Home

Hé, verfrissend: in ‘Digger’ zien we Tom Cruise niet stunten, rennen en vliegen. Keert hij weer terug naar zijn oude zelf?

Met zijn hoofdrol in de politieke satire Digger is Tom Cruise voor het eerst in jaren weer eens iets anders dan actieheld en waaghals. Gelukkig maar, want ook als serieus acteur heeft Cruise meer dan genoeg te bieden.

is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.

Er was een tijd, niet zo lang geleden, dat Tom Cruise meer bezig leek met sterven dan met spelen.
Cruise had zich vrijwel uitsluitend toegelegd op levensgevaarlijk stuntwerk in de Mission: Impossible-films en Top Gun: Maverick. Het acteerwerk was daarbij van secundair belang: voor Cruise draaide alles om de krankzinnige stunts die hij altijd zélf wilde uitvoeren. Aan vliegtuigen hangen, een onmenselijk lange tijd doorbrengen onder water, met een motor van een hoge bergtop afrijden; dat werk.

Cruise is een filmster, een van de laatste échte filmsterren die Hollywood nog heeft. Hij is iemand voor wie mensen naar de bioscoop gaan, iemand die elke film waarin hij speelt haast automatisch ontstijgt. Maar de term ‘acteur’ leek de afgelopen decennia steeds minder passend. Cruise was stuntman, filmster, complexe beroemdheid en daarna misschien pas acteur.

Tot nu, want Cruise speelt voor het eerst sinds 2012 weer eens in een film die géén actiefilm is. Cruise speelt het titelpersonage in Digger, de nieuwe film van Oscarwinnend regisseur Alejandro González Iñárritu (Birdman, The Revenant). Deze Digger is een steenrijke oliebaron die met zijn permanente honger naar meer een ongekende natuurramp veroorzaakt en die vervolgens zélf probeert op te lossen.

Een zestiger?!

Het is een rol waarvoor Cruise urenlang de visagie in moest, vooral omdat hij flink ouder gemaakt moest worden. Cruise lijkt nu eenmaal leeftijdsloos: niemand gelooft na zijn ongekende stuntwerk dat Cruise een zestiger is.

Maar bovenal is Digger eindelijk weer eens een film waarin Cruise de kans krijgt om andere registers aan te boren: grootse, theatrale registers, maar ook een meer onzekere, kwetsbare kant. In een film vol verrassende wendingen is Cruise een continu verrassende attractie op zich, met als hoogtepunt een minutenlange monoloog in een parlementsgebouw.

Dat Cruise zo’n monoloog kan dragen en optillen, is geen verrassing, al kon je na al die jaren wel vergeten zijn dat Cruise in de kern ook een uitstekende acteur is. Een actiefilm vraagt toch net iets anders dan samenwerkingen met regisseurs als Paul Thomas Anderson en Stanley Kubrick.

Een koerswijziging

Want had in de jaren negentig gezegd dat Cruise twintig jaar later alleen nog de waaghals zou spelen in plaats van complexe en gelaagde personages in films van Kubrick, Martin Scorsese en Steven Spielberg, en je was voor gek verklaard.

Waar was bijvoorbeeld de Tom Cruise uit Magnolia gebleven? In die film speelde hij een angstaanjagend goede, misogyne en toch ook breekbare versiercoach, een rol die met de jaren alleen maar aan relevantie won en waarvoor Cruise zijn eerste Oscar had moeten winnen.

En wat te denken van zijn complexe rol in Kubricks ongrijpbare Eyes Wide Shut, tegenover toenmalig echtgenoot Nicole Kidman? Of onvergetelijke rollen in klassiekers als A Few Good Men, Jerry Maguire en Collateral?

De koerswijziging in de carrière van Cruise was vermoedelijk niet helemaal vrijwillig. Dat voert natuurlijk vooral terug naar het beruchte ‘bankspringincident’ in The Oprah Winfrey Show in 2005, waarin Cruise al springend maniakaal zijn liefde betuigde aan toenmalige vriendin Katie Holmes.

Ook zijn banden met de Scientology-beweging begonnen steeds meer tegen hem te werken, vooral ook door enkele opmerkelijke interviews. Toen filmstudio Paramount de samenwerking met Cruise beëindigde na tegenvallende bezoekerscijfers voor de derde Mission: Impossible-film, leek zijn carrière in een voorzichtig slop te raken.

Inwisselbare rollen

Het leidde ertoe dat Cruise vooral op veilig ging spelen. Los van een incidentele uitspatting zoals in Tropic Thunder, waarin Cruise een lekker vette hollywoodgriezel speelt, kwam dat vooral neer op inwisselbare actiefilms als Valkyrie, twee Jack Reacher-films en Knight and Day. Zijn laatste niet-actierollen speelde Cruise in 2007 (het politieke drama Lions for Lambs) en 2012 (in de mislukte musical Rock of Ages).

Pas halverwege de jaren tien begon Cruise zich als actiester naar de absolute top te bewegen. Vanaf het vierde deel werden de Mission: Impossible-films per film beter (en de stunts van Cruise gewaagder), en Cruise droeg hoogst vermakelijke genrefilms als Edge of Tomorrow en American Made.

Toch was het vooral Top Gun: Maverick, het langverwachte vervolg op de testosteronklassieker uit 1986, waarmee Cruise zichzelf in 2022 kroonde tot de koning van Hollywood.

Het waren duistere tijden voor de bioscopen door de coronapandemie, en Cruise leek een van de laatste voorvechters voor een volwaardige bioscoopervaring. Waar veel films steeds kortere (of helemaal geen) bioscoopreleases kregen, wilde Cruise net zo lang wachten met het uitbrengen van de film tot een volwaardig bioscoopbezoek mogelijk was.

De redder van Hollywood

Met succes: Top Gun: Maverick bracht uiteindelijk bijna anderhalf miljard dollar op aan de bioscoopkassa en werd de best bezochte film uit Cruise’ carrière. Het leidde ertoe dat Steven Spielberg tijdens een Oscarlunch in 2023 tegen Cruise zei dat hij ‘Hollywood had gered’ en dat Maverick misschien wel de hele bioscoopindustrie heeft gered.

Cruise was daarmee veel meer geworden dan alleen een acteur, hij werd een soort beschermheilige van de hele filmindustrie. De Hollywoodgek was ineens Hollywoods laatste hoop geworden.

Risico’s bleef hij ondertussen vooral zoeken in zijn stuntwerk in de Mission: Impossible-films, met stunts die steeds gekker, onmogelijker en gevaarlijker leken te worden. Het leek soms wel of Cruise een doodswens had, maar naar eigen zeggen wilde hij gewoon voorzien in de ultieme filmervaring. Film is zijn leven, en daarvoor wil hij met liefde zijn leven geven.

Die bereidheid om tot het absolute uiterste te gaan leverde Cruise veel nieuwe waardering op, vooral in een tijd waarin zielloze superheldenmeuk uit de computer van Marvel steeds dominanter leek te worden. Cruise had tenminste nog eerbied voor het vak, voor een filmervaring waarbij daadwerkelijk iets op het spel staat.

Toen de Mission: Impossible-franchise met het achtste deel tot een (voorlopig) einde kwam, werd het interessant om te zien welke koers Cruise zou kiezen voor zijn carrière. Stuntman of acteur? Aan de waaghalzerij lijkt voorlopig in ieder geval geen einde te komen: Cruise werkt aan een vervolg op racefilm Days of Thunder en is met Nasa en SpaceX in de weer om de eerste actiefilm te ontwikkelen die volledig in de ruimte wordt opgenomen.

Merkwaardig genoeg voelt dat laatste na de afgelopen Cruise-decennia minder vreemd dan een rol in een ‘normale’ film, zoals in Digger.

Toch slaagt hij glansrijk, juist ook omdat hij zijn perfectionisme en bezetenheid meeneemt in zijn spel in Digger. In dat opzicht is Digger misschien helemaal niet zo’n transformatie, maar veel meer een nieuwe iteratie van risicoman Cruise die de supermens links laat liggen en weer op zoek gaat naar iets menselijks. Dat doet hij in een film die talloze risico’s neemt, en op slimme wijze speelt met zijn perfectionisme (ook áchter de schermen).

Tegelijkertijd ís Cruise ook de film. De eerste trailer voor Digger was een minutenlange compilatie van eerdere Cruise-rollen. Het marketingteam achter Digger leek daarmee alvast een voorschot te willen nemen op een Oscarnominatie voor Cruise (die er na het zien van Digger best mag komen). Niet voor niets sluit de trailer af met een quote uit de Mission: Impossible: ‘Everything you were, everything you’ve done, has come to this’.

Cruise is altijd een man van risico geweest, waarbij het risico vele verschijningsvormen kent. De laatste jaren nam hij dat risico vooral in zijn stunts, en minder in zijn spel.

Maar kijk naar zijn rollen in de jaren negentig en de vroege jaren nul, en zie toch vooral een acteur die keuzes maakt en zich volledig committeert aan een rol. En een acteur die dingen kan die anderen niet kunnen. Zoals Jerry Maguire-regisseur Cameron Crowe het ooit samenvatte: ‘Cruise heeft het unieke talent om teksten die uit de mond van iemand anders misschien gek of dommig zouden klinken, toch oprecht te brengen.’ (Iets wat hij ook als geen ander kon in zijn actievehikels).

Ondertussen zien we vrijwel niets meer van de mens achter de superster zelf. Een tweede bankspringincident zal niet snel meer plaatsvinden. Cruise schermt zijn persoonlijke leven volledig af, en regisseert zijn uitingen in het openbaar zo zorgvuldig mogelijk. Toen hij onlangs werd geïnterviewd door het Amerikaanse GQ, slaagde Cruise erin om vrijwel niets noemenswaardigs te zeggen.

Een beetje een freak

Dat is inmiddels vaste prik: Cruise is een meester in het praten zonder iets te zeggen. Alles draait om de films, de mens Cruise is volgens hemzelf niet relevant. Best logisch ook: de laatste keer dat Cruise volledig zichzelf leek, kostte hem dat bijna zijn carrière. En dat Cruise toch een beetje een freak is, weet iedereen inmiddels wel.

In dat opzicht valt het te hopen dat Cruise de Digger-lijn durft door te zetten, en weer vaker gaat samenwerken met wat radicalere (arthouse)regisseurs. Zijn gestunt in de ruimte biedt ongetwijfeld een onvergetelijke kijkervaring, maar Digger laat zien dat ook de acteur Tom Cruise nog een glansrijke nieuwe toekomst voor zich heeft.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next