Home

Oranjes legitimeerden ‘met overtuiging en zonder veel bedenkingen’ het kolonialisme

Het Huis Oranje-Nassau heeft ‘met overtuiging en zonder veel bedenkingen’ een rol gespeeld in de koloniale geschiedenis van Nederland. Het financiële profijt was vooral in de 19de eeuw ‘zeer substantieel’.

Dat is een van de conclusies uit een omvangrijke studie die vrijdagmiddag is gepresenteerd in het Academiegebouw van de Universiteit Leiden. Koning Willem-Alexander nam vijf boeken in ontvangst met de resultaten van een onafhankelijk onderzoek naar de rol van het Huis Oranje-Nassau in de koloniale geschiedenis van Nederland.

In totaal droegen sinds de start in december 2022 zo’n zestig wetenschappers bij aan het uitgebreide onderzoek. Zij stonden onder leiding van hoofdonderzoeker Gert Oostindie, emeritus hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis in Leiden. Oostindie schreef zelf het publieksboek Oranje en de koloniën, 1600-2025, met de voornaamste conclusies.

De stadhouders in de 17de en 18de eeuw hadden slechts beperkte macht in koloniale zaken, maar koning Willem I maakte begin 19de eeuw volop gebruik van zijn exclusieve recht om het koloniale bestuur te bepalen. De regeerperiode van Willem I (1815-1840) was ‘van beslissend belang voor de verdere ontwikkeling van het Nederlandse kolonialisme’, stellen de onderzoekers.

‘Symbolische legitimering’

Zijn opvolger Willem II had dezelfde bevoegdheden als zijn vader, maar maakte daar als koning (1840-1849) nauwelijks gebruik van. Na de grondwetsherziening van 1848 werd het koloniale beleid steeds meer een zaak van het parlement. De betekenis van het Huis Oranje-Nassau voor het kolonialisme lag daarna ‘in de symbolische legitimering ervan’.

Alle stadhouders, koningen en koninginnen tot en met Wilhelmina (regeerperiode 1890-1948) achtten koloniale oorlogvoering ‘onvermijdelijk en gerechtvaardigd’, schrijft Oostindie. ‘De stadhouders en koning Willem I gaven geen blijk van bezwaren tegen handel in slaaf gemaakten of slavernij. Willem II en Willem III dachten daar wat anders over, maar gaven geen steun aan de afschaffing ervan.’

Het financiële profijt fluctueerde gedurende de vier eeuwen. Het was ‘vooral in de negentiende eeuw zeer substantieel, door inkomsten uit Nederlands-Indië’. ‘Aan de trans-Atlantische slavenhandel en de Caribische slavernij verdienden de Oranjes vrijwel niet.’

Kolonialisme was ook van belang ‘voor het nationale en internationale prestige’ van het Huis Oranje-Nassau. Pas vanaf de regeerperiode van koningin Juliana (1948-1980) veranderde dit langzaam ‘in ongemak’. Juliana, Beatrix en Willem-Alexander ‘ontwikkelden een uitgesproken engagement met de overgebleven delen van het voormalige imperium en met de postkoloniale gemeenschappen in Nederland’.

Gouden Koets

Willem-Alexander, die geschiedenis studeerde in Leiden, vindt het sinds zijn inhuldiging in 2013 van belang het verleden te laten spreken en de doorwerking van historische feiten onder ogen te zien. Om die reden stopte hij met het gebruik van de Gouden Koets op Prinsjesdag. Na een jarenlange restauratie keerde het rijtuig, met het omstreden paneel ‘Hulde der koloniën’, in 2022 ‘voorlopig’ niet meer terug in de koninklijke stoet.

De koning begon gesprekken met nazaten in paleis Huis ten Bosch en verruimde de openstelling van zijn familiearchief (tot september 1948). Hij liet een commissie onder leiding van kunsthistoricus Rudi Ekkart onderzoek doen naar de koloniale herkomst van objecten in de Koninklijke Verzamelingen. Nadat premier Mark Rutte eind 2022 excuses had aangeboden voor het slavernijverleden, maakte Willem-Alexander op 1 juli 2023 bij Keti Koti ‘deze excuses zelf’.

Hij voegde daar toen een opmerkelijke uitspraak aan toe: ‘Slavenhandel en slavernij worden erkend als een misdaad tegen de menselijkheid. De stadhouders en de koningen van het Huis Oranje-Nassau hebben hier niets tegen ondernomen. (...) Voor het overduidelijke gebrek aan handelen tegen deze misdaad tegen de menselijkheid, vraag ik vandaag, op deze dag dat we samen het Nederlands slavernijverleden herdenken, vergiffenis.’

Op dat moment had de koning al tot het onderzoek besloten, waarvan hij vrijdag het resultaat kreeg aangereikt. Hij sprak indertijd de hoop uit dat ‘het méér licht zal werpen op de precieze rol van het Huis van Oranje-Nassau in de koloniale geschiedenis en de slavernij’. Dat hij daarbij op Oostindie als eerste onderzoeker uitkwam, was geen verrassing.

Oostindie was tot eind 2021 directeur van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde in Leiden. Koningin Máxima werd daar in 2005 beschermvrouwe. Om meer zicht te krijgen op de rol van stadhouders en koningen in de koloniale periode, schreef Oostindie in 2006 De parels en de kroon. Het koningshuis en de koloniën. Boeken over kolonialisme zijn ruim voorradig, maar naar de rol van de Oranjes bleek weinig studie gedaan. Oostindie noemde zijn boek daarom nadrukkelijk ‘een verkenning’.

Podcast Edwin Evers

In de podcast ‘Door de ogen van de koning’ zei Willem-Alexander in 2023 tegen presentator Edwin Evers dat hij ‘schoon schip’ wilde maken met dit onderwerp. ‘Ik weet dat ik zelf nergens schuldig aan ben, maar ik heb wel een verantwoordelijkheid naar de Nederlandse maatschappij toe, ook voor wat de voorouders hebben gedaan. Daarom heb ik gevraagd om een onafhankelijk, wetenschappelijk onderzoek. (...) Er is al een boek van professor Gert Oostindie, waarin hij schrijft dat dit nader onderzoek behoeft. Op basis daarvan heb ik hem gevraagd dit onderzoek te doen.’

Oostindie stelde een onafhankelijke commissie samen, met naast hemzelf hoogleraar Esther Captain (die eerder meewerkte aan de publicaties over slavernij en kolonialisme in Rotterdam, Utrecht en Den Haag), Kathleen Ferrier (voormalig CDA-Kamerlid) en Henk te Velde (hoogleraar Nederlandse geschiedenis in Leiden). Zij werden gesteund door een klankbordgroep.

Oostindie kreeg toegang tot de relevante archieven van het Koninklijk Huis, ondergebracht in de Koninklijke Verzamelingen, en tot die van het Kabinet van de Koning. Hij had ook inzage in documenten die nog niet toegankelijk zijn, met name uit de regeringsjaren van Juliana (1948-1980) en Beatrix (1980-2013), en kon zijn bevindingen delen met de onderzoeksgroep.

Het Koninklijk Huis had geen bemoeienis met de vrijdag gepresenteerde uitkomsten. De koning is daarvan deze zomer in kennis gesteld. De kosten van het onderzoek, 1,6 miljoen euro, zijn opgebracht door het Koninklijk Huis.

De vijf boeken die vanaf nu verkrijgbaar zijn:

-Oranje en de koloniën, 1600-2025, door Gert Oostindie (samenvattend publieksboek)

- Van Willem de Zwijger tot Willem-Alexander, redactie Gert Oostindie, Tristan Mostert, Erik Odegard en Bart Verheijen (biografisch boek)

- Koloniale macht, profijt en prestige, redactie Gert Oostindie en Henk te Velde (thematisch boek)

- Schaduwen van de Oranjezon, redactie Esther Captain en Guno Jones (boek vanuit koloniaal perspectief)

- European Monarchs & Colonialism, redactie Gert Oostindie en Karwan Fatah Black (Europees vergelijkend boek)

De eerste vier titels zijn uitgegeven door uitgeverij Boom. De vijfde titel verscheen bij Leiden University Press, net als een Engelse vertaling van het publieksboek van Oostindie. De Engelse editie van Schaduwen van de Oranjezon verschijnt later.

De boeken hebben alle als gemeenschappelijke ondertitel De koloniale geschiedenis van het Huis Oranje-Nassau (The colonial history of the House of Orange-Nassau).

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next