Rock Alle ingrediënten waren vrijdag aanwezig voor een imponerende, zelfs dreigende ervaring in theater Carré in Amsterdam. Toch overtuigde het optreden van De Staat niet helemaal. Juist bij doembeelden verwacht je een consequenter dramaturgisch spoor.
Concert van De Staat in Carré.
Gehoord 2/10, Carré, Amsterdam. Herhaling: 3/10, aldaar.
Omineuze dreunen. Synthesizers die onder de huid kruipen. Mechanische beats, industrial grooves. Sounds alsof de fietsband aanloopt, of een langspeelplaat die niet op de juiste toerental loopt.
Rockband De Staat trekt vanaf de eerste seconde een verontrustende sfeer op. Bovenaan een forse stalen trap staat zanger Torre Florim, haast op ooghoogte met de eerste ring van theater Carré in Amsterdam. Al langer slaat de frontman als een duistere demagoog de maat, maar hier oogt hij in zijn pak als een machtswellusteling, een felle populist op het spreekgestoelte. Zijn volgelingen, klonen in dezelfde pakken, lopen gedwee de treden op. Een klim naar macht. „The king is dead. Long live the king.”
Met ‘De Staat Becomes De Staat’ is de Nijmeegse rockband terug met een ambitieus concept: een nieuwe plaat, een liveshow die na twee shows in Carré meteen Europa intrekt en die trap als een gigantisch decorstuk. De route is helder: De Staat wordt De Staat. Niet alleen als showtitel, maar als staat van zijn. De show gaat over macht, manipulatie, desinformatie en autocratie. Over hoe gemakkelijk een massa in beweging komt.
De avond start echter opvallend licht. ,,Who’s gonna be the goat?”, begint de zanger achterin de zaal, en baant zich op de elastieken beat en zagerige synths van het gelijknamige nummer een weg door het publiek. Op een mini-verhoging trekt hij, wuivend en contact makend, alle aandacht. Bij de trap op het podium, gitaar om, warmt hij op met De Staat-festivalfavorieten: hiphoprocker ‘Input Source Select’, ‘Peptalk’ en opzweper ‘Bompti’. De Staat-machine draait, maar het onheil blijft nog even op afstand.
Zanger Torre Florim van De Staat in Carré.
Met ‘Fire’ komt de verandering. Florim strompelt het eerste platform van de trap op, achter hem laaien vlammen op. Cynisme klinkt: het vuur woedt aan de overkant, maar zolang dat zich buiten het eigen blikveld afspeelt, is het andermans probleem. Toch? En ook ‘The Underdog’ heeft iets dubbels, zacht op duister: een hoge kopstem boven stuwende ritmes.
‘Kitty Kitty’ stookt het vuur verder op. Opsplitsen maant Florim en de zaal gehoorzaamt. Het in beweging brengen van de publieksmassa is al jaren core business van de band. ‘Witch Doctor’ gaat daarin nog een stap verder. Een circlepit op de krappe theatervloer van Carré: kan dat? Ja. Het publiek vormt, net als in de videoclip, een cirkelvormige maalstroom. Er wordt een sleutelbos gevonden. Iemand raakt zijn schoen kwijt.
Het mooie is dat de band massamanipulatie niet alleen beschrijft, maar je ook laat voelen hoe dat werkt. De Staat schakelt tussen industriële grooves, zware riffs, experimentele elektronica en popgevoeligheid. Op plaat overtuigt dat niet overal. Live wel, al verzuipen details soms in de geluidsmuur.
En jammerlijk opvallend: naast de flegmatieke oproerkraaier die de hele show alle aandacht trekt, zijn de vier bandleden aan weerszijden van de trap vrijwel onzichtbaar. Hoe ironisch: een concert over de macht van een individu geeft uiteindelijk vooral de frontman de macht.
De Staat in Carré.
Alles werkt toe naar het hoogtepunt. In ‘Burning The Flag’ staat Florim achter zijn spreekgestoelte, terwijl zijn herhaalde ‘hey’s’ als hamerslagen door de zaal beuken. Grote ogen. De tekst wordt eruit gespuugd. Bij ‘Glory’ komt verlichting, in de vorm van een gospelkoor van tape. De stilte voor de storm.
Tot ‘The King’. „And step and step, and on and on.” Stap voor stap komen de klonen de trap op. Een theatraal fraai moment als in een spektakelvoorstelling van het Amsterdamse gezelschap ITA: de trap als machtsmachine, de volgelingen als lopende band. Die er vervolgens boven net zo makkelijk weer vanaf te worden geflikkerd.
„O what a joy, nothing is real”, smiert de zanger in de soulvolle rocker ‘Freedom’, een van de sterkste nieuwe nummers. De klonen dansen nu minder statisch, tot het nummer dreinerig de AI-versie van de plaat wordt. Ook Florim wordt vervangen door een kloon. Zelfs het laatste restje menselijkheid lijkt te verpulveren. En dan is de show plots klaar. Om vervolgens met het beginnummer ‘Who’s Gonna Be the Goat?’ terug te keren, een onvoorspelbare toegift in een wisselende show.
Alle ingrediënten voor een donkerdere, dreigende ervaring zijn er: Florim als vuurspuwende boodschapper, een publiek dat steeds verder wordt meegezogen, een decor als machtsmachine. Maar de concertopbouw, een patchwork van licht en donker, laat de spanning nu nog niet altijd landen. Juist omdat De Staats doembeelden zo overtuigend zijn, vraagt deze show om een consequenter dramaturgisch spoor. Láát het donker maar donkerder worden, en werk dan vanuit die dreigende wereld naar één helder moment van hoop.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie