„Ik wil gewoon dat mensen leven, kinderen krijgen – maar iedereen is bang voor me. Het kwetst me. Al snap ik het wel, mijn blik is boos geworden.” Dmitri Melnitsjoek (35)
„In november was ik op de Krim. Ik bleef hopen dat we niet de gehaktmolen in gestuurd zouden worden.” Danil Archipov (26)
„Ik had een soort militair broederschap verwacht, maar dat is er niet, iedereen probeert te overleven. Iedereen daar ziet zich geconfronteerd met zijn eigen sterfelijkheid.” Ilja Veitsler (24)
„Ik verbrak het contact met mijn vrienden, klasgenoten. Van mijn moeder hoorde ik dat de meesten mij een lafaard en een verrader vinden.” Andrej Amonov (34)
„Ik wil gewoon dat mensen leven, kinderen krijgen – maar iedereen is bang voor me. Het kwetst me. Al snap ik het wel, mijn blik is boos geworden.” Dmitri Melnitsjoek (35)
„In november was ik op de Krim. Ik bleef hopen dat we niet de gehaktmolen in gestuurd zouden worden.” Danil Archipov (26)
„Ik had een soort militair broederschap verwacht, maar dat is er niet, iedereen probeert te overleven. Iedereen daar ziet zich geconfronteerd met zijn eigen sterfelijkheid.” Ilja Veitsler (24)
„Ik verbrak het contact met mijn vrienden, klasgenoten. Van mijn moeder hoorde ik dat de meesten mij een lafaard en een verrader vinden.” Andrej Amonov (34)
Oorlog in Oekraïne Naar schatting 50.000 Russische militairen zijn sinds het begin van de oorlog in Oekraïne gedeserteerd. Vier deserteurs vertellen over hun ervaringen. „Ze hebben hem laten inslapen als een hond. Sindsdien slaap ik niet goed meer.”
Vier jaar nadat geschrokken Russische mannen bijeen werden gedreven op militaire bases, en anderen zich halsoverkop vluchtend in rijen bij de grens met Georgië en andere landen aandienden, hangt het woord mobilisatie opnieuw in de lucht. Hoewel het Kremlin blijft ontkennen, wordt gevreesd dat een nieuwe grootschalige oproep voor Moskou noodzakelijk zal om de oorlog voort te zetten, gezien de grote dagelijkse verliezen. Al zeker 250.000 Russische militairen kwamen om in de oorlog tegen Oekraïne, blijkt uit onafhankelijk geverifieerde data van de onafhankelijke Russische nieuwssite Mediazona en de BBC. Waarschijnlijk is het werkelijke aantal vele malen hoger.
Naar schatting van de VN-mensenrechtentak zijn 50.000 Russische militairen gedeserteerd. Eind vorig jaar waren er zeker 16.000 Russen berecht voor het weigeren van deelnemen aan de gevechten. Een klein aantal lukt het de grens over te gaan, maar komt dan vast te zitten. Het grootste probleem voor veel deserteurs: ze hebben geen internationaal paspoort.
De meeste Russen hebben geen geld om internationaal te reizen. En dat armere deel van de bevolking is oververtegenwoordigd in het leger. Volgens het onafhankelijke Levada-centrum had bij het uitbreken van de oorlog slechts 25 procent van de Russen een geldig internationaal paspoort. Al decennia geldt in Rusland: wie het kan betalen, koopt zich onder militaire dienst uit. „Je kunt de militaire dienst zien als een soort belasting op armoede”, zegt Aleksander Sterljadnikov (28) uit Norilsk. Ook hij moest militaire dienst doen, deserteerde en belandde in 2022 in Kazachstan, waar hij met lotgenoten een stichting oprichtte: Farewell to Arms.
„Ik pleit ervoor te deserteren”, zegt Sterljadnikov aan de telefoon. Zijn organisatie hielp meer dan tweehonderd Russische deserteurs om in veiligheid te komen. Groter is de organisatie Idite Lesom, Get Lost, die hielp naar eigen zeggen tot nu toe vierduizend deserteurs te ontkomen aan de krijgsdienst.
Na het vluchten zijn de reisbestemmingen beperkt. Zonder internationaal paspoort is het: Armenië, Belarus, Kazachstan of Kirgizië. Het zijn allemaal landen met nauwe betrekkingen met het Kremlin. Deserteurs vrezen er opgespoord of uitgeleverd te worden. Sterljadnikov zat net als velen vast in Kazachstan. Tot hij een uitweg vond: „Frankrijk heeft onze hulpkreet toen beantwoord.”
Sergei Stroïtelev is een fotojournalist uit Rusland. In 2022 vertrok hij omdat het niet langer mogelijk was zijn werk daar te doen onder de militaire censuur. Inmiddels woont hij in Duitsland, vanuit daar maakte een reeks portretten van zijn gedeserteerde landgenoten in Frankrijk. Stroïtelev bracht een dag en soms dagen met zijn protagonisten door.
NRC selecteerde voor dit verhaal alleen mannen die met behulp van Farewell to arms en Get lost zijn gedeserteerd, en dankzij het selectieproces van deze organisaties naar Europa zijn gekomen. Via de telefoon deed NRC eigen interviews met de mannen. NRC heeft met hun militaire ID’s en contracten kunnen bevestigen dat de mannen in dienst zijn geweest. Van sommigen heeft NRC foto’s uit die tijd ontvangen. Hun persoonlijke ervaringen komen overeen met wat er over de oorlog bekend is, maar vallen niet tot in detail te controleren.
Het precieze aantal is onbekend, maar hoogstens enkele tientallen kregen deze mogelijkheid aangereikt. Het zijn mannen die eerst grondig ondervraagd en onderzocht zijn door de activisten. En dan nog moeten ze het gewone asielproces doorlopen. Frankrijk is bovendien een van de weinige EU-landen die gedeserteerde Russische militairen zonder internationaal paspoort soms toegang geeft. Dit is vooral te danken aan activisten, advocaten en Russie-Libertés, een al in 2012 opgerichte mensenrechtenorganisatie van Russen die tegen Poetin en tegende oorlog zijn, die goede banden heeft met de Franse regering.
Fotograaf Sergei Stroïtelev zocht een aantal mannen op in hun nieuwe woonomgeving. Hij vluchtte zelf in maart 2022 uit Rusland en woont in Duitsland. Het was voor hem aangrijpend de mannen te zien die de oorlogsmachine levend waren uitgekomen. „De militaire machinerie buit gevoelens van patriottisme uit en vervormt die, het rechtvaardigt oorlogsmisdaden en dwingt de jongere generatie dat soort misdaden te plegen.”
Het leger de rug toe keren tijdens gevechtshandelingen kan in Rusland tot vijftien jaar celstraf leiden. Maar deserteren is vaak niet de enige overtreding – illegaal de grens oversteken, of zich uitspreken tegen de oorlog kan nog meer jaar cel betekenen. Ondanks die risico’s was het voor deze mannen belangrijk om hun verhaal te vertellen, en wilden ze met hun volledige naam en met hun gezicht in NRC. Ze willen gehoord worden.
„Iedereen wilde dat ik zou gaan studeren, maar ik wilde zelf uitmaken wat ik deed dus ging ik bij het leger. Ik begon met verplichte militaire dienst. Na zes maanden tekende ik een contract. Dat was juli 2021. We hadden degelijke commandanten bij het bataljon voor logistiek (MTO), allemaal chauffeurs in de achterhoede. We waren in Kaliningrad gestationeerd. Niemand geloofde dat we naar de oorlog gestuurd zouden worden.
„In mei 2022 werd ik bij de commandant geroepen, die zei dat ik in Oekraïne nodig was. Een van de genoemde doelen was dat we de Russischtalige bevolking in de Donbas moesten beschermen. Ik dacht dat dat wel zinvol was. Ik was ideologisch overtuigd en weigeren leek me laf. Bovendien werd gezegd dat er een strafzaak geopend zou worden als ik weigerde.
„Mijn vrouw Anastasia Veitsler zei dat ik niet moest gaan. Dat er oorlogsmisdaden waren begaan in [de Kyivse voorstad] Boetsja. Ik geloofde haar niet. Ze ging nog naar de basis en berispte de commandanten. Ze zei dat het onverantwoord was om zulke jonge mensen naar het front te sturen. Niemand gaf antwoord. Mijn vrouw was banger dat ik zou omkomen dan voor de represailles.
„We landden op de Krim, ik werd naar de buurt van de frontlinie in Zaporizja gestuurd om de troepen daar te bevoorraden. Ik was alert en gefocust, ik begreep meteen dat het gevaarlijk was, niet bij iedereen was dit besef ingedaald.
Het dagelijks leven van Ilja en Nastya speelt zich grotendeels af in hun kamer: ze eten samen, lezen op bed en volgen online het nieuws uit Rusland. Tussen hun spullen liggen herinneringen aan hun leven van voor hun vertrek, zoals de gebedskralen die Ilja meenam uit Rusland.
„Ik had een soort militair broederschap verwacht, maar dat is er niet, iedereen probeert te overleven. Iedereen daar ziet zich geconfronteerd met zijn eigen sterfelijkheid. De commandanten zijn lafaards. Er wordt enorm veel gedronken. Ik dronk ook weleens, maar zoals de commandant zuipen tot ze niet meer overeind komen, dat niet.
„Medesoldaten werden door onze eigen mannen in elkaar geslagen. Om te laten zien dat niemand aan het front iets waard is. Er werd benzine afgetapt en doorverkocht. Mannen gingen eropuit om een televisie ‘te vinden’, nou dan weet je het wel. Ik hoorde dat onze mariniers niemand krijgsgevangenen nemen – ze schieten ze dood. Dat vind ik verschrikkelijk.
„Ik wilde weg maar had de wilskracht niet om te vertrekken. Toen kreeg ik geluk: een vervallen opslaggebouw waar ik in stond stortte zomaar in. Ik had dood kunnen zijn maar brak mijn been. Ik mocht op medisch verlof. Eenmaal thuis heb ik veel gelezen en nagedacht om de oorlog te begrijpen. Ik wilde begrijpen waarom. Maar ik verloor mijn geloof in het nut van die oorlog.
Ilia brengt tijd door in het park en plukt bramen met Nastya in het bos bij hun studentenhuis. Daarnaast sport hij regelmatig; naar eigen zeggen helpt dat hem om met zijn situatie om te gaan en biedt het afleiding.
„Ik probeerde ontslag te nemen. Het was mijn recht, maar omdat de mobilisatie september 2022 werd afgekondigd werd het afgewezen. Het zou niet op mij van toepassing moeten zijn, ik had mijn verzoek daarvoor ingediend. Ik ben in drie rechtbanken geweest om het besluit aan te vechten. Daarna had ik naar het Hooggerechtshof moeten gaan, maar toen begreep ik dat de uitkomst al vaststond. Daarom ben ik gedeserteerd.
„Ik wil geen deel uitmaken van dit criminele systeem. Ik wilde zelfs geen munitie meer vervoeren. Ik wil geen wapen zijn in de handen van oorlogsmisdadigers – en wil zelf geen oorlogsmisdadiger worden. Ik hoop dat ik in Frankrijk mag blijven, maar dat is nog niet zeker. Een plan B heb ik niet, ik ga nooit meer terug naar Rusland.”
„Het voelt alsof ik mijn verstand aan het verliezen ben. Ik zoek een soort afkickkliniek maar iedereen is bang voor me. Net was ik naar een bijeenkomst van anonieme alcoholisten, en iedereen ontwijkt me. De protestanten hebben me afgewezen omdat ik oorlogsveteraan ben. Ik heb echt hulp nodig anders beland ik in de gevangenis of zo. Het is triest, maar ach, het is weleens erger geweest.
„Ik ben hier nu sinds januari. Ik spreek redelijk Frans, ik leer het op gehoor. Ik woon in een woning voor asielzoekers met allemaal mensen uit Noord-Afrika. De helft zijn Soedanezen die ook veteraan zijn. Veel alcoholverslaafden en drugsverslaafden – de hele beau monde zit hier. Maar ze kopen allemaal drankjes voor me, ik hoef nergens over na te denken. Het loopt wel uit de hand.
„Er waren problemen in het gezin waar ik opgroeide, toen ik negen was ben ik op straat gaan leven – welkom in Rusland in de jaren 90 en 00. Na mijn vijftiende ben ik weer thuis gaan wonen, toen was ik groot genoeg om geen pak slaag meer te krijgen. Vanaf mijn negentiende heb ik een jaar dienstplicht gedaan. Toen ben ik getrouwd.
„Ik had een eigen bedrijf, met een paar man personeel, in het repareren van huishoudelijke apparaten. In oktober 2022 stond ik in de metro in Moskou, onderweg naar een klant. Toen kreeg ik mijn dienstoproep. Ik schold dat ik niet zou gaan. Door politie-agenten werd ik geboeid en meegenomen naar een kamertje bij de metro-ingang. Daar plantten ze drugs in mijn zak en zeiden dat ik een strafzaak kon verwachten – tenzij ik zou gaan. Bij de klant ben ik nooit gekomen en mijn vrouw en dochter heb ik sindsdien niet meer gezien.
„Twee jaar ben ik in Oekraïne geweest. Ik weigerde mensen te doden. Het was gewoon een principe, niets christelijks of politieks, iedereen heeft zo z’n principes. Ik werkte in de medische dienst, evacueerde mensen. Niet dat we training kregen, we hebben twee weken op de eenheid rondgehangen en hasj gerookt en toen gingen we naar het oorlogsgebied.
Dmitri kampt met ernstige psychische en slaapproblemen en gebruikt daarvoor medicatie. Af en toe doet hij vrijwilligerswerk bij een vestiging van het Rode Kruis in een nabijgelegen stad.
„Mijn eerste gewonde heette Marat. Hij kwam uit Kazan, had vijf kinderen en was 35, zo oud als ik nu ben. Hij bloedde in zijn rechterlies, dat is lastig te stelpen. Ze konden zijn ademhaling weer op gang brengen maar hij was al hersendood. Dus hebben ze hem laten inslapen als een hond. Sindsdien slaap ik niet goed meer.
„Verband en medicijnen moest het medische team zelf betalen. Op een gegeven moment hingen ze allemaal medailles om mijn nek en werd ik luitenant van een aanvalspeleton. Ze dwingen mannen om zelfmoordmissies uit te voeren – ik weigerde dat bevel te geven. Ik kreeg munitie – patronen, granaten, dat soort dingen, die heb ik allemaal in de rivier gegooid. Toen ging ik naar de bataljonscommandant in de bunker en sneed mijn keel door met een scheermesje. Het was geen zelfmoordpoging, ik wilde gewoon laten zien dat er met mij niet te praten viel. Dat lukte.
„Ik werd 72 dagen vastgehouden in een kelder met drie-, vierhonderd anderen die bevel hadden geweigerd. We hadden allemaal honger. Ik werd gemarteld, elektrische schokken, koud water, ‘s nachts werd ik aan een boom gebonden. Uiteindelijk kreeg ik het aanbod om geld te betalen om eruit te komen, dat heb ik gedaan. Toen stuurden ze me naar een bataljon met ex-gevangenen. Mocht ik weer evacuaties uitvoeren. Daar heb ik nog een jaar gezeten.
„Zodra de gelegenheid zich voordeed ben ik meteen vertrokken. Ik werd naar Loehansk gebracht, daar deed ik burgerkleding aan, vertrok naar Rusland en vanuit daar naar Armenië. Ik was er nog nooit geweest maar iedereen spreekt daar Russisch dus ik heb online wat advertenties gezet en ben toen weer huishoudelijke apparatuur gaan repareren. Het is niet veilig daar, er is een Russische militaire basis en het stikt er van de FSB-agenten.
Op zijn kapotte telefoon staan nog foto’s uit Dmitri’s diensttijd, waaronder een beeld van hemzelf in uniform. Het litteken op zijn hals herinnert aan een verwonding die hij zichzelf toebracht nadat hij had geweigerd een wapen op te pakken en aan het front te vechten.
„Onder de deserteurs zitten nu veel contractsoldaten. Dat zijn mensen die zich vrijwillig aangemeld hebben om te moorden voor geld. Daar hoef ik niet mee te praten. Als je mensen vermoordt voor geld, los je je eigen problemen maar op.
„In Frankrijk kreeg ik voor het eerst antidepressiva. Het helpt wat, maar alcohol blijft een probleem. Aan het front noemen mensen Poetin een lul. Niemand is blij met deze regering. De enige mensen die willen dat daar gevochten wordt, zitten thuis op een warme bank. De oorlog gaat voor niemand goed aflopen. Politiek is smerig. De gevolgen daarvan heb ik zelf gezien.
„Ik wil gewoon dat mensen leven, kinderen krijgen – maar iedereen is bang voor me. Het kwetst me. Maar ik snap het wel, mijn blik is boos geworden. Ik ben er blij om dat ik niemand heb vermoord. Als ik kijk naar mijn huidige psychische problemen, als ik bloed aan mijn handen had gehad was het nog veel erger geweest. Waarschijnlijk had ik mezelf dan allang opgehangen. Godzijdank.
„In de republiek Sacha, Jakoetië is het 40 graden Celsius in de zomer en -60 in de winter. Toen de oorlog uitbrak werkte ik aan een winterweg van sneeuw en ijs op de taiga. Ik had geen internet. Pas na een week zag ik op televisie dat er een of andere ‘speciale operatie’ was begonnen. We waren in shock.
„Een van onze chauffeurs was Oekraïens en hij maakte zich heel veel zorgen. Hij raakte depressief, we probeerden hem gerust te stellen: misschien is het snel voorbij. Na elke shift probeerde hij zo snel mogelijk terug te rijden om te horen hoe het met zijn ouders in Kyiv was. Uiteindelijk vertrok hij naar zijn thuisland.
„Op werk had iedereen het over de mobilisatie. Ze zeiden: ‘Als iemand belt, niet opnemen, als iemand aanbelt, niet opendoen’. Maar toen liet mijn baas me op werk mobiliseren. Hij zei dat ik naar HR moest komen met mijn militaire ID en paspoort. Ze zeiden dat ik naar het leger moest, dat ik aangeklaagd zou worden als ik zou weigeren. Ik zei: ‘Ik werk hier al tien jaar’. Ze zeiden: ‘We zijn slechts de boodschappers’.
„Bij het registratiekantoor was het heel druk, niemand snapte wat er aan de hand was. Als schaapjes werden we zes uur later naar het vliegtuig geleid en toen vlogen we weg. Pas toen we landden wist ik waarheen: de republiek Boerjatië, hoofdstad Oelan-Oede. Daar heb ik ook mijn militaire dienst gedaan. Dat was een groot voordeel, want toen wist ik hoe ik daar weg kon komen.
Andrej brengt veel tijd door op zijn kamer, waar hij momenteel de enige bewoner van het gebouw is. Op zijn telefoon kijkt hij graag naar voetbal en anime. De verder vrijwel lege kamer wordt verlicht door een sobere plafondlamp; aan de deur hangt een sleutelbos met een vredessymbool.
„Eerst probeerde ik legaal vrijstelling te krijgen. Ik probeerde een bewijs van inschrijving bij de universiteit te krijgen. Daarna kreeg ik een verklaring dat ik voor mijn zieke opa moest zorgen. Toen probeerde ik nog op medische gronden afgekeurd te worden. Maar het werd me duidelijk gemaakt dat ik hoe dan ook naar de oorlog zou gaan. Een uur later ben ik weggerend.
„Tijdens mijn diensttijd ontglipte ik vaak de basis om in de stad Boerjats te eten. Ze hebben een heel lekker soort dumplings, boezza. Dus ik wist dat er een gat in de muur zat bij de keuken, waardoor ik naar buiten kon glippen. Bijna niemand kent die weg. Ha-ha-ha. Ik heb de eerste taxi naar het centrum gepakt, burgerkleding gekocht, mijn uniform in de prullenbak gegooid en een appartement gezocht om te overnachten. Die avond zag ik de annexatie van de vier Oekraïense regio’s op televisie. Ik dacht: ‘Poeh poeh, knap gedaan, mij zien jullie nooit meer’.
„Twee jaar was ik in Kazachstan. Ik kon er niet werken. Zodra ik iets vond werd ik door vreemde mensen gebeld die me wilden deporteren. Eén keer werd ik opgepakt. Er was zelfs een politieagent uit de Russische regio Koersk die zei dat ze naar mij persoonlijk op zoek waren. Een mensenrechtenactivist kreeg me vrij maar ik was niet meer veilig. Met behulp van Farewell to Arms kwam ik in Frankrijk, waar ik inmiddels de vluchtelingstatus heb.
„Ik verbrak het contact met mijn vrienden, klasgenoten. Van mijn moeder hoorde ik dat de meesten mij een lafaard en een verrader vinden. De inwoners van onze republiek, Sacha, zijn heel gehoorzaam, ze zijn trots en hiërarchisch, als de grote baas zegt dat je iets moet doen dan ga je dat doen, we willen geen angst tonen. Ik wil een voorbeeld zijn voor jonge mannen: ga gewoon niet naar de oorlog.”
„Na een studie elektrotechniek heb ik mijn dienstplicht vervuld. Destijds voelde dat juist, meegaan met de stroom. Eén jaar zodat mijn militaire ID netjes in orde was en ik in de toekomst geen probleem zou hebben met het vinden van een baan. Ik kom ook niet uit een rijk gezin, we hadden niet het geld of de connecties om daarover te ‘onderhandelen’.
„Na de dienstplicht vond ik een baan in het hoge noorden, Norilsk. In september 2022 belde mijn voorman en zei dat ik een dienstoproep had ontvangen. Ik had die kans klein geacht – niet meer dan 1 procent van de reservisten zou worden opgeroepen. Nu denk ik vaak na over het lot. Het lijkt geen toeval. Het is een beproeving die ik met succes heb doorstaan. Ik ben weggelopen en heb mijn eigen pad gekozen.
„In de bus was ik verschrikkelijk gestrest. Veel mensen dronken wodka, ik werd getrakteerd en dronk mee. Je bent met mannen onder elkaar. Iedereen was elkaar gerust aan het stellen. Dat het mee zou vallen, dat de oorlog gauw voorbij zou zijn.
„We werden naar Omsk gebracht. Ik hoopte dat alles goed zou komen. Dat ik geluk zou hebben en niet mee zou hoeven vechten. Ook omdat ik getraind was als communicatiespecialist, ik dacht dat ik gewoon in de communicatie zou zitten, ver van de linies. Maar toen werd ik ingedeeld bij de infanterie bij een aanvalsbrigade. Dat is zelfmoord. Dat is het ergste dat je kan overkomen. Toen hoorde ik dat ik echt naar Oekraïne zou gaan.
Voorwerpen en momenten uit Danils leven in Frankrijk: een icoon van de heilige Daniël die hij van zijn moeder kreeg, zijn geamputeerde pink, Franse les bij een lokale hulporganisatie en de legertas die hij uit Oekraïne meenam.
„In november was ik op de Krim. Ik bleef hopen dat we niet de gehaktmolen ingestuurd zouden worden. We moesten naar Enerhodar, naar de kerncentrale, om die te beschermen. We zaten er met duizenden en woonden met honderden in schuilkelders. Er hing een nerveuze spanning en er werd erg veel gedronken. Er waren ontgroeningsincidenten. Kleine problemen werden snel opgelost met vechten. De commandanten dronken zelf ook, die konden de discipline niet handhaven.
„Eind mei 2023 kwam het bevel: de hele brigade gaat richting Bachmoet. De huurlingen van Wagner zouden zich terugtrekken en droegen de posities over aan Defensie.
Het voelde als een eindpunt. Doodeng. Hier kom je niet zomaar vandaan – je sterft of raakt gewond. Verloven werden ingetrokken, ze lieten niemand meer gaan. Mijn peloton had geluk, we zaten achter de drakentanden, de tankversperring in de verdedigingslinie. Onze opdracht was onze aanwezigheid in een dorpje verdedigen, Klisjtsjiivka.
Over de radio vingen we communicatie op van de aanvalseenheden. Je kon de angst in de stemmen horen. Het liep niet zoals gepland. Onze hele brigade bestond uit gemobiliseerden, niemand had ooit gevochten. Er werd 24 uur per dag, zeven dagen in de week geschoten. Het waren eindeloze aanvallen.
„Ik heb één keer geschoten. Het was avond, in zat in de observatiepost in een vervallen garage. Ik kreeg het gevoel dat er een aanval plaatsvond. Ik was tegen die tijd al niet meer helemaal helder van geest. Ik had al dagen niet geslapen en niet genoeg gedronken. We waren radiocontact verloren. Ik denk dat ik verward was van de stress. Toen ben ik gaan schieten. In het wilde weg, in de rondte. Maar ik heb niemand gedood. Er was niemand.
„Er was geen hoop op verlof, geen terugtrekking, herplaatsing of versterking. We zouden daar moeten blijven tot het einde, zo voelde het. Ik begreep niet in wiens belang ik daar was, wat het doel was. De absurditeit brak me op. Ik dacht: ik moet iets doen. Toen kwam ik op het idee om een granaat in mijn hand tot ontploffing te brengen.
„De Oekraïners begonnen een tegenoffensief. Er waren gigantische verliezen. De plv. commandant vroeg permissie om te vertrekken, zei dat er niet genoeg mensen over waren om de gewonden te evacueren. We wisten aan een omsingeling te ontsnappen door met de gewonden mee naar het ziekenhuis te gaan – gewond of niet.
Danil tijdens een van zijn lange wandelingen door de stad. Lopen helpt hem zijn hoofd leeg te maken.
„Daarna zaten we in een vervallen huisje te wachten om teruggestuurd te worden. Op tafel lagen granaten, patronen, granaatontstekers en andere dingen. Toen begreep ik hoe ik een ontsteker moest gebruiken. Het deel van de granaat dat hem af laat gaan met een beetje buskruit. Dat dat me niet fataal zou worden. Ik dacht erover om het in mijn laars te steken en mijn been op te blazen. Ik twijfelde lang, maar om de een of andere reden kon ik het niet over mijn hart verkrijgen.
„We werden weer uitgezonden, met een quad werd ik naar een plek gereden vanuit waar ik te voet naar Klisjtsjiivka zou moeten gaan. Toen heb ik daar de ontsteker in mijn hand genomen, die tegen een boom gezet, de pin eruit getrokken en laten ontploffen. Mijn vinger werd eraf gerukt. Ik werd geëvacueerd. In Loehansk ben ik geopereerd, toen per helikopter naar Rostov gebracht. Dertig dagen ziekenverlof.
„Ik zou zeggen dat de meerderheid van de mannen aan het front de oorlog niet steunt. Ze zijn bang en gedragen zich als collectief. Ze praten en gedragen zich als iedereen – blijf bij de groep. Dat is makkelijker dan uitbreken en ontsnappen. Weinig mensen kunnen zich daartoe zetten. Je weet ook niet eens zeker of je wel in het ziekenhuis beland, of gewoon achtergelaten wordt. Ik was daar klaar voor.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie