De man van Paulien Cornelisse, radio- en theatermaker Chris Bajema, zag hoe de 150’s een soort dagboek van hun gezinsleven vormden. Hij schreef er een eigen column over en koos zijn favoriet van haar.
Jarenlang was ik in de gelukkige omstandigheid dat ik Paulien na het ontbijt zag vertrekken om aan haar column te werken. In de eerste jaren verdween ze dan met haar laptop naar een café om een idee uit te werken. Maar vanaf de coronatijd ging ze gewoon naar boven om in haar pyjama op het bankje in haar werkkamer een column te tikken.
Vaak kreeg ik dan rond half tien een WhatsApp met de vraag of ik haar stukje wilde lezen. Dat deed ik dan. Vervolgens stuurde ik een bericht met ‘Ja!’ of ‘Leuk!’. Dan kreeg ik een smiley terug. Vaak had ze me dan al ergens in huis horen lachen.
Heel soms kwam ik de trap oplopen, omdat ik (de lezer) iets niet begreep of vond dat een zin misschien iets anders kon worden geformuleerd. Dan luisterde ze heel aandachtig en ging weer verder schaven. Rond tien uur kwam ze dan aangekleed naar beneden en liepen we samen naar de koffiewinkel om onze dagelijkse puzzel te maken.
Pas bij het verschijnen van In het kort had ik door dat de gebundelde columns ook een dagboek vormden van ons (gezins)leven. Dat is nu een heel groot geschenk. Een aantal keren schreef ze over mijn liefde voor het schaatsen. Dat fascineerde haar enorm.
Dan werd ik bijvoorbeeld opgevoerd als ‘het hier in huis wonende lid 077244’ dat de jaarvergadering van De Vereniging De Friesche Elf Steden had bezocht. Een van mijn dierbaarste columns (‘Gekraak’) hangt hier in mijn werkkamer aan de muur. Want daarin zijn we samen op avontuur. Voor altijd.
Ergens werd geschaatst, het was belangrijk dat we daarbijwaren. Een van ons leeft al decennia toe naar de volgende Elfstedentocht, die hij dan ook mag rijden. Twee keer Weissensee gedaan. Hij kan pootje over, beide kanten op. En nu was er een bevroren watertje bij Heteren.
Paniekerig reden we erheen. ‘We zijn hier in een zone 30’, probeerde ik. Dat hielp niet. Het paard rook de stal, maar waar was de stal eigenlijk?
Bij Heteren zagen we alleen een opgespoten weiland. Maar op Twitter noemde iemand Renkum. Aan de overkant van de rivier! Snel, voor het ging dooien of sneeuwen!
Ja, daar zagen we ze: schaatsers. Twee om precies te zijn, ook Weissenseeveteranen. ‘Het kraakt, maar het gaat!’ Het ging.
Jammer dat de veteranen toen begonnen over nuances in het gekraak. ‘Bij die omgevallen boom kraakt het net even anders, blijf daar maar uit de buurt.’
Dat was mijn cue om aan de kant te gaan bibberen.
Paulien Cornelisse
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant