Home

Column | Loris Veneman: “Van 230 kilometer op de fiets door de Alpen naar een abrupt einde van het seizoen”

Loris Veneman is gedurende het 2026 seizoen één van de vier vaste columnisten die zijn ervaringen en belevenissen met de Racesport.nl bezoekers zal delen. In deze column blikt de jonge coureur terug op zijn zware fietstocht door de Alpen en de raceweekenden in zowel Magny Cours als ook Cremona. Tijdens beide WorldSPB weekenden had de coureur uit Dalfsen het geluk niet aan zijn zijde, sterker nog in Cremona kwam er een abrupt einde aan zijn 2026 seizoen.

Als ik mijn seizoen tot nu toe in één woord moet omschrijven, dan is het denk ik vooral: pech. Heel veel pech. En inmiddels weet ik ook dat mijn seizoen erop zit. Niet de manier waarop je een jaar wilt afsluiten, maar helaas is het niet anders.

Tijdens de zomerstop heb ik in ieder geval niet stilgezeten. Ik heb in Oostenrijk een wielerwedstrijd gereden van 230 kilometer met 5.500 hoogtemeters. Uiteindelijk zat ik acht uur op de fiets. Een flinke tocht door de Alpen, maar vooral een ontzettend gave ervaring. Fietsen doe ik sowieso graag. Als ik de tijd heb, vind ik het heerlijk om vier of vijf uur achter elkaar te fietsen. Het is voor mij ontspanning en tegelijkertijd een goede training. En je verbrandt er behoorlijk wat calorieën mee, dus daarna kun je ook nog eens lekker eten. Dat is mooi meegenomen.

Lees ook: Loris Veneman verruilt Kawasaki voor racefiets en bedwingt loodzware Ötztaler Radmarathon

Na de zomerstop begonnen we in Magny-Cours aan het tweede deel van het World Sportbike seizoen. Vanaf het eerste moment voelde ik me daar ontzettend sterk. Op vrijdag was ik in beide sessies tweede, op slechts één of twee tienden van de snelste tijd. Ik had het gevoel dat alles klopte en dat ik misschien wel de beste snelheid van het hele veld had. Helaas ging het tijdens de warm-up mis. In de out-lap werd ik van achteren aangereden door een andere coureur die bij de hairpin veel te laat remde. Hij ging onderuit en nam mij mee. Daarbij raakte ik geblesseerd aan mijn hand.

Met veel pijnstillers, tape en alles wat mogelijk was, ben ik toch aan de races begonnen. Ik werd vijfde en zesde. Gezien de omstandigheden waren dat goede resultaten, maar toch overheerste ook de teleurstelling. Ik wist namelijk hoeveel snelheid ik had. Door mijn handblessure had ik alleen niet genoeg kracht om echt hard te remmen en aanvallen te plaatsen. Mijn normale rempunten kon ik nog wel halen, maar daar hield het ook mee op.

Daarna gingen we naar Cremona. Vooraf waren veel rijders daar al uitgebreid aan het testen geweest. Wij waren er ook geweest, maar doordat onze truck onderweg in Oostenrijk werd tegengehouden konden we pas halverwege de middag de baan op. Bovendien reed ik toen nog met een blessure die ik eerder in Aragón had opgelopen. Van een echte goede voorbereiding was dus nauwelijks sprake.

De eerste vrije training in het raceweekend verliep vervolgens ook niet zoals ik wilde. Ik had niet het juiste gevoel met de motor en moest mijn laatste snelle ronde afbreken. Voor de kwalificatie kregen we de set-up gelukkig een stuk beter voor elkaar.

De kwalificatie zelf was nog een verhaal apart. Ik reed vooraan in een grote groep en iedereen wilde achter mij aan. Met nog drie minuten op de klok besloot ik door de pitstraat te rijden, achteraan aan te sluiten en vervolgens ruimte te zoeken voor één ronde zonder iemand achter me. Dat lukte. Ik reed een goede ronde en kwalificeerde me als zesde. Daar kon ik tevreden mee zijn.

In de eerste race had ik het zwaar. Vooral bij het remmen zat ik echt op de limiet, waardoor inhalen lastig was. Toch zat ik nog goed in de wedstrijd, totdat met nog een paar ronden te gaan het motorblok ermee ophield. Een enorme rookwolk en einde race. Dat was behoorlijk zuur. Zeker omdat het seizoen al niet bepaald mijn kant op viel. Tegelijkertijd dacht ik na die race: nu heb ik zo ongeveer alles wel gehad. Vanaf nu kan het toch bijna niet meer tegenzitten?

Dat had ik beter niet kunnen denken.

Op zondag kwam ik redelijk goed weg en begon ik steeds beter in mijn ritme te komen. Ik zat achter Harrison Dessoy en wilde de jongens voor mij gaan aanvallen. Op het moment dat ik kort achter Harrison reed, kreeg hij bij het uitkomen van een bocht een highsider. Ik zat er zo dicht achter dat ik geen kant meer op kon en vol achterop zijn motor reed.

Daar kon Harrison niets aan doen. Dit was gewoon een race-incident.

Ik vloog over mijn motor heen en kwam met mijn hand op zijn achterwiel terecht. Door de snelheid en de grip van de band werd mijn hand meegetrokken en kwam deze tussen de achterbrug en het achterwiel vast te zitten. Het wiel blokkeerde en vervolgens gingen de motor en ik een aantal keer over de kop, terwijl mijn hand & arm nog steeds vastzat.

Toen alles stil lag, merkte ik dat ik nog steeds niet los was. Ik probeerde mijn hand eruit te trekken, maar dat lukte eerst niet. Vervolgens voelde ik de hitte van het motorblok en de band en was ik bang dat ik brandwonden op zou lopen. Op dat moment wist ik dat ik eruit moest, hoe dan ook. Uiteindelijk heb ik zo hard getrokken dat mijn hand loskwam. Zelfs het gedeelte van mijn handschoen dat normaal over mijn pak zit, was volledig binnenstebuiten getrokken – zoiets krijg ik normaalgesproken niet voor elkaar zeg maar. Zoveel kracht was ervoor nodig.

Daarna ging het naar het medical center. Daar werden eerst foto’s gemaakt, maar op dat moment wisten ze nog niet dat mijn elleboog uit de kom was. Ik wist dat zelf trouwens ook niet. Ik moest mijn elleboog op een metalen plaat leggen voor de foto’s en ik kan je vertellen: dat deed verschrikkelijk veel pijn. Toen duidelijk werd dat mijn elleboog uit de kom was, ben ik onder narcose gebracht om hem weer terug te zetten. Het volgende wat ik me herinner is dat ik wakker werd in de ambulance onderweg naar het ziekenhuis.

Daar volgden nog meer onderzoeken en werd het duidelijk dat zowel mijn elleboog en onderarm gebroken was. Uiteindelijk bleek de schade dusdanig dat mijn seizoen voorbij is. De finale ronde van het seizoen in Jerez komt te vroeg. Eerst krijg ik nog ander gips. Het gips dat ik nu heb biedt ruimte voor de zwelling, daarna krijg ik als alles volgens plan verloopt volledig gesloten gips. In de week na Jerez zou dat er weer af mogen.

Daarmee komt een seizoen ten einde dat ik eerlijk gezegd snel wil vergeten. Het is frustrerend, want aan mijn snelheid heeft het niet gelegen. Dat is misschien ook meteen het positieve dat ik eruit probeer te halen. Ik weet dat ik snel genoeg ben om voorin mee te rijden en structureel in de top vijf te vechten. Alleen heb je in de motorsport soms ook een beetje geluk nodig. En daar heb ik dit seizoen bepaald niet veel van gehad.

Nu is het eerst zaak om goed te herstellen. Daarna gaan we kijken wat volgend jaar brengt. Eén ding weet ik in ieder geval zeker: de snelheid was er en aan mijn motivatie zal het niet liggen.

Tot over vier weken,
Loris Veneman.

Eerdere columns in 2026
23: Column Barry Baltus: DNS…….
22. Column | Collin Veijer: “De snelheid is er, nu moet alles op zijn plek vallen”
21. Column | Wilco Zeelenberg: “Aprilia heerst, Márquez loert en ik ben vooral blij dat ik er nog ben”
20. Column | Loris Veneman: “Even geen races, maar bepaald geen rustige zomer”
19. Column | Barry Baltus: “Ik ben terug. Of nou ja…ik ben er weer bij in Silverstone”
18. Column | Evert Slager: “Pedro Acosta kan Marc Márquez overvleugelen. Ja, dat geloof ik echt”
17. Column | Evert Slager: “Misschien is chaos wel precies wat de MotoGP nodig had”
16. Column | Evert Slager: “Waarom Ai Ogura de gevaarlijkste man voor Marc Márquez is”
15. Column | Jeffrey Buis: “Ik ben tevreden, maar de reglementen maken het ons niet makkelijk”
14. Column | Collin Veijer: “Accepteren om de volgende stap te kunnen maken”
13. Column | Loris Veneman: “Hier in Misano weer meedoen voor het podium”
12. Column | Barry Baltus: “Opnieuw bouwen aan vertrouwen”
11. Column | Jeffrey Buis: “Assen gaf vertrouwen, nu kijken wat Most ons brengt”
10. Column | Collin Veijer: “We beginnen in Le Mans weer gewoon op nul”
9. Column | Loris Veneman: “De snelheid was er in Assen, alleen in de races zat het een beetje tegen”
8. Column | Barry Baltus: “Terug waar ik hoor te zijn”
7. Column | Jeffrey Buis: “Assen is altijd speciaal, ik kijk uit naar mijn thuisweekend”
6. Column | Collin Veijer: “Soms leer je het meest van momenten waarop het fout gaat. Austin was er zo één”
5. Column | Loris Veneman: “Een nieuwe klasse en meteen prijs”
4. Column | Barry Baltus: “Het gevoel is er, nu het resultaat nog”
3. Column | Jeffrey Buis: “Nieuwe klasse, nieuwe motor, maar hetzelfde doel”
2. Column | Collin Veijer: “Een top vijf is goed… maar ik wil winnen”
1. Column | Loris Veneman: Wennen aan iets nieuws, maar het gevoel is goed



Source: Racesport

Previous

Next