In de rubriek De broeikas schrijft klimaatverslaggever Jeroen Kraan elke zondag over wat hem opvalt. Deze week: de huidige energietransitie is niet de eerste die we meemaken. In hartje Amsterdam is te zien hoe we daar vroeger mee omgingen én wat ons nog te doen staat.
Het is nauwelijks voorstelbaar, maar honderd jaar geleden stond op een steenworp afstand van ARTIS een kolencentrale. Aan de Hoogte Kadijk in Amsterdam kwam in 1903 de eerste energiecentrale van de Gemeente-Electriciteitswerken. Op deze kolenstroom gingen de gloednieuwe elektrische trams rijden.
De omgebouwde pakhuizen herinneren aan het toen nog ruige industriegebied. De elektriciteit die hier werd opgewekt, bracht de hoofdstad in een stroomversnelling: twintig jaar later was alle gasverlichting elektrisch geworden.
Ook lastig voorstelbaar, maar toch waar: op deze plek zit nog altijd een hoogspanningsstation verstopt. Zelfs omwonenden weten vaak niet dat in dit statige gebouw de stroom met 150.000 volt binnenkomt, om vervolgens een groot deel van de binnenstad van stroom te voorzien.
De komende jaren zullen ze daar wel achter komen, want ook dit station ontkomt niet aan de grote verbouwing van het stroomnet. Er wordt straks zelfs een soort gebouw-in-het-gebouw gemaakt met nieuwe elektrische apparatuur. Onder de grond worden vele kilometers aan nieuwe, vuistdikke kabels getrokken.
De hele stad zal er iets van merken, want de cijfers zijn duizelingwekkend. Amsterdam gaat de komende decennia drie tot vier keer zoveel stroom gebruiken, dus moeten 19 van de 23 grote elektriciteitsstations worden vernieuwd. Daarnaast komen er 20 van zulke stations bij en moeten op straat en in gebouwen 2.600 elektriciteitshuisjes worden bijgeplaatst.
Bob Maas kan de cijfers zo opdreunen. Als omgevingsmanager bij de Gemeente Amsterdam praat hij veel met inwoners over wat er moet gebeuren en wat ze ervan gaan merken. Hij trekt een dik stuk elektriciteitskabel uit zijn tas om te demonstreren wat voor joekels er 'even' onder de straten door moeten worden geboord.
Maar hij is ook een geschiedenisliefhebber en weet ontzettend veel over de energievoorziening van vroeger. Zoals de ontwikkelingen op de Hoogte Kadijk laten zien, gaat ons energiesysteem niet voor het eerst op de schop.
Tijdens een fietstocht door de binnenstad wijst hij een groepje journalisten om de haverklap op mooie elektriciteitshuisjes, schakelkasten en oude energiecentrales die nu een andere functie dienen. Op tal van plekken prijken nog de letters GEB, die voor Gemeente-Energiebedrijf staan. Vaak weet Maas ook nog op te noemen welke architect achter een bepaald ontwerp zat.
Zoals Abel Antoon Kok, die in 1919 de opdracht kreeg vijftig trafohuisjes te ontwerpen. Ze zouden sierlijke houten panelen en verschillende soorten daken krijgen. Al een paar jaar later stonden ze er. Want er waren nog geen ellenlange vergunnings- en inspraakprocedures, zegt Maas. De jaloezie is bijna te ruiken bij de meefietsende medewerkers van de netbeheerders.
Het valt moeilijk te ontkennen dat de elektriciteitsinfrastructuur er door de jaren heen minder fraai op is geworden. Op de Bantammerbrug staat een klassiek stenen trafohuisje dat mooi in de omgeving past. Iets verderop staat een nieuw exemplaar dat alleen kan worden omschreven als een vrij treurig stuk beton.
Ook Maas geniet zichtbaar van de klassieke huisjes. "Maar je kan het nooit meer zo doen", zegt hij. Daarvoor zijn de schaal en de benodigde snelheid van de energietransitie simpelweg te groot. "Toen moest je er 50 bouwen, nu zijn het er 2.600." Als we daar allemaal een architect voor moesten inschakelen, dan zouden de kosten van deze verbouwing nóg harder oplopen.
Om buurtbewoners toch tevreden te stellen, maakt Liander het wél mogelijk om de huisjes een beetje aan te passen. Wijken kunnen kiezen voor verschillende kleuren of voor een buitenkant met steenstrips om ze onopvallender te maken. Al verandert dat niets aan het feit dat er ruimte moet worden opgeofferd aan de stroomvoorziening.
Smaken veranderen, dus wie weet: misschien worden er over honderd jaar wel rondleidingen gegeven langs de 'klassieke Liander-huisjes' die dan nog overeind staan.
In de tussentijd hoopt Maas dat we zorgvuldig omgaan met de energie-erfenis uit het verleden. Nu zijn een aantal resterende elektriciteitshuisjes van Kok flink aangepast of in verval geraakt. "Ik breek er een lans voor om er één of twee terug te brengen naar de originele staat", zegt hij. Want ze zijn niet alleen mooi, maar herinneren ons ook aan de roerige geschiedenis van onze energievoorziening.