Home

Lucas Rijneveld is terug, na drie jaar: ‘Even was ik bang dat ik het schrijven kwijt was’

Na drie succesvolle dichtbundels en twee bekroonde romans (International Booker Prize!) werd het stil rond Lucas Rijneveld. Nu verschijnt er een nieuwe bundel: Als zee uit hond. ‘Overal waar ik kwam was ik gewoon Lucas. Dat vond ik zo’n verademing.’

is boekenredacteur bij de Volkskrant. Zij interviewt Nederlandse en internationale schrijvers over hun nieuwste werk.

Na drie succesvolle dichtbundels en twee bekroonde romans (International Booker Prize!) werd het stil rond Lucas Rijneveld. Nu verschijnt er een nieuwe bundel: Als zee uit hond. ‘Overal waar ik kwam was ik gewoon Lucas. Dat vond ik zo’n verademing.’

is boekenredacteur bij de Volkskrant. Zij interviewt Nederlandse en internationale schrijvers over hun nieuwste werk.

Lucas Rijneveld was afgelopen tijd niet aan het schrijven maar aan het reizen en aan het werk als tuinman.
De eerste en vooralsnog enige Nederlander die de prestigieuze International Booker Prize won, trok zich de afgelopen jaren terug uit het literaire leven. Maar nu is daar – plotsklaps, het werd pas onlangs aangekondigd – een dichtbundel, Als zee uit hond, met grotendeels nieuw werk. (Een aantal gedichten werd al eerder gepubliceerd in onder andere de Volkskrant.)

Zaterdagavond keert Rijneveld terug op het literaire toneel en treedt hij op bij de Nacht van de Poëzie in TivoliVredenburg in Utrecht.

‘Als zee uit hond staat voor mij voor vrijheid’, zegt Rijneveld in een zaaltje van zijn uitgever in Utrecht. ‘Denk aan een hond die uit de zee loopt, zich uitwringt en hoe het water alle kanten uit spat. Zo is het met alles wat je meemaakt in het leven: je kunt het ook van je afschudden. Tegelijkertijd kan afschudden ook voor verlies of afscheid staan. Het heeft twee kanten.’

Je hebt je drie jaar lang volledig teruggetrokken uit het literaire leven. Waarom?

‘Ik wilde onderzoeken wat er nog meer is in het leven naast schrijven.’ Lachend: ‘Zo’n beetje alle mogelijke beroepen zijn in mijn hoofd langsgekomen, van restaurator tot taxidermist. Ik heb verschillende dingen geprobeerd.’

Zoals?

‘Ik ben bij een fietsenmaker aan de slag gegaan. Het leek me leuk om met mijn handen bezig te zijn. Zei die man: ga maar spaken vlechten. En ik dacht: ja, maar dat heb ik nog nooit gedaan. Bij een gedicht weet ik hoe ik alle woorden in elkaar moet vlechten, maar bij spaken snapte ik er niets van. Hij werd een beetje boos op me.

‘Toen ben ik bij een ansichtkaartenwinkel gaan werken. Ik moest de prijzen op antieke ansichtkaarten plakken, maar ik merkte al snel dat ik vooral aan het denken was: wat kan ik hierover schrijven?

‘Het komen opdagen en mijn faalangst vond ik het moeilijkst. Daar heb ik – ben ik achter gekomen – minder last van als ik alleen aan het schrijven ben in mijn kamertje. Want dan kan ik alles nog weghalen. Er zit geen fietsenmaker die zegt dat die spaak verkeerd is. Ik heb een verlangen: wat zou ik allemaal nog meer kunnen? Om er vervolgens achter te komen dat ik minder kan dan ik hoop, en toch weer bij het schrijven uit te komen.

‘Ik ben trouwens wel goed in onkruid tussen tegels weghalen. Mensen vinden dat rotwerk, maar voor mij is het fijn want ik kan niets fout doen, niet dat ik per ongeluk een mooie plant weghaal.’

Hebben die mensen bij wie je in de tuin werkt door dat je een van de meest bejubelde schrijvers van Nederland bent?

Lachend: ‘Nee, dat weten ze niet. Dat was leuk de afgelopen jaren. Dat ik overal waar ik kwam gewoon Lucas was. Dat vond ik zo’n verademing.’

Maar hoe kwamen ze dan bij jou terecht?

‘Ik ben in één tuin begonnen en toen ging het via via. Eerst in Utrecht en daarna in Bilthoven en Soest. Mensen waren zo blij met me, ik kreeg koffie en een gevulde koek. Ze leken blijer dan als ik met een nieuw boek kom.’

Rijneveld (1991), die opgroeide in een gereformeerd boerengezin in Nieuwendijk in Noord-Brabant, debuteerde in 2015 met de dichtbundel Kalfsvlies, die werd overladen met lof en bekroond met de C. Buddingh’-prijs.

Daarna volgde de roman De avond is ongemak (toen nog onder de naam Marieke Lucas Rijneveld). De Engelstalige uitgave in de vertaling van Michele Hutchison, The Discomfort of Evening, won in 2020 de International Booker Prize, een van de grootste internationale literaire prijzen.

Rijnevelds tweede roman Mijn lieve gunsteling ontving eveneens juichende recensies, de vertaling werd wederom internationaal bekroond (nu met de James Tait Black Prize, een van de oudste en meest prestigieuze Britse prijzen). Daarna volgde het boekenweekessay Het warmtefort, een ode aan zijn basisschoolleraren, en in 2022 de poëziebundel Komijnsplitsers.

In 2023 werd er een nieuwe roman van Rijneveld aangekondigd, de titel was al bekend: Het verdriet van Siggy F. Maar die roman werd plotseling teruggetrokken. En toen verdween hij dus.

Gaat Het verdriet van Siggy F. nog verschijnen?

‘Nee, ik was er niet blij genoeg mee. Ik dacht toen dat ik iedere twee jaar met een nieuwe roman moest komen, dat dat zo hoorde. Het verhaal was daarom veel te gezocht.

‘Ik ben overigens nu – heel langzaam – bezig met een nieuwe roman, waarin ik iets nieuws hoop te laten zien. Dat is wél een verhaal dat ik wil vertellen.’

Deze week is je nieuwe poëziebundel Als zee uit hond uitgekomen. Ben je in de kern meer dichter dan romancier?

‘Absoluut, ik voel me in de poëzie helemaal thuis. Niet dat ik er geen moeite voor hoef te doen, maar het is behapbaarder. Bij een roman moet je zo veel verschillende verhaallijnen en structuren in de gaten houden. Niet voor niets hebben mijn romans altijd zulke korte hoofdstukken.’

Ben je de afgelopen jaren tijdelijk gestopt met schrijven?

‘Even was ik bang dat ik het schrijven was kwijtgeraakt, dat ik het niet meer kon. Dat had ook te maken met het hormoonproces waarmee ik ben begonnen. Je gaat door een tweede puberteit, je wordt impulsiever.

‘In het ziekenhuis waarschuwden ze me dat ik daarom in het begin vooral geen grote beslissingen moest nemen.’ Begint te lachen: ‘Het eerste dat ik deed was stoppen met schrijven, mijn huis opzeggen en naar het buitenland vertrekken.

‘Eerst vertrok ik naar Frankrijk, naar de ouders van een vriendin die daar wonen in een huis met veel land. Ik werkte in de tuin en was veel buiten, een beetje terug naar het leven uit mijn jeugd op de boerderij. Ik sliep in een pipowagen tussen de uilen die daar rondvlogen.

‘Daarna ben ik doorgereisd naar Berlijn. Dat was moeilijker, want daar was ik alleen in een grote stad en moest ik het zelf uitzoeken. Dat viel tegen, maar ik heb er veel van geleerd, ook om beter op mijzelf te leren vertrouwen.

‘Wat me daar heeft geholpen, is het lezen van kinderboeken. In het appartement lag De griezels van Roald Dahl. Toen ik dat herlas, werd ik zo blij. Daarna ben ik alles van Joke van Leeuwen, Astrid Lindgren en Tonke Dragt gaan lezen, en daarna ook vertaalde kinderboeken, zoals Jefferson van de Franse schrijver Jean-Claude Mourlevat. Over een egel die naar de kapper gaat en de kapper op de grond vindt met een mes in zijn borst. Daarna wordt hij door iedereen verdacht en gaat hij daarom zelf uitzoeken wie de dader is. Ik moest vaak hardop lachen, vooral om de boeken van Van Leeuwen, die zijn zo grappig en spitsvondig. Dat was heerlijk.

‘Want daarvoor las ik eigenlijk alleen nog maar om mijn eigen werk beter te maken, of als iemand een quote nodig had.

‘Zodra de roman waarmee ik nu bezig ben af is, wil ik zelf een kinderboek gaan schrijven, en dan het liefst een reeks. Dat vind ik het leukst om te lezen.’

Je was niet alleen het plezier in schrijven kwijt, maar ook in lezen?

‘Ja. Het was de afgelopen tien jaar zo intens. Ik ging van optreden naar optreden, in binnen- en buitenland. En dan moest ik van mezelf ook nog iedere dag schrijven.’

Wat merk je van de hormonen?

‘Een hormoonbehandeling doet – dat is algemeen bekend – veel met je. Ik dacht van tevoren: misschien valt het bij mij wel mee.’ Grijnzend: ‘Nou, dat is niet zo.

‘Mijn stem is lager, ik heb baardgroei, maar ik krijg ook andere interesses en een ander concentratievermogen. Ik moet tegenwoordig inplannen dat ik ga zitten en ga schrijven.’

Ben je anders gaan schrijven?

‘Dat denk ik wel. Ik ben directer geworden, dat zie je terug in mijn taal. Ik heb nog de vergelijkingen, maar het is minder een opeenstapeling van woorden. Ik schrijf kortere zinnen. Ik zie het niet alleen terug in mijn proza, ook mijn poëzie is gerichter.’

Minder een beeldenstorm?

‘Ja precies, haha! Minder eromheen. Ik vind het iets krachtigs hebben.’

Ben je minder onzeker?

‘Onzekerheid is er nog wel, maar ik voel me er wat krachtiger in. Er gaat sneller iets anders overheen, ik ben minder snel geraakt.

‘Door een hormoonbehandeling word je binnenstebuiten gekeerd. Ik was best naar binnen gekeerd, nu heb ik meer behoefte aan contact. Niet dat vluchtige contact van de literaire wereld waarin ik zat: dat je ergens komt, optreedt en weer weggaat. Maar echt contact.

‘Toen ik van tevoren aan al die verschillende banen dacht, verheugde ik me stiekem vooral op de pauzes: dat we dan samen een boterham zouden eten en hoe ik mijn broodtrommel zou inrichten.’

Je vond dat contact niet in de literaire wereld?

‘Niet met veel collega’s. Ik vind het leuk om ze te zien, maar het is altijd een haastig contact. Met een paar collega’s heb ik wel een diepere band. Bijvoorbeeld met schrijver en journalist Arjan Visser, die uit een dorpje naast mijn dorp komt. Met hem voel ik verwantschap.

‘En ik ben bevriend met Thomas Verbogt, een enorme lieverd. En net als Arjan schrijft hij fantastisch. Ik waardeer hun werk, maar bovenal geven ze me het gevoel dat ze me alles gunnen. En ik heb een warm hart voor Lize Spit. Met haar ben ik begonnen. We waren allebei nog niet gedebuteerd en zaten in 2014 samen in Parijs in een schrijfresidentie. Ik was daar soms bang, maar zij heeft mij erdoorheen gesleept. Zij zal daarom altijd bijzonder voor me zijn.’

De opbouw van Als zee uit hond loopt thematisch van donker naar licht. In het openingsgedicht Het Hagellot volgen we een haas in paniek. ‘Een haas, zeg ik soms, ik ben een haas op de/ vlucht voor het schot.’ Voelde je je als die haas?

‘Als je zo’n grote fantasie hebt als ik, dan kun je fijn fantaseren. Alles is dan mooi en wonderbaarlijk, maar het kan soms de andere kant op slaan, dat ik mezelf juist banger maak. Dat ik haas en jager ineen ben.

‘De afgelopen jaren heb ik – zeker toen ik in Berlijn was – me alleen en angstig gevoeld. Ik had grootse plannen om daar dingen te gaan opzetten en contact te maken met mensen. Maar in werkelijkheid durfde ik niet eens naar de supermarkt. Dus het was een groot contrast met hoe ik het me had voorgesteld.

‘Ik kan nu stoerder overkomen of wat zekerder. Maar vanbinnen kan ik nog steeds die haas zijn. Ik schaam me er niet voor. Maar het is weleens moeilijk die haas te kalmeren.’

Heb je dit altijd gehad?

‘Ja, maar ik laat het nu meer toe: het is er en het is zo nu en dan lastig. Ik droeg vroeger bij mijn optredens altijd pakken. Dat was een soort harnas. Dat harnas ben ik aan het loslaten, ik ben meer mezelf. Het voelt kwetsbaar, ook hoe je dat moet doen. Maar ik wil het wel. Want als je zo’n harnas aandoet, moet het ook weer uit, en daar moest ik lang van bijkomen.

‘Ik weet inmiddels beter wat ik nodig heb en wat ik moet doen. Ik heb iets om me heen nodig, iets warms, in een warm bad gaan helpt. En tekenen ook, dat heb ik veel gedaan de laatste tijd.’

Met de publicatie van Als zee uit hond komen er optredens aan. Mis je dat harnas dan?

‘Het voelt alsof ik naar een familiefeest ga en dat mensen zeggen: o, wat ben je gegroeid, en dan zo in je wang knijpen. Iedereen kan ook iets vinden of zeggen en dat is spannend. Ben ik daartegen opgewassen?

‘Mijn optreden bij de Nacht van de Poëzie zal worden gefilmd, mijn stem is anders dan toen ik daar vier jaar geleden stond. Er gaan sowieso reacties komen die niet leuk zijn, met of zonder hormonen.

‘Toch kan ik er maar beter eerlijk over zijn. Ik dacht eerst: ik ga er helemaal niets over zeggen. Maar dat voelt niet goed. Er is zo veel haat in deze wereld tegen trans mensen, tegen homoseksuelen, tegen mensen die een beetje anders zijn – als je dat anders moet noemen.

‘Het is eigenlijk onzin als ik me niet uitspreek, er moet ruimte voor kunnen zijn. Mijn werk gaat erover. Waarom zou ik dan niet eerlijk zijn? Dus ik ga iets zeggen, een zinnetje waardoor ik me zekerder voel. Ik heb nog niet bedacht wat. ’

In interviews en in je werk ben je de afgelopen jaren open geweest over je zoektocht en de twijfels hoe in een lichaam te wonen. In 2023 schreef je in een gedicht dat ook in de Volkskrant is gepubliceerd: ‘Bijna in alles ben ik heldhaftig geweest:/ in met de kont tegen de geboortekrib/ en waar ik thuiskom, wil ik Lucas heten.’

‘Ik voel me gewoon Lucas, ik ben altijd Lucas geweest. Op een gegeven moment ging het meer en meer wringen dat anderen mij niet zo zagen, dat ik steeds als meisje of vrouw werd aangesproken.

‘Het is geleidelijk gegaan. Toch is het een groot verschil als je daadwerkelijk de stap naar testosteron zet. Dat hadden ze me al in het VU gezegd. Het is hoorbaar en zichtbaar. Dat vinden sommige mensen moeilijk.

‘De mens is niet maakbaar tot het uiterste, je kunt niet als een beeldhouwer aan het lichaam schaven. Daar ben ik anders over gaan denken. Alles heeft een keerzijde. Je kunt dingen krijgen die niet leuk zijn, bijvoorbeeld haaruitval, dat hebben veel mannen. Mijn lokken zijn nogal belangrijk voor me. Maar uiteindelijk gaat het erom hoe je je erbij voelt, en ik ben vrolijker nu. Maar ik ben ook nog gewoon mijzelf.’

Je schrijft: ‘ik denk aan wat ik straks weer zal kunnen: rechtop lopen met de oerknal in mijn gewrichten,/ want ineens was er leven’.

‘Dat gedicht kun je letterlijk nemen. Ik keek eerder veel naar de grond, nu kijk ik vooruit. Dat zie je ook terug op mijn laatste auteursfoto: ik kijk recht de camera in, niet zoals vroeger een beetje schichtig.’

In Als zee uit hond springt de liefde voor taal naar voren. Wanneer ontdekte je voor het eerst dat enorme taalgevoel bij jezelf?

‘In groep zeven schreef ik mijn eerste verzonnen verhaal, achter in het blauwe mapje van mijn blokfluitles. Juf Renée, stagiaire op mijn basisschool, las het en moedigde me aan om door te schrijven. Zij was eigenlijk mijn eerste redacteur.

‘Als kind speelde ik op de boerderij mijn fantasieverhalen na. Vooral de middeleeuwen vond ik interessant. Het leek me heel rooskleurig als ridder.’

Toen je in groep drie zat, dachten ze op school dat je niet goed kon leren.

‘Daar komt mijn faalangst, denk ik, vandaan. Ik werd toen een jaar lang onder de loep genomen omdat als ik iets leerde, klokkijken of rekenen, ik het de volgende dag kwijt was. Ik bleek later dyscalculie te hebben. Mijn debuut voelde als een grote zelfoverwinning.

‘Maar ik was verder gelukkig op mijn basisschool. Mijn vader gaf er, naast zijn werk op de boerderij, zelf ook les. Het boekenweekessay schreef ik over mijn oude school, het was een ode aan mijn meesters en juffen. Toen ik daar het eerste exemplaar kwam overhandigen, zei mijn meester uit groep 7: wat hebben we je toen toch aangedaan met al die extra rekenlessen? Dat vond ik lief gezegd.’

Je komt uit een gereformeerd gezin. In Als zee uit hond zitten verwijzingen naar het geloof en de Bijbel. Maar het geloof lijkt minder drukkend aanwezig dan in je eerdere werk.

‘Ja, dat is veranderd. Het voelt nu prettiger, minder straffend. Ergens heeft Hij het goede met me voor. Zo voelt het nu.’

Ben je nog gelovig?

‘Ja, maar op een andere manier dan voorheen. Ik ga niet naar de kerk. Maar ik voel wel een soort vertrouwen.

‘Met de taal van de Bijbel ben ik opgegroeid, die vind ik prachtig, en veel symboliek blijft voor mij overeind staan. De rituelen en feestdagen. Maar de heftige conclusies of regels die sommige mensen eruit trekken, daar heb ik niets mee.

‘Helemaal afscheid nemen van het geloof kan ik niet. Ik blijf een kinderlijk geloof houden, bijvoorbeeld in een hemel. Dat heeft te maken met mijn overleden broer. (Toen Rijneveld 3 jaar was, overleed zijn oudste broer op zijn 12de bij een verkeersongeluk, red.) Ik heb altijd geloofd dat hij daar is. En dat ik hem daar ooit voel, zie of wat dan ook. Dat kan ik niet loslaten. Als ik zou zeggen: ik geloof niet meer, dan laat ik hem en dat beeld van de hemel ook los. Dat voelt naar.’

Je overleden broer speelt in je werk een grote rol. Er werd thuis weinig over gesproken.

‘Er werd wel over hem gesproken, maar weinig over het verdriet en de rouw van de andere kinderen. Mijn ouders werden in beslag genomen door hun eigen verdriet. Nu is daar meer over bekend, over hoe zo’n verlies ook voor de andere kinderen is. Ik ben de een-na-jongste, toen mijn oudste broer nog leefde waren we met vijf kinderen.’

Je gedicht Schimmenspel gaat over hem. In zekere zin vereeuwig je hem in je werk.

‘Het zou mooi zijn als het zo zou worden gezien, maar dat weet ik niet. Dat gedicht gaat vooral over hoe ik hem zelf wil vasthouden.’

Jaren geleden zei je in een interview in de Volkskrant: ‘Ik ken mijn plaats als schrijver, maar niet als mens. Als ik voor een publiek moet voorlezen, speel ik de schrijver.’ Hoe is dat nu?

‘Dat ga ik ondervinden bij de Nacht van de Poëzie. Ik vind het spannend, een zaal met tweeduizend mensen en dan vooral het moment dat ik het podium op moet lopen. Maar ik vind het een grote eer dat ik er weer mag staan. En nu voor de eerste keer helemaal als mijzelf, als Lucas.’

20 april 1991 Geboren in Nieuwendijk.
2010-2012 Studeert een jaar Nederlands aan de docentenopleiding in Utrecht en een jaar aan de Schrijversvakschool in Amsterdam.
2015 Debuteert met poëziebundel Kalfsvlies. In de Volkskrant uitgeroepen tot literair talent van het jaar.
2016 C. Buddingh’-prijs voor beste poëziedebuut van het jaar.
2018 Romandebuut De avond is ongemak.
2019 Poëziebundel Fantoommerrie, bekroond met Ida Gerhardt Poëzieprijs.
2020 Roman Mijn lieve gunsteling, bekroond met F. Bordewijkprijs en De Boon.
2020 International Booker Prize, met vertaler Michele Hutchison, voor The Discomfort of Evening (De avond is ongemak).
2022 Poëziebundel Komijnsplitsers.
2022 Boekenweekessay Het warmtefort.
2025 James Tait Black Prize for Fiction, met vertaler Michele Hutchison, voor My Heavenly Favourite (Mijn lieve gunsteling).
2026 Poëziebundel Als zee uit hond.

Lucas Rijneveld: Als zee uit hond. Atlas Contact; 64 pagina’s; € 22,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next