is opinieredacteur en columnist voor de Volkskrant.
Het is vrij eenvoudig je hoop in de mensheid te verliezen wanneer je weer berichten leest over het zoveelste anti-azc-protest in Nederland, waarbij in dit geval tieners mogelijk via sociale media zijn gelokt om mee te doen. En dat in dezelfde week waarin de Onderzoeksraad voor Veiligheid meldde dat Nederland ‘door de ondergrens is gezakt van wat veilig is voor kinderen’ in de asielnoodopvang.
Het gaat om duizenden kinderen: kinderen die soms jarenlang leven op plekken met gebrekkige sanitaire voorzieningen, weinig privacy hebben en geen of vertraagd toegang tot het onderwijs. Maar juist deze kinderen mogen weg- of oprotten van de anti-azc-relschoppers, die overigens alleen voor hun antisemitische leuzen en het geweld tegen agenten een performatief standje kregen van justitieminister David van Weel.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Probeer dan nog maar je doorgaans positieve mensbeeld níét door de plee te spoelen. Maar toen kreeg ik een uitnodiging van een familielid, dat werkzaam is bij een azc in Emmen: of ik samen met mijn kinderen de open dag van afgelopen weekend wilde komen bezoeken.
Ja, waarom ook niet? Voor reportages in de krant kwam ik nooit verder dan de hekken van azc's, die kennelijk niet zonder reden worden beveiligd. En terwijl ik bedacht welke tweedehandskleren en welk speelgoed ik zou kunnen meenemen voor de kinderen, die ik door de berichtgeving al creperend op een koude vloer voor me zag, stelde mijn 7-jarige zoon een vraag waar ik zelf nog niet bij had stilgestaan: ‘Is het niet een beetje raar dat we bij de vluchtelingen gaan kijken? Wie zegt dat ze dat willen?’
Hmm ja, dacht ik, en zitten de azc-bewoners wel te wachten op afgedankte kleding en speelgoed? Ik appte mijn zus voor raad, die eerder al een open dag had bezocht en dit jaar ook naar Emmen wilde gaan. ‘Actual thinking’, zei ze over de vraag van mijn zoon. En dat ik de kleding en het speelgoed inderdaad wel achterwege kon laten. Tijdens een open dag zijn wij immers de gasten.
Het was, kortom, weer een confrontatie met de vermiddenklassing van mijn bestaan: niet direct oog hebben voor de waardigheid van mensen die weliswaar in een kwetsbare positie zitten, maar niet voortdurend als zodanig benaderd en behandeld willen worden.
Dat zag ik ook tijdens de open dag in Emmen. Het was weliswaar geen noodopvang, maar de kinderen renden hier vrolijk rond, en lieten mijn eigen kinderen gelijk toe in hun spel. Jonge vrouwen en mannen die even niet met hun trauma’s worstelden, maar samen dansten onder een tent. Begeleiders van de zogeheten alleenstaande minderjarige vreemdelingen, warme en betrokken mensen van uiteenlopende afkomst, die 270 bezoekers uit de omgeving op sleeptouw namen en tegelijkertijd waakten over de rust van de bewoners.
Ook woonden in dit azc, werd mij verteld, meerdere groepen probleemloos naast elkaar: gezinnen, alleenstaande minderjarige meisjes (die soms zwanger arriveerden na seksueel geweld tijdens hun vluchtreis) en alleenstaande minderjarige jongens (die voor de kleintjes van de meisjes zorgen, omdat ze nuttig willen zijn en een familiegevoel missen).
Diezelfde avond las ik dat ruim 23 duizend mensen de landelijke open dagen op azc’s hadden bezocht. Vorig jaar waren dat er nog 18 duizend. Mijn hoop in de mensheid gaat dus nog even nergens heen.
Source: Volkskrant