is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Is de moeflon zo noodzakelijk voor de natuur dat de exoot moet worden beschermd? Een ‘onderzoek’ moest doen geloven van wel. De waarheid is anders.
Die avond in mei staat ieder nog in het geheugen gegrift. De bel ging, er stond een man voor de deur, gleufhoedje op, hoge leren laarzen aan. Hij was van het ‘Nationaal Moeflononderzoek’ en wilde weten hoe u denkt over de moeflon. De moeflon, die jarenlang de (Hoge) Veluwe begraasde, maar inmiddels is opgevroten door de grote boze wolf.
U liep massaal leeg bij de voordeur: ‘82 procent van de Nederlanders vindt dat de overheid beleid moet ontwikkelen om de moeflon te behouden’, luidde het nieuws afgelopen dinsdag. Van de Vereniging Moeflon, opdrachtgever van het Nationaal Moeflononderzoek 2026. En: ‘73 procent is voor actieve bescherming’ van het dier.
In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.
De vereniging bood het onderzoek dinsdag aan bij Kamerleden, om de exoot – in 1921 uitgezet om op te jagen en om heidevelden open te houden – te bestempelen als inheemse soort die moet worden beschermd. Vooral tegen de inheemse grote boze wolf. Het arme schaap kan in zijn oorspronkelijke leefgebied (Corsica en Sardinië) rotsachtige hellingen op vluchten, maar in het platte Nederland is hij kansloos tegen rappe roofdieren als de wolf (en de jager).
Eerder voelde de staatssecretaris daar niets voor. En terecht. Hij had zich laten adviseren door onafhankelijke deskundigen. Die beschouwden het uitzetten van moeflons als ‘een klassiek voorbeeld van faunavervalsing’. Het dier eet weliswaar de grove den op waardoor heidevelden openblijven, maar ook al beweert de Vereniging Moeflon anders, het schaap is ‘niet van dusdanig belang of bijzonder dat een speciale beschermingsstatus aan de orde zou moeten zijn’.
Ook Zodion, voorheen de Zoogdiervereniging, heeft bedenkingen. Bij grote hoeveelheden moeflons kan de begrazingsdruk in een gebied te groot worden, ‘met vergrassing als gevolg’. ‘Daarnaast wordt loofbosverjonging vertraagd of verhinderd. Uiteindelijk kan dit leiden tot negatieve effecten op de diversiteit van flora en fauna.’
Dat verhindert de Vereniging Moeflon – twee bestuurders zijn ook verbonden aan Vereniging van Vrijwilligers van de Hoge Veluwe, die de moeflon als heilige koe beschouwt – niet de politiek te blijven bestoken. Met grof geschut: dat Nationaal Moeflononderzoek. Toch eens even gelezen.
Nederland staat volgens de club massaal te springen om het behoud van de moeflon, maar het onderzoek (een enquête onder ruim zeshonderd personen) stelt ook vast dat 63 procent van de ondervraagden nog nooit van een moeflon had gehoord. Dat zij het dier desondanks massaal onmisbaar vinden voor natuurbeheer, kon natuurlijk alleen maar komen door sturende vraagstelling.
Inderdaad, in veel vragen zat het antwoord al voorgebakken: ‘Vindt u het belangrijk dat diersoorten die bijdragen aan biodiversiteit, zoals de moeflon, worden behouden?’ En: ‘De moeflon kan door begrazing helpen om de meest zeldzame natuurgebieden open te houden. Hoe belangrijk vindt u het dat heidevelden en stuifzanden in Nederland openblijven en niet dichtgroeien?’ Of: ‘Vindt u dat het behoud van schaarse heide en stuifzand zwaarder moet wegen dan het beschermen van roofdieren zoals de wolf?’
En dat dus vragen aan mensen die nog nooit van een moeflon hadden gehoord.
Die man met gleufhoed aan de voordeur stelde zich niet voor, maar hij was van een bedrijf dat zich voor non-profitorganisaties niet alleen toelegt op onderzoek, maar ook op marketing en campagnes. In eigen woorden: het ‘ondersteunt organisaties vraaggestuurd met het inbedden van nieuwe strategieën’. In mijn woorden: het produceert in opdracht broddelwerk en verpakt het in cadeaupapier met een mooie sticker van ‘wetenschap’ erop. Om mens en moeflon het bos in te sturen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant