Home

Seks, liefde, trouwen: niets is enger voor gen Z. Horrorfilms spelen daar handig op in

In een reeks nieuwe (horror)films en series is niet de moordenaar het gevaar, maar de man of vrouw van je dromen. Want wat als je de verkeerde kiest?

‘Ik heb het gevoel dat ik uit elkaar val. Ik denk de hele tijd aan je, je zit in elk liedje dat ik beluister. Ik verkies jou boven alles.’

Een jongen zit in een Amerikaanse diner en verklaart – verlegen, schattig, gevoelig – zijn liefde. Aan de andere kant van de tafel: niet degene naar wie hij verlangt, Nikki Freeman, maar de serveerster.

Bear oefent zijn grote romantische gebaar, maar besluit dat zijn kwetsbaarheid cringe is. Nee, dit kan hij nooit écht zeggen.

Even later brengt Bear Nikki naar huis na een quizavond met hun vriendengroepje. Ze is al uitgestapt, hij roept haar terug, probeert zijn moed bij elkaar te rapen, opent zijn mond om haar mee uit te vragen, krabbelt terug. Probeert nog eens, zwijgt. Hij laat zijn grote liefde lopen.

Jozefien Van Beek is schrijver en criticus. Vorig jaar verscheen haar boek Monsterlijk moederschap – Van Rosemary’s Baby tot Nightbitch.

Dus neemt hij snel de One Wish Willow (een speeltje dat je één wens belooft) die hij eerder voor Nikki had gekocht in een occulte winkel, een cadeautje dat hij haar niet durfde te geven, en doet zijn wens: ‘I wish that Nikki Freeman loved me more than anyone in the fucking world.’ Ogenblikkelijk staat ze weer in het portiek van haar huis, als een dreigende schaduw, om zich even later aan zijn voeten te werpen. ‘I love you so so so so so much.’

Al snel verandert de vrouw van zijn dromen in een obsessief monster. Ze houdt hem in de gaten, ook ’s nachts – ‘je ziet er zo schattig uit wanneer je slaapt’ – wil niet dat hij zonder haar naar een feestje gaat. Ze zegt huilend dat ze het gevoel heeft dat de liefde niet wederzijds is, zeurt met een zielig stemmetje: ‘Do you still think I’m preeetty?’, krijst: ‘WAAROM HOU JE NIET VAN MIJ?!’

De baseline waarmee de jonge regisseur, youtuber Curry Barker (26), zijn box-officehit Obsession aanprees: Be careful who you wish for.

Bloedneuzen

Dat lijkt ook de boodschap van de Netflixreeks Something Very Bad is Going to Happen. Rachel en Nicky zijn op weg naar zijn ouders om te trouwen in hun afgelegen villa in het groen. De eerste aflevering, die ‘Don’t get on one knee’ heet, is een uur lang akelig en zit vol slechte voortekenen: bloedsporen en bloedneuzen, vossenkadavers, een vrouw die in een podcast haar bloederige bijna-doodervaring vergelijkt met haar trouwdag – betekent het huwelijk je dood? En dan is er nog de ongure onbekende man die Rachel vraagt of ze zeker is dat hij (Nicky) ‘de ware’ is. Het slotbeeld is de achterkant van hun trouwuitnodiging, met daarop de woorden ‘don’t marry him’.

Showrunner Haley Z. Boston (31) maakte van Something Very Bad is Going to Happen een horrorreeks waarin de gruwel geen monster of seriemoordenaar is, maar romantisch engagement. ‘Toen ik klein was, zei mijn mama dat het je leven kan verpesten als je met de verkeerde persoon trouwt’, zegt Boston in The New Yorker. Actrice Camila Morrone (Rachel) voegt daaraan toe: ‘Die angsten houden mijn generatie in een wurggreep.’

Disneyfilms spiegelen ons al sinds de jaren dertig de droom van Prince Charming voor, en romkoms dringen de boodschap op van die éne Ware Liefde en het – zeer Amerikaanse – concept van de soulmate. Alleen: hoe weet je of je de ware hebt gevonden?

Zo groeit vanzelf de angst: wat als je fout kiest? Is je leven dan voorbij?

Angst voor afwijzing

In Obsession ligt Bear in bed met de vrouw van zijn dromen. Tijdens een gretige kus hapert de betovering en kijkt ze hem plots in blinde paniek aan. De echte Nikki komt – heel eventjes – tevoorschijn. Even snel is ze weer verdwenen.

Wanneer hij gaat werken, blijft zij met brede glimlach (die al snel een grimas wordt) staan waar hij haar achterlaat, de hele dag, wachtend en smachtend. Ze braakt en plast – zoals Regan in The Exorcist – op het tapijt, ze wordt weergegeven als een abject monster.

Door Bears wens zit Nikki gevangen in een variatie op het locked-insyndroom: haar geest en lichaam zijn niet meer van haar. Maar voor Bear ligt de horror elders. De grootste angst van mannen, lijkt Obsession te zeggen, is een needy, crazy girlfriend, hysterisch en achterdochtig, een blok aan je been.

En daarnaast is er natuurlijk die andere angst, waarmee alles begon: de angst voor afwijzing. Want van al deze horror (voor hem én voor haar) was geen sprake geweest als Bear gewoon even het lef had gehad om Nikki mee uit te vragen, en daarbij had aanvaard dat hij misschien een blauwtje zou lopen.

In romkoms uit de jaren tachtig en negentig waarmee millennials opgroeiden, kreeg de jongen het meisje na een grand gesture: de speech op het nieuwjaarsfeest in When Harry Met Sally, Richard Gere – een boeketje rode rozen tussen de tanden – op die brandtrap in Pretty Woman, John Cusack met boombox boven zijn hoofd in Say Anything.

Bear had iets soortgelijks gepland – herinner je die openingsscène, de romantische speech in de diner – maar hij weet dat het echte leven geen romkom is. Hij weet bovendien dat afwijzing een stigma is dat je in deze digitale tijden niet zomaar van je afschudt. Hij weet dat hij, net als de rest van zijn generatie, non-stop becommentarieerd wordt door leeftijdgenoten, dat niets onopgemerkt blijft, niets verdwijnt in vergetelheid.

Dus past Bear voor echt contact en kiest een shortcut in de vorm van een wens, een betovering. Gewoon omdat hij zich niet kwetsbaar durft te tonen.

En zo vat Obsession de tijdgeest – geen wonder dat jongeren er massaal voor naar de bioscoop trekken. De film verkent via het horrorgenre de gevaarlijke potentiële gevolgen van de seks- en datingrecessie in Europa en de Verenigde Staten.

Nooit eerder werd seks zo weinig gestigmatiseerd of was seks zo makkelijk te verkrijgen, schrijft Jia Tolentino in haar veelbesproken, veelgedeelde artikel in The New Yorker, ‘Are Young People Having Enough Sex?’. Met slechts een paar klikken krijg je een eindeloze waaier aan porno op je scherm, en ook casual seks ligt met enkele swipes binnen handbereik. Toch wees onderzoek uit: gen Z date, vrijt en trouwt minder dan de generaties ervoor.

De datingapps, met hun eindeloze stroom singles die op het scherm voorbijtrekt, waren bedoeld om je het gevoel te geven dat je nooit meer een blauwtje hoefde te lopen, en mocht dat toch gebeuren, dan waren er meer vissen in de zee: je kunt swipen tot je erbij neervalt. Alleen: tegelijkertijd groeit het besef dat jij met datzelfde gemak naar links geveegd wordt.

Gen Z is meer geïnteresseerd in veiligheid dan vorige generaties, stelt Jean Twenge, auteur van Generations: The Real Differences Between Gen Z, Millennials, Gen X, Boomers and Silents – And What They Mean for America’s Future (2025). Bij het daten kun je gekwetst worden, en dus voelt het onveilig.

Bovendien heeft MeToo – hoewel absoluut noodzakelijk – jongens én meisjes bang gemaakt om iets fout te doen of te zeggen. De covid-pandemie hielp ook niet: sociale vaardigheden konden, op een cruciaal moment in hun leven, niet meer in het echt worden geoefend.

Resultaat: deze hyperverbonden generatie wordt geplaagd door eenzaamheid, angst en depressie. Veel gen Z’ers willen wel een relatie, maar durven de noodzakelijke stappen daarvoor niet te zetten. Ze zijn bang voor afwijzing, wantrouwen en intimiteit. Ze kiezen voor veiligheid.

En seks en liefde zijn bij uitstek dingen die niet voorspelbaar zijn, en daardoor onveilig voelen.

Alles is performatief

Terwijl Rachel (Something Really Bad is Going to Happen) bang is voor het instituut huwelijk (kies ik wel de juiste?), is Bear in Obsession bang voor de stappen die eraan voorafgaan. Hij wil dolgraag een relatie met Nikki, maar durft zich niet te laten kennen.

En terecht, zo zou je kunnen concluderen uit The Drama (2026), Kristoffer Borgli’s drama over het onaards knappe en duidelijk kapitaalkrachtige koppel Charlie (Robert Pattinson) en Emma (Zendaya).

Ze bereiden zich voor op hun huwelijk, volgen privéles voor hun openingsdans. ‘Beter dan de vorige keer’, zegt de dansleraar, maar nog niet perfect, ‘doe het nog eens.’

Geen probleem voor Charlie. Emma twijfelt, ze vindt dat ze gewoon normaal moeten dansen, want ‘dit voelt allemaal nogal performatief’. Dat is net het punt: voor Charlie is alles performatief.

Dus wanneer Emma het waagt om, in tegenstelling tot Bear, wél haar intiemste geheim prijs te geven (zij het in dronken toestand), wordt ze daarvoor afgestraft door Charlie. Hij ontwijkt haar, herschrijft zijn trouwgelofte die zijn getuige eerder nog tot tranen toe bewoog. Nu blijft er niet veel meer van over: ‘Emma, I know worse people than you.’

Charlie is vooral bang voor hoe dit op hém afstraalt. Zo bang dat hij aan een collega een ‘hypothetische’ vraag stelt: wat zou zíj doen in zo’n geval? Wanneer ze geschokt zegt dat ze onmiddellijk de politie zou bellen, barst Charlie in tranen uit, omdat hij beseft dat mensen hem als een waanzinnige zullen zien als dit huwelijk doorgaat.

Was je van plan om me dit ooit te vertellen, vraagt Charlie aan Emma. De vrouw die hij dacht te kennen is in zijn ogen veranderd. Plots ziet hij dingen van vroeger in een ander licht. Dus wanneer de huwelijksfotograaf hen tijdens een ongemakkelijke oefensessie probeert op hun gemak te stellen – ‘onthoud: jullie kennen elkaar heel goed, jullie zijn helemaal op jullie gemak bij elkaar’ – is dat als zout in de wond.

Ken je een ander ooit écht? Anders gezegd: ben je er zeker van dat zij de ware is? Don’t marry her.

Seks en dood

Mannen komen hier niet zo goed uit. Charlie denkt niet eens na over wat hij nu eigenlijk zélf vindt van wat Emma heeft gedaan. Hoe zijn vrienden hem zien is voor hem belangrijker dan hoe zijn verloofde zich voelde, wat haar dreef tot haar daad.

En Bear weet goed genoeg dat Nikki niet meer Nikki is. Het kan hem niet schelen. Op wie was hij dan eigenlijk verliefd? Meer op een idee van een vrouw dan op een echte vrouw met eigen meningen en verlangens.

In de horrorfilm Teenage Sex and Death at Camp Miasma (2026) spelen mannen geen rol van betekenis meer. Maar vrouwen hebben ook angsten. En die angsten draaien in Jane Schoenbruns ingenieuze film vol metabespiegelingen over het horrorgenre – zoals de titel al doet vermoeden, en zoals eigenlijk alle horrorfilms – rond seks en dood.

‘Sundance Wunderkind’ Kris (een voortreffelijke Hannah Einbinder) mag de Camp Miasma-franchise, een fictieve reeks slasherfilms, nieuw leven inblazen. Hollywoodbonzen vragen haar om een prequel: de origin story van moordenaar Little Death, die een ventilatierooster als masker heeft en een dubbele speer als wapen.

Kris is queer en weet heel goed dat de studiobazen haar daarom hebben gekozen voor deze opdracht. Zij moet het misogyne en transfobe horrorgenre ‘woke’ maken, zodat er weer schaamteloos geld mee kan worden verdiend.

Kris is al van kindsbeen af fan van de reeks én van de hoofdrolspeelster van het origineel, de Final Girl uit de eerste Miasma-film, Billy Presley (Gillian Anderson). Voor wie géén voorliefde heeft voor horror: De Final Girl is het personage dat steevast als enige weet te ontsnappen aan de moordenaar-met-mes die al haar leeftijdsgenoten afslacht.

Ter voorbereiding van haar project bekijkt Kris de Miasma-films opnieuw. ‘Desire’, schrijft ze in haar notitieboekje. Dat is natuurlijk waar slashers – van Psycho tot Scream – om draaien: eros en thanatos. De moordenaar zit zijn slachtoffer hijgend achter zijn masker op de hielen. De mannen gaan er snel aan, de vrouwen, knap en vaak schaars gekleed, worden uitgebreider in beeld gebracht ( misogyn!).

Camp Miasma, een kruising tussen eightiesklassiekers Sleepaway Camp en Friday the 13th, gaat over een groep jongeren op weg naar een zomerkamp in een bos. We krijgen de oude film bijna integraal te zien als film in de film. De Final Girl in het horrorgenre is altijd maagd, dat is meteen ook de reden waarom zij als enige overleeft. (Alweer: misogyn, als vrouwen seks hebben, wordt dat bestraft.)

Ook Billy’s personage is onervaren, onschuldig (‘so young and nubile’, noemt een man haar in het tankstation waar de groep even pauzeert), zoals het een Final Girl betaamt. Maar Schoenbrun geeft deze trope een twist: Billy zet een rode kap op – Roodkapje, hét oerverhaal over het verlies van onschuld. Dus terwijl ze later in het vakantiekamp op een vies matras in een houten cabane onder een hijgende, stotende jongen ligt, komt langzaam maar zeker Little Death dichterbij, speer in de aanslag.

Het is de blik in Billy’s ogen die Kris als kind al trof – in haar pupil zien we de reflectie van de naderende Little Death die het op het copulerende koppel gemunt heeft. Maar wat valt er precies af te lezen uit Billy’s blik? Angst voor de dood? Schaamte voor haar onaangename ontmaagding? Of nog iets anders?

Vlees en lichaamssappen

‘Are you married?’, wil Billy weten. ‘No, God, no. I’m poly’, antwoordt Kris.

Haar partner heeft nog een andere partner, want Kris is zelf niet zo geïnteresseerd in seks. ‘Mijn werk is doorgaans mijn belangrijkste partner’, zegt ze. Liefde, seks ‘en al die dingen’ zijn nooit gemakkelijk voor haar geweest.

Kris probeert het onderwerp weer richting film te sturen, ze wil Billy overtuigen om mee te spelen in haar nieuwe Miasma-film, die moet gaan over ‘genderproblemen en de culturele weergave van monsterlijkheid’. Je praat er zo academisch over, zegt Billy. ‘Maar de film ging helemaal niet over genderproblemen of culturele beeldvorming van monsters. Hij ging over twee eenvoudige dingen: flesh and fluids.’ Vlees en lichaamssappen.

Uiteindelijk kan Kris het toegeven: ‘Die blik in je ogen wil ik niet alleen filmen, ik wil hem ook ervaren.’ Maar ze is slecht in seks, vindt ze, ze schaamt zich. Een orgasme kan ze alleen bereiken als ze in haar hoofd elders heen gaat, ver weg.

‘Waarheen?’, wil Billy weten.

In haar fantasie wordt Kris een personage in een slasher zoals Camp Miasma. ‘Ik begin de film als mezelf, een intellectueel, preuts, maar zodra Little Death achter me aan zit, ben ik gewoon een slachtoffer, een slet. Tits bouncing up and down as I run for my life.’

Billy: ‘Als je dat met mij wil worden, dan kan dat. Het is allemaal maar een spel.’

In een interview met The New York Times noemde Jane Schoenbrun hun film in de eerste plaats een verhaal ‘over twee vrouwen matching each other’s freak’.

De horror wordt hier heerlijk

Terug naar Billy’s ontmaagdingsscène in de eerste Miasma-film. Plots keek ze van buitenaf naar zichzelf, zegt Billy tegen Kris, alsof ze nieuwe ogen kreeg. Ze werd Little Death. ‘Ik was de kijker én degene die bekeken werd, en ik vond het opwindend.’ Billy eigent zich de mannelijke blik toe, krijgt macht over de situatie. Die blik in haar ogen. Die speer. Billy krijgt een orgasme én ze overleeft.

Aan bloed geen gebrek in Teenage Sex and Death in Camp Miasma. Maar dat is het mooie: hier verandert het abjecte in schoonheid, afschuw in genot, en dan niet voor de kijker, maar voor de personages. De horror wordt hier heerlijk.

Kris is bang – net als Bear in Obsession, Charlie in The Drama en Rachel in Something Very Bad is Going to Happen. Deze seks is niet veilig, deze seks is doodeng, maar precies dat is de aantrekkingskracht ervan.

Obsession is een kaskraker en trekt week na week volle zalen. Toen ik naar Teenage Sex and Death at Camp Miasma ging kijken, waren de bezoekers op twee handen te tellen. En dat is jammer. Want waar Obsession de angst van deze tijd toont, biedt Camp Miasma een uitweg. Ja, intimiteit, relaties en seks zijn angstaanjagend. Ja, je kunt gekwetst worden. Maar, en dat is ontroerend om te zien, Kris weet zich uiteindelijk te bevrijden van alle oordelen en slaagt er dankzij de liefdevolle hand van Billy in om zich over te geven. Aan haar verlangen, aan Billy, aan écht contact met een ander.

En ja, ze krijgt zeker haar petite mort.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next