Een toespraak van president William Ruto heeft een golf van migrantenhaat in Kenia ontketent. Vooral migranten uit Burundi moeten het ontgelden. ‘De Gen Z’ers namen mijn chapati gratis mee.’
is Afrika-correspondent voor de Volkskrant. Ze woont in Naïrobi.
Denise Ntihebuwayo uit Burundi, acht maanden zwanger van haar derde kind, zit met haar dikke buik in het gras te wachten tot het hek van de ambassade opengaat. Haar zoontjes van bijna 2 en 4 proberen bij wijze van spel hun peuterhandjes onder een putdeksel te klemmen.
Dat dit gezin hier bivakkeert, voor de Burundese ambassade in Nairobi, de hoofdstad van Kenia, heeft alles te maken met een toespraak van de Keniaanse president William Ruto. Op 2 september ontketende hij een golf van migrantenhaat die nog steeds voortduurt in Kenia.
Tijdens een toespraak in het State House, de presidentiële residentie, benoemde Ruto dat veel ‘buitenlanders’ zonder vergunning werken in kleine bedrijfjes en informele banen hebben aan de onderkant van de arbeidsmarkt, zoals straatverkopers en uitbaters van marktkramen. Dergelijke buitenlandse ‘hosselaars’ dragen niet bij aan de economische groei van Kenia en moeten hun zaak sluiten, stelde hij.
Ntihebuwayo is zo’n hosselaar. Burundi is een van de armste landen van Afrika. Net als duizenden andere Burundezen werkte ze zonder geldige vergunning in het welvarender Kenia. Ze verdiende geld met het verkopen van eten en snoep op straat in de havenstad Mombasa. Haar man verkocht eieren. Ze kan niet vertellen hoeveel het opleverde, maar ze kwamen rond, het was ‘genoeg’.
Tien dagen na zijn eerste toespraak kwam Ruto op zijn woorden terug. Hij stelde dat burgers van de ‘Oost-Afrikaanse gemeenschap’, het gaat dan om onder anderen onderdanen van Tanzania en Burundi, in Kenia mogen werken, mits ze zich eerst registreren. Hiervoor krijgen ze negentig dagen de tijd. Hij veroordeelde geweld tegen vreemdelingen. ‘Geen enkele burger heeft het recht om de wet in eigen hand te nemen.’
Kort na deze tweede presidentiële toespraak verschaften jongens die Ntihebuwayo omschrijft als ‘chokoraa’, Swahili voor hangjongeren, zich toegang tot haar eenkamerwoning in Mombasa. ‘Ze zeiden: jullie zijn Burundezen, jullie horen hier niet. Ze namen alles mee. Ons geld en onze spullen.’
Uiteindelijk nam de hoogzwangere vrouw met haar man en kinderen de bus naar Nairobi, een urenlange reis. Van de ambassade hoopt ze ‘documenten’ te krijgen waarin staat dat ze mag werken in Kenia, of als dat niet lukt ‘papieren om naar huis te mogen’. Ze wijst naar haar buik. Als ze terug wil zijn in Burundi voordat de kleine wordt geboren, moet ze opschieten.
Volgend jaar zijn er in Kenia presidentsverkiezingen. President Ruto stelt zich kandidaat voor een tweede termijn. Migratie is politiek, in Afrika net zo zeer als in Europa. Het Keniaanse dagblad Daily Nation wijst erop dat vreemdelingenhaat zaaien behoort tot de politieke folklore. Jomo Kenyatta, de eerste president van Kenia na de onafhankelijkheid van de Britten, omschreef in 1969 Aziatische migranten en handelaren als ‘zwermen sprinkhanen’.
Politieke leiders op het Afrikaanse continent volgen de ontwikkelingen in Zuid-Afrika. Daar groeide de burgerbeweging March & March eerder dit jaar uit tot een politieke factor van betekenis. March & March eist dat migranten zonder geldige papieren het land verlaten. Tienduizenden migranten uit andere Afrikaanse landen zijn Zuid-Afrika inmiddels ontvlucht. Duizenden Malawiërs zochten bescherming achter de hekken van een vluchtelingenkamp, om uiteindelijk te worden gerepatrieerd.
In Kenia zijn het vooral Burundezen die het moeten ontgelden. Dat is opvallend, want verhoudingsgewijs is hun aandeel in illegale migratie niet zeer groot, blijkt uit een vorig jaar verschenen rapport over de staat van de ‘nationale veiligheid’ in Kenia. De meeste gearresteerde ongedocumenteerde vreemdelingen komen uit Ethopië en Somalië. Burundi staat op de derde plaats.
Medio september zat de straat voor de ambassade van Burundi soms volgepakt met honderden migranten die bescherming zochten tegen woedende Kenianen of gerepatrieerd wilden worden. Nu zijn het er minder, maar nog elke dag kloppen hier Burundezen aan die hopen op bescherming van hun overheid.
Ook Jalaze Manirambuna zit te wachten tot de ambassadepoort opengaat. De 29-jarige Burundees woont in een volksbuurt in Nairobi waar flats dicht op elkaar gepakt staan. Tot voor kort verkocht hij snacks bij zijn straatstalletje: chapati, een soort pannenkoeken, en mandazi, een Keniaanse variant op een donut.
Maar na de toespraken van Ruto is zijn stalletje onlangs vernield door ‘jonge mensen’ die Manirambuna omschrijft als ‘Gen-Z’ers’. Gen Z is in Kenia een politieke factor van betekenis: Gen Z-activisten gingen in 2024 massaal de straat op in Kenia. Wie straks de verkiezingen wil winnen, kan niet om Gen Z heen.
Volgens Manirambuna zijn de Gen Z’ers in zijn buurt vaak werkloos en vinden ze dat buitenlanders hun banen afpakken. ‘De Gen Z’ers vielen ons lastig. Ze gooiden stenen. Ze hebben mijn stalletje vernield. En ze namen mijn chapati gratis mee zonder te betalen.’
Het hek van de ambassade gaat open en Manirambuna stapt naar binnen. Het ziet er goed uit, vertelt hij na afloop opgetogen aan de telefoon. Juridisch gezien zou hij met de juiste documenten gewoon in Kenia mogen blijven werken. Al vraagt hij zich wel af of de ‘Gen Z’ers’ zich iets zullen aantrekken van ‘officiële papieren’.
Maar een paar dagen later laat hij weten dat het toch anders loopt: hij durft bij nader inzien geen chapati meer te verkopen. Zijn stalletje draagt hij over aan een Keniaan. Zelf keert hij terug naar Burundi.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant