Lang gold Emily als de minder getalenteerde Brontë, al was Virginia Woolf het daar niet mee eens. En nog steeds is het pleit niet beslecht.
Schrijvers roepen vaak dat de literatuur geen wedstrijd is en toch vindt er continu competitie plaats. Prijzen, nominaties, de vele lijstjes met beste boeken ooit. In deze vorm van scorebordjournalistiek belandde een van de dierbaarste Engelstalige romans buiten de top tien: Emily Brontës Woeste hoogten staat op de twintigste plaats in het klassement van beste boeken aller tijden dat The Guardian afgelopen lente publiceerde.
Jane Eyre, geschreven door haar zus Charlotte, prijkt op plek acht.
In de rubriek ‘Reputaties’ kijken we hoe de betekenis van denkers en kunstwerken, van schrijvers en hun personages kantelt en evolueert.
Bij de BBC-verkiezing van de beste Britse romans in 2015 won Charlotte ook al. Ditmaal niet met fietslengtes, maar met een banddikte. Het werk van jongste telg Anne komt in al die lijstjes niet eens voor.
De debuutromans van de drie Brontë-zussen verschenen in 1847. Jane Eyre werd positief ontvangen en goed verkocht. De recensies over Woeste hoogten waren over het algemeen negatief. Te somber, te wild en te excentriek, luidde het oordeel.
Ook Charlotte was kritisch op de prestatie van haar zusje; ze vond de roman te boers en te bruut. Ze kreeg er slapeloze nachten van. Dit laat onverlet dat Charlotte is beïnvloed door Woeste hoogten. Emily, Charlotte en Anne schreven hun romans gezamenlijk, aldus Deborah Lutz in het net verschenen Emily Brontë – Een leven (vertaald door Anne Marie Koper en Ine Willems). En dit verbond was een combinatie van ‘competitie en liefde’.
Er blijven boeken over de Brontës verschijnen. Eerder publiceerde Lutz al The Brontë Cabinet – Three Lives in Nine Objects en afgelopen winter verscheen Charlotte Brontë’s Life Through Clothes van Eleanor Houghton.
In een lezing vroeg John Updike zich ooit af: waarom hebben we literaire biografieën nodig? Is het werk van de schrijver niet afdoende? Updike had een plausibel antwoord: een biografie verdiept en verlengt onze band met de auteur.
Voor de fans van Emily Brontë zijn al die biografieën een welkome toevoeging aan haar oeuvre. Er is wel een probleempje: van de honderden brieven die Emily schreef zijn er slechts drie bewaard gebleven. Lutz’ boek is dus een levensbeschrijving met gaten.
Vlak na het overlijden van Charlotte schreef Elizabeth Gaskell een biografie over haar vriendin. Natuurlijk komt ook Emily aan bod, al wordt ze afgeschilderd als een ‘raadselachtige en grotendeels onaangename misantroop’. Misschien had Gaskell zich te veel laten leiden door Emily’s enige roman en haar vereenzelviging met de heidevelden van West-Yorkshire. ‘Dit is beslist een prachtige streek!’, aldus ik-verteller Mr. Lockwood aan het begin van Woeste hoogten. ‘Volgens mij had ik nergens anders in Engeland een plek kunnen vinden die zo volstrekt van het wereldse gewoel verstoken is. Een volmaakte misantropenhemel.’
Die desolate heidevelden worden in Woeste hoogten behandeld als een personage door die geestdriftige, energieke en dynamische natuurbeschrijvingen. Het wrede weer in de roman weerspiegelt het rauwe en ongetemde karakter van Heathcliff, over wie Virginia Woolf ooit schreef dat hij onmogelijk is ‘en toch is het leven van een jongeman in de literatuur nog nooit zo levendig geschetst als het zijne’.
De natuurlijke wereld is waar leven en werk van Emily samenkomen. Als een wielrenner was ze geobsedeerd door de wind, die ongenadig hard kon waaien in West-Yorkshire. Geplaagd door slapeloosheid dichtte ze vaak ’s nachts: ‘The night is darkening round me,/ The wild winds coldly blow;/ But a tyrant spell has bound me,/ And I cannot, cannot go.’
Enigmatisch, dat is de karakterisering die aan Emily kleeft. Lutz portretteert haar echter als een schrijver vol zelfvertrouwen en een eigengereide vrouw. ‘I’ll walk where my own nature would be leading’, dichtte Emily in Stanzas. Ze voegde de daad bij het woord en trok zich niet veel aan van conventies, was nogal op zichzelf en omringde zich liever met boeken dan met mensen. Geen huwelijk of kinderen, wel een kamer voor zichzelf om in te schrijven. Ze verenigde het banale met het verhevene; huishoudelijke taken als koken en naaien wisselde ze af met het componeren van gedichten en haar canonieke liefdesdrama.
Emily was het vijfde kind van dominee Patrick Brontë. Ook hij was schrijver, hoewel lang niet zo getalenteerd als zijn dochters. Hetzelfde gold voor hun broer Branwell. De drie zussen debuteerden in 1846 gezamenlijk onder pseudoniem met een poëziebundel: Poems by Currer, Ellis, and Acton Bell. Ze verkochten slechts twee exemplaren.
Romans zouden ze gaan schrijven, die verkochten tenminste wél – wat dat betreft is er dus niet veel veranderd. Ze vormden een creativewritingworkshop avant la lettre: ze schreven hun romans, lazen elkaars werk en waren waarschijnlijk gekrenkt als ze kritiek ontvingen. Terwijl de zussen zich schrijvend verzekerden van een plaatsje in de literatuurgeschiedenis, zoop het zwarte schaap Branwell zich dagelijks lazarus.
Woeste hoogten is volgens Lutz het resultaat van die zusterlijke samenwerking. Het verscheen in 1847 in een uitgave samen met de roman Agnes Grey van Anne. Uitgevers waren niet happig en de twee zussen moesten 50 pond betalen om hun werk gepubliceerd te krijgen. Charlotte daarentegen kreeg 100 pond voor haar Jane Eyre. Een jaar na het verschijnen van haar meesterwerk stierf Emily op 30-jarige leeftijd.
Het is geen wedstrijd, maar toch: Virginia Woolf vond Emily stilistisch beter dan Charlotte. Ook de eminente criticus Elizabeth Hardwick sloeg Woeste hoogten hoger aan dan de boeken van haar zussen; deze intense en idiosyncratische roman wordt volgens haar gekenmerkt door een ‘originaliteit die we nauwelijks kunnen doorgronden’. De competitie is voorlopig nog niet beslist.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant