Home

We moeten accepteren dat mensen alleen met hun voornaam in de krant willen, maar onder deze voorwaarden

is de ombudsvrouw van de Volkskrant.

Sportvisser Arie wil niet met zijn achternaam in de krant, omdat hij ‘langs het water verder een anoniem bestaan wil leiden’. In Wuppertal bezingt de 37-jarige Kalib uit Hamburg zijn liefde voor het nachtleven, zonder zijn volledige naam te geven. ‘Ik ben ’s nachts graag anoniem’, verklaart hij.

De 53-jarige Anouk-zonder-achternaam noemt adult-only-campings ‘een walhalla’, omdat je er niet struikelt over skelters en huilende kinderen. Rob, eigenaar van een schildersbedrijf in het Gooi en Klibansky-kunstverzamelaar, vindt dat zijn achternaam er niet toe doet. In Parijs houdt ook Céline Dion-fan Alexandre het alleen bij zijn voornaam. ‘Haar liefde voor Frankrijk is oprecht’, vertelt hij over zijn idool.

Het zijn, zacht gezegd, geen citaten of ontboezemingen op leven en dood. Ze zouden de toets van het protocol van de Volkskrant niet doorstaan. Daarin staat dat anonimiteit alleen is geoorloofd als iemand over hoogstpersoonlijke ervaringen vertelt, gevaar loopt of grote hinder of schade kan ondervinden door een publicatie. Denk bijvoorbeeld aan Oekraïense deserteurs of een moeder die werd misleid door een massadonor. In dat soort gevallen is het verzoek om anonimiteit sowieso legitiem.

Deze week gaat het hier voornamelijk over goedweerweigeraars, mensen die hun volledige naam niet in een reportage willen, ook al staat er weinig op het spel. Overigens óók om begrijpelijke redenen, schreef ik vorige week al op deze plek: een uitspraak die je even snel tegen een verslaggever doet, blijft online lang aan je kleven. Vaak gaat het om passanten in een verhaal, mensen die een paar citaten geven ter illustratie van een maatschappelijke ontwikkeling of gebeurtenis. Soms zijn ze de hoofdpersoon, zoals sportvisser Arie, liefhebber van de weerhaak.

Er zijn grote verschillen tussen groepen. ‘Oudere mensen willen vaak nog wel met hun volledige naam geciteerd worden’, zegt de correspondent Zuid-Holland. Hij vermoedt dat die bereidwilligheid resulteert in een oververtegenwoordiging van 70-plussers in de krant. Ik heb nog niet kunnen nagaan of dat klopt.

‘Jongeren en mensen met een migratieachtergrond zijn terughoudender met het geven van hun naam, en jongeren met een migratieachtergrond al helemaal’, zegt een verslaggever die veel schrijft over jongerencultuur. Als het protocol strikt gehandhaafd zou worden, zou dat consequenties hebben voor de mensen die de krant wel en niet kan portretteren.

De Volkskrant heeft, net als de meeste redacties, al lange tijd regels voor anonimiteit. Toch constateerde mijn voorganger in 2015 dat er vaak gemakzuchtig mee werd omgesprongen, het protocol lag ‘digitaal te verstoffen’.

In die periode veranderde dat: de grootschalige fraude van Perdiep Ramesar was net ontdekt, de Trouw-verslaggever had jarenlang een enorme hoeveelheid niet-traceerbare bronnen opgevoerd, namen die in Nederland vaak niet eens voorkwamen. De affaire schudde niet alleen Trouw, maar de hele Nederlandse journalistiek wakker. Overigens had de Volkskrant een paar maanden later een plagiërende stagiair – het waren wilde journalistieke tijden.

Bij de Volkskrant werd het protocol aangescherpt en nadrukkelijker onder de aandacht gebracht. De toenmalige Ombudsvrouw – nu adjunct-hoofdredacteur – pleitte ervoor om complexe verhalen altijd door twee personen te laten maken, een richtlijn die nog steeds geldt. Over anonieme bronnen schreef zij: ‘Leg bij elke anonieme bron verantwoording af: waarom verdient hij bescherming, welk steunbewijs is er?’ Ook dat uitgangspunt staat nog altijd in het protocol.

Het zijn én blijven essentiële richtlijnen bij onderzoeksverhalen en andere complexe artikelen. Maar ze gaan niet op voor de lichtere reportages die ook belangrijk zijn: de Volkskrant wil in steeds digitalere tijden een uitgesproken menselijke krant zijn, waarin maatschappelijke gebeurtenissen vanuit het perspectief van echte mensen worden beschreven.

In de praktijk is al geaccepteerd dat mensen in dit soort verhalen soms alleen met hun voornaam worden geciteerd; in de regels bestaat die mogelijkheid niet. Dat leidt tot onduidelijkheid bij lezers en ongemak bij verslaggevers. Het zou goed zijn om het protocol hierop aan te passen, een noodzaak die de hoofdredactie inmiddels ook ziet.

Wat mij betreft dient die versoepeling wel gepaard te gaan met meer verantwoordelijkheid aan de achterkant van het proces, zoals nu ook al bij onderzoeksverhalen het geval is. Er wordt immers een groter beroep gedaan op uw vertrouwen als lezer.

Vorige week constateerde ik al dat verslaggevers zich inspannen om controleerbaar te zijn. Ze nemen hun interviewtjes op, laten mensen zelf hun volledige naam opschrijven in het notitieboekje, zorgen dat ze een telefoonnummer hebben of dat geïnterviewden op een foto staan.

Vervolgens gebeurt daar niets mee. Het is geen gewoonte om die informatie achteraf met de chefs of de hoofdredactie te delen – en die vragen er ook niet of nauwelijks om. Wel verzoeken zij in het schrijfproces vaak om meer informatie of details, zodat duidelijk is dat het om echte mensen gaat.

Bij gefingeerde namen staat soms de melding dat ‘de namen bij de redactie bekend zijn’. Onduidelijk is wat dat betekent. Is de volledige naam bekend bij de verslaggever, of ook bij leidinggevenden? Auteurs die ik ernaar vroeg, wisten het eigenlijk niet. Zij hadden de volledige naam van een geïnterviewde veelal niet gedeeld met hun meerdere. Ook bij recente beeldbepalende verhalen waarin veel gefingeerde namen voorkwamen, was de identiteit alleen bij de verslaggevers zelf bekend.

Voor de duidelijkheid: er is geen aanleiding om te twijfelen aan het bestaan van de geciteerde mensen. Toch laat de praktijk nu wel erg veel aan het toeval over. Vertrouwen is belangrijk in de journalistiek, maar interne controlemechanismen zijn er niet voor niets. Er is altijd een kans op misbruik. Dat de krant zo veel mogelijk doet om die kans te verkleinen, is een belangrijk signaal aan de lezer.

De oplossing is mijns inziens simpel: als verslaggevers geïnterviewden anoniem of alleen met hun voornaam citeren, sturen zij na het afronden van hun reportage een kort mailtje aan de chef over hun brongebruik. Een volledige naam is daarbij het absolute streven. Soms willen mensen die niet geven aan een verslaggever, uit wantrouwen of angst dat deze alsnog wordt gepubliceerd. In dat geval kan het bestaan van iemand worden onderbouwd met andere gegevens: een telefoonnummer, een foto of een opname van het interview.

De chef schuift al deze mails in een mapje. De informatie is daarmee makkelijk vindbaar, mocht dat nodig zijn. Sommige verslaggevers bewaren nu jarenlang hun opschrijfboekjes, dat hoeft dan eigenlijk niet meer. Voordeel van deze routine is bovendien dat het gesprek over brongebruik laagdrempelig gevoerd kan worden. Dat is nu niet het geval: vraagt een chef naar een bron, dan is er wellicht iets aan de hand. Terwijl het sowieso een goed gespreksonderwerp is.

De mitsen en maren van dit voorstel zullen intern besproken moeten worden. Laat mij vooral weten waar u als lezer behoefte aan heeft.

Ombudsvrouw Loes Reijmer behandelt vragen, klachten en opmerkingen over de journalistiek van de Volkskrant. U kunt haar per mail bereiken.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next