Home

Vooroordelen kunnen een vonnis beïnvloeden, zegt oud-rechter Aisha Dutrieux: ‘In de kern is dit vast geen foute jongen, dacht ik’

Sinds haar vertrek uit de rechtspraak voelt Aisha Dutrieux zich vrijer om zich uit te spreken over haar oude vakgebied. In haar nieuwe boek neemt ze ook zichzelf onder de loep. ‘Dat ik mezelf herkende in een verdachte, was een valkuil.’

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

Sinds haar vertrek uit de rechtspraak voelt Aisha Dutrieux zich vrijer om zich uit te spreken over haar oude vakgebied. In haar nieuwe boek neemt ze ook zichzelf onder de loep. ‘Dat ik mezelf herkende in een verdachte, was een valkuil.’

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

Toen Aisha Dutrieux drie jaar geleden ontslag nam als rechter, waren haar collega’s stomverbaasd. Dat iemand voortijdig vertrok, kwam zelden voor. ‘In mijn zestien jaar bij de rechtspraak heb ik veel pensioenfeestjes meegemaakt’, zegt ze, ‘maar slechts één afscheid van iemand die tussentijds stopte.’

Ze noemt de rechtspraak een gouden kooi. ‘Rechters worden voor het leven benoemd. Het is mooi, goedbetaald werk en je kunt doorstromen naar andere functies en locaties. Dus toen ik wilde stoppen, zei mijn leidinggevende: dit kun je niet menen, wil je niet gewoon een sabbatical?’

Maar Dutrieux (nu 43) kon niet langer blijven. In haar deze week verschenen boek Dit is niet rechtvaardig bespreekt ze spraakmakende rechtszaken, blikt ze terug op haar carrière als griffier, rechter en raadsheer (rechter in hoger beroep), beschrijft ze vrijuit wat er goed en fout gaat in ons rechtssysteem, en legt ze uit waarom ze besloot te stoppen.

Wat kunt u nu zeggen wat u eerder niet kwijt kon, als rechter?

‘Een heleboel’, zegt Dutrieux in een restaurant in haar woonplaats Oegstgeest. ‘Het is in Nederland niet de bedoeling dat rechters publiekelijk iets zeggen over politici, bijvoorbeeld. Je moet onafhankelijkheid uitstralen. Dat heb ik tot mijn ontslag gedaan, zelfs op verjaardagen. Ook voel ik me nu vrijer om te vertellen dat rechtspraak soms te veel lijkt op lopendebandwerk, en om in te gaan op het gebrek aan diversiteit.’

Dutrieux is iemand die alleen grote woorden gebruikt als ze erover heeft nagedacht. ‘Ik stel mijn oordeel uit totdat ik alle feiten heb’, zegt ze. ‘Dat heb ik als rechter geleerd. Soms kan dat heel irritant zijn. Dan vraagt mijn man ’s avonds op de bank wat ik vind van een onderwerp in een talkshow, en zeg ik: dat weet ik nog niet.’ Ze schiet in de lach.

Op haar rechterpols zit een opvallende tatoeage: een tribaal teken dat ze op haar 19de heeft laten zetten in Indonesië, het geboorteland van haar vader. Sinds april is ze gemeenteraadslid voor Progressief Oegstgeest. De afgelopen jaren publiceerde ze drie romans, deels toen ze nog parttimerechter was, en twee kinderboeken.

Ze stopte als rechter om zich te concentreren op schrijven. ‘Ik dacht: ik ben bijna 40, als ik nu niet snel kijk of ik kan rondkomen als schrijver, ga ik dat nooit meer doen.’

Bij dat besluit speelde mee dat ze steeds vaker gefrustreerd uit haar werk naar huis ging. ‘Ik had na mijn opleiding bewust gekozen voor het bestuursrecht, waarin de overheid tegenover burgers staat. Burgers die zich vermalen voelen tussen de kaken van de overheid. Van een dakkapel die niet mag worden gebouwd tot een conflict met de Belastingdienst of het land uitgezet worden na een IND-besluit.

‘Wat ik interessant vond, is dat het als bestuursrechter je taak is om te zorgen voor een gelijk speelveld tussen de machtige overheid, met ervaren juristen, en burgers, die in dit soort zaken mogen procederen zonder advocaat. Mensen écht helpen en naar ze luisteren: dat was mijn ideaalbeeld.’

De praktijk bleek anders. Toen ze in 2023 stopte, was er een groot personeelstekort in de rechtspraak. Als het merendeel van de 2.600 rechters niet structureel 40 tot 50 procent had overgewerkt, bleek uit onderzoek, zouden er achthonderd extra rechters nodig zijn geweest.

‘De tekorten werden vooral veroorzaakt door bezuinigingen van de eerste twee kabinetten-Rutte. In de praktijk duurde het vaak een of twee jaar voordat rechters toekwamen aan een zaak, veel langer dan ik wilde. Soms bood ik tijdens een zitting beschaamd mijn excuses aan.’

Dutrieux leunde zwaar op juridische medewerkers. Die schreven, zoals het hoort, een conceptversie van een uitspraak voor haar, op basis van ingediende stukken, wat er tijdens de zitting was gezegd en jurisprudentie (uitspraken over vergelijkbare zaken). Na de zitting besliste zij welke procespartij gelijk kreeg. Een juridisch medewerker werkte dat besluit uit in een concept, dat zij vervolgens controleerde, zo nodig aanpaste en ondertekende.

Ze werkte naar eigen zeggen keihard, maar terwijl veel collega-rechters ervoor kozen om in hun vrije tijd in jurisprudentie te duiken en te schaven aan kromme zinnen, hakte zij vaak relatief snel een knoop door. Dat scheelde overwerk en wachttijd, maar ging ten koste van haar beroepseer en werkplezier.

Als bestuursrechter had ze vaak zittingsdagen met acht zaken achter elkaar, vertelt Dutrieux, alleen onderbroken door een lunchpauze. ‘Bij iedere opmerking die een procespartij maakte, kon ik denken: interessant, hier vraag ik op door. Maar tegelijk dacht ik: shit, daar heb ik geen tijd voor, de volgende zit al op de gang.’

Soms werden er maar tien minuten ingepland voor een zitting. ‘Zo’n dag kon voelen als lopendebandwerk, met mij als een soort handtekeningenmachine. Terwijl je, zo zie ik het althans, mensen ook het gevoel wilt bieden dat de rechter naar hen luistert. Rechtspraak moet meer zijn dan iemand na een jaar een brief sturen waarin staat wanneer hij zich moet melden in een zittingszaal, en daar na tien minuten zeggen: dank u, ik weet genoeg.’

Nadat ze was gestopt, publiceerde ze een geruchtmakend opiniestuk in de Volkskrant, waarvoor ze soms opiniebijdragen schrijft. In het artikel vergeleek ze de rechtspraak met een koekjesfabriek die te veel koekjes produceert, waardoor ze ‘niet eens lekker’ zijn. Volgens Dutrieux sloop er ‘gelatenheid en uitzichtloosheid’ in het handelen van het personeel en haarzelf.

Wat vonden uw ex-collega’s daarvan?

‘Bij sommigen vielen mijn woorden verkeerd. Die dachten: hoezo koekjesfabriek, ik doe keihard mijn best voor de samenleving. Dat snap ik ook. Maar ik kreeg vooral bijval. Veel rechters vonden het fijn dat iemand eindelijk eens onverbloemd zei wat er aan de hand was.’

Er zijn ook veel rechtszaken waarvoor meer zittingstijd is. Staat u nog achter het woord koekjesfabriek?

‘Toch wel. Die lopendebandzaken zijn er ook omdat sommige burgers onnodig naar de rechter gaan. Ze willen hun recht halen, ook als er nauwelijks iets op het spel staat.

‘Daar komt bij dat er ten tijde van mijn stuk werd gesproken over extra geld voor de rechtspraak. Ik wilde duidelijk maken dat dit hard nodig was. Helaas zijn er nog steeds personeelstekorten en lange wachttijden.’

U schetst een confronterend beeld van de bestuursrechtspraak. Heeft die nog een acceptabel niveau?

‘Ja. Omdat de meeste rechters dus knetterhard werken. Het vertrouwen in de rechtspraak is behoorlijk hoog, blijkt uit cijfers van de Europese Commissie: 77 procent van de Nederlanders beoordeelt de onafhankelijkheid van rechters als ‘redelijk tot erg goed’.’

Een veelgehoord punt van kritiek op bestuursrechters, vooral van boeren en (radicaal-)rechtse politici en opiniemakers, is dat zij op de stoel van politici gaan zitten. Enkele weken geleden werd dat nog gezegd, naar aanleiding van een zaak waarin nieuwe asielregels in de Europese Unie een rol spelen. Sinds enkele maanden moeten asielzoekers aan de buitengrenzen van de EU hun procedure afwachten. Reizen ze door, dan worden ze teruggestuurd naar het land van aankomst.

Begin september oordeelde de rechtbank Den Haag dat Nederland een asielzoeker niet op het vliegtuig naar Italië mocht zetten. Andere rechters kwamen daarna tot vergelijkbare conclusies, omdat de omstandigheden in Italiaanse opvangcentra niet goed genoeg zouden zijn.

Dat oordeel kwam niet uit de lucht vallen. In 2023 besloot de Raad van State ook al dat Nederland geen asielaanvragers mocht overdragen aan Italië, omdat dat land basale zaken niet op orde had, zoals onderdak, eten en stromend water. Dat het inmiddels wel verantwoord zou zijn om mensen over te dragen, is niet aannemelijk gemaakt, vinden rechters.

VVD-Kamerlid Ulysse Ellian reageerde verbolgen op dat nieuws. Volgens hem is dit ‘in de kern niet aan de rechter’. SGP-Kamerlid Diederik van Dijk zei: ‘De rechter torpedeert uitgebalanceerd migratiebeleid.’

Wat vindt u van de uitspraken van deze Kamerleden?

‘Wat Ellian zei, klopt niet. Deze asielaanvragers zijn in beroep gegaan tegen hun overdracht naar Italië. Dus moesten rechters erover oordelen, en dat hebben ze naar eer en geweten gedaan.

‘Ik snap dat deze Kamerleden liever een andere uitspraak hadden gewild, maar zij doen aan wensdenken. Op basis van de uitspraak in de eerste zaak durf ik te stellen dat deze rechter zich grondig in de zaak heeft verdiept. Het zou politici passen om niet uit de heup te schieten, of op zijn minst de uitspraak van de hoogste bestuursrechter af te wachten.’

Er zijn meer politici, met name uit radicaal-rechtse hoek, die rechters beschuldigen van ‘activisme’, vanwege uitspraken over stikstof en broeikasgassen.

‘In de bekende processen over stikstof en broeikasgassen, van Urgenda bijvoorbeeld, hield de Nederlandse staat zich niet aan Europese afspraken. Het kan zijn dat politici bij nader inzien van die afspraken af willen, maar dan is het aan hen om ze aan te passen. Doen ze dat niet, dan houden ze de impasse in stand.

‘Politici die zeggen dat ze niet mogen bouwen van de rechter, geven de rechtspraak de schuld van hun eigen fouten. Nadat de staat in juridische procedures ongelijk had gekregen, lag de bal bij de politiek. Die heeft jarenlang maatregelen voor zich uit geschoven en gekozen voor juridische sluiproutes en schijnoplossingen, uit angst voor boze kiezers.

‘Naar de rechter wijzen levert politici op korte termijn misschien stemmen op, maar op langere termijn maken ze zo de rechtsstaat kapot. Dat maakt me boos.’

Moeten rechters niet vaker reageren op dit soort kritiek?

‘In de praktijk is dat lastig. Het uitgangspunt in ons rechtssysteem is dat rechters alleen spreken via hun vonnis. Dat is een groot goed, vind ik.

‘We hebben in Nederland een scheiding der machten: politici maken wetten, rechters controleren of iedereen zich daaraan houdt en beslissen over geschillen. Zodra de rechtspraak zich mengt in discussies over een uitspraak, staat die niet meer als onafhankelijke derde boven de partijen. En als rechters aan een talkshowtafel weerwoord krijgen en net iets anders zeggen dan in het vonnis staat, kan dat leiden tot onduidelijkheid of verwarring.’

Zijn rechters niet te conservatief? De Rotterdamse strafrechter Jacco Janssen geeft wel interviews, en wordt door vakgenoten ijdel genoemd.

‘Die kritiek komt volgens mij vooral van een oudere generatie. Persoonlijk denk ik dat rechters best met media kunnen praten over algemene onderwerpen, zoals het recht en werkdruk. Als ze hun woorden zorgvuldig wegen. Dat het weinig gebeurt, komt doordat het in de aard van het beestje zit om niet publiekelijk over je werk te vertellen.

‘Tegelijkertijd heb je nu ook rechters als Judge Joyce (Joyce Lie, red.). Zij legt op sociale media uitspraken uit in gewone taal, om de kloof met het publiek kleiner te maken. Dat is een goede ontwikkeling.’

In haar boek pleit Dutrieux voor meer aandacht voor diversiteit en ‘onbewuste vooroordelen’ in het rechtswezen. Ze schrijft dat ze tijdens haar rechtersopleiding bij het Openbaar Ministerie werkte en een strafeis moest formuleren tegen een jonge, welbespraakte, witte man die op het punt stond om te gaan studeren. Tijdens het uitgaan had hij een andere jongen mishandeld.

‘In het begin dacht ik: er is drank in het spel geweest, in de kern is dit vast geen foute jongen. Maar toen ik beter nadacht, besefte ik waarom ik de neiging had om coulant te zijn: op een of andere manier herkende ik mezelf in hem. Niet in zijn misdrijf, maar in zijn beleefdheid en zijn hippe Lacoste-shirt. Het voelde alsof we vrienden hadden kunnen zijn, in andere omstandigheden. Dat was een valkuil waar ik niet in wilde stappen.’

Werd er tijdens uw opleiding aandacht besteed aan zulke valkuilen?

‘Nee. Zelfs toen ik in functie was, heb ik nooit een training over onbewuste vooroordelen gehad. Inmiddels is er in de rechtersopleiding wel aandacht voor, en zijn er workshops en trainingen binnen de rechtspraak.

‘Ik vind het rijkelijk laat, want ik ben ervan overtuigd dat onbewuste vooroordelen een rol spelen in de strafmaat. Hoe graag iemand ook wil dat het niet zo is, iedereen koppelt positieve of negatieve eigenschappen aan persoonlijke eigenschappen van anderen, zoals hun geslacht of huidskleur. Die associaties vormen stereotypen, die op hun beurt leiden tot impliciete voorkeuren.

‘Simpel gezegd: als iemand op je lijkt, heb je eerder positieve vooroordelen dan als iemand er anders uitziet. Iedere jurist moet zich daarvan bewust zijn. Zeker omdat de rechtspraak overwegend bestaat uit witte mensen.’

Slechts 3 procent van de rechters heeft een niet-westerse achtergrond, terwijl dat voor zover bekend geldt voor minstens 20 procent van de rechtenstudenten. Hoe is dat verschil te verklaren?

‘Bij griffiers, die rechters ondersteunen, is dat verschil kleiner. Maar bij rechters is het enorm, ja. Vaak was ik de donkerste. Feit is dat deze groep aanzienlijk vaker kiest voor de advocatuur dan voor de rechtspraak. Wellicht omdat er veel meer gekleurde advocaten dan rechters zijn. Daarom zou het volgens mij goed zijn als rechters vaker naar universiteiten gaan, om te vertellen over hun prachtige vak. De rechtspraak moet alles op alles zetten om een betere afspiegeling van de samenleving te worden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next