Home

Vrienden die elkaar constant over hun leven vertellen, in plaats van dat ze dat leven daadwerkelijk samen beleven

Tot zijn ongenoegen ziet journalist Sebas van Aert een aantal vrienden alleen nog tijdens bijpraatsessies met koffie. Valt daar iets aan te doen, of is dit gewoon het lot van sommige vriendschappen?

Aan de keukentafel in Praag steeg onze vriendschap tot nieuwe hoogten. Het was 2024, het laatste jaar van mijn master journalistiek. Drie studiegenoten hadden een ruim opgezet appartement weten te bemachtigen in het hart van de Tsjechische hoofdstad, uitkijkend op het pompeuze Nationaal Museum. Ik was er kind aan huis. Ik sliep twee blokken verderop in mijn eigen bed, maar was voor en na elk college aan hun keukentafel te vinden.

We spraken honderduit over de nijpende geopolitieke situatie en onderlinge cultuurverschillen, maar ook onderwerpen als onze persoonlijke ambities, gezinssituaties en liefdesperikelen kwamen voorbij. Ondertussen kon het voorkomen dat de een half verzonken was in een fotoproject, de ander druk bezig met het avondeten en een vriendin en ik nog even onze nieuw geleerde salsapasjes in het avondgloren oefenden. We hingen het gros van de tijd gewoon samen rond en spendeerden vele uren zonder concreet doel voor ogen.

Dat onze levens dat jaar compleet vervlochten raakten, was niet alleen omdat we het buitengewoon goed met elkaar konden vinden. We waren in deze vreemde stad volledig op elkaar aangewezen. Geen familieverplichtingen, geen partners of andere vrienden die tijd en ruimte opeisten. We vormden onze eigen kleine gemeenschap en deelden niet alleen onze levens, maar beleefden dat leven zij aan zij. Of zoals een van die vriendinnen het terugblikkend verwoordt: ‘We leefden naast elkaar, maar in elkaars gezelschap.’

Tot het onvermijdelijke moment. Diploma’s gehaald, studie voorbij. Allemaal keerden we terug naar ons thuisland om daar onze journalistieke carrières te vervolgen. Sindsdien wonen we verspreid over Europa en de rest van de wereld. Elkaar zien, laat staan dagelijks, is niet meer vanzelfsprekend.

We doen nog wel ons best om elkaar ieder half jaar op te zoeken. Hoewel het vaak heerlijke dagen zijn waarin we weer even kunnen proeven van dat doelloze samenzijn, hijgt het einde van de vakantie altijd in onze nek. In het vliegtuig of de trein terug komt vaak pas de bittere realisatie dat onze vriendschap de rest van ons leven zal bestaan uit videobelletjes, voicememo’s en dit soort trips waarin we elkaar updates geven over onze gescheiden levens.

Bijpraatvriendschap

De Britse auteur Michelle Elman zou zeggen dat onze vriendschap aanbeland is in wat zij catch-up culture noemt. Deze term muntte ze in haar boek Bad Friend (2025), dat gaat over het beëindigen van vriendschappen. Ze refereert ermee aan het repetitieve patroon binnen sommige vriendschappen waarin vrienden elkaar constant over hun leven vertellen, in plaats van dat ze dat leven daadwerkelijk samen beleven. Ze blijven teren op herinneringen uit een gedeeld verleden zonder hun band als het ware nieuwe zuurstof in te blazen.

Zo’n bijpraatvriendschap begint vaak na een periode waarin vrienden intensief en langdurig samen hebben opgetrokken – een situatie die door bepaalde levensgebeurtenissen verandert: een verhuizing, het einde van de studietijd, een nieuwe baan, een relatie, kinderen. De vriendschap moet opeens gaan concurreren met allerlei factoren die ook tijd en aandacht vragen. Als vriendschap het onderspit delft, komt de nadruk ineens op onderhoud te liggen, met het risico in zo’n oppervlakkige updatecyclus terecht te komen.

Valt daaraan te ontkomen? Of gaan de dingen nu eenmaal zo, is dit gewoon het lot van sommige vriendschappen?

Met bijpraten is op zich natuurlijk niets mis. Het is een teken dat we nieuwsgierig zijn naar de mensen om wie we geven, zegt ook Raounak Khaddari, journalist en schrijver van het boek Even goede vrienden, waarin ze op zoek gaat naar de betekenis van vriendschap. ‘Je ontkomt eigenlijk niet aan bijpraten op het moment dat vrienden een andere levensfase ingaan. Het is dan even zoeken naar tijd voor elkaar. Bijpraten kan juist een fijne manier zijn om, ondanks de veranderingen, met elkaar in verbinding te blijven.’

Problematisch wordt het pas, vindt Khaddari, als dat soort gesprekken herhaaldelijk blijven steken aan de oppervlakte en niet verder komen dan een uitwisseling van feiten en gebeurtenissen. ‘Als je relatie alleen nog maar bestaat uit even snel bijkletsen, is het dan nog wel een vriendschap? Of ben je dan gewoon aan het koffiedrinken?’

Wat zij in zulke situaties mist, zegt Khaddari, is ‘een verdiepende slag’ die van een goede kennis een vriend maakt. Volgens haar hebben echte vriendschappen vertraging nodig om te landen en je vertrouwd te voelen bij elkaar. ‘Pas dan ontstaat de ruimte om de grote, mooie en moeilijke dingen van het leven met elkaar te bespreken.’

Khaddari begint over wat Aristoteles een ‘ware vriendschap’ noemt, oftewel een relatie waarin twee mensen bevriend zijn omdat ze genieten van elkaars karakter. Dit onderscheidt de filosoof van vriendschappen die gebaseerd zijn op plezier – denk aan festivalvrienden of een vriend van de leesclub – en van zogenoemde functionele vriendschappen, zoals buren of collega’s met wie je bevriend raakt. Zodra het gedeelde plezier of het wederzijdse nut wegvalt, is de kans groot dat de vriendschap verdwijnt.

Dat een ware vriendschap nou eenmaal tijd kost, onderstreept ook Tom Grosfeld, die in het boek Agendahedonisme schreef over onze hedendaagse obsessie met tijdsoptimalisatie. ‘Tijd met elkaar doorbrengen kan ook gewoon zijn: lummelen en genieten van elkaars aanwezigheid zonder dat je heel veel doet.’

Dat trage en stroperige wat een vriendschap nodig heeft om diepgang te bereiken, lijkt op gespannen voet te staan met de vluchtige bijpraatcultuur. Het is een verklaring waarom bijpraatvriendschappen zo onbevredigend kunnen aanvoelen. Omdat we minder tijd vrijmaken voor elkaar, komen we minder snel toe aan elkaars zielenroerselen, soms met een gevoel van leegte of eenzaamheid tot gevolg.

Grosfeld beziet de bijpraatcultuur door een neoliberale lens en vindt het een ‘logisch uitvloeisel van de kapitalistische mentaliteit die bij velen van ons ook ons privédomein binnendringt’. Waarden als efficiëntie en optimalisatie horen bij die mentaliteit, legt Grosfeld uit, en een groeiende groep mensen kijkt volgens hem ook met die blik naar vriendschappen. Bij sociale afspraken stellen ze zich vragen als: wat levert mij dit op? Word ik hier beter van? En: hoe kan ik in mijn beperkte tijd het meest uit deze afspraak halen?

‘Vriendschap wordt op die manier berekenend en rationeel benaderd’, zegt Grosfeld, ‘waardoor het soms meer kan aanvoelen als administratie en onderhoud.’ Elkaar zien of bijpraten dreigt zo een taak op je afvinklijstje te worden, in plaats van een spontane, ongedwongen bezigheid.

Parallelle levens

Dat herken ik wel, inclusief hoe lekker het kan voelen om een taak te hebben volbracht. Tegelijkertijd vraag ik me dikwijls af wat zo’n kort samenzijn nou heeft betekend. Zelf woon ik de laatste jaren af en aan in het buitenland, waardoor ik eigenlijk continu twee parallelle levens leid. Wanneer ik dan weer tijdelijk voet aan de grond zet in Nederland, zijn er zo’n tien à vijftien vrienden die ik graag wil zien. Hoewel ik echt geniet van het weerzien, voelt het soms toch een beetje leeg. Ik check even in hoe het met hen gaat en zij doen dat bij mij, waarna we bij ons afscheid weer uitchecken en onze levens zich apart van elkaar voortzetten. In feite staat onze vriendschap stil en voelt zo’n samenzijn precies als het onderhoud waar Grosfeld het over heeft.

Omdat dit begon te wringen, deed ik laatst een poging dit patroon te doorbreken bij een vriendin die ik ken van mijn bachelorstudie. Waar we normaal gesproken bij haar thuis zouden afspreken, zij voor mij zou koken, we onze levens zouden doorspreken (‘En, ben je nog aan het daten?’) en herinneringen van onze studietijd zouden ophalen, stelde ik dit keer voor om samen iets te ondernemen. Ze reageerde enthousiast. We bezochten een museum en gingen daarna uit eten. Een verademing, omdat we, hoe klein ook, weer iets samen meemaakten en door de andere omgeving toch ook andere gesprekken hadden. Sindsdien gaan we standaard samen op pad als we elkaar zien, en ik merk dat het een impuls geeft aan onze vriendschap.

Overigens lijk ik met mijn mannelijke vrienden minder snel te verzanden in een bijpraatvriendschap. Als we elkaar zien, is dat vaak omgeven door een activiteit. Zoals samen sporten, naar een voetbalwedstrijd, een rave of een vriendenweekend gevuld met spelletjes en bier. Daaromheen wordt wel bijgepraat, maar zeker in groepsverband ligt de nadruk op samen lachen en gewoon... doen.

Sterke verbindingen

In dat soort situaties ben je niet aan het bijpraten met een afvinklijstje, maar hanteer je een gespreksstijl die psychologen ook wel ‘riffing’ noemen. De een zegt iets, bijvoorbeeld een observatie, en de ander bouwt daarop voort, met een eigen associatie, een anekdote die ’m te binnen schiet. De sterkste verbindingen ontstaan niet door het zoeken naar gedeelde grond, maar door riffing, blijkt uit onderzoek van de Amerikaanse gedragskundigen Maya Rossignac-Milon en Erica Boothby. Door te riffen, wissel je in een gesprek niet voorspelbare wetenswaardigheden over jezelf uit, schreven zij in 2025 in The New York Times, maar ‘bouw je een gedeelde wereld’, niet veel anders dan kinderen die samen in een fantasiewereld spelen.

Ergens herkent Grosfeld het onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke vriendschappen wel, maar hij denkt niet dat vrouwen per definitie meer van de bijpraatcultuur zijn. ‘Het productiviteitsdenken dat we toepassen op vriendschappen is maatschappijbreed en wordt versterkt door technologie waarmee we allemaal te maken hebben’, zegt Grosfeld, die vooral doelt op sociale media. ‘Sociale media zijn ooit begonnen met het idee om vriendschappen te creëren en te versterken, maar hebben eigenlijk van meet af aan het catch-uppen gestimuleerd. Ze nodigen niet uit om naar een vriend toe te gaan, maar die vriend digitaal te ontmoeten. Het is eigenlijk efficiënter om elkaar even te appen dan een lange avond met iemand te gaan wandelen.’

Maar je tijd zo efficiënt mogelijk verdelen om zo al je vrienden (kort) te kunnen spreken en zien, werkt mogelijk juist averechts, omdat je hiermee eventuele ruimte voor verdieping dichttimmert. Misschien is het zinvoller om eens voor jezelf na te gaan in wie je aandacht en moeite wilt blijven steken, adviseert Khaddari. ‘Het is onmogelijk om alle leuke mensen die je tegenkomt op een waardevolle manier in je leven te houden’, vertelt ze. ‘Als je dat toch gaat proberen, is de kans groot dat je terechtkomt in bijpraatvriendschappen.’ Want, zegt ze, hoe groter je cirkel, hoe minder tijd je voor elke vriend hebt, hoe groter de kans is dat je in updaten vervalt. ‘Dus denk na over wie je zin hebt om te zien, van wie je energie krijgt en bij wie dat wederkerig is, en focus je op hen.’

Haar advies zet me aan het denken. Ik leef op van sociale contacten, en ben al snel enthousiast als ik iemand ontmoet in wie ik iets aanstekelijks zie. Misschien dat ik daarom relatief veel vriendschappen onderhoud, meer dan ik eigenlijk aankan. Een paar van mijn dierbaarste vriendschappen heb ik de afgelopen jaren wat laten versloffen, ten faveure van een paar nieuwe types.

Voor de eeuwigheid?

Daar kan ik wat aan doen, al zie ik in dat niet iedere band voor de eeuwigheid behouden kan blijven, niet op precies dezelfde manier. Het helpt vast ook om te erkennen dat tijd in de ene levensfase schaarser is dan in de andere. En: dat ‘weinig tijd’ eerlijk gezegd soms een kwestie is van ‘liever iets anders willen doen’ – iets anders, met iemand anders.

‘Het is niet erg om een paar catch-up-vriendschappen te hebben, zolang je daarnaast maar andere vrienden hebt bij wie je daaraan ontkomt’, zegt Grosfeld. ‘Dat kan bijvoorbeeld door meteen iets met elkaar te gaan ondernemen. Je hoeft niet eerst alles te hebben doorgesproken om samen wat te doen. Soms is het oké om dat over te slaan.’

Dit is een artikel uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next