeder rust. Ze verhuisde naar een woning in het centrum. Haar jeugdprinsen kwamen haar soms ’s avonds ophalen om op kroegentocht te gaan. Daar genoot mijn moeder van. Na sluitingstijd ging het hele gezelschap bij haar thuis nog een afzakkertje halen.’

In 2025 nam Vermeer, inmiddels 98 jaar, afscheid van het carnaval. In een tot troon omgebouwde rolstoel nam ze nog één keer deel aan de optocht. Bert Lemmens van De Flaarisse: ‘Corry zei altijd dat ze zou doorgaan tot haar dood. Dat heeft ze bijna gehaald.’ Het nummer 111 zal bij het komende carnaval waarschijnlijk in de kast blijven. ‘Dat was van Corry.’

Source: Volkskrant

Previous

Next