Terwijl de Democratische Republiek Congo vrijdag het vierduizendste sterfgeval aan ebola meldde, wordt in het LUMC in Leiden inmiddels één zieke hulpverlener verpleegd. Achter een luchtsluis, en omringd door een heel team verzorgers.
is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Hoewel het medisch centrum geen mededelingen doet over de persoon die daar donderdag is aangekomen, is duidelijk dat het gaat om vermoedelijk een man die bij Artsen Zonder Grenzen werkt en die in Congo besmet is geraakt met het virus – hoe precies, is onbekend. Na een bevestigende test, donderdagnacht, staat vast dat de patiënt inderdaad ebola heeft.
In welke fase van de ziekte de patiënt verkeert, of hoe ziek hij is, is niet duidelijk. De variant van ebola die momenteel rondgaat in DRC, de Bundibugyo-variant, is ruwweg in vijf op de tien gevallen dodelijk.
Omdat dat in Europees verband zo is afgesproken. Als hulpverleners ziek worden, worden die gerepatrieerd. ‘De korte samenvatting van wat daarachter zit is: omdat de faciliteiten hier beter zijn dan in DRC’, zegt een woordvoerder van het RIVM desgevraagd.
De patiënt is overigens hierheen gebracht met een privévliegtuig, om besmettingsgevaar te voorkomen. Hoewel het logisch lijkt dat het gaat om een Nederlander, wil het ziekenhuis ook over de nationaliteit van de zieke niets kwijt.
In ons land zijn meerdere ‘high level isolation units’, zoals dat heet: isolatieplekken voor mensen die mogelijk zijn besmet met een zeer gevaarlijk, uitheems virus. Het LUMC lag voor de hand, omdat het dichtbij Schiphol is.
De patiënt ligt niet op een doorsnee ziekenzaal, maar op een apart stukje afdeling, verzorgd door een team van verpleegkundigen en artsen. Hoewel ebola alleen besmettelijk is bij intensief contact van dichtbij, wordt de zieke verzorgd in onderdruk, achter een luchtsluis, om eventuele verspreiding door de lucht tegen te gaan. Ook de afvalstroom, van beddengoed tot beschermende kleding, is geheel gescheiden.
Op de zorg van patiënten, zoals de huidige, wordt veel getraind, legt intensivist Judith van Paassen (LUMC) uit. ‘Je doet dit niet in je eentje. Er is een buddy buiten de kamer, een getrainde verpleegkundige die door een ruit toeziet op alles wat er gebeurt in de kamer, en er is iemand die helpt met het aan- en uittrekken van de beschermende kleding. Dit is echt een teaminspanning.’ Ook pauzeren en het houden van besprekingen doen de verzorgers in de afgeschermde zone.
Nederland heeft enige ervaring met geïsoleerde gevallen. Bij de uitbraak van ebola in West-Afrika, in 2014, werd er in Utrecht een Nigeriaanse VN-militair opgenomen die met het virus besmet was geraakt, op verzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie. In het LUMC zaten dat jaar ook twee Nederlandse artsen in isolatie, die in Sierra Leone zonder bescherming contact hadden gehad met drie patiënten die naderhand ebola bleken te hebben. De artsen zelf bleken uiteindelijk niet besmet.
Gevallen met vergelijkbare ziekten zijn er ook. In 2008 overleed in het LUMC een Nederlandse vrouw die op vakantie in Oeganda het marburgvirus had opgelopen, dat nauw verwant is aan ebola. De vrouw had een grot bezocht waar vleermuizen wonen. In 2019 verzorgde het ziekenhuis een Nederlandse tropenarts die in Sierra Leone lassa had opgelopen, een andere tropische bloederkoorts. Ook die patiënt overleed.
Het virus zelf is niet te behandelen: het eigen immuunsysteem van de patiënt zal het meeste werk moeten doen. Wel zijn er zogenoemde ‘monoklonale antistoffen’ beschikbaar, nagemaakte immuuncellen van patiënten die de infectie overleefden. Zo nodig zal het LUMC zo’n cocktail laten aanrukken uit het buitenland.
Daarnaast zal het verzorgende team het lichaam van de patiënt zo goed mogelijk ondersteunen, met onder meer voldoende vocht en elektrolyten, om uitdroging te voorkomen. Diarree is een van de belangrijke symptomen van ebola.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant