In een memoir over zijn leven schreef Teun erg openhartig over zijn broer en zus. In deze serie spreekt Barbara van Beukering mensen die spijt hebben van een beslissing.
Barbara van Beukering is journalist. Voor Volkskrant magazine interviewt zij wekelijks mensen over spijt.
‘Ik kom uit een van oorsprong katholiek nest met vier kinderen. Na mijn oudste zus kom ik, na mij komt mijn broer, en daarna nog een zusje. Onze onderlinge band was altijd goed, al trokken de oudste twee en jongste twee in onze kinderjaren iets meer naar elkaar toe. Ik heb een prima jeugd gehad. Ik kon makkelijk leren, ging naar het gymnasium en zondag was een feestdag want dan kon ik de hele dag voetballen. Het was een liefdevol gezin, maar we leerden niet om openlijk kritiek op elkaar te geven, en dat te incasseren. We praatten óver elkaar. Ik heb niet geleerd om, als je het met elkaar oneens was, je mening op een rustige manier te ventileren.
De aanleiding om een autobiografie te schrijven ontstond ruim twintig jaar geleden, toen ik tijdelijk zonder werk kwam te zitten. Voor een opleiding tot loopbaancoach die ik in die periode volgde, moest ik een korte biografie schrijven. Dat vond ik verhelderend. Als je dingen opschrijft over jezelf, kom je tot inzichten. Ik besloot een echte autobiografie te schrijven, die ik pas na mijn pensioen afrondde. Het was mijn bedoeling om de biografie na te laten aan mijn twee kinderen. Ik kwam er na het overlijden van mijn ouders achter dat ik veel dingen niet van hen wist en dat ik het hun ook niet meer kon vragen. Om te voorkomen dat mijn eigen kinderen achter zouden blijven met vraagtekens, zou ik ze mijn levensverhaal nalaten.
Toen ik mijn kinderen vertelde dat ik mijn boek af had, vroegen ze of ze het nu al mochten lezen, omdat we het er dan nog over konden hebben. Ik vond het in principe goed, maar ik zei erbij dat ze er rekening mee moesten houden dat er dingen in stonden die ze niet wisten, en die misschien ook wel schokkend voor ze konden zijn. Dat vonden ze geen probleem, mijn dochter was begin dertig, mijn zoon eind twintig, dus ze waren ook al volwassen. Mijn zoon vertelde dat hij bij sommige stukken had moeten huilen, en ze vonden beiden sommige dingen ook pittig om te lezen. Bijvoorbeeld dat ik in bepaalde fases van mijn leven depressief ben geweest. Maar ze waren blij dat ze nu alles van mij wisten.
Mijn broer en zussen waren ervan op de hoogte dat mijn kinderen mijn biografie hadden gelezen. Ze waren nieuwsgierig en gaven aan dat ze het ook graag wilden lezen. Het ging tenslotte ook over hun ouders, hun geschiedenis, en onze gezamenlijke jeugd.
Ik voelde me door hun wens een beetje overvallen, omdat ik in het boek erg kritisch ben. Kritisch op mijn eigen tekortkomingen, maar ook op die van hen. Maar na enig nadenken ben ik overstag gegaan en meldde ik er als disclaimer bij dat er dingen in stonden die ze waarschijnlijk niet leuk zouden vinden. Vervolgens heb ik het boek, dat tot dan toe alleen een digitaal bestand was, in boekvorm laten drukken. Ik heb ze alle drie een exemplaar gegeven. Dit is het moment waarvan ik veel spijt heb.
Als eerste kreeg ik een hele pittige reactie van mijn zwager, de man van mijn oudste zus, die het ook had gelezen. Ik schrijf in mijn boek dat ik hem een dominee vind, en dat ik mijn eigen zuster niet meer herkende. Het leidde tot een zeer scherpe mailwisseling. De strekking was dat hij zich totaal niet kon vinden in mijn kwalificatie. Ik legde hem uit dat sinds mijn zus met hem getrouwd was, ze erg was veranderd. Daar was hij ontzettend door beledigd. Mijn zus steunde haar man. Ze vond dat hij helemaal niet zo dominant was en dat ze wel degelijk een eigen mening had. We hebben het uitgesproken, ook al kijken we er vanuit een ander perspectief naar. Maar we zijn gelukkig weer on speaking terms.
Mijn broer en jongste zus reageerden helemaal niet, dus ik voelde nattigheid. Ik nodigde ze met z’n tweeën bij mij thuis uit om eens goed met elkaar te praten. Hun reactie was dat ik eerst maar even hun brieven moest afwachten. ‘En als je dan nog met ons wil eten, horen we het wel.’ Vrij snel daarna belandde er een hele grote envelop in de brievenbus. Met twee brieven: een van mijn broer en een van mijn zusje. Een van zes kantjes, en een van tien kantjes. Ik kreeg echt alle shit van de wereld over me heen, over alle jaren. Ik was flabbergasted, en echt helemaal van de leg.
Vervolgens heb ik, en dat kostte me veel moeite, met zowel mijn broer als mijn zusje in een hotel afgesproken. Los van elkaar, een-op-een. Mijn broer viel er erg over dat ik hem in mijn boek ‘de meester van de monoloog’ heb genoemd. Omdat hij heel goed kan praten, maar niet kan luisteren. Dat werd voor mij bevestigd tijdens die afspraak: hij was alleen maar aan het zenden.
Alle oude koeien haalde hij stuk voor stuk uit de sloot. Toen hij ooit van zijn eerste verdiende geld van zijn krantenwijk voor iedereen een cadeautje had gekocht, heb ik gezegd: ‘Dat doe je alleen maar om je eigen egoïsme te verbloemen.’ Dat is een heel lelijke opmerking, ik weet ook niet meer wat me bezielde om dat te zeggen. Maar daarvoor heb ik destijds mijn excuses aangeboden. Toch kwam die oude koe weer ter tafel. Het gesprek verliep helemaal niet goed.
De afspraak met mijn zusje begon redelijk open, maar alle kritiek in haar brief van tien kantjes noemde ze ‘sleutelmomenten’. De momenten dat ik er niet was voor haar, dat ik er niet was voor mama. Dat kan ik me helemaal niet herinneren, want volgens mij was ik er wél. Op het moment dat ik haar vroeg: ‘Kun jij je voorstellen dat ik mij ongelooflijk op mijn ziel getrapt voel?’, antwoordde ze: ‘Daar moet ik over nadenken.’ Dat deed voor mij de deur dicht.
Ik heb mijn broer en jongste zus sindsdien niet meer gezien. Ik had hen nooit mijn autobiografie moeten laten lezen. Het was voor hen de aanleiding om mij eens flink de waarheid te zeggen. Ik ben ervan overtuigd dat ze dat anders nooit gedaan zouden hebben. Mensen gaan elkaar niet uit zichzelf kwetsen, daar is een aanleiding voor nodig. Mijn vader zei altijd, en daarin had hij volkomen gelijk: ‘Je mág wel alles zeggen, maar je hóeft niet alles te zeggen.’ Dingen die ik zeker niet had hoeven zeggen tegen mijn broer en zussen, zijn wel bij hen terechtgekomen.
Ik heb geen spijt dat ik het heb opgeschreven, want ik deed het voor mijn kinderen. Ik wilde voor hen een zo compleet mogelijk beeld schetsen van mijn geschiedenis, van mijn familie, mijn hele leven. Het hoofdstuk over de relatie met mijn broer en zussen beslaat slechts elf pagina’s van de vierhonderd. Bovendien dicht ik hun ook allerlei positieve eigenschappen toe, maar kennelijk werkt het zo dat zij zich alleen op het negatieve richten.
De spijt is groot omdat het onomkeerbaar is. Ik heb hen gekwetst, maar ikzelf ben ook heel diep gekwetst. We zijn een grens overgegaan, en er is geen weg meer terug. Als ze mijn biografie niet hadden gelezen, waren er veel dingen onuitgesproken gebleven. Maar dan hadden we nog gewoon contact gehad. Ik weet zeker dat de breuk zo fundamenteel is, dat wij niet op elkaars begrafenis zullen komen.’
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Teun gefingeerd. Kampt u ook met gevoelens van spijt en wilt u daarover in deze rubriek praten, stuur dan een mailtje naar b.vanbeukering@gmail.com
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant