Home

De koning wilde weten wát zijn voorouders deden in de koloniën – nu krijgt hij antwoord

Geschiedenis Deze vrijdag verschijnt een „allesomvattend” onderzoek over welke rol het Huis Oranje-Nassau speelde in de koloniale geschiedenis. Over wát de stadhouders, koningen en koninginnen precies deden of nalieten. Willem-Alexander acht het noodzakelijk „de impact van de geschiedenis op mensen en gemeenschappen zo scherp en eerlijk mogelijk onder ogen te zien”.

Koning Willem-Alexander tijdens een ritueel met vertegenwoordigers van nazaten van tot slaaf gemaakten en inheemse gemeenschappen in Paramaribo, in 2025.

Op een plek waar in de Surinaamse hoofdstad Paramaribo aarde, water en lucht samenkomen en het contact met voorouders volgens Surinamers zich het sterkst aanwezig is, schonken inheemsen en nazaten van tot slaafgemaakten koning Willem-Alexander eind vorig jaar vergiffenis. Voor wat zijn voorouders die van hen hadden aangedaan, waarvoor hij twee jaar eerder excuses had aangeboden. Het was een emotioneel beladen bijeenkomst. De koning stond daar met het besef dat „de pijn doorwerkt” en „als verantwoordelijke”, vertelde hij na afloop.

Maar wát de stadhouders, koningen en koninginnen precies deden of juist nalieten, hoezeer ze het Nederlandse koloniale beleid stuurden en hoe het Huis Oranje-Nassau materieel of immaterieel profiteerde van de koloniën, wordt deze vrijdag pas bekend.

Vier jaar geleden vroeg de koning Gert Oostindie, emeritus hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis aan het Instituut voor Geschiedenis aan de Universiteit Leiden, dat te onderzoeken. Zestig onderzoekers werkten mee en kregen toegang tot het Koninklijk Huisarchief, het privéarchief van de familie Oranje-Nassau. Hun conclusies worden deze vrijdag gepubliceerd in vier boeken en een samenvattend publieksboek.

Regelmatig zegt de koning dat hij de „geschiedenis niet uit de weg wil gaan, ook niet de pijnlijke”. Zo ook deze vrijdag: hij komt na de publicatie met een reactie.

Half miljard verdiend aan slavenhandel

Uit eerder onderzoek, onder meer door Oostindie in 2006, is een aantal feiten bekend. Want hoewel de Republiek geen absolute monarchie was zoals Engeland of Spanje en de koloniën werden bestuurd door de door burgers geleide West-Indische Compagnie (WIC) of Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), waren de Oranje-Nassaus wel betrokken.

Uit een onderzoek in 2023 naar de rol van de Nederlandse staat bij slavenhandel, bleek bovendien dat achtereenvolgende stadhouders tussen 1675 en 1770 alleen al daaraan omgerekend ruim een half miljard euro verdienden. Dat bedrag kwam onder meer uit de winst van de WIC, die handelde in tot slaaf gemaakten. Wat aan dividend uit de VOC werd uitbetaald, is nog onbekend.

Ander onderzoek, uit 2017, wees uit dat stadhouder Willem V (1766-1795) twee jongetjes uit Guinee „cadeau” kreeg, die hij gebruikte om te pronken met zijn overzeese banden. Onder koning Willem I werd in 1814 de slavenhandel met Nederlandse schepen weliswaar verboden, maar hij richtte ook de Nederlandsche Handel Maatschappij (NHM) op. De NHM inde op Java belasting in natura en verplichtte de inheemse bevolking een deel van hun grond te verbouwen ten gunste van de Nederlandse schatkist.

Het zou bovendien tot 1863 duren voordat slavernij werd afgeschaft in het hele koninkrijk. Willem-Alexander zei daarover, toen hij in 2023 excuses aanbood: „Op een gegeven moment groeit de morele plicht om op te treden. Temeer daar slavernij hier in Europees Nederland strikt verboden was.” Zijn excuses waren voor „het overduidelijke gebrek aan handelen tegen deze misdaad tegen de menselijkheid”. In Suriname zei hij vorig jaar dat die excuses gingen over „niets doen” en dat hij hoopte dat het „allesomvattende” onderzoek van Oostindie gaat over wat „wel is gebeurd”.

Het koningspaar bezocht in december 2025 Suriname voor een driedaags staatsbezoek.

Verleden niet herschrijven

De koning ziet al sinds het begin van zijn koningschap het verleden van de familie onder ogen. Niet alleen wat de koloniale banden betreft, hij benoemde in 2020 bijvoorbeeld ook dat zijn overgrootmoeder Wilhelmina in de Tweede Wereldoorlog Joodse Nederlanders „onvoldoende” had gesteund, „al was het maar met woorden”.

Willem-Alexander, (in 1993 afgestudeerd als historicus aan de Universiteit Leiden) vindt „diepgaande kennis van het verleden essentieel”. Hij acht het noodzakelijk om zowel de geschiedenis te begrijpen als „de impact daarvan op mensen en gemeenschappen zo scherp en eerlijk mogelijk onder ogen te kunnen zien”. Hoewel Willem-Alexander ook heeft gezegd dat het verleden niet herschreven kan worden, noch dat het zin heeft „wat gebeurd is door de bril van onze tijd te veroordelen en te diskwalificeren”, erkent hij dat „er mensen in Nederland leven die dagelijks de pijn van discriminatie voelen”.

Die uitspraak ging over de Gouden Koets uit 1898, waarvan een zijkant is beschilderd met wat volgens sommigen een viering is van het kolonialisme. Naar aanleiding van die kritiek spraken Willem-Alexander en koningin Máxima met mensen van allerlei achtergronden. Ze raakten „doordrongen van de pijn” en van het feit dat die „heel diep” zit.

In de podcast Door de ogen van de Koning uit 2023 zei Willem-Alexander dat dit hem drijft te achterhalen wat zijn voorouders precies hebben gedaan: „In de praktijk wordt er nog gediscrimineerd. En daarom speelt die geschiedenis nog steeds een grote rol.” Hij zei dat mensen in de koloniën „gewoon dingen waren, handelswaar die mishandeld en gestraft kon worden naar lieve lust” en dat het „bizar” is dat slavernij in Nederland was verboden maar niet in de koloniën: „Daarom ben ik er echt mee begaan. Daarom wil ik ook heel graag weten welke rol mijn eigen familie heeft gespeeld.”

Misdaad tegen de menselijkheid

In 2002 had Willem-Alexander, toen nog kroonprins, bij een bezoek aan fort Elmina in Ghana over slavernij gesproken als „een donkere periode van menselijke relaties” waarop „met wroeging” werd teruggekeken. Vanuit Elmina handelden de WIC en Middelburgse Commercie Compagnie in tot slaaf gemaakten. Inmiddels spreekt de koning over „een misdaad tegen de menselijkheid”.

In de tussenliggende jaren bezocht hij naast Suriname Indonesië, waar hij in 2020 excuses aanbood voor de „geweldsontsporingen van Nederlandse zijde” in de jaren na de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring van 1945. Hij bezocht in 2024 samen met Máxima en prinses Amalia landgoed Kenepa op Curaçao, waar de slavenopstand begon en waar ze spraken met nazaten van tot slaaf gemaakten. Op Bonaire bezocht het drietal de slavenhutjes die Nederland halverwege de negentiende eeuw liet bouwen om aan de rest van de wereld te laten zien dat het de ‘rijksslaven’ goed behandelde – ze woonden overigens nooit in de huisjes.

Willem-Alexander en Máxima, als voorzitter van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau (SHVON), lieten de herkomst van ruim duizend koloniale voorwerpen uit de paleizen onderzoeken. In mei bleek dat het overgrote deel werd geschonken, een aantal is „mogelijk niet rechtmatig en rechtvaardig” verkregen.

Na elk onderzoek zei de koning dat nog véél meer naar boven moest komen, een „totaalbeeld” moest ontstaan, voor hij zou reageren. Dat bijvoorbeeld in de Grondwet van 1848 stond dat de Koning het opperbevel had over de koloniën, maar dat hij wil weten wat dat in de praktijk betekende: „Wat voor consequenties heeft dat gehad in Nederland? En in Nederlands-Indië, in Suriname, in het Caraïbische deel van het Koninkrijk, overal waar we actief waren?”

Dat moet nu uit het deze vrijdag gepresenteerde onderzoek blijken. Bij voorbaat noemde Willem-Alexander dat al „deel van een helingsproces” om in „het reine te komen met het verleden, en dat zal de volgende generatie van ons overnemen”.

Onderzoek Vijf boeken

Koning Willem-Alexander vroeg in 2022 zelf om het onafhankelijke onderzoek naar de rol van het huis Oranje-Nassau in de koloniale geschiedenis. Het is uitgevoerd aan de Universiteit Leiden, door een commissie die een opdracht formuleerde en een onderzoeksgroep samenstelde. Hoofdonderzoeker is Gert Oostindie, emeritus hoogleraar Koloniale en postkoloniale geschiedenis aan het Instituut voor Geschiedenis aan de Universiteit Leiden. In 2006 schreef hij het boek De parels en de kroon over hetzelfde onderwerp. Oostindie onderzocht ook onder meer wat Den Haag en Rotterdam verdienden aan hun koloniale banden.

De commissie bestond verder uit historicus Esther Captain, hoofdonderzoeker bij het KITLV in Leiden. Zij werkte eerder mee aan de onderzoeken naar slavernij en kolonialisme in Rotterdam, Utrecht en Den Haag. Voormalig Tweede Kamerlid Kathleen Ferrier is deskundige op het gebied van internationale betrekkingen, mensenrechten, diversiteit en inclusie. Ze adviseerde de gemeente Amsterdam over de komst van een slavernijmuseum. Henk te Velde is hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan het Instituut voor Geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Hij onderzocht onder meer het prille Koninkrijk der Nederlanden van 1813.

De conclusies van de onderzoeksgroep worden vrijdag gepubliceerd in vier boeken en een publieksboek: Oranje en de Koloniën, 1600-2025. De koloniale geschiedenis van het Huis Oranje-Nassau.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Koningshuis

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next