Wat vinden we acceptabel AI-gebruik? Dat is „de grote vraag voor de opinieredactie”, stond boven een lange verantwoording in de vorige zaterdagkrant. Het stuk, geschreven door interim-chef Juliette Vasterman, ging over opiniestukken en over het kloppende hart (en vooral: het denkende hoofd) van de krant: het auteurschap.
Een maand geleden bracht techondernemer en journalist Alexander Klöpping op zijn site AI Report nieuws over vijf Nederlandse kranten dat eigenlijk niemand verbaasde. Bij een aanzienlijk deel van de opinieartikelen was de auteur níét degene die de hele tekst had opgeschreven. NRC kwam er het best vanaf: geen enkel opiniestuk dat tussen eind juli en eind augustus was verschenen, was (bijna) geheel het werk van kunstmatige intelligentie.
Maar dat dat ranglijstje geflatteerd was, was direct duidelijk. 11 van de 27 opiniestukken in NRC bleken wel dééls met AI geproduceerd. „We maken ons geen illusies”, reageerde adjunct-hoofdredacteur Lucas Brouwers in AI-report. De heldere regels die NRC hanteert voor opinieauteurs („tijdens het schrijven blijft de chatbot helemaal uit”) werden regelmatig overtreden.
De opinieredactie zou een eigen verantwoording publiceren; ik heb daarop gewacht. In Vastermans uitgebreide verslag kondigt de opinieredactie aan dat ze voortaan structureel software voor AI-detectie inzet. Maar de grote vraag – wat te doen met de uitslag – blijft grotendeels onbeantwoord. „We moeten als opinieredactie opnieuw bedenken: wat vinden we acceptabel AI-gebruik, want tegenhouden gaat niet”, schreef de interim-chef. Wat nu?
Eerst terug naar april van dit jaar, toen de opinieredactie nieuwe regels publiceerde. Voortaan gold voor auteurs van opiniestukken en columns expliciet: schrijven doe je zelf. Voor NRC-redacteuren en -medewerkers werden daarover al in 2024 afspraken gemaakt in de openbare NRC Code. Toen generatieve AI begon door te dringen in de hele samenleving, van schoolopstellen tot sinterklaasgedichten, wilde de redactie zo auteurschap en daarmee het vertrouwen in journalistiek beschermen. AI mag wel helpen om bijvoorbeeld bronnen te vinden, feiten te checken of koppen te bedenken.
„Je zag overal het grijze gebied groeien tussen zelfgeschreven teksten en machineteksten”, vertelt toenmalig chef opinie Wouter van Noort, die de nieuwe regels voor opiniestukken in april 2026 in NRC aankondigde. Hij verwees destijds naar de ophef over werk van voormalig hoofdredacteur Peter Vandermeersch, waarin door AI bedachte citaten stonden. In het postvak van de opinieredactie belandden ook steeds meer overduidelijke AI-brouwsels, en opinieauteurs werden op sociale media achteloos beticht van robotschrijverij.
Dat debat kwam deze zomer op scherp te staan toen het technisch mogelijk werd om AI-gebruik met software betrouwbaar aan te tonen. Met het detectiesysteem van het Amerikaanse Pangram, waarvan eind juli een verbeterde versie uitkwam, is volgens de makers de kans dat een auteur ten onrechte van AI-gebruik wordt beschuldigd nu 1 op 24.000. Er is ook getest met Nederlandse teksten en 23 andere talen, en er is extern wetenschappelijk onderzoek dat op grote betrouwbaarheid wijst. De ene na de andere AI-ontmaskering volgde: vorige maand nog de socialemediaberichten van premier Jetten en een boek van de Canadees-Haïtiaanse schrijver Thélyson Orélien (die overigens ontkent).
De opinieredactie vertrouwde tot deze zomer op de eerlijkheid van de auteurs, al leken bepaalde teksten wel verdacht gepolijst. Eind augustus draaiden ze hun eerste Pangram-tests, net voordat Klöpping daar ook mee kwam. De resultaten stonden in het artikel van Vasterman: 35 van de 157 opiniestukken en columns in NRC (alles wat in juli en augustus verscheen) bleken met AI geschreven. Pangram rapporteert in percentages: bij 10 stukken was minstens 75 procent van de tekst door de AI-molen gegaan, er waren er ook die 100 procent haalden.
Toen ik de tests opnieuw deed, voelde dat vrij gênant. Formidabele columnisten als Marjoleine de Vos, Carolien Roelants, Frits Abrahams en Ellen Deckwitz trok ik door Pangram, wat deed ik ze aan? Ik checkte ook nog vijftig willekeurige recente journalistieke artikelen van NRC-redacteuren en -medewerkers. Allemaal kregen ze het predicaat human. De 35 artikelen die uit de inventarisatie van de opinieredactie rolden, waren alle van auteurs met een tijdelijke samenwerking of ‘losse’ opinieauteurs van buiten.
„Ik schreef deze brief met AI. Nou en?”, stond donderdag boven een ingezonden brief (score: 61 procent AI) naar aanleiding van het boek van Orélien. Die vraag is reëel, maar de redactie vindt het wel een probleem. AI is een leger Oempa Loempa’s in de chocoladefabriek van Willy Wonka: het maakt de meest fantastische dingen zonder dat je weet hoe.
Interim-opiniechef Juliette Vasterman: „Als je AI gebruikt als schrijfhulp, bestaat het risico dat AI voor jou inhoudelijke keuzes maakt. Dat leidt tot verschraling van het debat: alsof iedereen met dezelfde vriend praat.” Adjunct-hoofdredacteur Lucas Brouwers: „We willen geen opinie à la carte.”
Er klonk de afgelopen weken kritiek op het onderzoek van AI Report. De Pangram-percentages suggereren „een soort algemene, boven twijfel verheven waarheid”, reageerden de hoofdredacteuren van Trouw in hun vaste rubriek. Zij concludeerden na gesprekken met hún opinieauteurs: „Voor zover wij hebben kunnen nagaan was […] telkens de mens uiteindelijk nog steeds ‘in controle’.”
De opinieredactie van NRC belde ook een tiental auteurs die AI hadden gebruikt en hoorde alle gradaties van inmenging in teksten: inkorten, samenvatten, zinsbouw verbeteren, „mijn gedachtegang of argumenten structureren”. Er was een auteur die had geprompt: kun je me een suggestie doen hoe ik deze laatste zin iets prikkelender of scherper neerzet? Een ander: kun je het zo aanpassen dat de kans groter wordt dat een progressieve krant dit stuk publiceert?
Dat voelt voor auteurs ongetwijfeld als controle, maar is dat gevoel voldoende? AI-suggesties kunnen terloops de plaats innemen van eigen ideeën, ervaringen, woordkeus, associaties. (Ik vraag me af of AI Oempa Loempa-vergelijkingen genereert.) De AI-tekst in de door Pangram aangemerkte NRC-opiniestukken oogt vaak op een ongrijpbare manier rimpelloos. Ook komen de bekende ‘niet dit, maar dat’-formuleringen langs, en ik las een passage waarin heden en verleden onzinnig door elkaar gehusseld waren.
„Honderd procent AI, dat willen we niet”, schrijft Vasterman in haar evaluatie. Maar wat als 20 of 80 procent door de handjes van AI gegaan is? De opinieredactie belt auteurs voortaan. „We proberen vast te stellen in hoeverre het stuk de stem van de auteur weergeeft.” Dat leidde de afgelopen weken al tot een ingewikkelde afweging rond een opiniestuk met een 45 procent AI-score. Dat werd ondanks de strenge AI-regels van NRC toch gepubliceerd. Vasterman en de hoofdredactie willen zich niet vastpinnen op percentages. Lucas Brouwers: „Ik heb niet de illusie dat we vanuit de hoofdredactie een zinnige grens kunnen opleggen.”
Pangram-percentages zijn niet de waarheid. De bijsluiter laat zien dat de software AI-gebruik mist (vals-negatief, in jargon), vooral als een auteur humanizer-AI gebruikt (software die AI-gebruik verhult) of met AI de stijl van een specifieke auteur imiteert. Zoals Juliette Vasterman al schreef: AI-gebruik helemaal tegenhouden gaat niet. Maar er een missen is in de praktijk lang niet zo erg als onterechte beschuldigingen (vals-positief), en voor zover bekend zijn díé met deze test heel schaars.
Mijn suggestie: trek toch een grens. 10 procent AI, Pangrams eigen bovengrens voor het oordeel ‘menselijk’. Of neem 30 procent, een afkapwaarde die de opinieredactie zelf hanteerde bij haar onderzoek. Bij alle interessante manuscripten die boven de limiet scoren, krijgt de auteur het verzoek: stuur je eerdere versie, vóórdat die met AI-polijstpoeder bedekt was. Geeft niet dat het te lang is, dat de zinsbouw niet lekker loopt, dat je argumenten ‘niet gestructureerd’ zijn – en leg ons, voor ons begrip, uit wat je met AI had willen verbeteren.
Zeker, AI kan ‘emanciperend’ werken voor wie interessante meningen heeft maar niet goed kan schrijven. Maar daarvoor zijn andere oplossingen mogelijk: een co-auteur zoeken, een opinie-interview organiseren – en ambachtelijke eindredactie. Juliette Vasterman schreef het al: de opinieredactie doet dat met liefde.
Nog even en bijna alle teksten om ons heen zijn het product van AI, van de bordjes in musea tot verkiezingsprogramma’s. Zekerheid over AI-gebruik kan NRC niet bieden. Maar de krant kan lezers wel zoveel mogelijk vertrouwen bieden. Wat NRC publiceert, is door een persoon geschreven, en diegene zette zijn naam erbij.
De ombudsman opereert onafhankelijk; haar oordeel is persoonlijk en niet dat van de (hoofd)redactie. Kijk hier voor de statuten van de ombudsman. Reacties kunt u mailen naar ombudsman@nrc.nl
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie