Home

Al lezend in het bundeltje ‘Rijnlandse folteringen’ wordt de lezer zachtjes gemarteld, met een grimlach om de mond

Als dichter hoorde uitgever Theo Sontrop nergens bij. Hij hanteerde klassiek rijm en ritme, een curieus vocabulaire en had een zeer herkenbare, sardonische toon.

schrijft voor de Volkskrant over Nederlandstalige literatuur.

Theo Sontrop (1931-2017) was – naast gentleman-uitgever, eerst bij Meulenhoff en later bij De Arbeiderspers – de langzaamste dichter van Nederland. Hij kon jarenlang kniezen op een kwatrijn.

Als gesjeesde student Romaanse talen te Utrecht werd Sontrop in het midden van de jaren vijftig van de vorige eeuw ‘de luiste redacteur ooit’ van Propria Cures. Hij bleef ‘opgewekt stoïcijns onder zijn geringe productie’, zo schreef mederedacteur Ulli d’Oliveira in Ik wantrouw iedereen boven de 1.67, een bundeltje uit 2006 voor Sontrops 75ste verjaardag. ‘Een enkele keer bracht hij, alsof er niets aan de hand was, een keiharde keutel van vier dichtregels mee.’

Hoe gering in omvang en aantal ook, de gedichten van Sontrop kregen en behielden een zekere vermaardheid. De uitgever Geert van Oorschot legde hem een contract voor – eerst dacht de dichter aan een grap, maar in 1962 verscheen toch Langzaam kromgroeien.

De titel verwijst naar de laatste regels van het openingsgedicht ‘De eikel spreekt’: ‘Wellicht word ik woudreus,/ en schud met de vuist/ naar mijn vader die kromgroeit.’

‘Een zeer verrassend en oorspronkelijk dichter’, schreef Rein Bloem in Vrij Nederland. En zo was het. Sontrop hoorde nergens bij, las ter inspiratie louter onbekende buitenlandse dichters, hanteerde klassiek rijm en ritme, een curieus vocabulaire en een zeer herkenbare, sardonische toon. Slechts twee bundeltjes volgden nog: Marmerkijker in 1971 – oplage 150, prijs 50 gulden – en een door Joost Roelofsz geïllustreerd Alfabet. Per letter één kwatrijn. En tot slot verscheen zijn ‘verzemelde werk’: Gedichten 1962-1996. Totaal aantal verzen: 38.

In stilte was Sontrops productie groter. Hij had de gewoonte om vrienden ansichtkaarten te sturen met handgeschreven kwatrijnen en schreef vierregelige versjes als opdracht in boeken die hij cadeau deed. In Rijnlandse folteringen – de titel had Sontrop zijn leven lang in voorbereiding, soms gevolgd door de toevoeging En andere vormen van vermaak – hebben Maarten Asscher en Gerben Wynia zo veel mogelijk kwatrijnen en nagelaten gedichten samengebracht, geannoteerd en van een nawoord voorzien.

Het is een heerlijk bundeltje geworden, waarin de lezer, zoals de titel al aankondigt, zachtjes wordt gemarteld en steeds zit te grimlachen. Neem dit kwatrijn voor Mensje van Keulen op een ansichtkaart met poststempel 4 november 1975, waarop een schaap aan de achterpoten wordt meegesleurd door twee medewerkers van een slachthuis:

Zo ga je dan als lam ter slachtbank.
men spint je wol, en dan als dank
ook nog zo’n foto, mét de beulen:
bien dévoué à toi, Mensje van Keulen.

Nadat Sontrop in 1991 met veel rumoer was ontslagen als uitgever, keerde hij zich af van de Amsterdamse grachtengordel en trok hij zich terug in een met boeken volgestouwd huisje aan de Champs-Élysées van Vlieland. Hij woonde recht tegenover het oude huis van dokter Terwisga in de Dorpsstraat, waar in de gevel een plaquette voor de dichter Slauerhoff is aangebracht. In een van zijn eerste nachten op het eiland kon Sontrop de slaap niet vatten en keek hij uit het raam. Toen vielen hem regels in van dit kwatrijn:

Op Vlieland komen wonen om van Slauerhoff
te worden wat men overbuurman noemt.
Hij grijnst mij aan in brons want hij is zeer beroemd.
Maar ik, godlof, heb writer’s block. Ik bof.

Th.A. Sontrop: Rijnlandse folteringen – Verzamelde kwatrijnen en nagelaten gedichten. Van Oorschot; 152 pagina’s; € 22,50.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next