Home

Vijftien jaar na de affaire-Stapel is er weer een sjoemelwetenschapper gepakt: ‘Ik ben niet eerder zo’n grote casus tegengekomen’

Een voormalige hoofddocent van de Radboud Universiteit lapte jarenlang wetenschappelijke regels aan zijn laars. Dat bleef lang onopgemerkt. Aan de hand van zijn zaak blijkt waarom gesjoemel in de wetenschap zo hardnekkig is, en wat daaraan te doen is.

schrijft voor de Volkskrant over wetenschappelijke integriteit.

‘Bokito-manager’ blijkt verliespost voor werkgever: personeel haakt mentaal af.

Zo omschreef het AD maart vorig jaar de resultaten van nieuw Nijmeegs onderzoek naar loyaliteit op het werk. De studie was net verschenen in vakblad Journal of Business Research en een fraaie toevoeging aan het cv van onderzoeksleider Yannick Griep. Als dertiger timmerde de hoofddocent arbeids- en organisatiepsychologie bij de Radboud Universiteit goed aan de weg: hij had bijna honderd wetenschappelijke publicaties op zijn naam, werkte eerder al in België, Canada en Zuid-Afrika, en was hoofdredacteur van het gerespecteerde vakblad Group & Organization Management (GOM).

Anderhalf jaar later is dit succesverhaal verworden tot een tragedie. De geboren Vlaming werd ontslagen, is weg als hoofdredacteur van GOM, en door de bokitostudie plus nog acht andere publicaties ging een streep. Een promotie in Nijmegen werd begin dit jaar op het laatste moment uitgesteld omdat de promovenda – Grieps partner – datasets van de hoofddocent gebruikte. De gebeurtenissen leidden tot drie integriteitsonderzoeken, waarvan er twee nog lopen.

Alles bij elkaar gaat het om een van de grootste wetenschappelijke integriteitszaken die Nederland de afgelopen jaren kende. ‘In mijn jaren als bestuurder ben ik niet eerder zo’n grote casus tegengekomen’, zegt bijvoorbeeld Evelyn Kroesbergen, decaan van de Nijmeegse faculteit waar Griep eind 2019 in dienst kwam en werd weggestuurd.

Achteraf blijken de eerste twijfels al snel na Grieps promotie in 2016 te zijn ontstaan. Desondanks kon hij jarenlang onopgemerkt door de mazen in de wetenschappelijke controlenetten zwemmen en van universiteit naar universiteit hoppen. Hoe kan dit, vijftien jaar na de geruchtmakende affaire-Diederik Stapel, de Tilburgse psychologiehoogleraar die met tientallen studies fraudeerde?

Een belangrijke reden: de nog altijd gebrekkige transparantie in de academische wereld. Terwijl die volgens integriteitsexperts juist hard nodig is. Maar voor universiteiten is bijvoorbeeld openbaarmaking van iemands naam een dilemma; diegene raakt immers voor altijd besmet. Vijf redenen waarom gesjoemel in de wetenschap zo hardnekkig is, plús mogelijke oplossingen.

1.
Solistisch werk

Griep deed vooral online vragenlijstonderzoek, veelal in zijn eentje. Ook de data-analyses deed hij voornamelijk alleen. Dat maakt het relatief makkelijk om data te vervalsen. Collega’s en promovendi met wie hij samenwerkte, kregen vaak alleen de uitgewerkte resultaten en wisten van niks, volgens de toelichting bij een van de ingetrokken artikelen.

De zaak kwam aan het rollen nadat de Radboud Universiteit de psycholoog eind 2024 op staande voet had ontslagen vanwege fraude met onkostendeclaraties. Collega’s bekeken daarop de onderzoeksgegevens van de bokitostudie, die in een openbare database stonden, en schrokken zich rot. Antwoorden van 233 van de 274 deelnemers bleken meerdere keren voor te komen in de resultatentabel. En in drie kolommen waren de getallen hetzelfde als in de drie kolommen daarvóór, maar dan door elkaar gehusseld. In een afdelingsmap vonden ze data van een stageproject (over een ander onderwerp) die de basis leken voor de gemanipuleerde resultatentabel.

Dat kon geen toeval of onbedoelde fout zijn, zagen de collega’s al snel, en trokken aan de bel bij de Nijmeegse wetenschappelijke integriteitscommissie. Die verklaarde begin dit jaar de klacht gegrond, waarna het Journal of Business Research de publicatie introk. Volgens Griep ging het alleen om onbedoelde menselijke en technische fouten, zo valt te lezen in het commissierapport, en was de klacht tegen hem ‘wraakzuchtig en bestraffend’.

Kunnen universiteiten dit soort ontsporingen voorkomen? Het helpt als ze hun kwaliteitszorg op orde hebben, zegt emeritus hoogleraar integriteit Lex Bouter (Vrije Universiteit Amsterdam). Bijvoorbeeld door te verplichten dat meerdere mensen meekijken bij de data-analyse. ‘Op mijn eigen afdeling werd elk project op enig moment gevisiteerd. Dan moest de onderzoeker laten zien hoe ze, bijvoorbeeld, tabel 3 had gemaakt. Niet uit wantrouwen, maar om fouten te voorkomen en daarvan te leren.’

‘We hebben interne regels over het archiveren van onderzoeksgegevens’, reageert decaan Kroesbergen. ‘Hij is meermaals erop gewezen dat niet al zijn data op de juiste plek stonden.’ Tegelijkertijd was dit volgens haar ook niet enorm verdacht, omdat er net een interne migratie van computersystemen was. Ook vanwege het thuiswerken tijdens corona kon de psycholoog onder de radar werken, vermoedt ze. ‘Door deze casus zijn we nog alerter of mensen zich aan de archiveringsregels houden.’

‘En uiteindelijk heeft het systeem gewerkt, hè’, benadrukt ze. ‘Collega’s ontdekten de fouten omdát de data ergens online stonden.’ Dat laatste vloeit mede voort uit de affaire-Stapel, zegt Bouter. ‘Steeds meer tijdschriften en subsidieverstrekkers verlangen dat onderzoekers ruwe onderzoeksgegevens beschikbaar stellen.’ Dat maakt resultaten beter controleerbaar.

De integriteitscommissie van de Radboud Universiteit bekijkt nu ook andere artikelen uit Grieps Nijmeegse periode. Hetzelfde geldt voor het net voltooide proefschrift van Grieps partner, een collega. Zij werd niet formeel door hem begeleid, maar gebruikte wel deels zijn data. ‘Hun liefdesverhouding was bekend’, zegt Kroesbergen, ‘maar dat ze samenwerkten binnen haar promotieonderzoek was niet de afspraak.’ Zowel de promovenda als Griep reageerde niet op meerdere verzoeken van de Volkskrant om een reactie.

2.
Stilzwijgen

Nijmegen was niet de eerste stad waar Griep in de problemen kwam. Op eerdere werkplekken, in Brussel en Calgary, bleken ook al zorgen over zijn wetenschappelijke betrouwbaarheid. Die bleven lang stil; onder andere dankzij vaststellingsovereenkomsten kon hij steeds op een nieuwe universiteit aan de slag. Uiteindelijk waren het journalisten bij het Nijmeegse universiteitsblad Vox die de problemen blootlegden (onder wie ondergetekende die ook voor de Volkskrant schrijft).

Die problemen begonnen na Grieps promotieonderzoek op de Vrije Universiteit Brussel, dat hij deed onder begeleiding van hoogleraar Tim Vantilborgh. Tijdens gezamenlijke vervolgprojecten kreeg de hoogleraar steeds meer twijfels over Grieps betrouwbaarheid. Geen keiharde fraudebewijzen, maar voldoende om het vertrouwen in Griep, en daarmee de samenwerking, formeel op te zeggen.

Vantilborgh: ‘Toen een van zijn analyses implausibele resultaten opleverde, deelde hij de bijbehorende data bijvoorbeeld niet. Hij kwam steeds met een andere smoes, zoals een computercrash.’ Veel consequenties had de vertrouwensbreuk niet. De Belgen communiceerden hun zorgen met anderen als die daarnaar vroegen en Griep ging bij zijn nieuwe werkgever, de Universiteit van Calgary, weer nieuwe samenwerkingen aan.

Ook in Calgary zetten wetenschappers vraagtekens bij Grieps werk. ‘Het is tijd dat mensen dit te weten komen’, laat een Canadese oud-collega van Griep weten, op voorwaarde van anonimiteit. Griep vertrok in Calgary namelijk met een vaststellingsovereenkomst (vso, een vertrekregeling), inclusief geheimhoudingsclausule, bevestigen drie bronnen. De Universiteit van Calgary wil hierover desgevraagd geen uitspraken doen.

Op de Radboud Universiteit, waar hij vervolgens aan de slag ging, wist men echter van niks, zegt Kroesbergen. ‘Er zijn referenten geraadpleegd, dat leverde niets verdachts op.’ Misschien zeiden zij wel niets vanwege die geheimhoudingsclausule, suggereert ze. ‘Daarom ben ik zelf ook fel tegen zulke afspraken; ik wil gewoon kunnen zeggen wat er speelt.’

En ook in Nijmegen vertrok Griep weer met een vso, nadat hij bij de rechter zijn ontslag had aangevochten. Die bevatte weliswaar geen geheimhoudingsclausule, maar de ontslagreden werd niet actief gecommuniceerd. Kroesbergen: ‘Dat vonden we op dat moment niet nodig, maar we hebben vragen hierover later wel open beantwoord.’

Ook stond in de vso dat de universiteit en hij niets meer van elkaar mochten eisen. Griep greep dit aan om onder het Nijmeegse integriteitsonderzoek uit te komen, zo blijkt uit het commissierapport. Het onderzoek zou in strijd zijn met de afspraken, stelde hij. De integriteitscommissie ging hier niet in mee, waarna de zaak naar buiten kwam toen Vox-journalisten het commissierapport oppikten.

‘Universiteiten kunnen zwijgafspraken ondervangen door bij een aannamegesprek te vragen of er nog zaken spelen’, reageert epidemiologiehoogleraar en integriteitsexpert Frits Rosendaal (Leiden Universitair Medisch Centrum). ‘Dan kun je mensen makkelijker ontslaan als later blijkt dat ze logen.’ Daarnaast wordt soms informeel gepolst bij eerdere werkgevers, al is die werkwijze niet waterdicht.

Een sollicitant hiernaar vragen is in Nijmegen ook gebruikelijk, benadrukt Kroesbergen, maar of dat in dit geval ook is gebeurd, kan ze zeven jaar na dato niet meer achterhalen.

3.
Anonieme procedures

‘Klagers en beklaagde zijn of waren allen werkzaam binnen de sectie [afdeling] van de Radboud Universiteit.’ Het Nijmeegse integriteitsrapport staat vol met zulke geanonimiseerde passages. Die zijn gebruikelijk in Nederland, maar tegelijkertijd een van de zwakten van het huidige systeem, zegt jurist Judith Zweistra. Zij promoveert volgende maand op het onderwerp aan de Rijksuniversiteit Groningen.

‘De achterliggende gedachte is om beschuldigden te beschermen tijdens de procedure. Maar staat eenmaal vast dat iemand de wetenschappelijke integriteit heeft geschonden, dan wil je juist dat dit bekend wordt, inclusief zijn of haar naam.’ Dat is in het belang van de wetenschap, en daarmee ook van de maatschappij, zegt ze. ‘Je laat zo ook zien dat je zelfregulering serieus neemt. In Nijmegen was nu journalistiek speurwerk nodig.’ In ernstige gevallen, beaamt integriteitshoogleraar Bouter, ‘lijkt me anonimiteit inderdaad ongewenst.’

Wat daarbij niet helpt, zegt Zweistra, is dat universiteitsbesturen het laatste woord hebben bij integriteitsonderzoeken. Vanwege de instituutsbelangen zijn zij niet onafhankelijk. Zo krijgen beklaagden die een hogere academische positie hebben (zoals hoogleraar) vaak een mildere sanctie dan promovendi, constateerde Zweistra in een van haar publicaties. ‘Dat maakt het hoogdrempeliger om te klagen.’ En in Nijmegen schreef de integriteitscommissie dat het college van bestuur Grieps naam kon noemen vanwege de ernst van de zaak. Dat deed het universiteitsbestuur vervolgens niet, omdat het op dat moment nog slechts om één klacht ging.

Bovendien zijn klagers en beklaagden soms collega’s. Zij komen in een integriteitsprocedure vervolgens tegenover elkaar te staan. ‘Misschien worden een hoop problemen daarom niet aangekaart.’

Voor al die zwakheden zijn prima oplossingen te bedenken, zegt Zweistra. ‘Installeer bijvoorbeeld regionale integriteitscommissies die onafhankelijk zijn van de instellingen waarover ze oordelen en wier adviezen bindend zijn. En maak als universiteit duidelijker welke sancties aan overtredingen hangen, zoals het afnemen van de doctorstitel. Daarmee weet je zeker dat iemand niet verder kan in de wetenschap.’

4.
Publiceren in je eigen tijdschrift

Als hoofdredacteur overtrad Griep veelvuldig wezenlijke publicatieregels. Als hij zelf een artikel wilde plaatsen in vakblad GOM, zette hij meermaals de onafhankelijke, externe beoordeling hiervan in scène, volgens betrokkenen. Deze peerreview is een van de pijlers van wetenschappelijke kwaliteitscontrole. Het bedrog was reden voor Sage, de uitgever van GOM, om deze zomer acht van Grieps artikelen terug te trekken. Inmiddels zijn er twee nieuwe hoofdredacteuren.

Medeauteurs van sommige stukken kwamen erachter dat Griep veinsde dat een collega-redacteur de publicatieprocedure afhandelde, zoals gebruikelijk is. Zo’n redacteur schakelt vervolgens externe experts in om een artikel te beoordelen. Griep daarentegen deed de afhandeling soms zelf, ontdekte onder anderen Billy Obenauer, een van de nieuwe hoofdredacteuren. Een andere onderzoeker beschreef op LinkedIn hoe ook de externe beoordelaars niet altijd echt waren. Deze ‘nepbeoordelaars [gaven] valse (maar heel complimenteuze) reviews’.

Het is een aardige tour de force om zulke misleiding voor elkaar te krijgen, zegt epidemioloog Rosendaal, zelf hoofdredacteur van onder meer vakblad Research Integrity and Peer Review. ‘Je moet dan wel veel veiligheidskleppen omzeilen.’

Een voor de hand liggende manier om dit te voorkomen is om wetenschappers te verbieden in hun eigen blad te publiceren. ‘Maar dat is niet altijd wenselijk’, zegt Rosendaal. ‘Soms worden bladen bijvoorbeeld uitgegeven door vakverenigingen. Wanneer je daarin als lid niets meer kunt publiceren, is het alsof je je eigen vereniging boycot.’ Bij sommige van zulke tijdschriften, zoals het prominente Proceedings of the National Academy of Sciences, mogen leden daarom maar een jaarlijks maximum aantal artikelen indienen. ‘Maar je moet als hoofdredacteur dan niet je eigen artikelen beoordelen.’

5.
Geldingsdrang

Wetenschappers zijn net mensen. ‘We houden nu eenmaal van mooie verhalen’, zegt integriteitshoogleraar Bouter. Combineer dit met de competitieve cultuur in veel wetenschapsgebieden en dan is het niet gek dat sommige onderzoekers voor de verleiding vallen om onderzoeksresultaten te verdraaien. Hoe productiever, hoe groter de kans op onderzoekssubsidies en carrièrestappen – al komen er langzaam initiatieven om wetenschappers ook op andere zaken te beoordelen.

Desalniettemin is het overgrote deel van de wetenschappers te goeder trouw, benadrukt Bouter. 4 tot 8 procent van de wetenschappers zegt soms te frauderen, volgens zijn eigen onderzoek. Geen verwaarloosbaar percentage, maar wel een duidelijke minderheid. Rosendaal: ‘In topsport is de druk nog veel hoger, en zelfs daar is het dopinggebruik beperkt.’ De Nijmeegse decaan Kroesbergen voegt toe: ‘Wie de boel wil flessen, zal daar altijd een manier voor vinden.’

Griep werkt momenteel buiten de academische wereld, als senior adviseur bij een zorgbureau. Op zijn profielpagina staat: ‘Strategie zonder data is gokken, data zonder strategie is zinloos.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next