De man viel met zijn rolstoel doordat die verkeerd was afgesteld. Dat de gebruiker zelf ook schuld had, zoals de leverancier stelde, wees de rechter af. „Er zijn al jarenlang signalen dat bij maatwerkhulpmiddelen te weinig wordt gekeken naar wat mensen echt nodig hebben.”
Een man met een dwarslaesie zat al veertig jaar in een rolstoel. Hij woonde op een boerderij. Toen zijn rolstoel aan vervanging toe was, gaf de gemeente een leverancier opdracht voor een nieuwe. Er kwam iemand langs om de oude rolstoel op te meten.
Bij de eerste levering ontbraken de achterwielen. De tweede keer hadden de voorvorken een verkeerde maat. De derde keer monteerde iemand de nieuwe voorvorken erop. De man nam de rolstoel nog diezelfde dag in gebruik. Hij reed naar de vlonder in zijn achtertuin om een tuinslang in het gras op te rapen, maakte een wheelie (balanceren op de achterwielen) en viel voorover. Hij brak een been, lag twee dagen in het ziekenhuis. Het been staat nu scheef.
In 2024 stelde de rechtbank Limburg vast dat het zitvlak verkeerd was afgesteld en dat de leverancier aansprakelijk was. Partijen onderhandelden daarna over de omvang van de schadevergoeding, maar kwamen er niet uit.
Volgens de leverancier had de man zelf ook schuld en hoefde daarom niet alle schade te worden vergoed. Volgens de gebruiksaanwijzing moest je de rolstoel eerst onder begeleiding uitproberen en was hij bedoeld voor een droge, stevige en vlakke ondergrond. Op de plek van het ongeluk lag gras en er was een hellingshoek van meer dan 10 graden, aldus de leverancier. De rolstoel was volgens de leverancier ook niet geschikt voor wheelies.
De man vroeg de rechtbank vast te stellen dat er geen sprake was van eigen schuld, én dat hij door de val had moeten verhuizen naar een seniorenappartement, zodat de leverancier ook daarvoor aansprakelijk was.
Volgens de rechtbank leverde een wheelie maken geen eigen schuld op, al kon het de kans op een val vergroten. Beide partijen bevestigden op de zitting dat een wheelie een basisvaardigheid is en geen uitzonderlijke manoeuvre. Het feit dat sommige rolstoelen gemakkelijker kiepen dan andere, maakt dat niet anders. Op de zitting erkende de medewerker van de leverancier, zelf rolstoelgebruiker, dat het niet ongebruikelijk is in een rolstoel het gras op te gaan, en dat een wheelie dat makkelijker kan maken. Het risico is dan een val naar achteren. De man was vóórover gevallen door de verkeerde afstelling.
De leverancier had niets concreets aangevoerd om aan te tonen dat de helling te steil was, en ook niets over kuilen, oneffenheden of een zachte ondergrond van het gras. En de man hoefde na veertig jaar rolstoelgebruik niet eerst onder begeleiding op pad.
De man had zich volgens de rechtbank niet anders gedragen dan een redelijk rolstoelgebruiker in die omstandigheden zou doen. De leverancier is volledig verantwoordelijk voor de schade. Maar de verhuizing valt daar volgens de rechtbank niet onder, omdat niet duidelijk was geworden dat die een noodzakelijk gevolg was van de val.
Een heel herkenbare zaak, vertelt Goele Vandenberghe van Ieder(in), koepel- en belangenorganisatie voor mensen met een beperking of chronische ziekte. „Er zijn al jarenlang signalen dat er bij maatwerkhulpmiddelen – rolstoel, scootmobiel, tillift et cetera – te weinig wordt gekeken naar wat mensen echt nodig hebben om mee te kunnen doen. Gemeenten werken graag met ‘voorkeurspakketten’.”
Ieder(in) bracht samen met onder andere de Patiëntenfederatie Nederland in 2023 een ‘Hulpmiddelenmonitor‘ uit. „Van de respondenten die via de gemeente een hulpmiddel kregen, zei 54 procent dat er niet met hen was overlegd welk hulpmiddel ze nodig hadden. Meer dan de helft kreeg ook niet de mogelijkheid het middel uit te proberen, en 45 procent had liever iets anders gekregen. Het advies van de ergotherapeut of de revalidatieprofessional hoort volgens richtlijnen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten leidend te zijn, maar wordt lang niet altijd overgenomen.”
Ook verkeerde leveringen, in deze zaak tot drie keer toe, komen veel voor, zegt VandenBerghe. „Mensen moeten vaak maanden wachten op een nieuw hulpmiddel, wat kan betekenen dat ze niet naar vrienden, werk en sport kunnen. En dan komt er iets en dan kloppen de afmetingen niet. Wij begrijpen ook niet waarom dat telkens fout gaat. Daarmee komt de veiligheid in het geding, maar als er schade ontstaat, is bij leveranciers weinig bereidheid daarvoor verantwoordelijkheid te nemen. In samenspraak met gemeenten dringen wij er bij hen op aan dit te veranderen.”
Volgens Vandenberghe heeft de decentralisatie waarbij gemeenten in 2017 verantwoordelijk zijn geworden voor het verstrekken van hulpmiddelen, niet geholpen. „Er is bij gemeenten minder expertise. Voor een passend hulpmiddel moet je weten waarvoor iemand het nodig heeft. Zoals de man in deze zaak, die op een boerderij woonde en die volgens de leverancier met zijn nieuwe rolstoel niet op het gras had mogen rijden.”
En natuurlijk spelen de kosten een grote rol. Vandenberghe: „Terwijl een passend middel niet per se duurder hoeft te zijn. Het gaat erom dat je goed uitzoekt wat de persoon om wie het gaat nodig heeft om mee te doen, dat je echt maatwerk biedt. Ja, dat kost geld. Maar het fout doen en dan weer aanpassen kost ook geld. En doe je het niet, dan schiet je het hele doel van de Wet maatschappelijke ondersteuning voorbij. „
Rechtbank Limburg 9 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9601
Deze rubriek belicht wekelijks rechterlijke uitspraken met economische gevolgen voor mensen of bedrijven
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie