Koloniale geschiedenis Frank Vermeulen schreef een onthullend boek over de moord, door het Nederlands koloniale gezag, op een belangrijke adviseur van een leider van de Indonesische vrijheidsstrijd. Een ‘klein’ verhaal over groot vuil.
Indonesische republikeinse troepen worden afgevoerd per vrachtwagen, tijdens ‘operatie Kraai’ in februari 1948.
Er bestaan van die reacties op onthullingen over dé oorlog en inmiddels ook onze oorlog tegen Indonesië, waaraan je je, voor je het doorhebt, zelf ook bezondigt. Dat wisten we toch al, dat Nederlandse agenten meehielpen Joden op te halen, klinkt het algauw bij het verschijnen van een historisch egodocument van een getuigende politieman of bij weer een boek over de oorlogsmisdaden van onze jongens in wat ooit ‘Ons Indië’ heette.
Frank Vermeulen: Masdoelhak en Adriana. Of de toegedekte moorden van de Indonesiëoorlog. Walburgpers, 271 blz. € 24,99
Het zijn pavlovreacties die staan voor de maatschappelijke vermoeidheid die de sanctionering van relevante schuldige kennis kennelijk oproept. Zijn er immers al niet genoeg zwarte bladzijden beschreven, is het kwaad niet afdoende benoemd, en is er al niet genoeg verantwoording afgelegd? Ik had ook last van dat stemmetje: alweer een boek over onze Indonesiëoorlog. En dan ook nog een persoonlijk verhaal, van één oorlogsmisdaad op één persoon. We hebben toch allerlei boeken achter de kiezen, van De brandende kampongs van generaal Spoor van Remy Limpach, over het categorische misdadige optreden van onze militairen tussen 1945 en 1949, tot en met de reeks rapporten, in overheidsopdracht geschreven over het Nederlandse „extreme structureel geweld” ter plekke.
Maar al lezende kwam ik bij zinnen. Dit boek over de Nederlandse moord op een hoge politieke en diplomatieke medewerker van de onafhankelijke republiek Indonesia mag dan een ‘klein’ verhaal behelzen, het is groot vuil. Het staat voor het intimiderende overheidsgeweld; niet alleen tegen republikeinen met een geweer, maar ook tegen republikeinen met aktetassen. En het is een grote verdienste van journalist Frank Vermeulen dat hij het heeft uitgezocht en opgeschreven.
De geschiedenis speelt zich af tijdens de zogeheten ‘operatie Kraai’ eind 1948, begin 1949, een (tevergeefs) preventief wanhoopsoffensief om op het slagveld een overwinning af te dwingen in het zicht van de diplomatieke nederlaag die Nederland boven het hoofd hangt. De operatie begint met het uitspreken van ‘de kerstgedachte’ voor de manschappen door generaal Spoor, en wordt gekenmerkt door een golf van geweld en bommentapijten, onder meer op een ziekenhuis waar de jonge vrouw van de hoofdpersoon net is bevallen. Uiteraard valt ook de standsrechtelijke executie van haar man onder de vlag van de operatie.
De hoofdpersoon Masdoelhak Nasoetion heeft in Nederland gestudeerd, is daar met zijn Leidse geliefde getrouwd, en heeft daar Mohamed Hatta, een van de voornaamste leiders van de Indonesische vrijheidsstrijd, leren kennen. Van hem is hij nu assistent en adviseur. En daarom moet hij dood, in Nederlands belang, zodat die inlanders snappen dat collaboratie en opstandigheid met pen en papier evenzo bestraft wordt als met klewang en kanon. Vermeulen vindt daar uiteraard geen schriftelijk bewijs voor, maar weet door zijn reconstructie van de gebeurtenissen wel zeer aannemelijk te maken dat diens executie geen ‘bijvangst’ is, maar opzet.
De auteur vertelt het verhaal uitgebreid – soms iets te uitgebreid, zodat je soms heel even verdwaalt in de feiten – maar met veel gevoel voor pijnlijke details. Zo zijn we getuige van de arrestatie van Masdoelhak, die als de para’s van de Speciale Troepen de deur intrappen zijn zoontjes zit voor te lezen uit de avonturen van de vredelievende stripfiguren Pa Pinkelman en tante Pollewop, die in een van de verhalen optreden in de VN als vredesgezanten van de Benelux. We komen tegen hoe een zoontje op bevel ‘In een groen knollenland’ zingt. En we lezen hoe Masdoelhak en andere opgepakten urenlang geboeid in de zengende hitte moeten wachten en hoe hij wordt doodgeschoten door een Nederlandse sergeant, terwijl een collega-militair met een vlammenwerper bezig is andere gearresteerden te elimineren. Zijn vrouw moet uiteindelijk via via te weten komen dat haar man is afgemaakt als een dolle hond, zoals ze aan een vriendin schrijft.
De oorlogsmisdadigheid van dichtbij geeft betekenis aan dit boek, maar minstens zo onthutsend is het vervolg: de verwerking ervan en het gemarchandeer van de Nederlandse instanties. Zijn vrouw wil de waarheid boven tafel krijgen en recht halen. Ook wil ze vergoeding voor geleden en nog te lijden schade voor haar en haar kinderen. Ze stuit op een muur van tegenwerking, vertragende ambtenarij, hoogmoed en juridische mist, door Vermeulen treffend omschreven als „schandaalmanagement”.
Alleen doordat ze Nederlandse is en vooraanstaande vaderlandse connecties heeft, weet ze iets te bereiken. De Staat der Nederlanden heeft haar zaak namelijk onontvankelijk verklaard en verwezen naar Indonesië, dat sinds de soevereiniteitsoverdracht aansprakelijk zou zijn voor onrechtmatigheden tegen haar begaan op haar grondgebied. Een absurde redenatie die werd gefileerd door de met haar geval bekende gezaghebbende jurist Eduard Meijers (de Joodse hoogleraar wiens ontslag aanleiding was voor de protestrede van Cleveringa in 1940). Na zijn tussenkomst bindt de staat in. Het komt uiteindelijk tot „een minnelijke regeling”. Zij ontvangt 149.646 gulden (omgerekend naar nu zo’n 700.000 euro), moet geheimhouding beloven en daarmee is wat de Nederlandse staat betreft de kous af.
De dader blijft buiten schot. De justitiële vooronderzoeken tegen hem en zijn collega, de man met de vlammenwerper, wegens oorlogsmisdaden werden geseponeerd. Sergeant-majoor Marinus Geelhoed, „vlug van schieten” volgens een intern rapport, kreeg zelfs de Bronzen Leeuw, de op een na hoogste koninklijke onderscheiding voor betoonde dapperheid.
Het waren andere tijden, verzucht de auteur. Erkenning en excuses waren nog niet aan de orde en kwamen kennelijk noch in het denkraam van de vrouw van het slachtoffer, noch in dat van haar advocaat voor, en al helemaal niet bij de overheid, die uitblonk in doofpotmanagement.
Het is altijd weer erger dan je denkt, zo leert deze geschiedenis. De moord op Masdoelhak is een pijnlijk voorbeeld van staatsterreur tegen een burger. Dat ons land daaraan deed, is nog nauwelijks bekend. Als dit boek iets duidelijk maakt, is het dat er niet genoeg gewroet kan worden in de zwarte bladzijden van het verleden.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie