Tijdens Dutch Design Week kun je je eigen spijsvertering zien in een kunstwerk van Joep van Lieshout (63). Wat hij leerde in het leven: het enige dat van jezelf is, is je lichaam, en als je iemand vroeg verliest is het moeilijk lange relaties aan te gaan.
Een van mijn eerste werken op de academie was een operatietafel. Een soort slachtbank was het. Grote houten blokken, smeedijzeren banden eromheen. De bovenkant was uitgesleten door het vele opereren, hakken en doen. En er zaten gaten in om bloed, gal, speeksel te laten wegvloeien, dat werd opgevangen in een metalen buik. Vervolgens stroomde de vloeistof naar een emmertje. Twee olielampjes erbij die brandden op menselijke reuzel. Ik ben een antropofiel, de mens vind ik het interessantste wat er bestaat. Je lichaam is het enige dat echt van jezelf is. Het is zo geavanceerd, we weten nog steeds niet precies hoe het werkt. Heeft een god ons ontworpen, bestaat intelligent design of zijn we bij toeval ontstaan? Mijn werk is een zoektocht naar wat leven is en wat dood betekent. Ziekte en medisch ingrijpen, voortplanting en verval, mijn perversie of, laten we zeggen, ongezonde obsessie met lichaamssappen, zijn constanten in mijn werk. Voor de Dutch Design Week heb ik grote beelden van organen gemaakt, een mensenslachterij, de ‘Spreekkamer van de toekomst’ en de ‘Colonic Cleansing Clinic’. De werken zijn onderdeel van mijn Sanitas Futurum-project. Hoe ziet zorg eruit in de toekomst? Gaan we voor (genetische) perfectie? Is eeuwig leven haalbaar? Komt er met betere mensen ook een betere wereld?
De Colonic Cleansing Clinic is een soort B&B voor je darmen. Voor mensen die zich kapot vervelen, of die Thailand nou wel gezien hebben. Via de anus en de endeldarm kom je in een ruimte met een bed en een tafel. Je kunt er pissen, poepen en eten, maar ook een klysma of een endoscopie nemen. Gezondheidszorg als entertainment, lifestyle, tijdverdrijf. In de Colon Cleansing Chair krijg je om de zoveel tijd vijftig milliliter voedsel gevoerd en zie je op een tv-scherm wat er binnen in je gebeurt. De mens is een membraan tussen eten en stront. Wat erin gaat, moet er ook weer uit.
Als ik af en toe in de winkelwagen kijk van mensen… daar krijg je de rillingen van. Al dat prefab voedsel. Je lichaam, je gezondheid, wat je eet is essentieel voor wie je bent. Ik hou van puur, echt eten. Iedereen zou zelf moeten koken. Nee, onzin, iedereen moet dat lekker zelf weten, ik vind dat belangrijk. Bij het koken laat ik me leiden door geur, kleur en toeval. Ik kook ook omdat ik er een teringhekel aan heb om naar restaurants te gaan. Wachten, kiezen, afwachten wat ze maken, geen controle hebben over hoe het smaakt en dan ook nog een belachelijk bedrag afrekenen. Ik heb daar het geduld niet voor, ook niet als anderen voor me koken trouwens.
We hadden honderd jaar geleden al moeten beginnen met het creëren van supermensen. Als je naar de natuur kijkt, die is keihard. Het is survival of the fittest. Ik heb een beeld gemaakt, Darwin heet het. Een grote spermacel met een slaapkamer erin en een barretje. Onder die cel liggen lijken. Ontwrichte, verkrampte mannetjes, de miljoenen zaadcellen die het niet gered hebben. Wat op biologisch niveau gebeurt, zie je ook intermenselijk. Wie niet goed uit het ei komt, heeft minder kans zich voort te planten. Dezelfde overlevingsstrijd zie je tussen bedrijven, landen, naties. Als je zegt dat de zwakste geen bestaansrecht heeft, zit je zo bij het fascisme, en ik ben, voor de duidelijkheid, geen fascist natuurlijk. Maar ik ben gefascineerd door leven en overleven en ik flirt met de vraag of het onze morele plicht is als mensheid om te streven naar de beste versie van onszelf. Technologie, het klimaat, AI, het verandert sneller dan wij kunnen bijbenen. Ik denk dat we al te laat zijn.
Als ik altijd alleen maar kunst had gemaakt, was het lastig geworden met 10.000 vierkante meter ruimte en twintig man in dienst. Ik verkoop nog steeds meubels, kantoorstoelen, lampen. Toen ik begon zat ik in een kraakpand in de stad [Rotterdam], later kon ik hier in het havengebied voor een appel en een ei een loods kopen. De APK was net ingevoerd, gigantisch veel personenauto’s werden afgekeurd die van onderen compleet doorgeroest waren. Dus ik ging op mijn rug onder auto’s liggen, laste er een plaatje onder, teer erover, klaar. Kreeg je 25 gulden voor. Dat was veel geld in die tijd. Kutwerk, dat wel, al die spetters in je gezicht. En ik ontwierp en bouwde in die tijd badkamers en keukens van polyester bij mensen thuis. Zo smeerde je het ene gat met het andere dicht. Een kunstenaar moet zelf dingen kunnen maken. Mijn arbeid, zweet, bloed en tranen. Als je iets aan het maken bent waar je stoffig en zweterig van wordt, hou je er vanzelf wel mee op als het er niet uitziet.
Ik maak dingen die sommige mensen goed vinden en heel veel mensen niet. Kunst is er niet om iedereen te plezieren. Als je maakt wat iedereen goed vindt en je roem stijgt als een shooting star, dan val je ook snel en hard naar beneden. Dan ben je voorbij, de hype is over, je verveelt mensen. Wat ik maak is altijd te groot, te moeilijk, te complex of te pervers. Als iedereen zou staan juichen, denk ik: ik doe iets verkeerd. Commercieel gezien ben ik nooit doorgebroken, ik bedoel, ik heb geen miljoenen op de bank. Ik ben een diesel, een werkmachine. Mijn werk is mijn levensdoel, het allerbelangrijkste wat er is. Ik ben blij dat ik geen kinderen heb, dat geeft veel vrijheid. Tot de laatste snik zal ik creëren.
Hier, kijk, dit is een boekje over mijn psychiatrische toestand. Ik heb alleen nog een exemplaar in de Franse vertaling. Het is geschreven door iemand die me geanalyseerd heeft. Bindings-, hechtings- en verlatingsangst, ik heb het allemaal. Ik heb me laten vertellen dat het te maken heeft met het overlijden van mijn vader toen ik negen was. Hartaanval. Ineens was ik de man des huizes. Niet dat ik voor mijn moeder moest zorgen, maar dat gevoel had ik wel. Mijn broer overleed toen ik begin twintig was. Auto-ongeluk. Vroeg verlies maakt dat je naderhand niet zo goed bent in lange relaties.
Laatst hield ik een lezing in Groningen, voor de kunstacademie. Jong en woke volk. In mijn lezingen ga ik er altijd stevig in en ik moet zeggen: er kwamen goede vragen. Een studente vroeg of ik het kunstwerk Bikini Bar uit 2009 nu nog zou hebben gemaakt. Via de afgehakte ledematen van een liggende vrouw ga je de bar in haar romp binnen. De enige vrouw die je zonder toestemming mag betreden, zei ik er destijds over. Dat vond zij ongepast. Je kunt ook zeggen: blijkbaar had ik het toen al over consent. Voor elke betreding van het menselijk lichaam is toestemming nodig. En om antwoord te geven op haar vraag: ik denk dat ik nu geen Bikini Bar meer zou maken. Tijden veranderen. En ik ook.
Je bent pas echt vrij als je financieel onafhankelijk bent. Ik heb in de loop der jaren een paar naastgelegen panden kunnen kopen. Met Nanne de Ru, architect en projectontwikkelaar, is een plan gemaakt voor drie woontorens op dit terrein. Zeshonderd woningen, beetje koop en een beetje huur. De beganegrond-verdiepingen worden geschakeld tot één waanzinnig museum van 10.000 vierkante meter. Het is mijn opus magnum, het kost 170 miljoen en het duurt nog zeker zeven jaar voor het af is. Het is onmogelijk moeilijk, maar deze kans krijg je één keer, dus daar wil ik wel voor lijden. Het geld dat de appartementen opleveren, gaat weer naar de programmering van het museum en ik ben de huisbaas en museumdirecteur. Ik hoorde een kunstenaar me laatst ‘vastgoedlul’ noemen, ik moet daar wel om lachen. Mijn tijd komt nog wel, nu word ik verguisd, maar over honderd jaar, als de wereld dan nog bestaat, zullen ze zien dat ik het goed heb gedaan.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie