Home

‘Wil je de legale markt voor cannabis echt overlaten aan grote tabaksbedrijven?’

Ann Fordham – lobbyist voor humaan drugsbeleid Nederlandse criminele netwerken spelen een cruciale rol bij de mondiale productie en smokkel van drugs. Maar het debat over drugsgebruik en bestrijding van de criminaliteit die daarmee samenhangt zit al decennia muurvast. Ann Fordham is blij met de regulering van cannabis, maar: „Dat grote tabaksbedrijven zich op de cannabismarkt storten vind ik zeer zorgelijk.”

Ann Fordham: „Criminalisering van drugs helpt niemand.”

In de weken na het dodelijke geweld rond drugscrimineel Jan G. uit Overasselt ontstond een klassieke discussie over de schuldvraag. Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid, VVD) stelde bij talkshow Pauw en De Wit vast dat jongeren „best begrijpen dat er een directe lijn ligt tussen moordaanslagen en hun drugsgebruik” en toch ”een pil slikken of een lijntje snuiven op een festival”.

Niet iedereen binnen de VVD denkt er zo over. Twee jaar geleden betuigden twee bestuursleden van jongerenorganisatie van de VVD, de JOVD in Het Parool juist hun steun aan het pleidooi van de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema om drugs te reguleren. Ideeën over zulke regulering worden iedere weer van tafel geveegd door „kortzichtige conservatieven”, aldus de twee.

In deze krant wierp juridisch columnist Folkert Jensma de vraag op of „de drugscultuur zelf niet ter discussie moet worden gesteld”. Om daarna vast te stellen dat het verbod op drugsgebruik door een groeiende groep mensen niet wordt gedeeld: het draagvlak voor een verplicht drugsvrij festival is er voorlopig nog niet, stelde Jensma fijntjes vast.

Ann Fordham voert dit debat al jaren. Ze was in 2024 als co-host betrokken bij de internationale conferentie Dealing with Drugs, waar burgemeester Halsema een veelbesproken pleidooi hield voor legalisering van cocaïne. Daarnaast werkte Fordham vijftien jaar als directeur van het International Drug Policy Consortium (IDPC), een denktank die 200 organisaties uit de hele wereld vertegenwoordigt.

Drugsgeweld, meent Fordham, is het gevolg van de criminalisering van drugs. Dat moet volgens haar los worden gezien van drugsgebruik. Maar ze waarschuwt ook voor het idee dat je drugs makkelijk kunt vrijgeven. „Reguleren van de markt voor drugs is heel complex.”

Criminalisering heeft weinig opgeleverd

Dat een grote groep mensen zich niet houdt aan het verbod op drugs is geen nieuws, aldus de Brits-Thaise Fordham die in Amsterdam woont. „Tegelijkertijd weten we dat criminalisering van drugsgebruik weinig heeft opgeleverd. Ze houdt een illegale economie in stand waar vooral drugssmokkelaars van profiteren.”

Fordham bepleit een humaan en sociaal rechtvaardig drugsbeleid. En op dat vlak is er de afgelopen vijftien jaar veel veranderd, stelt ze. „Toen ik in 2011 begon als directeur van het IDPC was regulering of legalisering van cannabis een vergezicht. Veel IDPC-leden vonden het onwaarschijnlijk dat regeringen regulering zouden accepteren. We vreesden aan geloofwaardigheid in te boeten als we voor volledige legale regulering van cannabis en andere drugs zouden pleiten. Daarom hebben we de nadruk gelegd op decriminalisering van drugsgebruik.”

Inmiddels is teelt, verkoop en recreatief gebruik van cannabis legaal in Uruguay, Canada en vierentwintig van de vijftig Amerikaanse deelstaten – al is dat volgens het internationale drugsverdrag uit 1961 formeel nog altijd verboden. Zelfs Duitsland, decennialang kritisch over het Nederlandse gedoogbeleid voor hasj en wiet, heeft de teelt van cannabis gelegaliseerd voor recreatief gebruik in besloten kring. Fordham is blij met die ontwikkeling, maar ziet ook risico’s. „Dat grote tabaksbedrijven zich op de cannabismarkt storten vind ik zeer zorgelijk.”

CV Ann Fordham

Ann Fordham (Bangkok, 1977) stopte deze zomer als directeur van denktank IDPC, waaraan ze sinds 2011 was verbonden. Voor haar master Human Rights aan de universiteit van Sussex werkte ze met asielzoekers en vluchtelingen. Daarna was ze actief als lobbyist voor mensen met hiv/aids.

Waarom wordt er over de wereld zo verschillend gedacht over het gebruik van drugs?

”Mensen hebben altijd bepaalde plantaardige roesmiddelen gebruikt. Sommige hadden medicinale toepassingen, andere passen in een bepaalde religieuze of sociaal-culturele tradities.

„Kijk naar alcohol, dat wordt al eeuwen gestookt en is in bepaalde landen vergroeid met de cultuur. Dat is en was niet anders voor volkeren in de Andes die cocabladeren kauwen, of voor oude culturen in Mexico die psychedelica uit paddo’s en cactussen gebruikten. In delen van Zuidoost-Azië en India werd opium traditioneel gebruikt, in delen van China gaat de consumptie van cannabis bijna drieduizend jaar terug. Rond 1900 was de houding tegenover deze middelen veel liberaler dan nu. Engeland en Nederland bijvoorbeeld, handelden volop in opium en cocaïne.”

Waarom werd het gebruik van bepaalde middelen dan toch aan banden gelegd?

„Dat gebeurde meestal op basis van volksgezondheidsbeleid en verschilde enorm per land of regio. Voor 1919 was cocaïne in Nederland legaal en vrij verkrijgbaar. Na 1919 werden de productie en handel strikt gereguleerd, tot niet-medisch gebruik helemaal werd verboden in 1928. Het verbod op de teelt van, handel in en gebruik van cocaïne maar ook van cannabis en opiaten als heroïne is internationaal aan banden gelegd op basis van het Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen van 1961. Later zijn daar synthetische drugs als amfetamine en xtc aan toegevoegd.”

Waarom vallen alleen drugs onder dat verdrag en alcohol niet?

„Dat verdrag is een afspiegeling van de toen geldende, post-koloniale machtsverhoudingen in de wereld. Simpel gezegd bepaalden witte mannen uit Europa en Noord-Amerika sigaren rokend en whiskey drinkend dat het gebruik van alcohol geen probleem was, maar het gebruik van cannabis, coca en opium wel. Onder het mom van gezondheid en welzijn werd een westerse norm aan de wereld opgelegd die bepaalde dat alcohol legaal bleef maar eeuwenoude gebruiken in andere delen van de wereld illegaal werden.”

Wat is het effect daarvan geweest?

„Het verdrag suggereert een wereldwijde consensus dat recreatief drugsgebruik schadelijk is voor de volksgezondheid. Daarom werd de teelt, productie en handel van veel drugs aan banden gelegd. Terwijl de gevolgen van cannabis echt anders zijn dan die van heroïne.

„Minder bekend is dat toen ook werd afgesproken dat die regels niet mogen leiden tot beperkte toegang tot pijnmedicatie; daar heeft iedereen in gelijke mate recht op. Feitelijk is dat inmiddels een dode letter in het verdrag. Mensen in arme landen hebben vaak geen of onvoldoende toegang tot pijnmedicatie. Dat probleem blijft veel te vaak onbesproken.

„Na invoering van het verdrag in 1964 werden mondiaal niet alleen het telen en verhandelen van drugs voor niet-medische doeleinden gecriminaliseerd, maar ook het recreatief gebruik ervan met het idee om de markt voor cannabis en cocaïne te elimineren. Dat paradigma is de basisgedachte achter de ‘war on drugs’ waarvan de Amerikanen de architect zijn. We proberen het gebruik en misbruik van drugs te minimaliseren door het te criminaliseren.”

Cijfers leren dat die oorlog weinig tot niets heeft opgeleverd: het aantal drugsgebruikers stijgt nog steeds en dat leidt tot grote maatschappelijke problemen, in de VS en daarbuiten. Waarom toch vasthouden aan dat beleid?

„Mensen maken zich zorgen over drugs, met name over het gebruik ervan onder kinderen. Daarom is sterke taal over de bestrijding van drugs populair onder politici. Het is, plat gezegd, een manier om stemmen te winnen. Terwijl we allemaal weten dat het verbod op drugs en het criminaliseren van gebruikers niet helpt. Misbruik van alcohol en drugs komt veelal voort uit sociaaleconomische problemen zoals armoede en ongelijkheid.

„Om die onderliggende problemen te maskeren, wijzen overheden maar wat graag naar drugsgebruik als hét probleem. Het gevolg is dat veel mensen vergeten dat de overlast die ze ervaren van drugsgebruik op straat, en die is heel reëel, niet per se het gevolg is van de beschikbaarheid van drugs. Het is de criminalisering van drugsgebruik die tot problemen leidt en gemarginaliseerde en kwetsbare mensen hard raakt.

„Aan de andere kant voeren overheden een oorlog tegen drugs die veel maatschappelijke kosten en schade veroorzaakt. Dat komt vooral door de internationaal georganiseerde drugshandel die financieel zo aantrekkelijk is vanwege het verbod op drugs. Dat leidt tot grof geweld, corruptie en een groot beroep op de politie. Weegt dat echt op tegen de schade die drugs veroorzaken?

„Bovendien belandt een grote groep mensen in de gevangenis omdat hun enige misdaad is dat ze verboden drugs in bezit hebben. Na de legalisering van cannabis in de Verenigde Staten is het aantal arrestanten voor drugsgerelateerde criminaliteit scherp gedaald.”

Nederland maakte in de jaren 70 een radicale keuze door het bezit van een gebruikers hoeveelheid cannabis niet meer te vervolgen. Is dat van invloed geweest op de huidige reguleringsgolf van cannabis?

„Het scheiden van de markten voor cannabis en harddrugs is effectief geweest. Bovendien is Nederland nog altijd een voorbeeld voor andere landen vanwege het humane drugsbeleid dat het gebruik van drugs niet criminaliseert. Hoewel dat niet betekent dat er hier geen problemen zijn, is dat wel zeer belangrijk geweest in het internationale debat over drugsgebruik en de problematiek eromheen.

„Dat cannabis nu in steeds meer landen wordt gereguleerd, heeft ook te maken met de medicinale werking, die in 2020 ook door de Verenigde Naties is erkend. Mensen hebben receptoren in de hersenen voor de actieve stof in cannabis, cannabinoïden. Nieuw onderzoek in de jaren 90 naar de pijnbestrijdende werking van cannabis heeft de acceptatie van de stof versneld. Eerst voor medicinaal gebruik en nu ook voor recreatief gebruik.”

In Nederland heeft de overheid lang gesteld dat het verdrag uit 1961 een totale legalisatie van cannabis onmogelijk maakte. Dat is niet aangepast en toch hebben Canada, Uruguay en de VS het gebruik van cannabis gelegaliseerd. Hoe kan dat?

„Je ziet nu dat zo’n verdrag weinig betekent als het door grote landen niet wordt nageleefd. En toch zit het in de weg. Mede daarom heb ik vijftien jaar gelobbyd bij de VN om het verdrag aangepast te krijgen. Maar dat verdrag is niet de enige barrière voor regulering van drugs.

„Neem Duitsland. Dat wilde in eerste instantie de teelt van, handel in en gebruik van cannabis legaliseren, net als Canada en Uruguay. Maar dat lukte niet vanwege het juridische kader voor drugs van de Europese Unie, gebaseerd op het VN-verdrag. Waar het niet naleven van het VN-verdrag weinig gevolgen heeft, ligt dat in Europa anders. Niet naleven van het EU-kader heeft wél juridische implicaties.

„In Europa verzetten landen als Frankrijk en Italië zich tegen het wettelijk reguleren van cannabis. En zolang het VN-verdrag in zijn huidige vorm blijft bestaan, is het lastig om de Europese regels aan te passen. Daarom heeft Duitsland ook gekozen voor een relatief bescheiden vorm van regulering door teelt voor besloten gebruikersgroepen toe te staan.”

Wat zegt dat over het experiment dat nu in Nederland loopt waarbij een beperkt aantal producenten cannabis mag telen voor een vast aantal coffeeshops?

„Dat weet ik niet. Mij valt op dat het Canadese bedrijf Cronos een van de deelnemende producenten aan het Nederlandse cannabisexperiment, CanAdelaar, heeft overgenomen. Het zorgelijke is dat het moederbedrijf van tabaksfabrikant Philip Morris een van de grootaandeelhouders van Cronos is. De overheid moet zich afvragen of een commercieel bedrijf dat consumenten decennialang heeft misleid over de gezondheidsrisico’s van roken, een rol moet krijgen in het Nederlandse experiment.

„Er is nu een unieke kans om een drugsmarkt te reguleren. Wil je de legale markt voor cannabis echt overlaten aan grote tabaksbedrijven? Nu koopt Big Tobacco een plaatsje aan tafel. Het is onrechtvaardig dat boeren die van oudsher cannabis telen straks worden weggeconcurreerd door grote commerciële partijen met veel geld.”

Hoewel de regulering van cannabis mondiaal heel snel gaat, zijn veel ouders bezorgd over de risico’s van cannabis en andere drugs.

„Ik begrijp hun zorg maar er bestaan geen makkelijke oplossingen. Drugs en alcohol zijn gevaarlijk en schadelijk voor tieners omdat hun hersenen nog in ontwikkeling zijn. Maar tieners willen experimenteren, onder andere met drugs én alcohol. Ouders moeten daarover met hun kinderen in gesprek. Daarnaast brengt een gereguleerde markt voor cannabis minder risico’s met zich mee dan een ongereguleerde.

„Maar ouders moeten ook zien dat hun angst voor drugs een van de belangrijkste drijfveren is geweest achter het huidige draconische beleid. Worden tieners en jongvolwassenen nu echt beschermd? Nee. Sterker: ik denk dat het mondiale verbod op drugs een van de meest kostbare en schadelijke beleidsbeslissingen ooit is.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next