Eindelijk is de roman uit 2015 nu ook in het Nederlands vertaald. De hoofdpersonen uit de drie delen van het boek passeren allemaal een grens, en dat is niet zonder gevolgen.
schrijft voor de Volkskrant over boeken, met name uit het Engelse taalgebied.
Het is een vaak verteld verhaal: toen Abdulrazak Gurnah in 2021 werd bekroond met de Nobelprijs voor de Literatuur, waren zijn boeken vrijwel niet verkrijgbaar. Niet in het Verenigd Koninkrijk, waar Gurnah (Zanzibar, 1948) woonde, en ook niet in Nederland. Daar heeft de prijs uiteraard verandering in gebracht en zo hebben veel lezers inmiddels kennis kunnen maken met een fascinerend, thematisch consistent oeuvre waarin het kolonialisme en zijn gevolgen essentiële, schrijnende thema’s zijn.
Gurnah heeft elf romans op zijn naam staan, waarvan er bij uitgeverij Meulenhoff inmiddels vier in vertaling zijn verschenen. De recentste uitgave, het confronterende Verlaten, stamt uit 2015. Het is opgebouwd uit drie delen en begint in 1899, in een klein kuststadje nabij Mombasa (nu Kenia, toen Brits-Oost-Afrika). Daar stuit winkelier Hassanali op een uitgeputte en gewonde westerling, die kennelijk ternauwernood in de woestijn aan de dood is ontkomen. Hassanali redt de man en zijn zuster Rehana neemt de zorg over de vreemdeling over.
Het blijkt om een Britse oriëntalist en schrijver te gaan, Martin Pearce geheten, met een grote kennis van en waardering voor de Arabische en Swahiliculturen. Pearce en Rehana worden verliefd op elkaar. Daarmee overschrijdt Rehana belangrijke religieuze en raciale grenzen en vervreemdt ze zich van haar omgeving. Het is een van de vele vormen waarin het motief ‘desertie’ zich in deze roman manifesteert.
Eigenlijk is het van meet af aan in de sterren geschreven dat deze liefde geen stand kan houden, dat het kolonialisme een veel te brede kloof tussen de twee vormt, zelfs wanneer we met Pearce te maken hebben met wat je een ‘modelkoloniaal’ zou kunnen noemen. Ook in deze relatie zal sprake zijn van desertie.
In het tweede deel van de roman maken we een sprong in plaats en tijd en bevinden we ons op het eiland Zanzibar in de jaren vijftig. Er worden nieuwe hoofdpersonen geïntroduceerd, die schijnbaar niets met de personages uit het eerste deel te maken hebben: de studieuze Rashid, zijn oudere broer Amin, een respectabele onderwijzer, en de ietwat geheimzinnige Jamila, een iets oudere, in haar culturele context ongewoon zelfstandige vrouw.
Opnieuw speelt een ‘verboden liefde’ een hoofdrol, als Amin verliefd wordt op Jamila. Amins ouders zijn vierkant tegen hun relatie, omdat Jamila’s grootmoeder een chotara was: iemand van gemengd bloed, die ooit leefde met een Engelsman. Gaandeweg komt er zo een verbinding met het eerste deel van deze roman aan het licht.
Waar de eerste twee delen van de roman in de derde persoon werden verteld, krijgen we in deel drie een ik-verteller: Rashid, die uiteindelijk de verteller van Verlaten blijkt. Belezen en intelligent als hij is, lijkt Rashid de ideale figuur om te ontsnappen aan alle geloofs-, klasse- en familievooroordelen en het kolonialisme dat hierin zo’n dwingende rol speelt (zonder er overigens de enige oorzaak van te zijn, zo genuanceerd is Gurnah ook wel weer).
Aan de vooravond van de onafhankelijkheid vertrekt Rashid naar Groot-Brittannië om daar te gaan studeren. Uiteraard wordt hij daar geconfronteerd met het alledaagse racisme dat in de jaren zestig nog openlijker en ‘vanzelfsprekender’ was dan nu.
In het verhaal van Rashid vertelt Gurnah, die ook zijn geboorteland verliet, een variatie op zijn eigen levensverhaal. Hij is de buitenstaander, de man die probeerde uit zijn lot te deserteren. Ontwrichting is het gevolg. Literatuur de poging om die ontwrichting te bezweren.
Abdulrazak Gurnah: Verlaten. Uit het Engels vertaald door Lucie Schaap. Meulenhoff; 352 pagina’s; € 25,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant