Home

‘Toen het VK de slavernij afschafte, had koning Willem I de mogelijkheid om te zeggen: dat moeten wij ook doen. Hij overwoog het geen seconde’

Gert Oostindie | historicus Voor het omvangrijke onderzoek naar het koloniale verleden van de Oranjes, zo vertelt historicus en onderzoeksleider Gert Oostindie, werd onder meer geput uit het Koninklijk Huisarchief. Ook kreeg het onderzoeksteam niet-openbare stukken over Juliana en Beatrix onder ogen. Het koningshuis ontving de uitkomsten toen „niets meer veranderd kon worden” en had „geen enkel” commentaar.

Gert Oostindie: „Je wilt absoluut niet de indruk wekken dat je de loopjongen van de koning bent.”

Drie jaar gaf historicus Gert Oostindie (1955) leiding aan een megaproject: een onderzoek naar het koloniale verleden van de Oranjes. Hij beloofde drie boeken, het werden er vijf, samen zo’n tweeduizend pagina’s, volgeschreven door zestig auteurs. De belangrijkste conclusie: „Het Huis Oranje-Nassau heeft met overtuiging en zonder veel bedenkingen een rol gespeeld in de koloniale geschiedenis van Nederland, maar die rol was alleen onder koning Willem I bepalend voor het koloniaal beleid. Het Nederlandse kolonialisme was belangrijker voor het Huis Oranje-Nassau dan het Huis Oranje-Nassau dat was voor het Nederlandse kolonialisme.”

Was dit ongeveer wat u had verwacht?

„We hebben toch wel veel nieuws gevonden. Bijvoorbeeld over de politieke betrokkenheid van de Oranjes bij de koloniën. De Nederlandse elite dacht koloniaal, dus ik ging ervan uit dat dat ook zou gelden voor de Oranjes. Maar daar was nauwelijks empirisch bewijs voor. Nu hebben we geen beleidsstukken gevonden van stadhouders en koningen die zeggen: we moet meer met de koloniën doen. Maar wel bewijs dat ze, als er ergens opstanden waren, zeiden: ‘Hard erop.’ Er is een veelzeggend citaat van Anna van Hannover, regentes en moeder van stadhouder Willem V, die tijdens een oorlog tegen de marrons zegt: ‘We moeten ze uithongeren en kapotmaken, vooral de vrouwen.’

„Koning Willem I had het opperbestuur, hij mocht alles beslissen. In zijn tijd wordt de slavernij in het Verenigd Koninkrijk afgeschaft. Hij had de mogelijkheid om te zeggen: dat moeten wij ook doen. Hij overweegt het geen enkele seconde. Koning Willem-Alexander heeft over de slavernij gezegd: ik schaam me ervoor dat mijn familie hier niets tegen heeft gedaan. Onze conclusie gaat een paar stappen verder. Het is niet zo dat ze niets hebben gedaan. Ze hebben het voortdurend met hart en ziel ondersteund.”

En over de inkomsten: dat heeft een aantal economische historici nu heel goed uitgezocht. Het beeld dat daaruit komt, is duidelijk en verrassend. Aan de begin van de zeventiende eeuw is de West-Indische Compagnie een oorlogsmachine. Ze winnen de Zilvervloot en daar wordt ook de stadhouder rijker van. Maar dan is het eigenlijk gedaan met de inkomsten uit de Cariben.”

„Afgaande op de berichten van de afgelopen dagen, denken mensen misschien: nu wordt duidelijk dat ze schatrijk zijn geworden van de slavenhandel. Niet dus. Dat maakt het, zeg ik in één zin door, nog niet oké. Integendeel, hun morele betrokkenheid is overduidelijk en veel duidelijker nu dan voorheen.”

Bent u bang voor teleurgestelde reacties?

„Nou bang, ik ben me ervan bewust. En ik zou het heel jammer vinden. Maar voor de duidelijkheid heb ik in mijn speech gezegd: ze hebben er niet aan verdiend, niet omdat ze dat niet wilden, maar omdat het niet lúkte. Dat maakt dat het niets afdoet aan hun morele verantwoordelijkheid.”

Heeft u lang nagedacht over de precieze bewoordingen van uw conclusies?

„Ik ben een jaar geleden al begonnen de conclusies te schrijven, toen het onderzoek nog niet af was. Eigenlijk heb ik voortdurend gedacht: wat moet ik nou zeggen? De koning heeft excuses uitgesproken, voor heel specifieke dingen. Maar er is zoveel meer. Daardoor dacht ik aan een breder statement. De koning heeft gezegd dat er een gebrek was aan ‘handelen tegen’. De werkelijkheid is dat er een actieve betrokkenheid bij was. Medeverantwoordelijkheid. Dat is klip-en-klaar, dat kan niet missen.”

Hoe is dit onderzoek eigenlijk bij u terechtgekomen?

„Uiteraard heb ik geen sollicitatiebrief geschreven. In 2006 schreef ik een boekje, De parels en de kroon. Het koningshuis en de koloniën. Ik was directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV). Koningin Máxima werd beschermvrouwe en toen dacht ik: ik moet haar iets vertellen over de rol van het koningshuis in de koloniën. Ik veronderstelde dat daar veel over was geschreven. Maar dat bleken slechts flarden, niets samenvattends. Toen heb ik een verkennend boekje geschreven, waarin ik de belangrijkste thema’s besprak, maar ook zei: dit zou veel beter uitgezocht moeten worden. Dat boek heb ik haar toen aangeboden.

„In 2022 maakte ik met collega’s een boek over het koloniale verleden van de gemeente Den Haag. Ik nam onder meer het hoofdstuk over het koningshuis voor mijn rekening. Toen ben ik gaan rondneuzen in het Koninklijk Huisarchief. Het viel me op dat daar best veel was, maar ik had weinig tijd, dus ik heb maar een paar dingen gebruikt. De rest van het hoofdstuk heb ik vooral aangegrepen om te schrijven dat het me verbaasde dat er zoveel jaar later nog steeds geen goede studie was gedaan naar het onderwerp.

„Wel heb ik de directeur van het Koninklijk Huisarchief, Claudia Hörster, laten weten dat het boek met die tekst eraan kwam. Dan konden ze zich voorbereiden op mogelijke vragen. Een tijdje later belde ze met de vraag of ik eens wilde komen bespreken hoe zo’n onderzoek eruit zou moeten zien. Een paar maanden later werd me gevraagd: kan jij het niet doen? En wat heb je daar voor nodig?”

Hoe vond u dat?

„Eervol en ook spannend. Ik heb niet echt getwijfeld. Eigenlijk heb ik maar twee voorwaarden, heb ik gezegd. Het moet volstrekt onafhankelijk zijn. En twee, ik moet mensen gaan vragen om eraan mee te werken, daar hoort een begroting bij. Bovendien heb ik van meet af aan gezegd dat ik dit niet alleen wilde leiden, maar met een commissie waarvan ik zelf de andere leden aandroeg: Esther Captain, Kathleen Ferrier en Henk te Velde. Dat was allemaal akkoord.

„We legden vast dat we op 1 oktober 2026 drie boeken zouden afleveren: een thematische bundel, een biografische bundel en een publieksboek. Eenmaal onderweg leek het logischer nog een apart boek te maken met perspectieven uit de voormalige koloniën en postkoloniale gemeenschap in Nederland. En we bedachten dat het ook goed zou zijn een vergelijkend boek te maken over tien andere Europese landen. Dus toen heb ik meegedeeld: we maken vijf boeken, de deadline en het budget blijven hetzelfde. Prima, was het antwoord.”

Heeft u tijdens dit onderzoek contact gehad met de koning zelf?

„Ik had hem een paar keer de hand gedrukt vóór het onderzoek. En voordat hij in 2020 op staatsbezoek ging naar Indonesië heb ik tijdens een openbare sessie met sprekers verteld over de beladen wederzijdse geschiedenis. Niet veel voorgaand contact dus – wel had ik vaker contact gehad met koningin Máxima.

„Halverwege het onderzoek heb ik, op mijn verzoek, één keer een uur met de koning gepraat. Omdat ik een paar heel specifieke vragen had over dingen waarbij hij was betrokken. Ook heb ik enkele algemene vragen gesteld. Toen zei hij zelf: ‘Goed dat we dit gesprek hebben gehad, maar zullen we het hier maar bij laten?’. Dat leek mij ook verstandig. Als de indruk zou ontstaan dat we persoonlijk contact hadden, zou dat afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van het onderzoek. Het zou ook slecht zijn geweest voor mijn reputatie. Je wilt absoluut niet de indruk wekken dat je de loopjongen van de koning bent.”

Vandaar ook dat de opdracht werd gegeven via een tussenpersoon.

„Nou, dat is ook belangrijk: het wás dus geen opdracht. De koning heeft een geoormerkte schenking gedaan, van 1,6 miljoen, aan het Leids Universiteitsfonds. Dat lijkt veel geld, maar er zijn zestig auteurs betrokken bij dit project. Het fonds heeft het geld doorgegeven aan de universiteit. En de universiteit weer aan het Instituut voor Geschiedenis. Ik beheerde het en legde verantwoording af aan de universiteit. Er zitten bewust allemaal schotten tussen.

„Om dezelfde reden wilde ik niet dat het geld terecht zou komen bij het KITLV, want dat is ‘koninklijk’. En ik ben daar lang directeur geweest, Máxima is beschermvrouwe. Dat vond ik te dichtbij. De bestemming van de schenking was een onderzoek ‘naar de rol van het Huis Oranje-Nassau in de koloniale geschiedenis’. Niets meer. De verdere invulling was aan de onderzoekscommissie.”

Mocht u alles zien in het Koninklijk Huisarchief?

„Veruit het meeste was al toegankelijk. Je moet toestemming vragen en de koning moet dat geven, maar voor zover ik weet, krijgt iedereen die een serieus plan heeft die toestemming. Alleen de archieven van Juliana en Beatrix zijn niet openbaar, omdat die te contemporain zijn. Ik mocht daar wel in werken en we hebben toen afgesproken dat dit voor de hele commissie zou gelden. Om het verwijt te voorkomen dat Cees Fasseur [de biograaf van Wilhelmina] kreeg: hij mag er als enige in, er is geen controle mogelijk.

„Uiteindelijk heb ik het onderzoek wel zelf gedaan, maar ik heb al mijn archiefaantekeningen én mijn verwerking ervan in de hoofdstukken over Juliana en Beatrix met de commissie besproken. Het duurt nog vele decennia voordat die stukken openbaar worden, daar kan ik niets aan doen, maar zo is er toch serieuze controle vooraf geweest.”

Wanneer heeft het Koninklijk Huis de uitkomsten van het onderzoek gezien?

„Half juli, toen alles bij de uitgever lag en niets meer veranderd kon worden. Ter informatie en om een reactie voor te bereiden.”

Heeft u commentaar gehad?

„Geen enkel.”

Heeft u dingen gevonden waardoor u écht verrast was?

„De meeste archieven waren dus al gewoon toegankelijk, daar was niks geheims aan. Maar de archieven van Juliana en Beatrix waar ik in mocht, dat was toch wel heel bijzonder. Dan zie je dat Juliana enorm geïnspireerd werd door Greet Hofmans in haar verzet tegen geweld in Indonesië. De citaten die daarover in het publieksboek staan zijn onthullend.

„Wat Beatrix betreft: alles wat altijd over haar is gezegd klopt. Inderdaad, het is als of ze minister-president is – zonder dat ik er één blijk van heb gevonden dat ze over grenzen ging. Als het gaat over de Nederlandse Antillen straalt ze naar buiten uit: we moeten solidair zijn. Ze gooit echt haar invloed in de strijd. En achter gesloten deuren is ze ontzettend kritisch over Antilliaanse bestuurders.”

Wat hoopt u dat er nu gebeurt?

„Ik hoop dat mensen gaan lezen, écht lezen. Omdat dit onderdeel is van ónze geschiedenis.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Slavernij

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next