Home

Is liefde uit te drukken in systemen, van muzieknoten tot AI? Schrijver Marek Šindelka doet een poging

De Tsjech Marek Šindelka probeert emoties te systematiseren in een roman over een opmerkelijke Vatersuche. Het effect is – expres? – wat gekunsteld.

In december 1815 kwam Lord Byrons dochter Ada ter wereld. In 1835 trouwde zij met een baron die kort daarna benoemd werd tot de eerste Earl of Lovelace; Ada zou als Ada Lovelace de geschiedenisboeken ingaan.

Ze verdiepte zich in wiskunde, ontleedde dieren en ging om met de grootste genieën uit haar tijd. Bovenal werkte ze aan een machine die je de eerste computer zou kunnen noemen. Nog steeds is er een programmeertaal, bijvoorbeeld gebruikt voor lanceersystemen van het Amerikaanse leger, naar haar vernoemd.

De hoofdpersoon in Systemen van tederheid is ook vernoemd naar Lovelace. Deze Ada Fischerová is een jonge, begenadigde pianist. Ze is de dochter van Bohumil Fischer – ook pianist, al even begenadigd, gefascineerd door systemen. En dood.

Deze vierde in het Nederlands vertaalde roman van de Tsjechische auteur Marek Šindelka (1984) bevat een ware Vatersuche. Na een caleidoscopische zoektocht naar een jonge vrouw (Anna in kaart gebracht), een verhaal over migratie naar Europa (Materiaalmoeheid) en een klimaatdystopie (Klimaatverdriet) is Systemen van tederheid een roman over muziek, schaken, kunstmatige intelligentie en de kracht van liefde.

Bohumil ‘was een briljant pianist en organist’, lezen we. ‘Later alcoholist. Nog later helemaal niets meer.’

Na twee succesvolle platen te hebben opgenomen ontwikkelt hij focale dystonie: een neurologische aandoening waardoor zijn linkerhand verkrampt. Funest. Hij zoekt naar pianomuziek voor alleen de rechterhand, vindt niets dat hem aanstaat, stopt met musiceren en begint met drinken.

Liefde via muziek

Wanneer Systemen van tederheid begint, is Bohumil Fischer al overleden. Ada probeert zich hem te herinneren. Hij heeft haar ‘niet veel’ nagelaten: haar naam, een melodietje voor de letters a-d-a, een schaakzet a-d-a die wel charmant is maar bijna altijd leidt tot verloren spellen, een niet afgemaakte fuga op de noten a-d-a en grammofoonplaten van zijn eigen opnamen.

Ada zoekt naar sporen en aanwijzingen. Eerst probeert ze te achterhalen welk geluid ze hoort tussen zijn interpretaties van twee late pianosonates van de Russische componist Aleksandr Skrjabin. Daar, tussen zijn Witte mis en zijn Zwarte mis (sonates 7 en 9, voor wie het wil weten), hoort ze haar vader sissen, of ritselen. Dat moment doet denken aan Glenn Gould, de Canadese sterpianist die nog weleens meezong, steunde of kreunde met de stukken die hij speelde.

Ada zoekt een vader die ze niet heeft gekend – niet echt, in ieder geval. Hij is een man van systemen, die zijn dochter alleen via de muziek leek te kunnen benaderen. Dat realiseert zij zich ten volle wanneer ze in een schrift een fuga ontdekt die hij op haar naam heeft geschreven. ‘Tot waar reikte vaders systeem? Wat was haar er allemaal in ontgaan? Stel dat ze zijn liefde gewoonweg over het hoofd had gezien?’

Die vraag is de kern van Systemen van tederheid. Šindelka heeft niet slechts een roman over de liefde geschreven, maar over de manier waarop twee mensen hun liefde laten blijken terwijl hun leefwerelden bestaan uit abstracte systemen. Dat kan gaan om de technische en wiskundige perfectie zijn van de muziek van Bach, maar ook om schaken en denkende machines – van de vroegmoderne schaakmachine ‘Mechanische Turk’ tot Ada Lovelaces schetsen en de AI-systemen waarmee Ada Fischerová werkt.

Wat zijn liefde en schoonheid te midden van regels en abstracties? Kan tederheid worden gesystematiseerd?

Wat is een mens?

Šindelka probeert in deze roman mensen en systemen te combineren. Als Ada pianolessen neemt, doet ze dat ‘conform de canon van haar leven’. Wanneer ze ziek is, wil ze ‘niets anders dan een code worden’.

Dat levert een roman op waar je tegenin kunt brengen wat wel wordt gezegd over de films van Christopher Nolan: indrukwekkend en goed in elkaar gezet, maar je zoekt ook naar de emotionele kern. Of, anders gezegd: het is duidelijk wat je moet voelen, maar dat voelt eerder opgelegd dan dat het echt uit het verhaal oprijst.

Misschien wil Šindelka dat ook: alle personages in Systemen van tederheid lijken in zekere zin zelf ook machines te worden. Bohumil kan zijn liefde immers alleen via systemen uiten, en Ada weet niet waar ze die anders moet vinden.

In vele essayistische passages versterkt Šindelka deze thematiek. Het begin van de 19de eeuw komt daarbij steeds terug, of het nu gaat over Beethovens muziek, de door Johann Nepomuk Mälzel in 1815 geïntroduceerde metronoom of Ada Lovelace en schaakmachines. Het was de tijd van de romantiek, van gevoelens en stevige emoties, mede door Beethoven geïntroduceerd in de muziek: langzaam ging het van de wiskundige formules achter Bachs composities naar de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie.

Die jaren waren ook een tijd van monsters: de verlichting met haar nadruk op rationaliteit, rede en wetenschap kwam tot een einde. Daarin zit ook de dualiteit van deze roman. De vroege 19de eeuw is een soort fotonegatief van het heden van Ada en Bohumil. Toen werd, impliciet of expliciet, de vraag gesteld wat een mens is – een rationeel wezen, of juist emotioneel? En waar loopt de grens met dieren, monsters en anderen?

Op kleine schaal dringen die vragen zich in Systemen van tederheid ook steeds sterker op. In het ergste geval leidt dat tot automatons als schaakmachines en AI: indrukwekkend, maar invoelend is het niet.

Marek Šindelka: Systemen van tederheid. Uit het Tsjechisch vertaald door Edgar de Bruin. Das Mag; 277 pagina’s; € 26,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next