Maike Meijer | actrice Eerst schreef Maike Meijer de bestseller Wen er maar aan, over een actrice in de overgang. Nu heeft ze de film gemaakt en speelt ze de hoofdrol. Met rimpels, onderkin en vetrol. „Van begin af aan ben ik ervan overtuigd geweest dat ik deze film in z’n volle oprechtheid, onopgesmukt moest spelen.”
Maike Meijer
Zeven jaar geleden, Maike Meijers roman Wen er maar aan was net verschenen, deden we ook een interview. Haar debuut ging over M., een actrice in de overgang die zelfs wordt afgewezen voor de rol van dode vrouw. De fictieve actrice leek op haar, zei Maike Meijer, zelf ook actrice, maar ze wás het niet. Ze had er tekeningen bij gemaakt van heksige vrouwtjes met overbloezende vetrollen, uitgezakte boezems en schaamlippen tot op de grond. „Oergeestig”, zei Hanneke Groenteman op de cover. „Hilarisch, hardop gelachen”, blurbde Paulien Cornelisse, Hugo Borst vond het grappig, Kluun ook en Fred van Leer zei tegen zijn Instagramvolgers dat hij er dubbel om had gelegen.
Ik had niet gelachen, of nou ja, niet hardop. Hoe grappig is het, vroeg ik haar toen, als oudere vrouwen zelf ook al gaan zeggen dat ze uitgerangeerd, onappetijtelijk en afgeschreven zijn? Ze had uitgelegd dat de grap voor haar zit in de uitvergroting en de overdrijving, en dat de lach ’m zit in de herkenning. Zo deden Margôt Ros en zij het ook in de satirische televisieserie Toren C. Grappen maken over vrouwen die zo grof zijn dat geen man ze durft te maken. „De grap over onszelf ván onszelf maken”.
Het boek werd een megabestseller met 175.000 verkochte exemplaren en vast nog veel meer lezers die hebben gelachen. En nu Wen er maar aan is verfilmd – begin oktober in de bioscoop – spreken we elkaar weer in een Amsterdamse hotellobby. Maike Meijer schreef het script, speelt de hoofdrol en is executive producer. Eerste vraag, van háár: „Wat vond je ervan?”
Scène één: actrice M. ligt in bed met haar man Koos. Onder de dekens trekt ze hem werktuigelijk af. Hij mijmert over zijn nieuwe racefiets. Op enig moment kruipt hij bovenop haar, fluistert dat ze het moet zeggen als hij haar pijn doet en even later brult ze het uit van de pijn. Scène twee: M. ligt met haar benen wijd in de beugels bij de gynaecologe. ‘Droge vagina’, constateert die en in slow motion volgt de diagnose: ‘U zit in de oooo-ver-gang’. Ze vist een rol beschuit tussen M.’s benen vandaan, en vervolgens proppen de gynaecologe en de net iets te knappe coassistent beschuitjes in hun mond terwijl ze proberen te fluiten.
Ongemakkelijk, antwoord ik. Maar ook herkenbaar en ontroerend. M. is zo onaantrekkelijk dat het pijn doet. Maar ze is ook ontredderd en kwetsbaar. Alleen wat ik niet had, wéér niet, was de hahaha-schaterlach. „Aha”, zegt ze. „Dat is goed.” Ja? „Ja, comedy is nooit goed als het niet schrijnt.”
Er zitten „best wel gewaagde scènes” in, zegt ze. „Vond je dat lastig om naar te kijken, echt… genant.” Ik keek in m’n eentje, zeg ik, dat scheelt misschien.
Maike Meijer
Vind jij scènes genant?
„Ja. Maar dat vind ik goed. Van begin af aan ben ik ervan overtuigd geweest dat ik deze film in z’n volle oprechtheid, zoals ik ben – ook al speel ik een andere vrouw – onopgesmukt moest spelen. Mét rimpels en vetrollen en borsten waar je een toilettas onder kunt klemmen.”
Heb je iets gedaan om er zo uit te zien als M.?
Lacht. „Dit is wie ik was, met de kilo’s die er door de overgang aangekomen zijn. Ik ben nu weer aan het trainen.”
Weinig actrices durven zich zo te laten zien.
„Dat vond ik een must. We hebben met de make-up gekeken hoe rood mijn gezicht kon zijn zonder dat het ongeloofwaardig werd. Er liep constant iemand met een waterzakje achter me aan voor de zweetdruppels op mijn bovenlip. De uitgroei, die ik echt had, wilde ik in beeld en die vetrollen, die zijn van mezelf. Niet om te laten zien van zozo, wat durft ze veel, maar omdat het echt moet zijn. Alleen als het echt is, kun je je identificeren met M. Als ik alleen maar doe alsof, en niet iets van mezelf blootgeef, wordt het plat. Humor en pijn horen bij elkaar. Kijk naar Ricky Gervais, naar Lena Dunham in de serie Girls. Nora Ephron in Heartburn, ik heb het boek drie keer gelezen, hoe ze de allerkutste situatie beschrijft, haar scheiding… ik heb me kapot gelachen.”
De muziek in het restaurant zwelt aan. „Jazz. Ik hou niet van jazz.” Ze staat op om te vragen of die zachter mag.
Je kunt pijn ook overdekken met alles weglachen.
„Zeker en ik krijg ook wel eens opmerkingen: ‘Maike, moet je er nou weer een grap over maken’. Mijn moeder, mijn vader, mijn broer al helemaal, we lachen om àlles, ondanks alles wat er speelt en dat is best heel veel.” Haar vader, 84, is de dag voor ons gesprek geopereerd aan een tumor. „Door een grap te maken, breek je iets open. Eigenlijk zeg je: hier mag om gelachen worden én over worden gesproken. Je maakt leed lachbaar.”
Was het jouw idee om een film te maken van het boek?
„In eerste instantie kreeg ik een aanbod van een partij, sterker nog, van twee. Ze kwamen met schetsen over hoe het eruit kon zien, en dan zouden we dit zo doen en dat animeren. Ja leuk, dacht ik, maar ik was daar nog niet helemaal. Ik zat er als bedenker, schrijver en uitgever van dat boek en ik was nog aan het genieten van het succes. Ik had nog nooit een boek geschreven.…”
Waarom wilde je het boek per se zelf uitgeven?
„Ik ben echt een ondernemer. Toren C heb ik ook zelf geproduceerd. Als ik het bedenk en maak, waarom zou een ander daar dan aan moeten verdienen en ik niet? Ik had een potje gespaard om in het boek te steken en de eerste klap te overleven, mocht het niet lukken. Maar het lukte zo gigantisch. En toen zat ik dus met die partij die zei: ‘We willen graag die film met je maken, vinden we leuk, maar één ding: jij gaat natuurlijk niet de hoofdrol spelen’. Ik dacht dat het een grapje was. Maar nee, ze hadden kennelijk iemand voor ogen die aan hun beeld voldeed. Iemand die ouder was dan ik, anders of beter, in elk geval niet ik. Ik liet ze praten, want oh, wat was dit triest. Precies mijn boek en de lange lijst van keren dat ik het niet werd bij een casting. Zélfs niet met de verfilming van mijn eigen boek…
„En dan komt meteen de humor: ik vind dat óók grappig. Dus toen ik er na anderhalf jaar zelf aan toe was om een film te maken, zei ik: één ding, ik schrijf het scenario en trouwens, ik ga die rol spelen. Ik ben opgeleid als actrice, ik heb nog nooit een hoofdrol gespeeld in een speelfilm, maar als iemand het moet kunnen, dan ik.” Regisseur werd Albert Jan van Rees, met wie ze ook Toren C maakte.
De trailer van de film werd online binnen een week een miljoen keer bekeken. „Vrouwen gingen elkaar taggen, hele vriendinnenlijsten kwamen voorbij met ‘Loes moet mee’ en ‘dit is wat voor Ineke’. Het was een parade van vrouwen en vrouwelijkheid.” Ze wrijft over het kippenvel op haar armen. „Dit wilde ik. Deze film is voor jullie. Voor al die vrouwen. Die empowerment, die kracht, ellebogen naar voren: nu zijn wij aan de beurt. Dit is ons verhaal.”
De female gaze. De vrouw gezien door vrouwenogen?
„Dát. Ik was daarover aan het appen met Paulien Cornelisse. Weet je wat de autocorrect van female gaze maakt? Gemalen kaas.”
De man komt er best genadig van af.
„De film is ook een monument voor de man, voor mannen als Koos. Hij is geen schuldige, hij is niet degene die fouten maakt, hij begrijpt er geen zak van, maar wil haar wel steunen. Die worsteling in een huwelijk, daar gaat het me om. Zij raakt van hem verwijderd, hij weet zich geen raad. Ja hij gaat ineens racefietsen en natuurlijk kijkt hij naar jonge vrouwen. Nou én, ik kijk ook naar jonge vrouwen. De kunst is om elkaar te blijven opzoeken: ‘Ik zie waar je doorheen gaat, ik ben er voor je.’ Zelf ben ik gezegend met zo’n man.”
Wat gebeurt er precies in de scène dat M. boos de deur uitstampt na een ruzie met Koos en bij haar moeder in bed belandt in het verzorgingstehuis?
„Die scène… dat is de grootst mogelijk eenzaamheid. Het existentiële gevoel van: ik ben mezelf verloren, bij mijn man kan ik niet terecht, mijn kind gaat uit huis, moet ik nou terug naar mijn moeder? M. raakt compleet van de wereld, vlucht de straat en belandt op het politiebureau. Haar zoon is woedend op haar én neemt het voor haar op. Die emotionele rollercoaster tussen een moeder in de overgang en een kind dat volwassen wordt. Allebei gierend van de hormonen, allebei de weg kwijt. De verwarring van diepe liefde voelen én weten dat de verwijdering eraan komt, dat je elkaar moet loslaten. Ik denk dat zoveel vrouwen, zoveel moeders dat gevoel kennen. Mannen, vaders ook trouwens.”
Allebei je zoons zitten in de film.
„Was nog een heel gedoe om dat gepland te krijgen met hun volle acteeragenda’s. Thor speelt een rol in het verzorgingstehuis, Mo zit er twee keer in.” Thor Braun, de oudste, brak door met zijn rol in Oogappels, Mo Braun is nu te zien in een commercial tegen online pesten.
We bestuderen de menukaart en bestellen wat te eten. Zij buigt zich over tafel en vraagt zich af of de gulp van de ober nou wel of niet openstaat en of ze er ja of te nee wat van zal zeggen. Pas als die kwestie is opgelost, durf ik te berde te brengen dat ik heb gehoord dat ze tijdens de filmopnames ziek bleek. Zelf zou ze er niet over zijn begonnen, zegt ze. „Maar het klopt. Ik heb kanker gehad. Vorig jaar.” Klassiek verhaal, zegt ze. Buikpijn. Naar de gynaecoloog. Onderzoekjes. Toch maar even een echo.
En toen?
„Zes februari vorig jaar, ik fietste naar de eerste lezing van het script met Beppie Melissen, Hadewych Minis, Bas Hoeflaak, met alle acteurs. De gynaecoloog belt. Ze zegt: ‘Ze zien iets, het is zes centimeter groot, op je nier en het is niet goed’.”
En toen?
„Ben ik toch naar die lezing gegaan. Mijn zoon, Thor, zei: ‘Mam, doe het nou maar, wat moet je anders? Ga je thuis zitten piekeren’.”
Wat een moederlijk advies.
„Och, mijn kinderen”, verzucht ze. „De volgende dag wist ik dat het kanker was, kwaadaardig maar niet uitgezaaid, dat ik niet aan de chemo of bestraling hoefde, maar dat die tumor zo snel mogelijk weg moest. En toen zijn mijn producenten, mijn regisseur, alle acteurs, de hele crew als een blok achter me gaan staan. Agenda’s werden leeggeveegd en iedereen zei: ‘Maike, dit gaan we uitstellen’. En dat is echt niet makkelijk hè, in dit beroep. Het heeft me zó geraakt. De producenten wilden ook niet te snel na de operatie gaan draaien. Ze vond dat ik ervan moest kunnen genieten. En dát heb ik gedaan. Eenmaal uit de operatie en gerevalideerd was ik een stuiterbal, ik liep krijsend van plezier op de set.”
Eind november vorig jaar, tussen de draaidagen door, viel ze van haar fiets. Met pijn, paracetamol en diclofenac deed ze daarna nog een stunt- en een vechtscène. Na de draaiperiode, in januari dit jaar, kreeg ze een scan ter controle. De arts belt: ‘Ziet er prima uit, geen uitzaaiingen. Maar ben jij gevallen ofzo?’ Zes gebroken ribben had ze. „Dat geeft wel aan hoe leuk ik het heb gehad.”
Daags na het interview heeft ze weer een scan. „Kanker is een klootzak”, zegt ze. „Die bepaalt zelf of-ie weer opduikt.”
Zeven jaar geleden zei je: „Met mijn blote buik op tv vond ik erger, intiemer dan met m’n blote doos in beeld.” Was het na de operatie niet nog lastiger om je blote buik op beeld te zien?
„Niet lastiger. Eerder schaamtelozer. Er zitten nu littekens, zes streepjes. Littekens op een vrouwenbuik vind ik mooi. Keizersnedes, operaties, extra vel door de zwangerschappen. We hebben allemaal een lijf. Mij gaat het om de perceptie. Hoe bepaalt wat een ander van ons lichaam vindt hoe we zelf over ons lichaam denken.”
De perceptie van het lichaam van een oudere vrouw is niet bepaald mild.
„Bloedspannend vond ik het om me te laten zien als mezelf. Confronterend. Geen make-up, wel rimpels en een onderkin. Maar het is ook een pleidooi voor mijn mede-actrices om iets meer schijt te hebben… Wat vond jij trouwens van de plantenscène?”
„Ik heb die scène met een intimiteitscoördinator gerepeteerd. Ik had het allemaal wel bedacht en opgeschreven, maar het was zó ongemakkelijk geworden. Ook al is het seks met een plant, de seksuele handelingen die je verricht zijn echt. Een intimiteitscoördinator maakt een choreografie met je, heel precies, een soort reling waaraan je je als acteur kunt vastklampen. Eerst lik je zo lang hieraan, dan ga je zoveel keer met je tong rondjes draaien en tot slot graai je met je handen in de plantenpot. Verschrikkelijk moeilijk om te doen…
Ze doelt op de scène waarin M. een orchidee-achtige plant beft om de jonge gynaecoloog te laten zien hoe ‘de ouder wordende vagina’ tot een orgasme komt.
Je doet het jezelf aan, hè.
„Dat denk ik anderhalf uur lang als ik naar die film kijk. Inmiddels ben ik er trots op.”
Maike Meijer (1967) werd geboren in Nijmegen. Ze rondde de Toneelacademie Maastricht af met de Henriëtte Hustinxprijs voor veelbelovendste actrice. Met Margôt Ros schreef en speelde ze vanaf 2008 zo’n veertig typetjes in de satirische televisieserie Toren C. Haar romandebuut Wen er maar aan (2020), geïllustreerd met eigen tekeningen, werd een bestseller. Voor de gelijknamige film schreef ze het script en ze speelt de hoofdrol.
Maike Meijer
Dit interview vond plaats voor het overlijden van Paulien Cornelisse.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie