Home

Graffiti-chroniqueur Henry Chalfant tipt als weekendgids dansstijlen, documentaires en The Bronx in New York

Fotograaf Henry Chalfant, de man die graffiti vereeuwigde, is onze weekendgids. Zijn werk is veel beroemder dan hijzelf. Hij krijgt een tentoonstelling in het Straat Museum in Amsterdam. De gemene deler in zijn werk: hoe mensen iets maken van niets, en hoe ze hun verbondenheid vormgeven.

schrijft voor de Volkskrant over kunst, cultuur en moderne mores.

Een tijdcapsule, zo noemt hij graffiti. Een stijl van kalligrafie, zoals mensen in oude Griekse, Arabische en Chinese culturen ook hadden om zich te uiten, en om hun bestaan te verbinden aan de fysieke ruimte om hen heen. Vergankelijk als een mistwolk, zeker in het geval van de New Yorkse graffiti die meestal snel werd verwijderd of overschreven, maar met grote impact op de omgeving en de cultuur.

Het werk van Henry Chalfant is veel beroemder dan hij is: hij maakte de documentaire Style Wars (met Tony Silver) in 1983 en het fotoboek Subway Art met fotojournalist Martha Cooper in 1984. Twee monumenten die deden wat in het echt niet kon: graffiti vereeuwigen. Zo vluchtig als de illegale, op muren en metro’s aangebrachte jongerenkunst was, zo vindingrijk was Chalfant om deze werken al in het vroegste stadium te documenteren en de makers te filmen. Met velen van hen heeft hij nog altijd contact.

Met de film Wild Style van zijn vriend Charlie Ahearn vormt Style Wars de basis van ons begrip van de kunstvorm die in New York spontaan ontstond in de jaren zeventig. De panoramische foto’s van hele metrostellen op zwart papier maakten het boek Subway Art tot een graffitibijbel. Liefhebbers wereldwijd kwamen op deze manier met graffiti in aanraking.

Chalfant toonde het boek al bij verschijnen in Amsterdam; het maakte indruk op een jonge generatie Nederlandse graffitischrijvers – veelal uit een totaal andere sociale en culturele klasse dan de artiesten in New York – die een eigen draai zouden geven aan het genre en daarmee internationaal waardering oogstten.

Tentoonstelling

Nu krijgt Henry Chalfant een tentoonstelling in het Straat Museum in Amsterdam. Vanuit zijn woning in New York staat de inmiddels 86 jaar oude Chalfant de Volkskrant te woord om zijn culturele inspiraties te delen. Hij oogt twintig jaar jonger, spreekt bedachtzaam maar energiek, met een Californische ongedwongenheid en een New Yorkse scherpte voor wat raak is.

Sommige mensen ademen integriteit, en dat lijkt dwars door het scherm tot in de Amsterdamse werkkamer door te dringen; een kalmte die je makkelijk kunt opvatten als bescheidenheid, maar dat allerminst is. Henry Chalfant bezit een combinatie van eigenheid, rust en grote betrokkenheid bij mensen, vooral mensen die zich in de meest onvruchtbaar ogende omstandigheden uiten in beeld en muziek. Voor hem is breakdance vanzelfsprekend verbonden aan de dansceremonies in gemeenschappen in Midden-Amerika, de Caraïben en Afrika. Historische wortels zitten blijkbaar zo in mensen opgeslagen, dat ze er spontaan in nieuwe vormen uit komen, hoe jong de deelnemers ook zijn.

Jeugdige rebellie

Chalfant was aanvankelijk beeldhouwer (hij maakte modernistisch werk in de jaren zestig), daarvoor student klassiek Grieks in Californië en daarvoor een tiener met een vergooide jeugd; hij verbouwde oude auto’s, een eigen vorm van jeugdige rebellie die de kiem legde voor zijn latere interesse: ‘Het bleef me blijkbaar boeien hoe jongeren de wereld modificeren met hun creativiteit.’

Na zijn studie vertrok hij met zijn jonge vrouw (actrice Kathleen Chalfant) naar Barcelona en Rome, waar ze werkten en een gezin stichtten. Bij terugkeer in de VS in 1973 kozen ze voor New York. ‘Op dat moment was New York een troep en het was gevaarlijk. We landden er en zijn nooit meer weggegaan.’

Hij zag tijdens metroritten naar zijn studio in Soho graffiti en raakte gefascineerd. Toen hij ontdekte dat de treinen in de buitenwijken bovengronds gaan, maakte hij er een gewoonte van om ze in The Bronx te fotograferen.

Niet proberen

Hoe krijgt een witte man met een Stanford-diploma het vertrouwen van jonge jongens in The Bronx? ‘En een man van middelbare leeftijd ook; ik was al in de 30, twee keer zo oud als de meesten van hen’, vult Chalfant aan. ‘Door niet te proberen. Ik zocht ze niet op, maar was er gewoon. Het duurde twee jaar.’ Aanvankelijk dachten de graffitischrijvers dat hij van de politie was. ‘De sfeer was overal zo vijandig tegen ze. Pas toen ik aan het fotograferen was en naast mij een jongen een poos bezig was, merkte hij dat ik niets van hem wilde. Toen kwam hij naar me toe, bekeek mijn boek en zei: die is van mij, die is van mijn neef, die van mijn vriend. En hij nam me mee naar de ‘writers bench’, een plek bij 149th Street waar ze na school hingen.’ De jongens tekenden en wisselden ideeën en materialen uit. Ze verspreidden hun stijl over de stad, want de metrolijnen liepen door alle buurten. Alle elementen van de cultuur waren al zichtbaar.

In Style Wars vertellen ze er zelf over – Dondi, Seen, Skeme (met zijn moeder, die het niks vindt), Futura, Kase, Quik en andere schrijvers. De film won de juryprijs op het filmfestival Sundance in 1984 en is inmiddels een monument van de zeitgeist in een stad die nog net niet overal in de greep was van vastgoed en kapitalisme.

Hoe mensen iets maken van niets, en hoe ze hun verbondenheid vormgeven, is de gemene deler in bijna al zijn werk. Dat is ook te merken in de tips die hij met ons deelt.

Auto: Fiat Abarth 850

Zijn liefde voor creatieve opstandigheid begon toen hij zelf tiener was in Pittsburgh, zegt Chalfant, met het bewerken van oude auto’s, hot rods. ‘Ik was 16 toen ik een Ford uit 1936 kocht. De vorige eigenaar had de geluidsdempers er al afgehaald, mijn ouders werden gek van het lawaai. Ik heb ’m zwaar aangepast; dak eraf, nieuwe motor.’ Toen Chalfant en zijn vrouw in de jaren zestig naar Rome verhuisden, bloeide de liefde opnieuw op. Dit keer voor Italiaanse auto’s. ‘Ik kocht een Fiat Abarth 850 met een aluminium carrosserie van Zagato. Daarmee nam ik deel aan bergraces.’

Het mooie aan die Italiaanse auto’s was dat ze zo licht en efficiënt waren, zegt hij, niet als de Amerikaanse auto’s met hun zware chroom. ‘En dan met die zware staartvinnen en grills, vreselijk. Het Italiaanse auto-ontwerp was beperkt tot het absoluut noodzakelijke minimum.

Wijk in New York: The Bronx

De reden dat Chalfant vooral in The Bronx werkte, was praktisch; hij woonde in de Upper West Side, dat was dichtbij. Dat maakt uit, zegt Chalfant, want er is weinig tijd. ‘Als ik wakker werd en er op mijn antwoordapparaat een bericht stond van een schrijver dat diegene een werk had gemaakt, moest ik er zo snel mogelijk heen, in de hoop dat ik het kon fotograferen vanaf het perron aan de overzijde.’

Hij leerde de buurt beter kennen toen graffiti steeds meer werd bestraft. ‘Na de crackdown rond 1978 ging ik meer rondlopen in de buurt. Dit was de tijd dat pandeigenaren hun gebouwen in de fik lieten zetten om verzekeringsgeld op te strijken. The Bronx was niemandsland, met overal de geur van vuur en rook, het was vreselijk. Het deed mensen denken aan Europa in de jaren na de Tweede Wereldoorlog.

‘De gemeente deed er niets aan, integendeel. Ze bezuinigden op de brandweer en stopten met de vuilnisophaal, daarna noemden ze de mensen die er woonden smerig en beestachtig. Maar er kwam overal kunst op de muren.’

Chalfant zag wat er ontstond te midden van die chaos. ‘Daar kwam ik in aanraking met de andere elementen van hiphop; breakdance, dj’en. Toen ben ik ook gaan filmen.’

Antropologie: Alexander Alland, The Artistic Animal: an inquiry into the biological roots of art, 1977

‘Antropologie liet me zien dat er andere manieren zijn van uiting van menselijkheid dan de westerse countryclub-normen.’ Graffiti bijvoorbeeld. Voor Chalfant was het een inzicht dat graffiti een onderdeel is van antropologie, als betekenisvolle sociale en culturele uiting van een groep mensen. ‘Het was illegaal en ging tegen alle bestaande normen in, ook tegen de alomtegenwoordigheid van reclames.

‘Voor jongeren was het een manier om controle te pakken over hun visuele omgeving, ze vochten terug met hun zelfgekozen identiteit en creativiteit. Het boek The Artistic Animal was een eyeopener, omdat ik graffiti daardoor als visuele antropologie ben gaan zien, die bovendien verwant is aan uitingen in andere culturen.’

Muziek- en dansstijl: Son Jarocho

‘Ik werd uitgenodigd in een dorp in Mexico om Style Wars en foto’s te presenteren, en de organisator duwde mij op een gegeven moment oortjes in om me muziek te laten horen.’ In dorpen met oorspronkelijke gemeenschappen gebruikte hij muziek om lokale conflicten te begeleiden. ‘Hij bracht me daar in aanraking met Son Jarocho, een vorm van muziek en dans die is voortgekomen uit een combinatie van Spaanse barokke muziek, Afrikaanse beats en inheems-Amerikaanse ritmes.’

Son Jarocho lijkt op Caribische muziek, al heeft het meer inheemse elementen. Ze gebruiken veel percussie en de jarana, een instrument vergelijkbaar met een ukelele, iets groter, met acht snaren.

‘Het mooie is dat dit ook in een groep wordt uitgevoerd rond een houten platform, een tarima, met call-and-response; iemand danst heel hard en een ander antwoordt daarop met beweging of muziek. Dat is echt fun.’ Voor Chalfant kwam de interesse logisch voort uit zijn leven met graffiti en hiphop. ‘Ik speel de jarana nog steeds, het is heel leuk om te doen. Je moet rijmpjes opvangen en spontaan beantwoorden op het moment, het is echt een gemeenschapsding.

Galerist: Yaki Kornblit

‘Nederland was een van de eerste landen buiten de VS die graffiti omarmde, en dat is dankzij mensen als Yaki Kornblit.’ Kornblit opende begin jaren tachtig zijn galerie in Amsterdam-Zuid, waar hij zich richtte op graffiti. In 1983 toonde hij al werk van de New Yorkse schrijver Dondi, en in 1984 maakte hij met Henry Chalfant en Martha Cooper een tentoonstelling over hun boek Subway Art.

‘Kornblit bracht graffiti naar Europa, daarvoor verdient hij erkenning. Op dat moment was er in de Amerikaanse kunstwereld ook nog nauwelijks interesse in graffiti.’ En zijn galerie was voor jongeren de plek om de New Yorkse stijl te leren kennen – wat leidde tot een eigenzinnige graffitiscene in Amsterdam. ‘Ik waardeer de Nederlandse stijl zeer, Shoe met zijn prachtige lettervormen, en ik hou van Mickey en Joker, en de vormen van Delta die bijna architectuur zijn. Ik herinner me ook dat er in die tijd een artiest was die veel dieren over de letters heen tekende, olifanten en kamelen en leeuwen, ik weet niet meer wie het was maar het was pretty amazing.’

Roman: Ian McEwan, Machines Like Me, 2019

‘Nu we omringd zijn door AI, wordt dat boek alleen maar interessanter’, zegt Chalfant. Machines Like Me is een dystopisch verhaal over robots in Engeland in 1982. Het bevat historische elementen, zoals de Falklandoorlog en de wetenschapper Alan Turing, maar het loopt anders. Het is een speculatief verhaal, een what if, rond de vraag: kunnen we levensechte robots maken met menselijke emoties?

‘In het verhaal worden vijftien robots getraind door mensen. Dat loopt mis, want ze begrijpen de mensen niet. Hun leugens en compromissen; mensen weten wat het juiste is, en doen het vaak toch niet. De robots worden kwaad op hun eigenaren en dat loopt uit de hand. Niet om te spoileren (toch wel, wees gewaarschuwd, red.), maar alle vijftien robots plegen zelfmoord. De mensen hebben gewonnen, op hun eigen sneaky wijze. Althans, deze ronde.’

Film: Familiar Touch, Sarah Friedland, 2024

Familiar Touch is een arthousefilm van een jonge regisseur, Sarah Friedland, over een vrouw bij wie zich dementie ontvouwt. Als het zover is dat ze naar een tehuis moet, is het een schok; ze denkt dat ze met vakantie gaat. Chalfants vrouw Kathleen speelt die vrouw, Ruth. ‘Natuurlijk ben ik trots op haar, ze won er ook een Orizzonti Award voor op het filmfestival in Venetië. Maar ik kies de film omdat de jonge regisseur, die pas 30 was toen ze de film maakte, iets heel bijzonders heeft neergezet.’

Je voelt dat het uit de werkelijkheid voortkomt, zegt Chalfant. ‘Sarah had een grootmoeder op wie ze dol was, die altijd in het familiegezelschap was, maar wel stilletjes. Iedereen om haar heen praatte alsof ze er niet bij was, maar ze was wel aanwezig. Sarah vertelde dat ze steeds meer afgestemd raakte op het gemoed van haar grootmoeder en dat ze langzaam beter doorkreeg dat er juist veel in haar omging, al kon ze dat niet op dezelfde manier communiceren als anderen.’

Documentaire: Les maîtres fous, Jean Rouch, 1955

Jean Rouch was een Franse antropoloog en filmmaker die verschillende documentaires maakte over het tribale leven in Afrika. Voor Les maîtres fous ging hij naar Ghana om de tradities van de Hauka te filmen, een groep die in ceremonies het gedrag van de Franse koloniale machthebbers nabootst en ridiculiseert. ‘Les maîtres fous is de beste film van Jean Rouch, ik zag hem toen ik nog jong was. De mensen die Rouch filmde hadden een ritueel van een dans in een cirkel met repetitieve dansbewegingen, waarmee ze de maniertjes van de overzeese machthebbers recreëerden.’ De betekenis van deze ceremonies is niet helemaal zeker – enerzijds waarschijnlijk om een plek van macht in de koloniale samenleving op te eisen, anderzijds mogelijk om de ziel te claimen van de machthebbers. ‘De dansers raken in een trance bij die recreaties. Het is verbazingwekkend, indringend en amusant.’

Dansritueel: cypher

Zo’n ceremonie met muziek en dans in een cirkel is ook waar het om draait in breakdance. ‘Het is een prachtig ding, waarin iedereen betrokken wordt, makers en publiek.’ Wie wil, kan spontaan in de ring springen en een ander uitdagen, zegt Chalfant, hoewel dat door een van de breakdancers wordt genuanceerd in zijn documentaire From Mambo to Hiphop, A South Bronx Tale (2006); het was vooral een jongensding. Bij de breakdance cypher kon je, in tegenstelling tot mambo en salsa, geen meisje de dansvloer optrekken.

‘Je beleeft zo’n cypher door erbij te zijn; alles wat daar ontstaat, gebeurt ter plekke en in het moment.’

Een kunstvorm waarin met weinig tot geen middelen of instrumenten iets totaal nieuws wordt gecreëerd. ‘Er is bewijs dat er een continue geschiedenis is van de cypher in verschillende dans- en muziekstijlen in de wereld, die honderden jaren teruggaat tot de oudste tradities in Afrika en Amerika, en die blijft voortbestaan. Ik vind het mooi om zo’n wereldbeeld te hebben, waarin je begrijpt dat er een lange, historisch diepe verbondenheid is met culturele wortels.’

Art is not a crime. Henry Chalfant, graffiticultuur in beeld, NYC, 1977-1987. Vanaf 9 oktober in het Straat Museum, Amsterdam.

2 januari 1940 Geboren in Sewickley, Pennsylvania, VS.
1960-1973 Studeert af in klassiek Grieks aan Stanford University, woont en werkt als beeldhouwer in Barcelona en Rome.
1973 Vestigt zich in New York als beeldhouwer. Exposeert werk in galeries in Padua, Pittsburgh en New York.
1977 New York City Blackout – 25 uur zonder stroom. Chalfant gaat metro’s in volle lengte fotograferen vanaf tegenoverliggende perrons en op rangeerterreinen.
1979 Chalfant ontmoet de jonge schrijvers bij de ‘writers bench’ en gaat samenwerken om hun graffiti te fotograferen.
1980 Eerste twee tentoonstellingen van zijn graffitifotografie in New York.
1983 Documentaire Style Wars (wint de juryprijs op het Sundance Film Festival in 1984).
1984 Boek Subway Art, met Martha Cooper; tentoonstelling bij Yaki Kornblit Gallery in Amsterdam.
1987 Boek Spraycan Art met James Prigoff.
1993 Documentaire Flying Cut Sleeves over bendeleiders in The Bronx.
2002 Documentaire Visit Palestine: Ten Days on the West Bank.
2006 Documentaire From Mambo to Hiphop: A South Bronx Tale.
2015 Exposeert met Martha Cooper Bridges of Graffiti in een parallelprogramma bij de Biënnale van Venetië.
2018 Overzichtstentoonstelling Henry Chalfant: Art Is Not A Crime in CEART, Madrid.
2019 Tentoonstelling Henry Chalfant: Art vs Transit in het Brooklyn Museum.
2026 Henry Chalfant: Art Is Not A Crime, graffiticultuur in beeld, NYC, 1977-1987, in het Straat Museum, Amsterdam.

Henry Chalfant woont in Brooklyn met zijn vrouw Kathleen Chalfant. Ze hebben een dochter en een zoon.

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next