Home

‘Mijn moeder is een geestig personage, want ze is volstrekt te kwader trouw’

Emmanuel Carrère wilde over de oorlog in Oekraïne schrijven, en toen overleed zijn moeder. Ze kreeg een hoofdrol in zijn nieuwe boek Kolchoze. ‘Natuurlijk was het ook verdrietig, maar haar dood was een cadeau.’

Emmanuel Carrère wilde over de oorlog in Oekraïne schrijven, en toen overleed zijn moeder. Ze kreeg een hoofdrol in zijn nieuwe boek Kolchoze. ‘Natuurlijk was het ook verdrietig, maar haar dood was een cadeau.’

Op sandalen komt Emmanuel Carrère (1957) het Romeinse trappenhuis afgelopen om me te ontvangen. De bel doet het niet. Sinds dit voorjaar heeft hij Parijs ingeruild voor Rome, in de buurt van de Villa Borghese. ‘Het is een mooie buurt, groen maar erg bourgeois. Wil je koffie? Die heb ik niet. Ik heb alleen Nescafé, de koffie in Rome is zo goed dat het geen zin heeft om hem zelf te zetten.’

Vorig jaar verscheen Kolkhoze, een familiegeschiedenis die teruggaat tot de Russische tsaren – een van Carrères voorvaderen beraamde de moord op tsaar Paul I (1754-1801). Na de Russische Revolutie van 1917 vluchtten zijn voorouders vanuit Georgië en Rusland naar Parijs. Daar leefden ze in vochtige hotelkamers.

Carrères moeder, Hélène Carrère d’Encausse (1929-2023), ontsnapte aan de armoede. Als eerste voorspelde ze de val van de Sovjet-Unie; ze was Frankrijks toonaangevendste Ruslandkenner. Ze had het oor van regeringsleiders en ministers, was voorzitter van de Académie Française, veertig vooraanstaande schrijvers en denkers die over de Franse taal waken.

De dood van Hélène Carrère d’Encausse is de ontknoping van Kolkhoze. Het boek won de Prix Médicis en stond op de shortlist voor de Prix Goncourt. Deze week verschijnt de Nederlandse vertaling Kolchoze, door Floor Borsboom.

Carrère neemt plaats in een Eames-stoel en vouwt zijn benen onder zich. Op de koffietafel liggen stapels Italiaanse boeken. ‘Ik spreek het nog niet goed, maar lezen gaat prima. Voor een Fransman is het geen moeilijke taal.’

Waarom bent u naar Rome verhuisd?

‘Je hoort weleens over de midlifecrisis, maar ik zit in een latelifecrisis. Mijn ouders zijn dood, ze werden 94 en 93. Hun dood verliep redelijk probleemloos. Terwijl ik aan Kolchoze schreef, verwerkte ik de rouw. Daarna was er iets veranderd aan mijn plek in de wereld: er zit geen generatie meer boven me. En daarom wilde ik verhuizen. Het klinkt nu alsof het zorgvuldig is uitgedacht, maar ik had vooral zin om te vertrekken uit Parijs. Rome is niet echt een spannende keuze: een mooie stad, dicht bij Frankrijk, en ik ken er mensen. Het is niet alsof ik naar Kazachstan ben vertrokken.’

Carrère brak in 2000 door met zijn boek De tegenstander, een truecrimeverslag over Jean-Claude Romand, die in 1993 zijn vrouw, kinderen en ouders vermoordde. Zijn motief: hij was bang dat ze zijn dubbelleven zouden ontdekken. Romand deed zich bij hen achttien jaar lang voor als arts bij de Wereldgezondheidsorganisatie, maar bracht hele dagen door in zijn auto, wachtend tot hij naar huis kon voor het avondeten. Net als Truman Capote in zijn klassieker In Cold Blood wilde Carrère zich verhouden tot de moordenaar uit zijn verhaal.

Sindsdien schrijft hij in de eerste persoon enkelvoud; steeds zoekt hij naar zijn verhouding tot het onderwerp. Hij schreef onder meer over de terreuraanslagen in Parijs op 13 november 2015 (V13), over de Russische agitator Eduard Limonov (Limonov) en over yoga (Yoga).

‘Ik heb er geen naam voor. Het zijn gewoon mijn boeken. Het is non-fictie, of in filmbegrippen: documentaire. Ik speel er zelf een rol in, maar er wordt niet geacteerd. Toch zet ik geen non-fictie op het omslag.’

‘Vroeger schreef ik romans, maar daar stopte ik mee na De tegenstander.’

Wat is er toen gebeurd?

‘In 1993 werden die moorden gepleegd en ontdekt. Ik zag het in het nieuws en wist meteen dat ik erover moest schrijven. Ik heb Romand een brief gestuurd. Geen antwoord. Nog eens geprobeerd. Uiteindelijk reageerde hij.

‘Het schrijven heeft zeven jaar geduurd, voor een dun boek is dat veel. En het waren geen leuke jaren, maar crisisjaren. Mijn leven lag overhoop. Mijn huwelijk liep van de rails.’

Door dat boek?

‘Eigenlijk wel. Ik schaamde me om dat boek te schrijven. Wat voor stront moet je in je hoofd hebben als je een boek wilt schrijven over zo’n moordenaar? Ik voelde me er slecht over, omdat ik me betrapt voelde.

‘Dat veranderde na de publicatie van De tegenstander. Ik bleek niet de enige die dit verhaal interessant vond. De meeste mensen hebben geen moord gepleegd, maar iedereen vertelt leugens, om zijn reputatie te redden, zijn sociale positie te beschermen. Het verhaal van Romand was een pathologische uitvergroting van een bekend fenomeen. Daar kwam ik pas achter toen het boek verscheen. Wat een opluchting was dat.

‘Het grote ongeluk van Romand was dat hij niet werd betrapt. Als hij eerder was ontmaskerd, was het vernederend geweest en had hij zich heel slecht gevoeld, maar dan was de pleister eraf. Misschien was hij de gevangenis in gegaan, maar niet voor de tragedie die hij had veroorzaakt.’

Hij was bang voor de afgang.

‘Tijdens het schrijven dacht ik dat Romand het kwaad was. Maar als ik aan het kwaad denk, denk ik aan opzettelijke wreedheid, aan sadisme. Romand was niet zo; je zou bijna zeggen dat hij zijn hele familie heeft afgeslacht omdat hij niemand pijn wilde doen, zijn familie de vernedering wilde besparen. Hij was niet echt kwaadwillend, maar verteerd door angst.

‘Toen ik De tegenstander had geschreven, werd ik op televisie aangevallen door een andere schrijver. Hij vond mijn boek niet alleen slecht, maar ook moreel verwerpelijk. ‘Als je echt moedig was geweest’, zei hij, ‘had je het boek vanuit Jean-Claude Romand geschreven.’ Ik was onthutst: je kunt mijn boek slecht vinden, maar juist schrijven vanuit Romand zou fout zijn geweest. Ik kan mijn eigen plaats innemen, maar niet die van hem. Hij had zelf al zijn hele leven moeite om zichzelf te zijn.’

Hoe komt u op een onderwerp voor een boek?

‘Ik moet affiniteit hebben met het onderwerp, bij voorkeur is dat een echo van mijn eigen obsessies. Bijvoorbeeld voor Romand: je hoeft geen moordenaar te zijn, maar toch is de angst om ontmaskerd te worden herkenbaar. Ik zou nooit over een seriemoordenaar kunnen schrijven. Ik heb geen enkele behoefte om mensen in stukjes te hakken. Er zijn veel dingen die ik mezelf verwijt, maar dat niet.

‘Sommige schrijvers kunnen over alles schrijven. Ik niet. Ik schrijf over mijn leven, over onderwerpen die ver van me afstaan, maar niet te ver, die universeel zijn en tegelijkertijd intiem. En die zijn niet altijd makkelijk te vinden.

‘Mijn werkwijze is: ik wil me niet inleven in een ander, ik ben op zoek naar het juiste perspectief tegenover de ander. Ik zoek mijn eigen plaats, een beetje zoals een portrettist. Die observeert de geportretteerde, maar verplaatst zich niet in hem.’

Wanneer wist u dat u over uw moeder moest schrijven?

‘Volgens mij is Kolchoze geen boek over mijn moeder. Zij is het belangrijkste personage, maar het boek begon met de oorlog in Oekraïne. Die nam mijn aandacht in beslag. Ik ben er een aantal keren geweest voor reportages. Ik wilde schrijven over het verschrikkelijke gezicht van Rusland in die oorlog. Voor mij was dat verwarrend, want ik vond Rusland altijd een prettig land. Ik hield van Rusland, mijn familie ook. Rusland is een beetje onze familieboetiek. Ik wilde een reportageserie maken over oude satellietstaten van Rusland. Georgië, de Baltische staten, misschien ook Finland.

‘En toen stierf mijn moeder.

‘Het ging heel snel. Stoïcijns kondigde ze aan dat ze snel zou sterven. Tien dagen later was ze dood. Tien dagen. Ze had een bewonderenswaardige dood, majesteitelijk, al haar gebreken leken verdwenen. Haar dood was een kroon op haar leven.

‘Toen wist ik: ik moet ook over mijn moeder schrijven. Ik begon daar al mee toen ze nog in het ziekenhuis lag, zonder me overigens schuldig te voelen. Ik had de indruk dat ik aanwezig was bij iets moois, iets wat het verdiende om beschreven te worden.

‘En er was nog iets: na de dood van mijn moeder ontdekte ik het archief van mijn vader. Ik wist wel dat hij de familiegenealogie had bestudeerd, maar wist niet hoe verzorgd en goed die studie was. Het leek alsof hij het archief overdroeg en zei: ga je gang. Daarom gaat het boek over vier generaties. Het is een familiesaga geworden, wat me op voorhand enorm verrast zou hebben.

‘Het boek was een genot om te schrijven. Natuurlijk was het soms ook verdrietig, maar het was verdriet zonder bitterheid. De dood van mijn moeder was een cadeau. Ze stierf tussen haar kinderen. God weet dat we ook conflicten hebben gehad, en dat ze erg koppig was. Daar schrijf ik ook over, maar ik had de indruk dat ik haar met affectie bezag.’

Vertel eens over uw conflict met uw moeder.

Dat dateert van voor de verschijning van Een Russische roman in 2007. In dat boek schrijf ik over mijn grootvader, haar vader. Die verdween na de oorlog en werd nooit meer teruggevonden. Je kunt niet rouwen om iemand die van de aardbodem verdwijnt. Op haar 80ste droomde mijn moeder nog van de terugkeer van haar vader. Hij collaboreerde met de Duitsers, maar daar mocht niet over worden geschreven. Ik heb het toch gedaan en heb daar nooit spijt van gehad. Maar het werd echt een groot conflict.’

Werd er nooit over uw grootvader gesproken?

‘Mijn moeder praatte weleens over haar vader, tot ze erachter kwam dat ik erover wilde schrijven. Toen werd ze gesloten als een oester. Ze vond dat het háár geschiedenis was en dat het anderen niets aanging. Ik vond van niet: zijn verdwijning was ook mijn geschiedenis. Maar mijn moeder zei: ‘Er zijn miljoenen onderwerpen in de wereld, waarom moet je nou juist hierover schrijven?’

‘Maar als er één onderwerp is waar je niet over mag schrijven, dan kun je toch niet over iets anders schrijven?

‘Mijn vader vertelde me dat mijn moeder wilde emigreren vanwege mijn boek. Ze schaamde zich voor de waarheid. Ze was ervan overtuigd dat mijn boek haar imago zou verwoesten, terwijl: ze verkeerde in de top van de Franse society! Absurd, maar ook ontroerend.’

Hoe heeft u het bijgelegd?

‘Ik denk dat ze uiteindelijk opgelucht was. Dat heeft ze jaren later ook toegegeven. Op een dag zei ze in het voorbijgaan: ‘Nou, misschien toch goed dat je dat hebt geschreven.’ Dat was het, daarna was het weer goed.

‘Vergelijk het met het zwaard van Damocles: op den duur is het het vervelendst dat het boven je hangt. Toen het eenmaal was gevallen, zag ze dat het meeviel. De mensen die haar erop aanspraken, zeiden vooral: ‘Jeetje, wat heeft u een ingewikkelde zoon.’

‘De laatste jaren was onze band hecht. Ze was trots, omdat ik schrijver was en er volgens haar niets beters bestond dan dat.’

Hoe zou ze hebben geoordeeld over Kolchoze?

‘Ik denk dat mijn moeder zichzelf goed had kunnen vinden in haar portret. Soms bemerk je mijn irritatie over haar, maar het portret is vooral bewonderend en vertederend. Mijn moeder is een geestig personage, ook omdat ze vaak te kwader trouw is.

‘Het ongemak zat niet in het portret van mijn moeder en haar gebreken; ik vond het het moeilijkst om te schrijven over het huwelijk van mijn ouders. Dat hadden ze niet leuk gevonden.’

In een bloedstollende passage bereiden u en uw moeder zich voor op haar vertrek naar een kliniek voor palliatieve zorg. Dan ontdekt u dat ze niet van plan is om uw vader in te lichten. In plaats daarvan vertelt ze hem dat ze naar een congres gaat.

‘Dat was vreselijk en heel triest. We wilden haar wensen respecteren, maar ik verwijt mezelf dat ik mijn vader niet naar haar toe heb gebracht om afscheid te nemen. We hebben het onderling niet eens besproken. Ik weet niet wat er omging in mijn moeders hoofd. Eerlijk gezegd denk ik dat mijn vader is overleden van verdriet.’

Heeft u het er met hem over gehad?

‘Kort voor zijn dood had hij een beroerte gehad, dus hij was moeilijk aanspreekbaar. Maar hij wist waarschijnlijk wel wat er gebeurde. Als je ouders ouder zijn, vraag je je soms af: wie gaat het eerst dood? En wat zou het beste zijn? Hoewel mijn moeder mijn vader slecht behandelde, zou het me niet hebben verbaasd als ze was ingestort als hij als eerste was overleden. Ze waren 71 jaar getrouwd. Een eeuwigheid; er werd in hun generatie weinig gescheiden. Het was wel een disfunctioneel huwelijk. Als ik tegen mijn vader zei dat ze gemeen tegen hem deed, antwoordde hij: ‘Ach, het meeste is achter de rug.’’

Vlak voor de dood van uw moeder besluit Poetin Oekraïne binnen te vallen. De oorlog speelt een belangrijke rol in het boek. Op de dag van de invasie bent u in Rusland om een film op te nemen. Uw fixer probeert u het land uit te krijgen, maar op het allerlaatste moment besluit u te blijven. Waarom?

‘Ik wilde zien wat er gebeurt als een groot land opeens in oorlog is. Opeens was ik getuige van een omslagpunt. Niet dat ik lang ben gebleven of echt een analyse heb gemaakt van de maatschappij, ik heb alleen een paar intellectuelen en artistiekelingen gesproken, en wat Franse expats.

‘Vooral Franse ondernemers in Rusland zaten plotseling in een nare situatie: ze waren altijd op de hand van Poetin geweest, maar zagen nu in dat dat toch een keerzijde had. Ze zaten diep in de problemen. Het gekke was ook dat mijn nieuwsbeeld werd samengesteld op basis van Russische informatie. Het verschil tussen die Russische televisie en de westerse berichtgeving was bizar.’

Daarna reist u een aantal keer naar Oekraïne.

‘Ja, voor reportages en een documentaire over Oekraïense treinreizigers. In de trein kun je iedereen spreken. Het is heel handig: mensen zijn op reis, en als ze eenmaal beginnen te praten, kun je ze urenlang interviewen. Er was maar één vrouw die niet wilde meedoen en zei: ‘Hoepel op, wij worden gebombardeerd, en jullie gaan straks weer naar het Westen.’ Maar de rest wilde wel praten. Ze zijn bang dat ze vergeten worden. Dus als we komen, zijn ze blij.

‘Ik ben overigens niet in de buurt van het front geweest, het dichtstbij was Cherson. Ik zou nooit naar de loopgraven gaan, dat lijkt me doodeng.

‘Kijk, ik ben helemaal niet politiek geëngageerd. Ik wantrouw mijn eigen oordeel, ik denk altijd dat er twee kanten aan een verhaal zitten. Maar hier denk ik: ja, dit is zo duidelijk. Hier is niet echt ruimte voor nuances. Er is een agressor en een slachtoffer, een democratie (met gebreken, maar toch) tegen een autoritaire dictatuur. De keuze is dan snel gemaakt.

‘Ik vind de Oekraïense standpunten soms ver gaan. Bijvoorbeeld dat alle Russische literatuur imperialistisch en schandalig is. Maar goed, als er vrede komt, dan kunnen we het er nog eens over hebben. Nu snap ik de woede wel.’

Met name voor uw moeder was de oorlog in Oekraïne een klap. Ze had voorspeld dat Poetin niet zou aanvallen.

‘Ja, dat was een vreselijke klap. Wat haar ontzettend tegenstond aan de oorlog in Oekraïne was niet het feit dat Poetin Oekraïne binnenviel, maar dat zij zich had vergist.

‘Ze had op televisie telkens gezegd dat Poetin dit niet zou doen. En dat werd haar verweten. Die vergissing wierp een schaduw over de laatste twee jaar van haar leven. Ze had een reputatie van onfeilbaarheid omdat ze de val van de Sovjet-Unie in 1978 had voorspeld (met het boek l’Empire éclaté, vrij vertaald: het ontplofte rijk, red.). En die reputatie had nu een kras opgelopen.’

Waarom was dat zo belangrijk voor haar?

‘In Frankrijk genoot ze grote autoriteit, in de wetenschap en de media. Ze had toegang tot de macht, ze werd gerespecteerd. Ze zag het als haar missie een brug te slaan tussen Rusland en Frankrijk. Ze wilde die twee naties tot elkaar brengen. Dat was oprecht, maar het resultaat was dat ze in Frankrijk een Rusland verkocht dat mooier was dan in de werkelijkheid. Ze had de bedoelingen van Poetin slecht ingeschat, maar ze was niet de enige.’

In het boek beschrijft u twee van haar ontmoetingen met Poetin, de eerste wanneer hij een anonieme secretaris van Jeltsin is, de tweede keer als president. Dan zegt hij tegen haar: ‘Goed u weer te zien, mevrouw Carrère d’Encausse.’ Ze herkent hem niet en zegt dat ze is vergeten dat ze elkaar al eens hebben ontmoet. ‘Ik niet’, zegt Poetin, ‘ziet u, het is mijn baan om dat te onthouden.’

‘Hij is koelbloedig, maar hij heeft ook een soort glaciale en meedogenloze humor.’

Bent u eigenlijk bang dat een van uw kinderen over uw leven zal schrijven?

‘Een van mijn zoons is schrijver, dus het is niet onmogelijk. Nu schrijft hij vooral over drank- en drugsgebruik in Zuidoost-Azië. Hij heeft talent. Mijn andere twee kinderen doen iets heel anders. Maar om je vraag te beantwoorden: als hij over me zal schrijven, heb ik niet echt recht om me daarover te beklagen.’

9 december 1957 Geboren in Parijs.

Een selectie uit zijn werk:
1986 Op drift.
1995 De sneeuwklas.
2000 De tegenstander.
2007 Mijn Russische roman.
2009 Andere levens dan het mijne.
2011 Limonov.
2020 Yoga.
2023 V13
2025 Kolkhoze, in 2026 in het Nederlands vertaald als Kolchoze.

Emmanuel Carrère: Kolchoze. Uit het Frans vertaald door Floor Borsboom. De Arbeiderspers; 432 pagina’s; € 27,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next