In de legendarische Amsterdamse boekhandel Favié leerde ik eind 1979 Koos van Weringh kennen. Ik zat nog op school en wist niet dat hij een bekende hoogleraar criminologie was, die weinig ophad met de door zijn modieuze vakgenoten gehuldigde overtuiging dat misdadigers slachtoffer van de samenleving waren. Wel zag ik een lange man met een Gronings accent een bevlogen betoog houden over de schrijver Joseph Roth. Over diens werk en leven had hij zojuist samen met Toke van Helmond een aflevering van het literaire tijdschrift De Engelbewaarder gepubliceerd. Ik kocht het zodra hij de winkel verlaten had. En nog altijd koester ik het als een antiquarische schat, omdat het mijn leven bepaald heeft.
Toen hij me twee jaar later zijn nieuwe boek Joseph Roth: waarnemer van zijn tijd cadeau deed, compleet met zijn priegelige handtekening, kon mijn geluk helemaal niet meer op. Ik herinner me dit, omdat hij op 9 september in Keulen is overleden, 92 jaar oud.
In 1986 had Van Weringh ontslag genomen bij de universiteit, omdat hij zich mateloos ergerde aan de chaos en bureaucratisering die de vrije wetenschapsbeoefening in de weg stonden. Hij verhuisde naar Duitsland met zijn tweede vrouw Kathinka Dittrich, de voormalige directeur van het Goethe Instituut in Amsterdam, met wie hij in 1990 vervolgens naar Moskou verhuisde. Ook daar leidde hij het leven van freier Schriftsteller en beoefende hij zijn grootste hobby: het verzamelen van politieke prenten uit kranten en weekbladen. Op een gegeven moment had hij een collectie van zo’n 150.000 tekeningen. In HP/De Tijd schreef hij vanaf 2005 aan de hand van zo’n spotprent een column over een actuele gebeurtenis, waarmee hij liet zien dat de geschiedenis zich keer op keer herhaalt.
Dat laatste gevoel had ik ook bij herlezing van zijn boek Van de trein uit gezien. Beijing-Moskou in zes dagen en nachten. Het is het verslag van een reis uit 1989, die begint op de dag voorafgaand aan het neerslaan van het studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede. In die vieze, overvolle trein vol Chinezen en Russen op weg naar Moskou doet hij geen oog dicht, zozeer wil hij volgen wat om hem heen gebeurt. Het levert vermakelijke beschouwingen op die laten zien dat er in de 37 jaar die sindsdien zijn verstreken in wezen niet zo veel is veranderd in Rusland en China.
Aan de hand van het Russische reisverslag uit 1908 van de Leidse hoogleraar Slavische talen N. van Wijk herhaalt Van Weringh voor zichzelf diens vraag van welke kant de radicale verandering van de Russische maatschappij moet beginnen. Meer dan tachtig jaar en duizenden artikelen later is volgens hem het antwoord daarop nog altijd niet gegeven. Je zou daaruit kunnen opmaken dat in Rusland nooit iemand weet waar het verder heen moet. Met als gevolg dat alles stilstaat en er amper iets verandert, of het moet zijn dat er onverwacht iets gebeurt dat alles op zijn kop zet.
Dat het huidige Rusland een kopie is geworden van de zwartste dagen van de Sovjet-Unie onder Leonid Brezjnev past geheel in die opvatting. Koos van Weringh zal het ongetwijfeld hebben beaamd.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie