Marit Kamps (25) viel 25 kilo af en verruilde de zwaargewichten voor de klasse tot 78 kilo. Op de WK in Bakoe stapt de nieuwe versie van de judoka voor het oog van de wereld de tatami op.
Als judoka Marit Kamps (25) voorheen een kledingwinkel in liep, was het aanbod waaruit ze kon kiezen beperkt. Een leuke spijkerbroek uitzoeken bleek een hele opgave voor het zwaargewicht van 103 kilo. Vaak kreeg ze de broek niet over haar bovenbenen. In plaats daarvan was ze aangewezen op een rekbare variant.
Zo beperkt als ze toen was in haar keuzes, zo vrij voelt Kamps zich tegenwoordig als ze gaat winkelen. Uit de rekken pakt ze gewoon de kledingstukken die ze mooi vindt. ‘Eén nadeel: het is niet goed voor mijn portemonnee.’
Kamps heeft een drastische transformatie ondergaan. De judoka, die bij de zwaargewichten (boven 78 kilo) jarenlang tegen de wereldtop aanschurkte, viel in minder dan een half jaar 25 kilo af en maakte de overstap naar een lichtere klasse (tot 78 kilo). Een ongebruikelijke stap in het judo.
Kamps won in 2021 de gouden medaille op de WK voor junioren bij de zwaargewichten. Als senior haalde ze in dezelfde gewichtsklasse, waarin ze het soms opnam tegen judoka’s van 140 kilo, de achtste finales op de Olympische Spelen van 2024. En op de WK eindigde ze vorig jaar als vijfde, voordat ze besloot het ongewisse avontuur aan te gaan.
Hoewel Kamps pas drie toernooien in haar nieuwe gewichtsklasse heeft gejudood, werd ze door de judobond opgenomen in de selectie voor de WK, die van 4 tot en met 11 oktober plaatsvinden in Bakoe, de hoofdstad van Azerbeidzjan. Vrijdag stapt de nieuwe versie van de judoka uit Assen voor het oog van de wereld de tatami op.
‘Mijn doel is altijd hetzelfde: ik doe mee om te winnen. Maar of dat al realistisch is, weet ik niet’, zegt Kamps op het nationale sportcentrum Papendal, in de bossen bij Arnhem, waar ze dagelijks traint. ‘Het voelt alsof ik opnieuw heb moeten leren judoën. De techniek, timing en tactiek: alles is anders.’
Dat Kamps ooit in de gewichtsklasse tot 78 kilo zou uitkomen, had ze tot een jaar geleden niet voor mogelijk gehouden. Het ontstond min of meer per toeval. Na de WK van vorig jaar hoorde ze dat er hoogstwaarschijnlijk hardloopsessies aan het trainingsprogramma zouden worden toegevoegd. Shit, dacht ze, dat kan ik niet.
Om niet helemaal onbeslagen ten ijs te komen, schafte ze een paar hardloopschoenen aan en ging zelf alvast aan de slag. Gedoseerd, dat wel: twee minuten rennen, twee minuten wandelen. En dat een paar keer achter elkaar. Haar lichaam moest wennen aan die belasting. ‘Zeker mijn knieën en rug.’
Hoewel ze het aanvankelijk best een confronterende ervaring vond, kreeg ze steeds meer plezier in het hardlopen. En zonder dat ze er erg in had, verloor ze snel aan gewicht. Ze kon het amper geloven toen ze exact een jaar geleden op de weegschaal stond en zag dat ze nog maar 92 kilo woog. ‘Dat was de eerste keer dat de gewichtsklasse tot 78 kilo door mijn hoofd schoot.’
Als ze al zo veel was afgevallen zonder er doelbewust mee bezig te zijn, redeneerde Kamps, wat was er dan mogelijk als ze gericht zou gaan trainen? En belangrijker nog: ze zat beter in haar vel en voelde zich gelukkiger. Ze wilde niet weer zwaarder worden – iets wat bij de zwaargewichten nodig was om niet als een veertje omvergeblazen te worden.
‘Het was voor mij altijd een drempel om meer dan 100 kilo te wegen, maar ik had het ervoor over, omdat ik olympisch kampioen wilde worden’, zegt Kamps. ‘Ik heb me buiten de tatami nooit ongelukkig gevoeld of de drang gehad om af te vallen. Pas toen ik ging hardlopen en kilo’s verloor, begon ik te twijfelen. Ik vond mijn lichaam mooier, kon me makkelijker bewegen en voelde me beter.’
In haar hoofd maalde het: wat moest ze doen? Ze deelde haar twijfels met haar familie, vrienden en oud-coach, voordat ze haar dilemma begin dit jaar voorlegde aan bondscoach Mark van der Ham, al wist ze niet hoe hij zou reageren. Kamps, opgelucht: ‘Mark zei dat ik als mens een keuze moest maken en dat het judo even ondergeschikt was.’
Kamps begon als kind met judo, zonder zich druk te maken om haar gewicht. Ze was actief in de klasse die bij haar paste en dacht er nooit aan om 1 of 2 kilo af te vallen, zodat ze in een lichtere categorie kon uitkomen. Op haar 15de woog ze al meer dan 63 kilo. Genetisch bepaald, denkt ze. Ze behoort naar eigen zeggen nu eenmaal tot de ‘zware mensen’.
Haar gewicht ging pas een rol spelen toen ze op een bepaald moment 85 kilo woog en ze een keuze moest maken: om bij de zwaargewichten met de besten mee te kunnen, moest ze meer massa creëren. Ze ging bewust meer eten en meer krachttraining doen. ‘Ik at gewoon gezond, maar zorgde ervoor dat ik op een dag meer calorieën binnenkreeg dan ik verbrandde.’
Om af te vallen deed ze in de eerste maanden van dit jaar het tegenovergestelde. Met haar diëtist maakte ze een voedingsschema, waarbij ze minder calorieën tot zich nam dan ze verbruikte. ‘Ik zorgde dat ik genoeg energie had voor mijn trainingen en dat ik na afloop voldoende eiwitten nam om te herstellen. Verder was ik superstreng voor mezelf: ik ben in die maanden niet uit eten gegaan of ergens gaan lunchen.’
Tot haar eigen verbazing krijgt ze geregeld de vraag hoe ze het voor elkaar heeft gekregen om zo veel af te vallen. ‘Alsof ik een truc heb uitgehaald’, zegt ze. ‘Maar dat is niet zo. Ik ben gewoon heel gedisciplineerd. Ik weet van mezelf: als ik ergens voor ga, dan ga ik er ook voor honderd procent voor en doe ik geen concessies.’
Naast de zes judotrainingen en drie krachttrainingen per week trekt Kamps nog altijd twee keer per week haar hardloopschoenen aan. In mei volbracht ze zelfs haar eerste halve marathon, in 1 uur en 51 minuten. Haar eerste toernooi in de nieuwe gewichtsklasse had de judoka een paar weken eerder gehad.
Hoewel Kamps meteen de bronzen medaille won op het grandslamtoernooi van Doesjanbe, in Tadzjikistan, valt de overstap haar niet mee. ‘Ik ben als het ware een nieuwe carrière begonnen. Ik hou van uitdagingen en ik maak stappen, maar ben nog lang niet waar ik wil zijn.’
Bij de zwaargewichten nam Kamps het op tegen kolossen van vrouwen, die vaak zwaarder waren dan zij en waarbij tactiek en het vastpakken van de tegenstander – in judojargon: het pakkingsgevecht – een grote rol speelden. ‘Je was aan het opbouwen, opbouwen, opbouwen en dan was één actie vaak beslissend.’
Hoe anders is dat in de klasse tot 78 kilo, waarin ze judoka’s van hetzelfde gewicht treft. Het gevecht is dynamischer, er worden meer aanvallen uitgevoerd en het tempo ligt hoger. ‘Een zwaargewicht beweegt veel trager. Als die naar voren stapte, had ik veel meer tijd om mijn been in te haken. Als ik dat nu op hetzelfde tempo doe, ben ik veel te laat.’
Anderzijds merkte ze tijdens haar eerste toernooien dat ze over meer kracht beschikt dan sommige tegenstanders. ‘Het is een ontdekkingstocht, ik ben mezelf op de tatami opnieuw aan het uitvinden’, zegt ze. ‘Ik heb het naar mijn zin, omdat ik voor mijn gevoel nu veel meer met judo bezig ben dan met het tactische spel.’
Bij de zwaargewichten behoorde Kamps de laatste jaren steevast tot de beste tien judoka’s van de wereld. Bij de WK in Bakoe begint ze komende week in haar nieuwe gewichtsklasse als mondiale nummer 41. ‘Zo’n hoog getal heb ik al jaren niet meer achter mijn naam gehad.’
Als judoka heeft ze het zichzelf niet makkelijk gemaakt, maar als mens weet ze dat ze de juiste beslissing heeft genomen, ongeacht hoe ver ze in haar nieuwe gewichtsklasse zal reiken. ‘Ik ben ervan overtuigd dat ik hoge ogen kan gooien. Maar ook als het tegenvalt, zal ik achter mijn keuze blijven staan, omdat ik een gelukkiger mens ben.’
Dat komt mede doordat ze nu zonder beperkingen kan winkelen, een van haar grote hobby’s. Met een geheel nieuwe garderobe als gevolg. ‘Ik heb bijna al mijn oude kleding weggegooid, op een paar lievelingsshirts na – die zijn nu oversized. Voordat ik die aantrok, heb ik wel aan mijn vriendinnen geappt: hé meiden, is het cool als ik deze baggy draag?’
De Nederlandse WK-ploeg bestaat uit elf judoka’s, maar het aandeel van de mannen is opvallend laag: de komende week stappen er in Bakoe slechts drie de tatami op. Simeon Catharina en Michael Korrel komen uit in de klasse tot 100 kilo, Jur Spijkers doet mee bij de zwaargewichten (boven 100 kilo).
Sinds 1991 (het jaar dat de data beschikbaar werden) deden niet eerder zo weinig Nederlandse mannelijke judoka’s mee aan de WK, zocht judokenner en data-expert Hans van Essen uit, na vragen van de Volkskrant. Catharina (28), Korrel (32) en Spijkers (29) draaien al jarenlang mee in de top van het judo. Nieuwe aanwas ontbreekt.
Dat is volgens bondscoach Mark van der Ham het gevolg van het gevoerde beleid sinds de centralisatie in 2016. De beste judoka’s moesten verplicht op Papendal komen trainen om voor meer Nederlands succes te zorgen, terwijl de clubs in het land werden uitgehold.
‘De hele clubstructuur heeft jarenlang op z’n gat gelegen, waardoor er veel minder talent is doorgestroomd’, zegt Van der Ham. ‘Is dat zorgelijk? Ja. Maar door dat te zeggen lossen we niets op. We moeten vooral kijken hoe we het anders kunnen doen.’
Aan die verandering werkt Van der Ham samen met directeur topsport Guillaume Elmont, die net als Van der Ham vorig jaar werd aangesteld door de judobond. Een van hun eerste stappen was het herstellen van de banden met de clubs. ‘Als we de basis breder maken, krijgen we meer aanwas, waardoor het judoniveau in Nederland uiteindelijk omhoog gaat’, zei Elmont eerder dit jaar.
Judoka’s en coaches van de clubs sluiten nu wekelijks aan bij de nationale trainingen op Papendal. Andersom gaan de judoka’s van de nationale selectie een keer per week in de regio trainen. ‘We hebben weer meer binding met de clubs in het land’, zegt Van der Ham. ‘Maar dat wil niet zeggen dat we binnen een half jaar twintig mannen hebben klaarstaan. Het heeft vijf tot tien jaar nodig om een nieuwe generatie te laten opgroeien.’
Om mee te kunnen naar de WK moeten de judoka’s voldoen aan de door de bond opgestelde selectiecriteria: zo moet een judoka in de afgelopen twaalf maanden minimaal een medaille hebben gehaald op een grand prix of grand slam (internationale toernooien die deel uitmaken van de World Judo Tour).
Van der Ham: ‘Vanuit de topsportgedachte willen we niet zomaar iedereen laten deelnemen. Sporters moeten zich bewijzen en kwalificeren. Dat zorgt er mede voor dat ze de drang ontwikkelen om de beste te zijn. Een EK of WK is nou eenmaal niet voor iedereen weggelegd.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant