Bloemlezing Het kleine groot maken en het grote klein. Schrijfster, cabaretier en programmamaker Paulien Cornelisse kon het als geen ander. Zeven hoogtepunten uit het NRC-archief.
Paulien Cornelisse tijdens de Nacht van NRC in 2016 in De Doelen.
U zit op een openbaar toilet. Het hokje naast u is bezet. Bent u zo iemand die zich daar niets van aantrekt en gewoon begint? Ik niet. Ik wacht liever tot de Ander opent, dan bespaar ik mijzelf de schaamte dat de Ander tot in detail hoort wat ik aan het doen ben. Dit levert problemen op als de Ander hetzelfde doet. Erger dan welk toiletgeluid dan ook is de situatie waarin beide partijen elkaar geluidloos toeschreeuwen: „Begin dan!”
Nu ik in Japan woon, zijn mijn toiletproblemen verleden tijd. Japanse vrouwen trekken door zodra zij beginnen, zodat elk geluid wordt overstemd door het geraas van water. Als zij klaar zijn trekken ze nog een keer door om daarna zelfverzekerd het hokje uit te stappen in de prettige wetenschap dat niemand hen kan beschuldigen van darmgeluiden. Iedereen tevreden.
Behalve de milieubewusten onder de Japanners. Al dat schone water dat vooraf zinloos weggespoeld wordt! Om aan dat bezwaar tegemoet te komen werden in openbare toiletten apparaatjes geïnstalleerd. Een druk op de knop zorgt voor levensecht doortrekgeluid. Het apparaatje produceert alleen het geluid, er wordt niet echt gespoeld. Een elegante oplossing, maar hij werkt niet in de praktijk. De enige gebruiker blijkt de naïeve buitenlandse te zijn, die denkt dat het de doortrek is, en vervolgens alarm slaat omdat zij niets ziet verdwijnen. De Japanse vrouw hoort dondersgoed dat het niet het geluid van de echte doortrek is. En wie een apparaat gebruikt dat is ontworpen om toiletgeluiden te verbergen produceert vast iets dat de stilte niet kan verdragen! Er blijft maar één oplossing over: echt doortrekken. Na het gebruik van de doortrek kan de Japanse met een onschuldig gezicht naar buiten treden; zij trok alleen maar door omdat zij zo hygiënisch is. U dacht toch niet dat zij zich verlaagt tot een grote boodschap?
De laatste waterbesparende actie is een automatisch stortbakgeluid als de wc-deur wordt dichtgedaan. Een nutteloze installatie, want de onderbroek is nog niet naar beneden of het geluid is alweer verstomd. Of zou de uitvinder hopen dat een toiletgebruiker gedurende de sessie de deur af en toe open en dicht doet?
De definitieve oplossing laat op zich wachten: een continu, allesoverdonderd geluid van een Japanse reuzenwaterval.
Deze column verscheen op 26 februari 1999 in NRC Handelsblad. Het was het eerste stuk dat Paulien Cornelisse, destijds nog student in Japan, schreef voor deze krant.
Stel je het volgende type voor: jongensachtige man in T-shirt met mannendecolleté, met een broek die zogenaamd niet duur is, bedoeld nonchalante gezichtsbeharing, misschien een petje, misschien een duimring, en misschien een mystiek kettinkje om de hals uit Samoa of een andere mystieke locatie. Plaatje compleet?
Welnu, dit type man heeft een eigen taal, en in deze taal is één woord heel belangrijk, en dat is het woord ‘ding’ – of dat een Freudiaanse oorsprong heeft weet ik niet. Om verwarring te voorkomen: ding betekent voor deze mensen allang niet meer ‘object’ of ‘meisje’ (‘lekker ding’), want dat is ouderwets.
Nee, het ding is groter geworden. Het ding is eigenlijk het hele leven. ‘Het belangrijkste is gewoon dat ik echt mijn eigen ding doe, weet je,’ is een heel normale zin voor de jongensachtige man. Of: ‘Als snowboarden je ding is, dan is Oostenrijk echt je plek.’ Als Chris ‘mannendecolleté’ Zeegers het niet allang gezegd heeft, dan kan het in ieder geval niet lang meer duren.
Het ding is niet alleen je passie of je favoriete bezigheid. Een ding kan ook vervelend zijn, want er hangt serieusheid omheen. ‘Ik wil haar ouders best een keer een hand geven, maar daar helemaal gaan eten? Dan wordt het echt zo’n, zeg maar, ding.’
Maar ‘ding’ kan ook gebruikt worden om een serieuze mening af te zwakken: ‘Nee, ik vind vreemdgaan niet oké, maar dat is mijn ding, hoor.’
Het ding is dus belangrijk, maar gelukkig is het dusdanig vaag dat je er niet echt iets mee zegt, waardoor we allemaal goede vrienden blijven met onze mystieke kettinkjes. Giel Beelen (petje, mannendecolleté) zei onlangs op televisie: ‘Ja, als Erik de Zwart vroeger op de radio kwam, dat was wel echt een ding, zeg maar.’
Een goed ding? Een slecht ding? Het zal wel sfeerverpestend zijn om hier duidelijkheid over te willen, maar dat is dan zeg maar weer mijn ding.
Deze column verscheen op 3 april 2008 en werd later opgenomen in Taal is zeg maar echt mijn ding.
De verwarde cavia was blij dat de feestdagen achter de rug waren. Dat beweerde overigens iedereen op de afdeling Communicatie, maar de cavia vermoedde dat zij de enige was die het echt meende. Er werden allerlei verhalen verteld over feesten met veel drank en de auto niet meer kunnen vinden.
De cavia dronk niet (of nauwelijks) en dat maakte zulk soort wilde nachten een onmogelijkheid in haar leven. Roy, de receptionist, vertelde dat hij tijdens Oud en Nieuw drie keer ‘royaal’ over zijn nek was gegaan.
Zelf had Cavia oudejaarsavond gevierd bij haar nicht, die drie kinderen had. Leuke kinderen, heus wel, maar de nicht van Cavia was ervan overtuigd dat de kinderen te weinig uitgedaagd werden op school en dat ze daarom zo druk waren.
Cavia had zich dapper de avond doorgesjoelbakt terwijl de drie kinderen omstebeurt een woedeaanval kregen. Haar nicht dreigde dan met ‘naar bed’, om ze meteen daarna verbeten te knuffelen. De man van de nicht deed niks maar zat op de bank. In plaats van met zijn ogen te knipperen, hield hij ze steeds een paar seconden dicht. „Hoe is het met je werk?” vroeg hij. „Wat deed je ook alweer?”
Hij gaapte al voor Cavia antwoord kon geven.
Van de weeromstuit at Cavia de ene oliebol na de andere.
De kinderen mochten vuurwerk afsteken. Cavia verzon ter plekke dat vuurwerk te riskant was voor haar vacht en dat ze daarom binnenbleef. „Dat ik dat nooit eerder bedacht heb!” dacht ze triomfantelijk toen ze eindelijk lekker alleen binnenzat. Het was het soort leugen dat zo goed paste, dat ze er bijna in ging geloven.
Om één uur ging ze naar huis. De man van haar nicht liet haar uit. Terwijl hij de deur achter haar dichtdeed hoorde ze hem nog net ‘hèhè’ zeggen.
2013 was begonnen.
De allereerste Verwarde Cavia verscheen op 10 januari 2012 op de Achterpagina van NRC onder het pseudoniem J. Waterlander.
Wat mensen anders maakt dan dieren is dat ze willen verbeteren (en dat ze het leuk vinden om kleren aan te doen, maar daar gaat het nu niet om). Mensen zijn dol op verbeteren. Niet alleen zinloze sportrecords en ‘de wereld in het algemeen’ (iets met bomen of sojaplantages of religieuze spanningen in conflictgebieden), maar ook: elkaar.
Verbeteren, ik heb het dieren nog nooit zien doen. Dat je een kat hoort miauwen (‘mi-AUW’) en dat zijn collega-kat dan kritisch kijkt en zegt: ‘Het is toevallig MI-auw. Hoor.’
Mensen hebben daarentegen een heel spectrum aan verbeteringen. De meeste mensen vinden het niet kunnen om te zeggen: ‘Hee, overnieuw bestaat niet, het is óf „over” of „opnieuw”.’ Verbeteren moet subtieler, bijna als iets stiekems dat je liever niet doet, maar toch niet kunt laten. Een soort verbaal neuspeuteren.
Voor het subtiel verbeteren bestaan verschillende strategieën.
Zo heb je de stille verbeteraars. Stel, je zegt: ‘Thais eten, daar kun je me ten alle tijde voor wakker maken!’ Dan zegt de stille verbeteraar, zonder je aan te kijken en heel zachtjes: ‘te alleN tijde.’ Alsof het een stem vanuit het niets betreft. Tegen een stem uit het niets kun je niets terugzeggen.
Je hebt ook verbeteraars die hun verbetering pseudo-natuurlijk in hun antwoord verwerken. ‘Ik had vroeger geen latijns op school.’ ‘Nee? Had je geen latijnnn? Nou ja, niets aan gemist.’ De verbetering is zo ingekapseld dat je er wederom niets op terug kunt zeggen. Want dat is het ergste: ontmaskerd worden als verbeteraar. Dat komt omdat verbeteren zo duidelijk nutteloos is, en dus alleen maar gaat om het tentoonspreiden van kennis van de verbeteraar zelf. Zelfs verbeteraars zélf denken niet dat de wereld beter wordt als iedereen hun verbeteringen ter harte zou nemen.
Nu is niet iedereen even allergisch voor verbeteraars. Ikzelf wil mensen graag bloedig vermoorden als ze verbetergedrag vertonen. Dat komt natuurlijk omdat ik zelf in het diepst van mijn wezen een verschrikkelijke verbeteraar ben, maar dat krampachtig onderdruk (bedankt, Freud). Ik heb wel eens tegen iemand gezegd: ‘Zeg je nou bewust cataLOgus?’ En diegene is daar nog steeds door getraumatiseerd. Ik kijk dus wel uit. En als ik dan iemand anders schaamteloos zie verbeteren, dan kan ik dat niet uitstaan! Ik zou ook zo graag verbeteren, maar ik mag het niet van mezelf.
Ik sprak eens een man die zo droevig was geweest, dat hij zes weken onder zijn bed had gelegen. Niet erin, wat mij nog wel lekker lijkt, maar eronder, tussen de huidschilfers – visualiseer het maar even. De enige reden dat hij niet was doodgegaan onder het bed, was dat hij besefte dat er konijnen bestonden in de wereld. ‘Konijnen’, vertelde hij, ‘die zijn zó lief en zacht. Ze zullen je nooit beoordelen en ze nemen je gewoon zoals je bent.’ Hoe je het aan een konijn zou kunnen zien als hij je níet neemt zoals je bent, weet ik niet. Maar ik vond het zielig, verbeterend haast, om dit sfeerverpestende vraagje te stellen.
Verschenen op 1 maart 2008 in het toenmalige NRC-maandblad M.
Ik had een voortzeurende griep. Goddank was er een epidemie, zodat iedereen ook meteen zei: „Oh, heb je díé griep. Ja, die kan lang doorzeuren.”
Blijkbaar denk ik dat ik zonder back-up van een officiële epidemie niet geloofd word. Ik snap niet waar deze angst vandaan komt, want ik heb geen verleden met schoolziek zijn. Voor de zekerheid verkondig ik de hele tijd: „Ik heb ook koorts.” Dat moet onuitstaanbaar zijn voor de mensen in mijn omgeving, maar ik ben toch bang dat ze me anders niet geloven. Terwijl het juist heel verdacht overkomt als je de hele tijd details geeft. Hoe meer details, hoe leugenachtiger.
Er moest werk afgezegd worden, en ik hoorde mezelf daadwerkelijk zeggen: „Ik vind het heel jammer, maar dit is overmacht.” Ook alweer zo verdacht. Meestal beginnen mensen over ‘overmacht’ als iets alleen maar een klein beetje onhandig is. „Jongens, mijn tank is leeg en ik ben al jaren niet met de trein geweest, dus ik kom vandaag niet – jullie begrijpen, dit is overmacht!”
Omdat ik zo bezig was met ingebeelde sceptici, begon ik me op een bepaald moment af te vragen of er ook soorten griep bestaan die je hersenen aantasten. Dat moet niet onmogelijk zijn, toch? Wat is het doel van een virus? Een virus heeft natuurlijk niet echt een doel, maar for all intents en purposes ‘wil’ een virus natuurlijk wel dat er zo veel mogelijk mensen ziek worden. Stel nou dat dit virus niet alleen wilde dat iedereen ziek werd, maar ook dat al die zieke mensen paranoïde zouden worden over of ze wel geloofd werden? Zouden er duizenden mensen net als ik aan het roepen zijn: „Maar ik heb écht koorts! Dit is géén zware verkoudheid!”
Gelukkig kun je met Google onderbouwing vinden voor elke theorie, dus inderdaad vond ik wel iets over stofjes in je brein tijdens een griep, waardoor ik ‘zie je wel!’ kon zeggen. „Ik bén helemaal niet echt paranoïde over of mensen mijn ziekte wel geloven, het is die ziekte zelf, die mij doet denken dat ik dat denk!”
Op dat punt begon mijn omgeving mij pas echt raar aan te kijken.
Verschenen op 27 januari 2018.
Schrijven over humor is heel ongrappig. Toch moet er nu iets over grappen gezegd worden, opdat wij elkaar allemaal beter begrijpen. Laat me iets schrijven over de Engelse begrippen punching up en punching down.
Punching up betekent dat je grappen maakt ten koste van het heersende gezag. Denk aan de hofnar. Punching down is lachen om mensen die zwakker zijn dan jij. Denk aan dwergwerpen.
Dit zijn historische voorbeelden, maar ook nu bestaat punching up en punching down. Punching up is soms leuk en soms niet leuk, afhankelijk van de kwaliteit van de grap. Punching down is eigenlijk nooit leuk.
Tot zo ver alles duidelijk, maar om het moeilijker te maken is niet iedereen het erover eens of een grap ‘naar boven’ of ‘naar beneden’ gaat.
Neem het tv-programma Voetbal Inside, waar René van der Gijp verscheen met een pruik op; dit als komisch bedoeld commentaar op de Vlaamse transvrouw Bo van Spilbeeck, die eerder bij De wereld draait door was geïnterviewd. Duidelijk een geval van punching down, zou je zeggen, want transgenders vormen een kleine, kwetsbare minderheid. Maar vindt Gijp-met-pruik zelf ook dat hij aan punching down doet? Ik vermoed van niet.
Er zijn de laatste tijd veel minderheden die terecht meer respect opeisen. Denk aan niet-witte mensen, homo’s, transgenders, en o ja, hoe kon ik ze vergeten: vrouwen, de enige minderheid die een meerderheid is. Deze minderheden worden daar (soms) in gesteund door ‘instituten’ als de NOS en De wereld draait door. Die instituten hebben geen echte macht maar wel een soort opiniërende macht. Daarom zou het kunnen dat Van der Gijp zijn eigen grap eerder punching up vindt – we lachen niet om transgenders, maar om het correcte ‘gezag’ dat ons vertelt wat wij zouden moeten denken.
Het feit dat Van der Gijp het zelf grappig vindt, zegt waarschijnlijk iets over hoe hij zichzelf ziet: niet als een concurrerende opiniërende macht, die Voetbal Inside wel is, maar als een machteloze man die zich alleen als hofnar kan verzetten tegen wat hem wordt opgelegd.
Het jammere bij dit soort punching up is dat er geen echte macht geraakt wordt, en dat de mensen die erom lachen in veel gevallen wel ‘naar beneden’ lachen – haha, een man die zich verkleedt als vrouw! Daardoor is het ‘slachtoffer’ dus nooit de NOS, maar wel de transvrouw die haar pruik niet op durft.
Dus dat.
Deze column verscheen op 9 februari 2018 in NRC.
Er bestaat een zelfhulpboek dat Fuck It heet. Sterker nog: Paulien Cornelisse en Ellen de Bruin ontdekten dat de auteur van het boek ook ‘fuck it retreats’ organiseerde, in een resort in Italië met een zwembad erbij. Ze lazen dat sommige mensen, na zo’n fuck it-retreat, hun leven omgooiden. Kortom: dat moesten ze zien. „’s Avonds worden alle emoties afgeblust met wijn.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie