Home

Death Cab for Cutie is uit creatief dal en rockt nog beter dan in hun hoogtijdagen, zo’n 20 jaar geleden

Er was een echtscheiding voor nodig, maar de nieuwe liedjes van de Amerikaanse band Death Cab for Cutie kunnen zich meten met de ‘klassiekers’. De zaal zong mee tijdens hun optreden in Utrecht.

schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.

Van een comeback mag je in het geval van Death Cab for Cutie misschien niet spreken. Maar dat een band die al bijna dertig jaar bestaat zich na een creatief dalletje zo weet te herpakken als die van Ben Gibbard mag toch een verrassing heten.

In een uitverkochte Ronda in Utrecht zagen tweeduizend bezoekers het Amerikaanse Death Cab for Cutie nog beter spelen dan in hun hoogtijdagen, zo’n twintig jaar geleden. Goed, de voortekenen waren er al, want drie jaar geleden overtuigde het vijftal live ook al in Paradiso.

Maar wat Death Cab for Cutie even nodig had, was een album dat zich kon meten met het beste werk (Transatlanticism, 2003 en Plans, 2005), zoals ze dat sinds het vertrek van gitarist en mede oprichter Chris Walla in 2015 niet meer gemaakt hadden.

Het dit voorjaar verschenen I Built You a Tower is er zo een. De synths en andere elektronica zijn weer naar achteren gedrukt, de gitaren klinken weer zelfverzekerd als in de beginjaren.

Er was een echtscheiding van Gibbard voor nodig, maar zijn nieuwe liedjes hebben weer de urgentie van Crooked Teeth of The New Year. Ze vloeiden dinsdag in Utrecht dan ook moeiteloos ineen met deze oude ‘klassiekers’, zoals Gibbard zijn populairste liedjes bij gebrek aan echte hits liever noemt.

Het was met het nieuwe Riptides nog even aftasten. Stonden bas en gitaren wel goed in balans en kwam de wat hoge tenorstem van Gibbard er wel goed bovenuit? Jawel, maar de sound was nog wat clean. Daar kwam snel verandering in. Even een publieksfavoriet als The New Year en daar waren de stevige drums en baslijn ter inleiding van het bozige Punching the Flowers. Deze band rockt weer, noteren we dan.

De stem van Gibbard, in hetzelfde register als die van Neil Tennant van de Pet Shop Boys, leent zich niet voor agressieve uithalen zoals rockzangers dat gewend zijn. De woede en frustratie in zijn teksten moeten worden verklankt door de gitaren (soms drie) of door het samenspel tussen drummer en bassist.

Vooral bassist Nick Harmer heeft een steeds voornamere rol in de band gekregen. Veel liedjes beginnen met een basloopje, dat soms minutenlang wordt herhaald voordat het nummer ontploft. Zoals in een van de hoogtepunten: I Will Possess Your Heart, een epos van acht minuten dat een mooi contrast vormde met I Will Follow You into the Dark, dat eraan voorafging.

Gibbard stond toen even alleen op het podium met akoestische gitaar, hij zong dit inmiddels bekendste liedje van de band gedragen en de zaal zong het beheerst met hem mee. Dat hij de betovering leek te verbreken door het publiek uit te nodigen het liedje over te nemen, was geen verrassing meer, dat deed hij drie jaar geleden ook al. Wél hoe goed het uitpakte. Dit soort meezinguitnodigingen zijn nog wel eens funest, maar Gibbard pakte het precies op het goede moment weer op.

Zo halverwege het concert kon er daarna ook niks meer misgaan. Stone Over Water (weer zo’n heerlijk baslijntje) is net zo’n mooi popliedje als Soul Meets Body en zal over een paar jaar een nieuwe bandklassieker blijken. Zo een als Transatlanticism dat het concert afsloot. Gibbard hoefde niemand meer aan te sporen de regel I need you so much closer mee te zingen.

Pop

★★★★☆

28/9, TivoliVredenburg, Utrecht.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next