Home

Besluit om strengere eisen gezinshereniging ook toe te passen op ‘oudere’ zaken, houdt stand bij rechter. Migratierecht-expert is verbaasd

Asielbeleid Op 12 juni werden strengere regels voor gezinshereniging ingevoerd. Die vereisten mogen ook worden opgelegd bij aanvragen die al voor 12 juni zijn ingediend, heeft de rechtbank van Den Haag voor het eerst geoordeeld.

Illustratief beeld van een Syrische vluchteling die in 2017 zijn vrouw en kinderen in het kader van gezinshereniging staat op te wachten op Schiphol.

Het staat asielminister Bart van den Brink (CDA) vrij om gezinsleden van statushouders die vóór 12 juni een aanvraag hebben gedaan om naar Nederland te komen, te toetsen aan dezelfde strengere eisen die sinds 12 juni gelden voor nieuwe nareiszaken. Dat heeft de rechtbank van Den Haag vrijdag geoordeeld in de eerste rechtszaken die zijn aangespannen over toepassing van de Wet invoering tweestatusstelsel.

De Haagse rechter boog zich over twee zaken – van een Syrische man en van een Syrische vrouw. Zij hebben allebei asiel gekregen in Nederland en dienden onder de ‘oude’ asielregels een aanvraag in om hun gezin te laten overkomen. In beide gevallen wees de minister deze verzoeken om gezinshereniging af, omdat niet werd voldaan aan de nieuwe regels. Hoewel de rechter oordeelt dat de minister in beide zaken zijn besluit moet herzien, oordeelt de rechter óók dat het niet strijdig is met de hogere regels of algemene rechtsbeginselen om „de nieuwe strengere eisen ook te laten gelden voor oude aanvragen”.

De rechter benadrukt dat uitspraken in de zaken van vrijdag niet over alle nieuwe nareisregels gaan. Toch kan dit gevolgen hebben voor mensen die subsidiaire bescherming genieten (zij vallen niet onder de bescherming van het VN-Vluchtelingenverdrag, maar hebben wel asiel gekregen). Voor deze groep kan het moeilijker worden om gezinsleden naar Nederland te laten komen.

De rechtbank Den Haag is de eerste rechter die uitspraak doet over het met terugwerkende kracht invoeren van de nieuwe nareisregels. Die regels bepalen dat mensen met subsidiaire bescherming twee jaar moeten wachten na het krijgen van hun verblijfsvergunning, voordat ze gezinshereniging kunnen aanvragen. Ook geldt er een inkomenseis en moeten ze aantonen dat ze over ‘zelfstandige huisvesting’ beschikken voor zichzelf en hun gezin.

Doordat de nieuwe wet is ingevoerd met terugwerkende kracht, worden alle aanvragen die vóór 12 juni zijn ingediend ook volgens de nieuwe, strengere eisen beoordeeld. Voor 12 juni lagen er nog ruim 19.000 aanvragen voor gezinshereniging. Die zaken zijn stilgelegd door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De IND wil weten of het juridisch verdedigbaar is dat de nieuwe regels voor nareizen met terugwerkende kracht worden toegepast. Daarvoor selecteerde de immigratiedienst enkele tientallen zaken, die door verschillende rechtbanken worden beoordeeld.

Duizenden familieleden die in het buitenland al lange tijd wachten op bericht of ze via gezinshereniging naar Nederland mogen komen, voldoen niet aan de nieuwe regels.

Oordeel rechter is ‘verbazingwekkend’

Dat de rechtbank Den Haag nu oordeelt dat de nieuwe regels niet in strijd zijn met hogere regels of algemene rechtsbeginselen, vindt Mark Klaassen, universitair docent migratierecht aan de Universiteit Leiden, „verbazingwekkend”. „De rechtbank oordeelt dat de overheid de bestaande nareisregeling van vóór 12 juni 2026 mocht terugdraaien, omdat die regeling volgens haar niet verplicht was binnen het EU-recht”, zegt hij. „Ik betwijfel of dat juist is. De statushouders over wie dit gaat hebben al begin 2025 gezinshereniging aangevraagd, lang voordat deze nieuwe regels ingingen. Mijn inschatting is dat je niet met terugwerkende kracht een recht kunt intrekken dat op grond van toepassing van het EU-recht in Nederland bestond.”

Eerder noemde ook de Raad van State het toepassen van de nieuwe wetgeving op al ingediende aanvragen problematisch, omdat het onder andere tot ongelijke behandeling leidt en in strijd kan zijn met het rechtszekerheidsbeginsel. „Over die kwestie zullen andere rechtbanken zich in andere zaken nu ook buigen”, zegt Klaassen. „Ik verwacht dat de advocaten van de zaken in Den Haag in hoger beroep gaan. Daardoor zal uiteindelijk ook een uitspraak van de Raad van State volgen. Die bepaalt uiteindelijk of de wetgeving met terugwerkende kracht mag worden toegepast.”

In de twee zaken waarover de rechter vrijdag oordeelde, is bij de afwijzing van gezinshereniging te weinig naar de belangen van de individuele gezinnen gekeken. Hierin speelt met name het recht op gezinsleven mee. De IND moet van de rechter opnieuw over deze zaken beslissen.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Migratie en vluchtelingen

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next