Schijnzelfstandigheid Met de nieuwe Zelfstandigenwet wil het kabinet de zzp’er zekerheid bieden en schijnzelfstandigheid voorkomen. Gaat dit wetsvoorstel het decennia oude probleem nu wel oplossen? Drie antwoorden op drie vragen over het voorstel.
Een maaltijdbezorger in Utrecht. Deze beroepsgroep werkte veelal onterecht als zzp’er.
Wie is écht een ondernemende zelfstandige, en wie noemt zich ‘zzp’er’ vanwege vrijheid en financiële voordelen – of is daartoe gedwongen? Het kabinet wil met de donderdag gepubliceerde Zelfstandigenwet nieuwe criteria vastleggen om die vraag gemakkelijker te beantwoorden. Al decennia is voor veel zzp’ers onduidelijk of ze aan alle criteria voldoen om als zelfstandige te mogen werken, of ze nu in de zorg, bouw of het onderwijs actief zijn.
De nieuwe wet kan voor een fors deel van de ruim 1 miljoen zelfstandigen zonder personeel (zzp) grote gevolgen hebben omdat zij in de praktijk eigenlijk een schijnzelfstandige zijn. De overheid loopt hierdoor veel belastinginkomsten en sociale premies mis, maar door de onduidelijke wetgeving op dit gebied is deze situatie negen jaar lang gedoogd.
Die impasse leidt tot veel onduidelijkheid bij zzp’ers en opdrachtgevers. Volgens verantwoordelijk minister van Werk en Participatie Thierry Aartsen (VVD) moet de nieuwe wet vooral voor rust gaan zorgen. „We laten met duidelijke criteria zien hoe werken met en als zelfstandigen wél kan.”
Het kabinet mikt erop de wet op 1 januari 2028 in te voeren, maar onduidelijk is nog hoeveel politiek draagvlak die heeft. Kan de wet na decennia de onduidelijkheid voor werkgevers en -nemers beëindigen? Drie vragen en antwoorden.
Het wetsvoorstel stelt concrete eisen waar een echte zelfstandige aan moet voldoen. Niet dat al die eisen nieuw zijn, toch maken ze de wet anders: eerder werd vooral naar de relatie van de zzp’er met zijn werk- en opdrachtgevers gekeken.
De nieuwe wet schrijft voor dat de zzp’er onafhankelijk van anderen zijn werk uitvoert, een serieuze administratie heeft en ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel. Verder moet hij of zij in twee jaar minstens drie klanten hebben.
Ook moet een zzp’er verzekerd zijn tegen de risico’s die hij loopt als ondernemer. Niet alleen voor het geval dat die van een ladder valt, maar ook voor als een zzp’er schade veroorzaakt bij een ander. Daarnaast moet er geld opzij gelegd worden pensioen. Hoeveel dat minimaal moet zijn, wordt nog bepaald. Niet alles is verplicht, maar deze onderdelen tellen wel allemaal mee in de beoordeling die bijvoorbeeld de Belastingdienst kan maken.
Dat allereerst naar de zzp’er wordt gekeken is echt een nieuw element, zegt advocaat Johan Zwemmer, die ook als docent en onderzoeker Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam is verbonden. „Nu hoopt men met een zelfstandigentoets meer duidelijkheid te geven of iemand echt zelfstandige is.”
Toch speelt de werkrelatie ook nog een rol in de nieuwe wet. Hoe zelfstandig werkt de zelfstandige? Volgens de nieuwe definitie bepaalt een zzp’er waar en wanneer het werk wordt uitgevoerd, maar in veel gevallen – zoals in zorg en onderwijs – zullen in de praktijk uitzonderingen gelden.
Veel zzp’ers verrichten werk dat net zo goed in loondienst kan worden uitgevoerd en dat heeft zowel voor opdrachtgevers als voor de zzp’er voordelen. Voordeel voor de opdrachtgever is dat zelfstandigen relatief goedkoop zijn – want ze betalen geen werkgeverslasten – en dat afscheid nemen zonder ingewikkelde ontslagprocedures mogelijk is. Ook een zelfstandige kan zijn zegeningen tellen: hogere inkomsten, meer vrijheid en minder verplichtingen.
Maar er zijn ook schaduwzijden voor de zzp’er. De meesten bouwen nu geen pensioen op en zijn niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Voor de samenleving is het nadeel dat er door de vele zzp’ers veel minder aan belasting en sociale premies binnenkomt.
Zwemmer verwacht van wel. Een veelgemaakte inschatting is dat 40 procent van de zzp’ers ook echt ondernemende zelfstandigen zijn, 30 procent zich in een grijs gebied bevindt en dat het in 30 procent duidelijk om schijnzelfstandigen gaat. Die laatste groep is ruim 300.000 mensen groot.
„Veel van de huidige zzp’ers zullen bij deze wet struikelen over de zelfstandigentoets”, verwacht Zwemmer. „Dus zelf onderhandelen over de prijs, een resultaat garanderen en op je eigen manier werken: dat is voor veel mensen een flinke drempel.” En voor een ziekenhuis bijvoorbeeld wordt het makkelijker om iemand te weigeren die alleen als zzp’ er wil werken. „Zo’n ziekenhuis wil hem liever als werknemer aantrekken en zal dan ook vragen: voldoe jij wel aan de eisen? Laat maar eens zien of je een echte ondernemer bent!”
Toch houdt Zwemmer een slag om de arm als het gaat om het effect van de Zelfstandigenwet. Zoals eerdere maatregelen in de afgelopen twintig jaar lieten zien, het is bijna onmogelijk om wetgeving te maken die het probleem van schijnzelfstandigheid oplost. Daarvoor is de kloof tussen een vast arbeidscontract en het bestaan als zzp’er te groot, vooral op het gebied van belastingen, collectieve lasten en sociale regelgeving.
In 2020 adviseerde de Commissie-Borstlap, waarvan ook Zwemmer deel uitmaakte, om die verschillen tussen vast en flexibel minder groot te maken – maar dat is nooit gebeurd. „Daardoor blijven de financiële prikkels bestaan om onzelfstandig werk dat eigenlijk in loondienst hoort, op basis van een zzp-contract te verrichten”, zegt Zwemmer. „Dan kan je als wetgever wel hogere hekken plaatsen, maar mensen zullen er onderdoor blijven kruipen. Bovendien gaat het voor veel zzp’ers niet allen om geld, maar maakt ook om de behoefte aan vrijheid dat ze niet meer in loondienst willen werken.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie