Het ziet er hulpeloos uit, maar een korte freezereactie in een dreigende situatie kan juist waardevol zijn, ontdekte Karin Roelofs, die komende week de Spinozapremie ontvangt. Politieagenten worden inmiddels getraind volgens haar inzichten.
is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft over de geestelijke gezondheidszorg en psyche, brein en gedrag.
Opeens is het er. Het ding. Het maakt geluid, heeft knipperende lampjes en misschien nog wel het ergste: het bewéégt. Het robotje is niet groter dan 30 centimeter, maar de 15 maanden oude dreumes bij wie het apparaat zojuist in de kamer is gezet, schrikt. Een paar tellen lang verroert het meisje zich niet.
Ze bevriest, net als de meeste van haar leeftijdsgenoten die bijna dertig jaar geleden meededen aan een onderzoek van de Radboud Universiteit, waarvoor honderd kinderen jarenlang werden gevolgd. Die kinderen zijn al bijna volwassen als hersenonderzoeker Karin Roelofs en haar team de oude videobanden afstoffen en een onverwachte ontdekking doen.
Roelofs is hoogleraar experimentele psychopathologie aan het Donders Instituut van de Radboud Universiteit en gespecialiseerd in hersenreacties op stress en angst. In 2010 toonde ze aan dat mensen net als dieren een zogenoemde freezereactie vertonen in sociaal dreigende situaties: we staan even stokstijf stil.
‘Op dat moment zagen we bevriezen nog vooral als iets slechts’, vertelt Roelofs in haar kantoor, een whiteboard vol staafdiagrammen en berekeningen aan de wand. ‘Of althans: als een teken van te veel angst.’
Niet álle kinderen bevriezen als de robot binnenkomt, blijkt uit het onderzoek van Roelofs. Sommige kruipen er meteen naartoe, of juist weg. Als de onderzoekers vervolgens in de data kijken hoe het de kinderen jaren later is vergaan, zien ze iets opmerkelijks. De kinderen die verstijfden bij de robot groeiden later vaker uit tot emotioneel veerkrachtige volwassenen. Maar de kinderen die géén freezereactie vertoonden, kregen als adolescenten juist vaker last van somberte of angst.
‘Dat was precies het tegenovergestelde van wat we hadden verwacht’, zegt Roelofs. De uitkomst van de studie die in 2018 verscheen was zo onverwacht dat de hersenonderzoeker het pas geloofde toen een van haar studenten een paar jaar later naar Canada afreisde en het onderzoek overdeed met de data van vijfhonderd Canadese kinderen die hetzelfde experiment met de robot – een standaardtestje – hadden ondergaan. ‘Bij die kinderen vonden we precies hetzelfde. Pótdomme, dacht ik, blijkbaar is die freezereactie dus functioneel.’
Welke functie heeft de freezereactie dan?
‘Ik denk dat de kids die eventjes bevriezen meer informatie opnemen van hun omgeving op dat soort onverwachte momenten. Zo leren ze hoe ze moeten omgaan met stressvolle situaties. Dat helpt ze verder in het leven.
‘Na dit onderzoek zijn we experimenten gaan doen waarbij we mensen in de freezetoestand brachten. We lieten ze beslissingen nemen terwijl ze wel of niet een schok konden krijgen. Onder dreiging daarvan gingen ze freezen: hun hartslag ging omlaag, terwijl ze vergrote pupillen en een zweetreactie hadden. Hoe sterker die freeze, des te beter mensen gingen waarnemen en hoe sneller ze goede beslissingen konden nemen, zagen we.’
Roelofs praat met haar handen. Gebaren die soms zo groot zijn dat ze tijdens het gesprek moet gaan staan. Om een dreumes na te doen, verstijfd van schrik, of om duidelijk te maken wat er precies in ons lichaam gebeurt tijdens een freezereactie.
De hoogleraar trapt met haar ene hand een denkbeeldig gaspedaal in. ‘Ons autonome zenuwstelsel heeft twee takken. Het sympathische zenuwstelsel is het gaspedaal: dat zorgt dat we bij een dreiging klaar zijn voor actie. Je spieren spannen zich, je gaat zweten, je pupillen worden groter, je ademhaling en hartslag gaan omhoog.’
Dan trapt Roelofs met haar andere hand op de rem. ‘Wat uniek is tijdens een freezemoment is dat tegelijkertijd je parasympathische zenuwstelsel in actie komt: je hartslag gaat daardoor netto omlaag en wordt meer variabel. Een gezonde hartslag varieert steeds een beetje, onder meer met de ademhaling. Dat freezemoment hoeft maar heel kort te duren, dan gaat de rem er weer af.’
Sommige mensen raken daadwerkelijk verlamd van angst. Is dat iets anders?
‘Waar de meeste mensen aan denken bij bevriezen is wat wij tonische immobiliteit noemen. Vanbuiten ziet het er hetzelfde uit, maar vanbinnen gebeurt iets anders. Bij tonische immobiliteit ontbreekt de rem: de hartslag en de ademhaling gaan omhoog, je perceptie wordt juist slechter. Het kan voelen alsof je uit je lichaam treedt. Het gebeurt mensen tijdens een overweldigende aanval, bijvoorbeeld een verkrachting.’
Haar onderzoek naar de freezereactie levert Roelofs de Spinozapremie op, de hoogste wetenschappelijke onderscheiding in Nederland. ‘Waar veel onderzoekers vroeger vooral keken naar kwetsbaarheid en psychische stoornissen, verlegde Roelofs de aandacht naar veerkracht en het vermogen tot omgaan met stress’, aldus onderzoeksfinancier NWO, die de prijs uitreikt.
Was dat een bewuste keuze, die focus op veerkracht?
‘In mijn vakgebied gaat het vaak over kwetsbaarheid. Als je een hoge cortisolrespons hebt (het zogenoemde stresshormoon, red.), wordt dat gezien als iets negatiefs. Maar cortisol is er om energie te mobiliseren in ons lichaam zodat we gevaar uit de weg kunnen gaan. Het helpt ons. Ik stoor me soms aan die beperkte blik.’
Ook daarbuiten geldt stress als iets negatiefs. Het wordt snel gezien als teken van zwakte. Stoort u zich daar ook aan?
‘Het is zonde. Ik werk veel samen met de politie. Daar heerste lang het adagium: een goede agent blijft altijd kalm, ook als er iets naars gebeurt. Terwijl wij in ons onderzoek zien: het is prima om een flinke stressreactie te hebben. Wat er echt toe doet is de snelheid van herstel, hoe snel je hartslag en ademhaling weer normaliseert.
‘Samen met collega’s heb ik onderzoek gedaan waarvoor we agenten langdurig volgden. We zagen dat agenten die een sterke freezereactie hebben – het gaspedaal wordt ingetrapt, maar óók die rem – beter beslissen onder druk. Als je die een schiettaak laat doen, nemen ze zelfs sneller accurate schietbeslissingen. Maar we zagen ook dat zij minder kans hebben op posttraumatische stressklachten.
Je ontwikkelde een zombiegame om politieagenten te trainen. Hoe werkt dat?
‘Dat was bijna mislukt. We wilden eigenlijk een zo realistisch mogelijke VR-omgeving maken. Maar de agenten die kwamen testen werden er niet gestrest van, omdat de realiteit altijd net anders is.
‘Toen hielden we een gameavond met mijn lab, voor de lol. We speelden een zombieshooter. Dít is het, dachten we. Compleet onrealistisch, maar je moet beslissingen nemen onder druk, het brengt het lichaam in de juiste toestand én het is leuk om te doen.
‘Agenten moeten in onze game beslissen op welke zombie ze schieten. We gebruiken biofeedback: als hun hartslag te regelmatig en te snel wordt, verandert het beeld: dat wordt donkerder, ze zien minder. Het dwingt ze die rem te vinden.’
Hoe doe je dat?
‘Dat is voor iedereen anders. We geven vooraf tips over lage ademhaling, maar uiteindelijk moet iedereen zelf uitvinden wat werkt tijdens het spelen van de game. Vervolgens moeten ze het automatiseren. Ze moeten zich focussen op het spel en tegelijkertijd hun lichamelijke reactie onder controle houden.
‘We zien in eerste onderzoek dat het werkt: politieagenten die trainen met onze game zijn beter in staat om hun hartslag laag en variabel te houden, ook tijdens stressvolle beslissituaties buiten de training. We onderzoeken nu hoelang ze dat weten vast te houden. Inmiddels hebben we driehonderd politieagenten getraind, vanaf dit jaar moeten dat er jaarlijks 2.500 worden.
‘Dat dit de uitkomst zou zijn van mijn onderzoek, was totaal onverwacht. Dat laat zien waarom fundamenteel onderzoek, dat draait om nieuwigheid, zo belangrijk is. Je ziet nu dat politici daar steeds minder geld aan willen uitgeven, dat vind ik heel zorgwekkend.’
Toen u als jonge onderzoeker in Leiden door de Radboud Universiteit werd benaderd om hoogleraar te worden, zei u nee. Waarom was dat?
‘Ik was als de dóód. Ik was begin dertig en had twee jonge kinderen. In eerste instantie zei ik ja. Mijn man was blij, die wilde graag naar Nijmegen en was op Funda al naar huizen aan het zoeken. Ons eigen huis hadden we bijna verkocht. Ik had de salarisonderhandeling al gevoerd.
‘Maar ik kon er niet van slapen. Hoe ga ik dat doen met die kleintjes? Ik had het idee: als je hoogleraar bent, moet je tachtig uur per week werken. Ik ben naar een coach gegaan, die zei: roep eens een beeld op.’
Lachend: ‘In tranen heb ik toen gezegd: ik wil alleen maar de witte was ophangen op blote voeten. Blijkbaar was het te veel, te vroeg. Ik heb nee gezegd. Daarna zijn we gaan fietsen door Azië, mijn man en ik, met de kinderen. Toen dacht ik: een andere carrière is ook prima. Drie jaar later vroegen ze me opnieuw en toen was ik er wel aan toe.
‘Nu gebruik ik dit verhaal om mijn studenten te inspireren om niet elke kans blind na te jagen, maar rust te durven nemen om hun nieuwsgierigheid te volgen.’
Wat gaat u doen met de 1,5 miljoen euro die verbonden is aan de Spinozapremie?
‘We doen nu veel met directe hersenstimulatie. Met gericht ultrageluid kunnen we nu diepe hersengebieden heel precies beïnvloeden, met dezelfde soort geluidsgolven als die een echoapparaat gebruikt. De eerste resultaten zijn zo veelbelovend dat we willen onderzoeken of we dit bij mensen met posttraumatische stressklachten kunnen gaan toepassen. Om traumatische herinnering daadwerkelijk anders op te slaan en ze te helpen die rem in te trappen.’
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant