De waterstand van de Rijn bij Lobith heeft opnieuw een laagterecord bereikt. In augustus zakte het waterpeil van de grootste rivier van Nederland al tot 6,10 meter boven NAP. Inmiddels staat het water nog een paar centimeter lager.
is datajournalist van de Volkskrant. Hij analyseert en schrijft over het nieuws in cijfers.
De lage waterstanden vormen al de hele zomer een probleem voor de scheepvaart op de Nederlandse binnenwateren. Als het waterpeil zakt, kunnen schepen bijvoorbeeld minder lading meenemen. Ook wordt de vaargeul smaller, waardoor scheepsverkeer soms nog maar in één richting kan varen. In augustus viel daardoor de handel via de binnenvaart terug tot het laagste niveau in zeker veertien jaar tijd.
Woensdag werd bij Lobith een nieuw laagterecord bereikt. Die dag zakte het water tot 6,03 meter boven NAP, blijkt uit cijfers van Rijkswaterstaat. Dat is bijna 0,5 meter lager dan het laagterecord uit 2022, toen het water 6,48 meter boven NAP stond. Volgens Rijkswaterstaat zijn op de de Rijn momenteel geen beperkende maatregelen nodig, maar op een deel van de IJssel, een aftakking van die rivier, werd vorige week wel eenrichtingsverkeer ingesteld.
Ook bij veel andere Europese rivieren waren afgelopen zomer de gevolgen van de droogte zichtbaar. In juni, juli en augustus ging bijna 44 procent minder water door de monding van twaalf grote rivieren dan in voorgaande decennia gebruikelijk was, blijkt uit cijfers van de Europese klimaatdienst Copernicus. Nooit eerder lag de waterafvoer op deze punten zo laag.
Vooral in Frankrijk en landen in Centraal- en Oost-Europa leidden de lage waterstanden tot veel problemen in de transport, energieopwekking en andere sectoren. Naast de Rijn stonden ook grote delen van de Seine, Rhône, Loire, Donau, Po en Dnjepr de afgelopen maanden uitzonderlijk laag. Volgens Copernicus onderstreept afgelopen zomer ‘het nauwe verband’ tussen klimaatverandering en geopolitieke uitdagingen als energiezekerheid.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant