nieuwsbriefBroncode
Broncode Ik heb geprobeerd om de toekomst voor me te zien die de grote AI-bedrijven ons beloven. Een wereld zonder frictie, waarin je met een druk op de knop altijd meteen krijgt wat je nodig hebt. Hoe is dat?
Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren
Het was hartje zomer en Sam Altman van OpenAI had zo’n toffe use case gehoord voor ChatGPT dat hij die met zijn zes miljoen volgers op X moest delen. Wat nou als je ChatGPT een podcast laat genereren, op basis van de agenda’s van iedereen in de familie? „Iedere ochtend in de auto naar school een podcast over de voetbalwedstrijd van je ene kind, een verjaardag van je andere kind, wat nieuws, etc.”
Dit is een ingekorte versie van de NRC Voorkennis-nieuwsbrief. Twee keer per week schrijft de economieredactie van NRC daarin over economische ontwikkelingen die op de redactievloer tot opwinding leiden. Inschrijven (voor Plus-abonnees) doe je hier:
Inschrijven voor NRC Voorkennis
Soms – oké, eigenlijk altijd – kost het me nogal wat moeite om me in te beelden hoe de wereld eruit zal zien die de AI-lords tot stand proberen te brengen. Ik lees over een nieuwe Industriële Revolutie. Ik schrijf over bedrijven die naar de beurs gaan met zulke hoge waarderingen dat ik je niet eens zo 1-2-3 kan vertellen hoeveel nullen ze bevatten. Wat komt er überhaupt na miljard? Triljoen, biljard, nee, biljoen?!
Ik dwing mezelf te denken: wat als hun voorspellingen uitkomen? Volgens Elon Musk (SpaceX) krijgen we dan de beste gezondheidszorg ooit, „beter dan ik nu krijg”. Dario Amodei (Anthropic) gelooft dat we alle ziektes kunnen genezen. Mark Zuckerberg (Meta) droomt van een persoonlijke AI-agent „die 24/7 voor jou in touw is om je relaties te verbeteren”. Een Britse AI-optimist, die ik vorige week sprak, gelooft dat zijn zoon van 25 nooit meer zal hoeven sterven, als-ie dat niet wil.
Ze beloven een frictieloze wereld, zonder werk en zonder pijn. Wacht even, zonder werk? Geen zorgen! Iedereen aan het basisinkomen, zeggen de techbazen. Of nee, belooft Musk zelfs: een universeel hoog inkomen. Straks klinkt het mensen nog basic in de oren.
Die steeds grotere beloftes zijn nodig om de gigantische investeringen in AI-infrastructuur te rechtvaardigen. De Verenigde Staten doen de „grootste economische gok” in hun geschiedenis, becijferde The Wall Street Journal. De Belgisch-Amerikaanse econoom Stijn Van Nieuwerburgh schat de investeringen van 2025 tot en met 2032 in op een bedrag van ruim 10 biljoen. Dat zijn dertien nullen.
Zulke ongekende investeringen zouden ergens nog logisch zijn als ze een toekomst zouden realiseren waar brede maatschappelijke steun voor bestaat. Maar het tegendeel is waar: in de Verenigde Staten maakt 69 procent zich zorgen over de rol van AI in de samenleving, blijkt uit recent onderzoek. Volgens een peiling van NBC is AI inmiddels minder populair in de VS dan ICE en president Donald Trump. Hoewel AI-investeringen in Nederland van een compleet andere orde zijn, maakt dat het sentiment onder de Nederlandse bevolking er niet veel beter op, onderzocht het CBS vorig jaar. Bijna negen op de tien mensen maken zich ‘een beetje’ tot ‘veel zorgen’ over de invloed van AI de komende tien jaar op de samenleving.
Wie de reclamespotjes van AI-bedrijven bekijkt, of stilstaat bij wat de mensen zeggen die de technologie bouwen, zal begrijpen waar die grote zorgen vandaan komen. Oké, meneer Altman: u wilt dus dat we allemaal naar AI-podcasts gaan luisteren zodat we op de hoogte blijven van de levens van onze kinderen? Zoals de creatieve schrijver Alex Hirsch reageert in de comments: „Wat nou als we gewoon met onze kinderen zouden praten?”
Ik zou zoveel beter slapen als de mannen die Big Tech leiden mij een aantrekkelijker toekomstbeeld zouden voorschotelen. Maar de kloof tussen insiders en outsiders is gigantisch. Ik denk aan Nvidia-topman Jensen Huang, die van Ezra Klein van The New York Times de vraag krijgt of hij het niet problematisch vindt als we ons vermogen zouden verliezen om intellectueel lenig te zijn. Om creatief te denken of om ons te focussen. „Tja, ik denk dat we wat intellectuele behendigheid zullen kwijtraken, maar dat we betere systeemdenkers zullen worden”, antwoordt Huang.
Voor een tijd waarin politici zoveel over maatschappelijke weerbaarheid praten, lijken techbazen te zijn vergeten wat een mens dan weerbaar maakt. Vaak komt daar frictie bij kijken, zie ik in mijn eigen leven. Je bijt je vast in een project. Je probeert iets wat je nog nooit hebt gedaan. Je weegt je woorden voordat je ze de wereld instuurt. Je gaat een keer hard op je bek, je wordt ziek, en beseft dat het leven eindig is. Ondanks alles probeer je het opnieuw.
Wat blijft er nog van ons over in de techutopie van Altman en co? Dat zijn fundamentele vragen, en we hebben er zo weinig tijd voor, omdat we ons blijkbaar óók al moeten afvragen of we allemaal niet allang zijn uitgeroeid voordat we de vruchten van deze revolutie mogen proeven.
In de minidocumentaire An OpenAI Engineer and His Friends Debate the Future (●●●●●, vind ik) legt The New Yorker de dynamiek vast van een vriendengroep als één van hen bij OpenAI gaat werken en bezeten raakt van de nauwelijks te bevatten implicaties van AI-technologie. Eén van de vrienden is comedyschrijver. Hij raakt ervan overtuigd dat hij heus niet zo bijzonder is dat AI hem niet zou kunnen vervangen.
„Ik vind het mooi dat hij zo succesvol is”, reflecteert hij op zijn vriend bij OpenAI. „Ik vind het mooi dat hij doet waar hij gelukkig van wordt. Het is alleen jammer dat het alles gaat vernietigen waar ik van houd.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie