Met een nieuwe zelfstandigenwet wil minister van Werk en Participatie Thierry Aartsen (VVD) de voortdurende onduidelijkheid over schijnzelfstandigheid voor zzp’ers en opdrachtgevers wegnemen. Is dat ook gelukt?
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over pensioenen en sociale zekerheid.
Aartsen hoopt met zijn wetsvoorstel een jarenlange discussie, over wie zich al dan niet zzp’er mag noemen, te beslechten. Om meer duidelijkheid te bieden aan zowel opdrachtgevers als zelfstandigen komt de minister met criteria. Het moet ‘onnodige terughoudendheid’ bij zzp’ers en opdrachtgevers voorkomen.
Die terughoudendheid komt vooral door de aanpak van schijnzelfstandigheid. Daarvan is sprake als een zzp’er werk doet dat eigenlijk alleen in loondienst kan. Zo’n constructie is een probleem, omdat zelfstandig ondernemers minder bescherming genieten dan werknemers in loondienst. Ook leidt het tot oneerlijke concurrentie, omdat werkgevers geen sociale premies afdragen voor zelfstandigen. Bovendien gaat er minder premie naar de schatkist.
Hoewel er al sinds 2016 een wet is om dat aan te pakken, werd die jarenlang niet actief gehandhaafd. Dat gebeurde onder druk van zzp’ers en opdrachtgevers, die vreesden dat zij in de knel zouden komen. Maar het verminderde toezicht leidde tot een steeds groter grijs gebied waarin sommige bedrijven wel heel soepel met de regels omsprongen. Dat er iets moest gebeuren, bleek in 2023 toen de Hoge Raad oordeelde dat bezorgers van Deliveroo ten onrechte werden gezien als zzp’er.
Sinds 2025 wordt de wet wel gehandhaafd. Den Haag beloofde intussen om op korte termijn met nieuwe, duidelijker regels te komen. Dat had nog wat voeten in de aarde. Een eerste voorstel van de vorige kabinetten kreeg onvoldoende steun en belandde op de plank.
En nu is daar dus Aartsens voorstel. De minister had eerder al aangekondigd met een wet te willen komen die vooral laat zien wanneer zzp’en wél kan en die zelfstandig ondernemerschap op die manier wettelijk erkent. Dat hoopt hij te doen met concrete criteria. Dat is ook meteen het belangrijkste verschil met eerdere wetten.
Straks komen er twee concrete toetsen voor in de plaats. De eerste richt zich vooral op de zzp’er zelf en kijkt onder meer of iemand een inschrijving bij de Kamer van Koophandel (KvK) en een btw-nummer heeft. Ook moet de zzp’er voldoende beschermd zijn tegen risico’s, bijvoorbeeld met een aansprakelijkheidsverzekering. Daarnaast moet een zzp’er over twee jaar minstens drie opdrachtgevers hebben.
De tweede toets richt zich op de relatie tussen de ondernemer en de opdrachtgever. Om als zelfstandige te mogen werken, moeten zij in de praktijk de vrijheid hebben om te bepalen hoe ze hun werkzaamheden uitvoeren. Een opdrachtgever mag de zzp’er wel aan veiligheidsvoorschriften of regels voor een beroepsgroep houden, maar verder geen instructies geven.
Een bouwvakker mag bijvoorbeeld wel worden gehouden aan het dragen van veiligheidskleding, maar gaat zelf over de manier waarop hij de opdracht uiteindelijk uitvoert. Voor een verpleegkundige die in een ziekenhuis werkt en zich los van regels ook aan duidelijke instructies moet houden, werkt dat de andere kant op: die doorstaat de toets waarschijnlijk niet.
Een ander criterium is dat de zzp’er zelf moet bepalen waar en wanneer wordt gewerkt, al gelden er uitzonderingen, bijvoorbeeld als werk fysiek nergens anders kan en tijdsgebonden is, zoals in de bouw. Uit de afspraken tussen opdrachtgever en ondernemer moet daarnaast blijken dat de zzp’er risico loopt bij schade of het niet nakomen van afspraken.
Iemand moet aan álle criteria voldoen om in ‘een veilige haven’ te komen. Het doel daarvan is dat zzp’er en opdrachtgever niet bang hoeven te zijn voor boetes en naheffingen. Volgens Aartsen biedt de wet ook perspectief voor wie niet voldoet, omdat duidelijk is wat nodig is om wel als zzp’er te werken.
Toch zal het voorstel een grijs gebied niet voorkomen. Sommige criteria, en met name die over de werkrelatie tussen opdrachtgever en zzp’er, laten ruimte voor interpretatie. Een ondernemer die niet aan alle criteria voldoet, kan bovendien nog terugvallen op de huidige toets, waarbij aan de hand van eerdere rechterlijke uitspraken wordt gekeken naar alle omstandigheden tezamen.
Wel kunnen zzp’ers die straks niet blijken te voldoen aan een flink aantal criteria dat zien als een duidelijke indicatie van schijnzelfstandigheid. Als zij niet zomaar wat kunnen veranderen aan de situatie, zullen zij waarschijnlijk in loondienst moeten. Hetzelfde geldt voor een werkgever die dat ziet: die moet dan actie ondernemen.
De komende tijd zal de huidige regelgeving nog van toepassing blijven. Het wetsvoorstel van Aartsen moet nog langs de Raad van State en de Eerste en Tweede Kamer en gaat op z’n vroegst in 2028 in.
- De basis is op orde met onder meer een KvK-inschrijving en btw-nummer
- Ten minste drie verschillende klanten in een periode van twee jaar
- Er is een (nog te bepalen) minimumbedrag besteed aan het afdekken van risico’s, zoals een aansprakelijkheidsverzekering
- Samenwerking als zelfstandige is uit vrije wil
- De zelfstandige mag zelf bepalen hoe hij het werk uitvoert
- De zelfstandige bepaalt zelf waar het werk wordt uitgevoerd en wanneer
- De zelfstandige loopt risico bij schade of niet nagekomen afspraken
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant