Stichting Tuchtrecht Banken Het bancaire tuchtrecht is, samen met de bankierseed, na de kredietcrisis opgetuigd om het vertrouwen in bankiers te herstellen. Ondanks meerdere pogingen het tuchtrecht te laten werken, heft de stichting zich elf jaar na ontstaan op en moet het tuchtrecht op een andere manier worden geregeld.
Hoofdkantoor van ABN Amro op de Zuidas in Amsterdam.
„Ik zweer binnen de grenzen van mijn functie die ik op enig moment in de bancaire sector vervul, dat ik mijn functie integer en zorgvuldig zal uitoefenen”, luidt de eerste zin van de bankierseed. Iedereen die werkt binnen de bancaire sector – van ict’er tot secretaresse – moet de eed afleggen, bestaande uit acht punten en gekoppeld aan het bankentuchtrecht. Sinds de ingang in 2013 hebben bijna honderdduizend bankmedewerkers dat gedaan.
Maar de betekenis van die eed staat op het punt te veranderen. De Stichting Tuchtrecht Banken (STB), die tuchtrechtelijk onderzoek kon instellen bij overtredingen van de bankierseed, kondigde vorige week vrijdag aan zichzelf op te heffen. Daarmee zal de sector zichzelf voorlopig geen sancties kunnen opleggen voor overtredingen: aan de stichting verbonden commissies hadden de mogelijkheid daartoe.
Nederland was in 2015 het eerste land dat bankentuchtrecht invoerde. Deze vorm van interne rechtspraak werd in het leven geroepen om geschillen op te lossen zonder tussenkomst van de rechter. Er zijn meer beroepsgroepen die het tuchtrecht kennen, zoals advocaten en accountants. De bankensector stelde de eed en het tuchtrecht op om het gekrenkte vertrouwen in bankiers na de kredietcrisis in 2008 te herstellen.
De stichting STB had grote plannen om het vertrouwen op te krikken, maar heeft in de afgelopen elf jaar niet zoveel voor elkaar gekregen als gehoopt. Dat komt doordat banken elke mogelijke verbetering frustreren, zegt Bas de Groot, secretaris bij de STB.
Kritiekpunten waren er al langer. Zo werd alleen overduidelijk fout gedrag via het bancaire tuchtrecht beslecht en werd vooral het ‘lagere echelon’ aangepakt, in plaats van managers of de hoogste bazen – zo beschreef NRC in 2020 het dan nog vijf jaar jonge tuchtrecht. Ook waren het voornamelijk de banken zelf die meldingen deden, en niet de consument – waar het tuchtrecht oorspronkelijk voor bedoeld was. Het is onbekend hoe dat komt.
De Groot: „Eigenlijk zijn de kritiekpunten, die van het begin al ontstonden, niet veranderd. Wij krijgen alleen evidente meldingen zoals overduidelijke fraude binnen en voornamelijk van banken zelf. We hadden gehoopt dat het bancaire tuchtrecht meer zoals het tuchtrecht bij de gezondheidszorg zou werken, namelijk dat de patiënt de klacht maakt.”
Hoewel zelden, kwam het wel eens voor dat een rekeninghouder een klacht indiende. Zoals bij een affaire bij ING, waar de raad van commissarissen voorstelde om de beloning van toenmalig topman Ralph Hamers te verdubbelen naar ongeveer 3 miljoen euro per jaar. Daar maakte een consument een melding van.
In beroep besloten de tuchtrechters bij STB dat de topman en zijn commissarissen het vertrouwen in het bankwezen hebben geschaad, door tekort te schieten in hun voorbeeldfunctie. Hoewel de stichting had kunnen kiezen voor straffen, gaven de tuchtrechters niet meer dan een tik op de vingers. Onder andere omdat de stichting nog niet had bepaald hoe ruim de aan de eed verbonden gedragsregels moesten worden uitgelegd.
Dat de STB zich opheft en het kijkje in de keuken bij de bankensector in ieder geval voorlopig verdwijnt, is jammer, zegt Mijntje Lückerath, hoogleraar Corporate Governance aan de Tilburg University. „De bankensector is de enige waar bij het tuchtrecht soms duidelijk werd, via notulen, bijvoorbeeld, hoe de top tot een bepaald besluit kwam. Dat is interessant.”
In 2024 kwam Rijksuniversiteit Groningen op verzoek van de STB met een rapport over het Nederlandse bankentuchtrecht. De conclusie was dat het systeem in negen jaar tijd te weinig verloren vertrouwen had teruggewonnen. Het gaf drie mogelijke adviezen: het tuchtrecht bijschaven, hervormen, of afschaffen.
Dat de stichting niet goed kon werken, beaamt tuchtrechter bij STB Alex van Maanen. „Soms voelt het meer alsof wij een stempelmachine zijn. Dat de bank bij de extreme gevallen ook nog even langs de tuchtrechter gaat ter bevestiging.” Juist bij zaken die in het grijze gebied vallen, had de stichting verschil kunnen maken, zegt bestuurslid De Groot.
De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) was niet verrast door de opzegging van de STB, laten ze weten in een persbericht. De stichting had de opzegging in juni al informeel aangekondigd. De NVB stelt dat zij en de STB over een periode van twee jaar „intensief overleg” hebben gevoerd en bezig is met een plan om het tuchtrecht te verbeteren. Het nieuwe voorstel van NVB kon echter niet op steun van de STB rekenen.
Vorige week maakte de stichting bekend dat alle tuchtrechters hun werkzaamheden uit onvrede tijdelijk neerleggen. Toch betekent dat niet dat het tuchtrecht totaal stilligt. Omdat de opzegtermijn een jaar is, bestaat de stichting tot en met 30 september 2027 en zal een aantal tuchtrechters nog zaken behandelen.
De beslissing om de stichting op te heffen, ging niet over „één nacht ijs”, zegt De Groot. „We hebben het uitvoerig met de tuchtrechters besproken, maar we zagen geen andere optie. De stichting roept minister van Financiën Eelco Heinen op om te komen met een „gedegen alternatief”.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie