Home

Opinie: Nederland is een leesonvriendelijke samenleving geworden

Nederland, een van de meest gedigitaliseerde landen ter wereld, is een ongeletterde en ontzielde samenleving geworden. Daarom moeten we terugvechten. Zodra je weer aan lezen begint, blijkt het verrassend gemakkelijk om je eraan over te geven.

Elke ochtend vindt bij ons thuis hetzelfde ritueel plaats. Onze 2-jarige komt met twee boeken uit de speelhoek gewaggeld terwijl hij met zijn schattige stemmetje vraagt: ‘Boekje lezen?’ Soms verandert hij van tactiek door verbaasd te roepen: ‘Hé! Een boek!’, om die vervolgens als een soort schat bij ons op schoot te leggen.

Ik heb niet altijd zin om ‘Hé, wie zit er op de wc?’ voor de miljoenste keer voor te lezen (hij is ons derde kind), maar ik doe het toch bijna altijd. Vanwege de nabijheid, al is die soms oncomfortabel als ik zelf intussen probeer te ontbijten. Vanwege de kans om zelf ook even af te remmen. Maar vooral omdat ik zo ontzettend veel van boeken houd en dat altijd zal blijven doen.

De afgelopen periode buitelden mensen weer over elkaar heen om het nieuwe Pisa-onderwijsonderzoek te duiden. Voor wie het gemist heeft: liefst 39 procent van de Nederlandse 15-jarigen kan niet goed lezen – een nieuw dieptepunt. In commentaren werd naar allerlei oorzaken gewezen: de concurrentie van schermen, natuurlijk. De coronapandemie. Groepsdruk. Te weinig vrije tijd. Arjen Lubach kon weer tekeergaan tegen Begrijpend Lezen.

Over de auteur

Rutger Lemm is comedian, (scenario)schrijver en podcast-host.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Vroomheid

Allemaal een beetje waar natuurlijk. Maar deze cultuuranalyses zien een belangrijk punt over het hoofd: we houden niet meer van boeken. De Vlaamse auteur Jeroen Olyslaegers verwoordde het prachtig, nota bene in een Facebook-bericht:

‘Lezers werden stelselmatig uitgesloten uit de mainstreamcultuur. En nu gaan we kinderen en leerkrachten verwijten dat ze te weinig lezen? Hou toch op. Dit is een leesonvriendelijke samenleving. We hebben onszelf het lezen ontnomen. Ik word mottig als ik al die vroomheid zie. O o o, hoe belangrijk is dat lezen niet. De treurzang en vervolgens het zelf niet lezen.’

Tot overmaat van ramp overleed deze periode ook nog eens Sjoerd Kuyper, een van de beste Nederlandse kinderboekenschrijvers. In een interview met de Volkskrant uit 2024 trok hij al eens fel van leer tegen de ‘vroomheid’ die Olyslaegers aanhaalt:

‘Als ouders en leerkrachten willen dat er gelezen wordt, dan lezen kinderen net als vroeger. Kinderen zijn niet veranderd. Maar als je op een pabo komt en daar een boek laat zien, vragen ze wat dat is (…). En dat moet dan ongeletterd, ongeïnteresseerd en ontzield onze kinderen verder helpen?’

Levensroeping

De Volkskrant plaatste in reactie op het Pisa-onderzoek een even goedbedoeld als deprimerend stuk met de titel ‘Kelderende leesvaardigheid aanpakken? Begin eens met voorlezen’. Een van de aangehaalde argumenten was: taalontwikkeling. Door het voorlezen van boeken krijgen kinderen een rijkere woordenschat dan door alleen met ze te praten, aldus het artikel. Universitair onderzoeker Elise Swart werd geciteerd: ‘Een schrijver heeft de tijd genomen om mooie formuleringen te bedenken.’

Het feit dat mijn beroep, mijn levensroeping, mijn toegevoegde waarde aan de maatschappij, op deze manier opnieuw aan volwassenen uitgelegd moet worden, zorgde ervoor dat ik schreeuwend over straat wilde rennen om mensen hun telefoons uit de handen te slaan. Heb je het al gehoord? Schrijvers nemen de tijd om mooie formuleringen te bedenken! Ze zitten de hele dag in afgesloten hokjes te schrijven en dat levert mooie taal op! Nou ja zeg. Je meent het niet. Ik dacht al die tijd dat het gewoon een stelletje onderbetaalde losers waren. Blijken ze gewoon een verrijking te zijn.

Dit is een leesonvriendelijke samenleving. We zijn ongeletterd, ongeïnteresseerd en vooral ontzield. Juist Nederland, een van de meest gedigitaliseerde samenlevingen ter wereld. We zijn gek op onze tablets, smartphones en laptops. We delen onze levens zo efficiënt mogelijk in en omarmen elke techniek die dat mogelijk maakt. We hebben nauwelijks een gedeelde identiteit, een gedeelde moraal of magisch denken in ons leven.

Aandachtsspanne

Bij elke jeugdvoorstelling die ik met mijn kinderen bezoek, zit er wel een kind in de zaal dat roept: ‘Dit is nep! Ik zie de touwtjes! Het is gewoon verzonnen!’ Dat kind heeft heel efficiënte ouders. Dat kind is ontzield, en in zekere zin al een beetje dood.

Hoe is het zo ver gekomen? Ik moet altijd denken aan Matthijs van Nieuwkerk, die als presentator van DWDD zo snel mogelijk praatte om de aandacht van de kijker vast te houden. Vervolgens nam de aandachtsspanne van de kijker af, waardoor Van Nieuwkerk nóg sneller moest praten (en stagiairs uitschelden, maar dat terzijde), enzovoorts. Er is altijd een reden te verzinnen om dingen nóg sneller, nóg efficiënter, nóg oppervlakkiger te maken. Want de kijker. Want de clicks. Maar daarbij vergeten we dat wij de cultuur maken tot wat die is. We hebben een verantwoordelijkheid. We hebben de mogelijkheid om te protesteren, om te inspireren, als ouders, mediamakers en andere gezaghebbers.

Zoals Sjoerd Kuyper zegt: ‘Door boeken in huis te hebben, door te laten zien dat je leest, door voor te lezen en te zeggen: ‘O stil, dit is zo mooi, zo spannend.’ (...) Als je iedere ochtend stil mag lezen in de klas en de juf of meester leest ook, dan wordt het een magisch iets. Of dat heerlijke moment dat je tegen je opa en je oma aan op de bank zit en wordt voorgelezen.’

Antikapitalistisch protest

Een boek lezen is ongelofelijk inefficiënt. Het kost tijd. Je moet erin komen, je concentreren, je fantasie gebruiken. Je moet even stilstaan, of stilzitten met een kind op schoot. In die zin is elke gelezen pagina een antikapitalistisch protest. Big tech wil niet dat je leest. Sam Altman haat boeken. Sterker nog: AI-bedrijven scheuren letterlijk de kaften van tweedehands boeken voordat ze die massaal aan hun machines voeren.

Mensen zeggen graag dat AI schrijvers vervangbaar zal maken. Ik denk dat het andersom is: het feit dat we zo massaal naar AI grijpen, betekent dat veel mensen diep van binnen onzeker zijn over hun vermogen om mooie taal te produceren, om helder te kunnen formuleren, om menselijk contact te maken, om verhalen te vertellen. Het zegt juist alles over de ongelofelijke kracht van literatuur en schrijvers, die we simpelweg vergeten zijn en die AI nooit, maar dan ook nooit zal kunnen vervangen.

Denk eens na over de woorden die we nu dagelijks gebruiken: we scrollen door onze feed, alsof we letterlijk met een lepel bullshit gevoed krijgen. We geven onze kinderen een tablet, waarmee we hen een uurtje verdoven.

Mijn kinderen hebben geen tablet en kijken nauwelijks filmpjes. De simpele reden is dat het een schijnoplossing is: tijdens een filmpje zijn kinderen even rustig, het is eventjes stil, maar het dopamineshot is zo hevig dat ze al snel veranderen in rusteloze wezens die alleen nog maar bezig zijn met wanneer ze weer op de iPad mogen. Zet het filmpje uit en je kinderen zijn nog heftiger dan daarvoor.

Lokroep van de PlayStation

Ik weet als geen ander hoe verslavend gamen en filmpjes kijken kan zijn. Ik ken de lokroep van de PlayStation, die bij ons thuis in de ‘computerkamer’ stond, zodat mijn ouders de deur op slot konden doen. Ik ben meerdere keren via het raam ons eigen huis ingebroken, om zo toch Pro Evolution Soccer te kunnen spelen.

Tegelijk herinner ik me de vrijheid die lezen me gaf, de verslaving aan de werelden die zich met elk nieuw boek voor me ontvouwden. Stiekem lezen in bed tot de hitte van mijn gedempte lampje mijn plastic wekkerradio smolt. Stiekem lezen op school: een Franse roman onder mijn tafel lezen tijdens wiskunde. Lezen als een grote middelvinger tegen iedereen die je aandacht wil: je ouders, de overheid, zelfs je leraren, maar vooral de grote geldslurpende bedrijven.

Ik herinner me die keer dat we in een vakantiehuisje aankwamen en mijn oudste kinderen, toen 4 en 6, direct op de bank strips gingen zitten lezen. Het was muisstil. Ook dat is vrijheid. In ons geval de vrijheid om zelf ook onze boeken te pakken.

Laten we niet vroom doen: lezen is niet makkelijk. Het is een voortdurende strijd tegen de leesonvriendelijke samenleving. Ik ben zelf ook minder goed gaan lezen. Er zijn periodes geweest waarin ik me nog geen halve pagina kon concentreren. Hoe vermoeider je bent, hoe verder je kunt wegzakken in het gemak van de smartphone. Maar daarom moeten we terugvechten. Boekje lezen? Wat geeft het dat het niet goed uitkomt. Fuck ze allemaal. Neem altijd een pocketroman mee in je kontzak.

En het gekke is: zodra je er eenmaal aan begint, blijkt het toch makkelijk te zijn. Dan blijken 19de-eeuwse personages dezelfde onzekerheden te voelen als wij. Dan blijkt je verbeeldingskracht nog springlevend. Dan blijken die boeken niet alleen rijke taal te bevatten, maar je weer toegang te geven tot een eeuwenoude geheimtaal die ons met elkaar verbindt. Een groter geschenk kun je jezelf en vooral je kinderen niet geven. Begin maar met je lievelingsboek uit je eigen kindertijd. Toen je zelf nog een kind was. Weet je nog?

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next