Jazzfestival Orange Jazz Days zet dit weekend in TivoliVredenburg de Nederlandse jazz in volle breedte centraal. Maar wat maakt die jazz eigenlijk zo Nederlands en vooral: waarin zit die vernieuwing?
Trompettist Eric Vloeimans, vorig jaar op de eerste editie van de Orange Jazz Days in TivoliVredenburg in 2025. Hij treedt er ook dit jaar weer op.
Is Nederland een van de meest innovatieve jazzlanden van Europa? Orange Jazz Days, dit weekend in TivoliVredenburg, lijkt het antwoord te weten. Voor de tweede keer komt er op dit festival, twee dagen lang, uitsluitend jazz van eigen bodem: 24 bands, een doorsnede van de Nederlandse scene, van Han Bennink en Benjamin Herman tot een nieuwe generatie die jazz losjes vermengt met hiphop, afrobeat en elektronica.
De jazz-tweedaagse heeft iets weg van het popfestival Noorderslag, door de wijze waarop het de nieuwste ontwikkelingen in de Nederlandse jazz peilt en signaleert. Op meerdere podia komen uitsluitend bands van eigen bodem voorbij en die laten zich moeilijk in één stijl vangen. Er is de vrije improvisatie van de Nederlandse improscene, die al sinds de jaren zeventig een stevige reputatie heeft. Er zijn jonge muzikanten die jazz dansbaarder maken en invloeden uit hiphop en afrobeat binnenhalen. En er zijn ensembles die gecomponeerde muziek en jazz steeds nadrukkelijker in elkaar laten grijpen, zoals het North Sea String Quartet en Artvark Saxophone Quartet.
Met een scherp artistiek profiel en een breed programma wil het festival de vitale positie van Nederland als een van de meest innovatieve jazzlanden van Europa benadrukken. Maar wat maakt de jazz van eigen bodem zo sterk? Jazzprogrammeur Guy van Hulst is er duidelijk over: alles. „Het zit niet in de Nederlandse aard om ons op de borst te kloppen. Maar we hebben een levendige jazzscene, het is een fantastisch diverse staalkaart van progressiviteit en hoge kwaliteit. De jazz is veelvormig. Niks lijkt op elkaar, het is hoogst originele muziek.”
Jazzdrummer Jamie Peet treedt dit jaar op tijdens Orange Jazz Days.
Bij andere jazzfestivals krijgen volgens Van Hulst vooral internationale jazznamen aandacht, terwijl er in eigen land volop muziek wordt gemaakt die zich volgens hem kan meten met internationale acts. „Door de populaire jazzverzamelalbum We Out Here stond de Britse jazzscene een tijdje volop in de aandacht. Maar is die jazz nu werkelijk zoveel beter? Ik zeg keihard nee. Het was gewoon een slimme vorm van nieuwe bands presenteren.”
Dat is dit festival ook, een strik om de Nederjazz. „Ik vind de Nederlandse jazz er met kop en schouders bovenuit steken. Hoe een hele nieuwe generatie jazzmuzikanten zich ontwikkeld heeft, hoe ze niet onderdoen voor hun internationale collega’s.”
De jazzscene van vandaag kent een opvallende onderlinge samenhang. Er wordt weinig concurrentie gevoeld en muzikanten bewegen zich gemakkelijk tussen verschillende projecten. Wel is de Nederlandse infrastructuur kwetsbaar. Er is geen brancheorganisatie meer die op de jazz let, alles moet zelf gedaan worden.
Dat de jazz van Nederlandse tv en radio is verdwenen is „doodzonde”, zegt Van Hulst. Orange Jazz Days rekent af met het idee dat jazz ‘maar een niche is’. „Maar ik ben positief gestemd, en ik zie hoe de jazz op steeds meer podia, in clubs en zelfs op popfestivals terrein wint”, zegt Van Hulst. „Het woord jazz is de afgelopen honderd jaar steeds iets anders gaan betekenen. Voor de Nederlandse jazz was en blijft het kenmerkend dat het een internationale allure heeft, de ramen staan wijd open voor invloeden.”
Een van de muzikanten die die openheid belichaamt, is de Rotterdamse toetsenist Anton de Bruin, wiens speelse, dansbare geluid dub en afrobeat met jazz mengt en aansluit bij de internationale urbanjazz. Ook jazzdrummer Jamie Peet, een soepel schilderende maatgever, profileert zich dit jaar als componist met een eigen band.
Drummer Guy Salamon treedt op bij de Orange Jazz Days
Het is slechts één van de moderne lijnen op Orange Jazz Days. Van grote ensembles als Tyn Wybenga’s Brainteaser Orchestra en het Millennium Jazz Orchestra, het trio van gitarist Reinier Baas, saxofonist Ben van Gelder met drumveteraan Han Bennink tot de vocale jazz van Fay Claassen (nu een opvallende uitblinker in het mainstream muziekprogramma Beste Zangers), de humorvolle jazz van de Guy Salamon Group in de traditie van avantgardist Misha Mengelberg, de ruigere nieuwe band van trompettist Teus Nobel en een volvette impro-estafette: alles komt voorbij.
In de traditie van vroegere showcasefestivals als de Dutch Jazz Meeting en InJazz komen hopelijk ook nieuwe internationale speelmogelijkheden op gang. Er komen veel programmeurs van vooraanstaande buitenlandse jazzpodia luisteren. Dat de mailbox van de organisatie volstroomde met aanmeldingen van bands, is dan ook niet vreemd.
De nieuwe lichting is gretig, merkt Van Hulst. „Er zijn simpelweg te weinig podia om langdurig met een band te kunnen toeren. Tegelijkertijd blijft het voor Nederlandse jazzartiesten lastig om zich internationaal te profileren. Met lichte afgunst kijken we naar landen als Noorwegen en Zweden, die een soort jazzsubsidieloket hebben dat ruimere mogelijkheden biedt voor reizen en internationale presentatie.”
Orange Jazz Days zijn op 2 en 3 oktober in TivoliVredenburg, Utrecht. Info: orangejazzdays.nl
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie