Home

Bouwien Jansen kreeg een Zilveren Griffel voor haar debuutkinderboek: ‘Kinderen vinden het leuk dat grote mensen domme dingen doen’

Kinderboekenweek Wat had ik zelf als tienjarige willen lezen, vroeg Bouwien Jansen zich af, toen ze begon aan haar eerste kinderboek. Kiezel, over een magisch huis en een steen waaruit een wezentje komt gekropen, won meteen een Zilveren Griffel.

Bouwien Jansen

‘Ga maar even zitten”, zei haar uitgever tegen Bouwien Jansen (1977) toen ze haar het heuglijke nieuws mocht brengen dat haar debuut Kiezel bekroond was met een Zilveren Griffel. Dat was ook nodig, want Jansen had het ondanks de lovende kritieken niet verwacht. „Ik kon het niet geloven, ik dacht in het begin ook echt: ze hebben het niet goed kunnen inschatten dit jaar. Nu zie ik het als een enorme eer en aanmoediging om verder te gaan.”

Bouwien Jansen: Kiezel.Luitingh-Sijthoff, 157 blz. € 16,99. 10+

Jansen werkte met pauzes bijna zeven jaar aan haar opvallend fantasievolle en zorgvuldig geschreven debuut, dat gaat over het meisje Kat dat op een dag een kiezel vindt waaruit een klein wezen komt gekropen. In Kiezel vullen deze wezens gaten die in kinderen zijn gevallen. In Kats geval bestaat haar gat uit een gemis aan liefde, want ze heeft twee bijzonder akelige ouders die nauwelijks naar haar omkijken. Een kinderroman die gaat over kinderen die het moeilijk hebben, maar die nergens klagerig wordt en vooral een avontuur is om te lezen.

„Ik wilde een boek schrijven dat helemaal uit mij kwam”, vertelt Jansen aan de houten keukentafel van haar eengezinswoning in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer. „Eerder schreef ik als redacteur voor Kidsweek artikelen voor kinderen en in opdracht van uitgeverijen enkele boeken, maar ik had een groot verlangen om iets te maken dat volkomen eigen was, waar niemand om had gevraagd en dat zou ontstaan zonder druk of meningen van anderen. Ik stelde mezelf daarbij de vraag: wat had ik willen lezen toen ik tien was.”

Inclusief

Het leverde een vaardig geschreven debuut op dat opviel door zijn originaliteit en warmte, en dat op een ongedwongen manier inclusief is. Zo is er een meisje zonder benen dat niet zielig is, is homoseksualiteit onnadrukkelijk aanwezig en is er een moeder die vertrekt door het „zwerf” in haar bloed terwijl de vader de zorg op zich neemt. Allemaal heel naturel gebracht. „Dat inclusieve benoemen mensen vaak, maar ik ben daar geen moment bewust mee bezig geweest. Ik heb het gewoon geschreven zoals het zich aan me opdrong. Het idee voor Kiezel begon eigenlijk met het huis van mijn oom.”

In Kiezel verhuist Kat met haar akelige ouders naar het huis van haar overleden oom Roemer aan de rand van de stad. Daar vindt ze tussen alle mysterieuze objecten die er staan een kiezel die ze in haar zak steekt. „Mijn broertje en ik speelden vroeger zo graag in het huis van mijn oom. Inmiddels is hij overleden, maar hij leefde aan de rand van Amsterdam en verzamelde bizarre dingen, zoals schepen in een fles, schaakborden en de harnassen die ook in Kiezel een rol spelen.

„Toen ik begon aan Kiezel wist meteen dat ik over dat huis wilde schrijven. Als kind was het magisch om door dat huis rond te struinen. Je mocht overal aan zitten. Er was een kamer vol jukeboxen waar we in ronddwaalden, daar komen bijvoorbeeld ook de speeldozen vandaan die Kat en haar vrienden vinden. Het was niet moeilijk om je voor te stellen dat je in zo’n huis iets magisch zou kunnen vinden.”

Wie Kiezel leest, wordt opgenomen in een wereld waarin kinderen kiezels vinden die gloeien in hun handen en knetteren in hun zak totdat er kleine wezens uit kruipen die het gat kunnen vullen dat in ze geslagen is. De kinderen bewegen zich door een wereld vol rafelrandjes waarin volwassenen grove fouten maken uit onhandigheid of onzekerheid en soms zelfs uit kwaadaardigheid.

„Ik houd van rafelrandjes, van imperfectie en ik vind het leuk om te ontregelen. Kinderen vinden het leuk dat grote mensen fouten maken, domme dingen doen en op hun beslissingen terug durven te komen. Het mag ook best een beetje hard zijn. Ik wilde bovendien een wereld maken met personages waar je een beetje jaloers op kan zijn. Zoals ik vroeger altijd bij Ronja de Roversdochter dacht: o, was ik dat maar. Zo kunnen kinderen misschien denken: o, vond ik maar een kiezel met een wezentje erin.”

Verzameldingetjes

In haar opgeruimde, lichte woonkamer prijkt een letterbak aan de muur met daarin een keur aan verzameldingetjes. Een oude kastanje, een steentje, een poppetje van klei. In de hoek staat een oude typemachine.

„Die was van mijn vader, met hem had ik echt een leesband. Er was veel liefde voor verhalen bij ons thuis. Ik herinner me hoe ik ’s avonds door hem voorgelezen werd. Astrid Lindgren. Annie M.G. Schmidt, Roald Dahl, Thea Beckman. Ik vond dat heerlijk. Ik was een echt fantasiekind en lezen was voor mij alsof ik echt in een andere wereld stapte. Ik zei mijn ouders ook gedag als ik ging lezen. En ik begroette ze weer als ik mijn boek dichtsloeg. De wereld die ik als kind betrad was voor mij echt een andere wereld. En ik denk dat ik altijd met een vrij fantasievolle blik naar de wereld om me heen ben blijven kijken.

„Bijvoorbeeld naar een kiezel: wat nou als daar iets in zit? Een wezentje. Er waren een paar mensen die sceptisch reageerden toen ik zei dat ik een wezentje uit een kiezel wilde laten komen. ‘Dat kan toch helemaal niet’, zeiden ze. Ik twijfelde daardoor heel erg. Maar voor mij voelde het als de juiste keuze. Vooral ook omdat ik zo’n ontzettend plezier had in het beschrijven van hoe Kats kiezel uitkwam. En het was mijn boek, het boek waar niemand om had gevraagd.”

Kiezel heeft steelse verwijzingen naar de schrijvers die Jansen met haar vader op het grote bed las. Net als Thea Beckman koos Jansen voor sterke vrouwelijke personages en haar toon doet vaag denken aan de eigenwijze stem van Annie M.G. Schmidt vol warmte en humor. En de slechteriken doen niet onder voor Roald Dahls slechteriken. Toch ademt Kiezel een eigenzinnigheid en fantasie die het dadelijk onderscheidt van andere boeken en het bovendien het je ne sais quoi geeft van een klassieker.

Kinderboekentip van Bouwien Jansen

Jowi Schmitz:  Kip op je kop. Illustraties Jeska Verstegen. Querido, 199 blz. € 17,99. 10+

„Dit boek van Jowi Schmitz gaat over een jongetje dat zijn vader verliest aan kanker. Zij kan dingen verwoorden die je voelt waarvan je niet weet dat je ze voelde. Ik las dit boek na het overlijden van mijn vader en ik had tot dan toe niet kunnen huilen. Het maakte een sloot van tranen in me los. Schmitz omschrijft het gevoel dat ik had en dat ik niet aan mijn vrienden kon uitleggen.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next