DEN HAAG - Van Suriname via de Verenigde Staten en Engeland naar de stranden van Normandië. De vader van Wilfred Weijers (88) was marinier tijdens de Tweede Wereldoorlog en hielp mee om Frankrijk, België en Nederland te bevrijden. Maar dat zijn vader het daarna kon navertellen, is een klein wonder te noemen dat hij misschien ook wel een beetje te danken heeft aan zijn zoon. 'Dankzij een armbandje met mijn naam erop heeft hij D-day overleefd.'
Dit is een verhaal uit onze serie Hoe gaat het?, waarin wij gesprekken aan gaan met patiënten, bezoekers en medewerkers in het ziekenhuis.
Wilfred loopt door de hal van het HagaZiekenhuis achter een rolstoel waar zijn vrouw in zit, als presentator Fred Zuiderwijk aan het stel uit Rijswijk vraagt hoe het met hen gaat. 'Mijn nieren doen het niet meer', vertelt zijn vrouw Hulda. 'Maar ik heb al een transplantatienier van hem. Die zit er al zestien jaar in, maar doet het nu ook weer niet', gaat ze verder terwijl ze naar haar man wijst.
'Dat is wel echte liefde, hij heeft alleen de verkeerde gegeven', zegt de vrouw. 'Ze had eigenlijk deze moeten hebben', voegt Wilfred toe terwijl hij naar zijn eigen buik wijst.
Na alle perikelen rondom de kapotte nieren komt het gesprek op de jeugd van Wilfred. 'Ik kom uit Suriname en ben in 1946, net na de oorlog, naar Nederland gekomen. Toen was ik zeven jaar', begint de man. 'Ik heb de schade van de bombardementen op Bezuidenhout en Rotterdam nog gezien, het was een grote puinhoop.'
De reis naar Nederland met de boot was hartstikke mooi. Maar toen ik hier aankwam, was het koud en het regende. Op z'n Haags gezegd: het was gewoon kloteweer', vertelt hij met een grijns.
Wilfred kwam in 1946 naar Nederland, omdat zijn vader hier al was. 'Mijn vader was marinier en zat net voor de oorlog in Paramibo, Suriname. Toen de oorlog uitbrak, kon hij niet meer terug naar Nederland.'
'Daar heeft hij toen mijn moeder leren kennen en ben ik geboren.' Wat daarna volgde voor vader Gerard was een jarenlange omzwerving door allerlei landen met de Nederlandse Prinses Irene Brigade.
'Hij is via de Verenigde Staten en Engeland naar Frankrijk gegaan. Daarna ging hij weer terug naar Engeland en later weer terug naar Frankrijk om uiteindelijk België en Nederland te bevrijden', somt Wilfred op.
'Ik heb mijn vader dus ongeveer vier jaar niet gezien. Hij vertrok in 1942 of 1943 naar de Verenigde Staten en pas in 1946 kwamen wij naar hem toe in Nederland. Eigenlijk wist ik als 7-jarig jongetje helemaal niet wie hij was.'
De dag dat hij zijn vader weer voor het eerst zag, herinnert Wilfred zich dan ook nog precies. '7 augustus 1946 om 6.00 uur 's ochtends lagen we voor de sluizen van IJmuiden.'
'Niet veel later kwamen we aan in Amsterdam. Daar stonden allemaal mannen op de kade, vooral veel militairen. En toen zei mijn moeder opeens tegen mij: kijk, daar staat je vader. Ik dacht alleen maar: dat zal wel. Ik wist echt niet wie hij was', vertelt hij met een glimlach.
Na de Tweede Wereldoorlog werd de vader van Wilfred nog een paar keer op missie gestuurd. 'Hij is een paar keer naar Nederlands-Nieuw-Guinea en een keer naar Java uitgezonden tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog', gaat de man verder.
Ondanks dat deze kleine tien jaar in het leven van vader Gerard waarschijnlijk genoeg verhalen oplevert voor een hele boekenreeks, weet zijn zoon eigenlijk maar weinig van wat hij precies heeft meegemaakt. 'Er werd thuis never nooit gesproken over wat hij in de oorlog heeft gedaan', zegt Wilfred snel.
'Ik weet eigenlijk helemaal niets van wat hij heeft meegemaakt. Maar dat is wel vaker zo, de meeste militairen praten daar niet over', voegt Wilfred nuchter toe.
'Ik denk dat hij nogal met zichzelf in de knoop zat over wat hij heeft meegemaakt in die oorlogsjaren. Dat denk ik nu, maar als kind had ik dat niet zo door.'
'Maar ik ga ervan uit dat hij zijn werk naar eer en geweten heeft gedaan, dat hij zijn plicht heeft gedaan', zegt Wilfred stellig. 'Daarnaast denk ik ook dat wat hij heeft gedaan, ik ook gedaan zou hebben als ik in dienst was geweest.'
Toch is er één verhaal dat zijn vader wel heeft verteld en nog altijd indruk maakt op Wilfred. 'Nadat mijn vader een opleiding bij de special forces in de Verenigde Staten en een andere opleiding in Engeland had gedaan, werd hij naar Normandië gestuurd, D-day. Hij is daar geland op het strand, het binnenland ingetrokken en gewond geraakt door scherven van een granaat.'
'Toen hij wegging uit Suriname wilde mijn vader alleen per se een gouden armbandje van mij meenemen met mijn naam erop.' Dat gouden armbandje van Wilfred blijkt later de redding van zijn vader geweest te zijn.
'Hij lag daar zwaargewond op de grond in Frankrijk. Maar doordat de zon op het bandje scheen en hij blijkbaar een klein beetje bewoog, zag iemand het schitteren', zegt Wilfred.
'Die persoon is daardoor naar hem toegegaan, zag dat hij nog leefde en heeft hem geholpen. Daarna is hij naar Engeland gebracht en daar geopereerd', gaat Wilfred verder. 'Na een aantal maanden revalideren, is hij teruggestuurd en heeft hij meegeholpen om België en Nederland te bevrijden.'
'Als zijn redder die schittering van mijn armbandje niet had gezien, dan was hij daar gewoon overleden. Dan had hij D-day niet overleefd', concludeert Wilfred.
'Maar door jouw armbandje met je naam erop heb jij je vader misschien ook een soort van gered?', vraagt presentator Fred. Daarna blijft het even stil. 'Ja, misschien wel', antwoordt Wilfred.
Presentator Fred Zuiderwijk knoopt in het HagaZiekenhuis in Den Haag gesprekken aan met allerlei mensen. Van (zorg)personeel tot bezoekers en patiënten. De vraag 'hoe gaat het?' levert gesprekken vol verdriet en ontroering op, maar ook vol humor. Meer verhalen uit deze serie zijn op het YouTube-kanaal van Omroep West te zien.
Source: Omroep West Den Haag